Tunesië: aanvallend avontuurlijk, verdedigend kwetsbaar

Sinds Maaloul bondscoach werd in maart 2017 verloor Tunesië voor dit WK nog maar één match. Lange Bal analyseerde voor u de laatste wedstrijden van Tunesië tegen Costa Rica (1-0 winst), Portugal (2-2), Turkije (2-2), Spanje (0-1 verlies) en Engeland (2-1 verlies).
Conclusie: een leuk voetballend collectief maar kwetsbaar genoeg om te verslaan.

Bondscoach Nabil Maaloul selecteerde onderstaande 23 namen voor het WK. 

Doelmannen
Aymen Mathlouthi (Al-Baten), Farouk Ben Mustapha (Al-Shabab), Moez Hassen (Chateauroux)

Verdedigers
Rami Bedoui (ES Sahel), Yohan Benalouane (Leicester), Syam Ben Youssef (Kasimpasa), Dylan Bronn (KAA Gent), Oussama Haddadi (Dijon) , Ali Maaloul (Al-Ahly), Yassine Meriah (CS Sfaxien), Hamdi Nagguez (Zamalek)

Middenvelders
Mohamed Amine Ben Amor (Etoile du Sahel), Sai-Eddine Khaoui (Troyes), Ahmed Khalil (African Club), Ellyes Skhiri (Montpellier), Ferjani Sassi (Al-Nasr), Ghaylene Chaalali (ES Tunis)

Aanvallers
Anice Badri (ES Tunis), Fakhreddine Ben Youssef (Al-Ittifaq), Naim Sliti (Dijon), Bassem Srarfi (Nice), Wahbi Khazri (Rennes), Saber Khalifa (African Club)

Belangrijkste afwezige in de kern is aanvaller Youssef Msakni hij scoorde bij z’n team Al Duhail (Qatar) en de nationale ploeg liefst 28 keer dit seizoen. Wissam Ben Yedder (topschutter Sevilla met 22 goals dit seizoen) is wel speelgerechtigd voor Tunesië maar hij verkiest om uit te komen voor de Franse nationale ploeg al selecteerde bondscoach Deschamps hem (nog) niet. Aangezien grote namen ontbreken, hecht Tunesië nog meer belang aan een hecht collectief waarmee het straks de WK-tegenstanders zal proberen pijn te doen. Een WK-match winnen is de eerste doelstelling, want het is van 1978 geleden dat de Noord-Afrikanen daar nog in slaagden.

 

4-3-3

Vermoedelijke opstelling Tunesië

4-3-3 formatie

Tunesië trad de voorbije maanden steeds aan in een 4-3-3 formatie. Nu eens met 2 verdedigende middenvelders, dan eens met 1 defensieve, sporadisch zelfs eens met een erg dynamische driehoek zonder uitgesproken aanvallende middenvelder. In doel krijgt Hassen in principe de voorkeur, hij viel echter geblesseerd uit tegen Engeland en is waarschijnlijk out voor de rest van het WK. Achterin is de pikorde duidelijk met Maaloul, Meriah, S. Ben Youssef en Bronn. Centraal op het middenveld zijn Sassi en Skhiri zeker van hun plaats, Khaoui is meestal de derde centrale en meest aanvallende middenvelder al speelde Badri er ook al. Voorin ligt de sleutel in handen van sterspeler Khazri. Hij was niet fit in de voorbereiding en werd gespaard voor het WK, hij start als valse 9 indien voldoende fit. De flanken worden bemand door Badri / Sliti / F. Ben Youssef.

Hassen (23 jaar): meevoetballend sterk, durft risico nemen, 1.84m, goede reflexen.
Ben Mustapha, voor het tornooi nog 3e keeper, is mogelijk de vervanger van Hassen. Hij is 1.94m groot.
Maaloul (28): heel explosief, snel, erg aanvallend ingesteld
Meriah (24): rechtervoet als linkercentrale verdediger, sterk, snel, durft veel risico nemen aan de bal
S. Ben Youssef (29): soberder dan zijn collega aan de bal, positioneel goed in balverlies
Bronn (22): weinig aanvallende impulsen, technisch beperkt, defensief positioneel goed, sterk in duels bij doordekken
Skhiri (23): controleur voor defensie, rustpunt, speelt meestal simpel
Sassi (26): motor van ploeg, infiltreert vaak, neemt vaak veel risico, heel agressief in balverlies
Khaoui (23): lichtgewicht, beweeg slim tussen linies, technisch sterk
Sliti (25): speelt meestal op de flank, technisch degelijk, vaak foute keuze in waarheidszone aan de bal
Badri (27): loper, verzet veel werk in pressing, probeert goed tussen linies te bewegen, beperkte kwaliteit in waarheidszone
Khazri (27): leider, technisch heel sterk, neus voor goals, lichtgewicht
F. Ben Youssef (26): enige aanvaller met body (1.92m), kopbalsterk, maar technisch beperkt

De spelers die het dichtste bij de basiself staan, hebben een gemiddelde leeftijd van 25,5 jaar. Een jong, dynamisch elftal dus en dat bewijst ook de Tunesische speelstijl.

 

BALBEZIT

In tegenstelling tot Panama lijken de Tunesiërs wel altijd en overal te willen voetballen uitgaande van een verzorgde opbouw van achteruit. Bij een doeltrap probeert Tunesië altijd te achterhalen hoe de tegenstander druk zal zetten om van daaruit een overtal achterin te creëren. Vaak zakken beide centrale verdedigers erg laag in om ruimte te maken voor hun ploegmaats, terwijl de backs in die situatie heel hoog opschuiven. Vooral de snelle Maaloul op links is erg aanvallend ingesteld.

Belangrijk om weten daarbij is dat doelman Hassen meevoetballend sterk is maar wel vaak risicovol durft inspelen achterin. Gezien zijn blessure, lijkt het voetballend vermogen achterin ferm afgenomen. Ook de veldspelers nemen graag risico in het veldspel, iets wat de Belgen zeker moeten proberen afstraffen. Linkercentrale verdediger Meriah is voetballend bijvoorbeeld duidelijk de sterkste centraal achterin. Hij speelt als rechtsvoetige echter wat tegen zijn natuur in. Bovendien geeft hij graag de ‘beslissende bal’ tussen de linies: iets wat tot balrecuperatie kan leiden als de tegenstander zich daar wat op instelt. S. Ben Youssef en Bronn zijn op de rechterzijde voetbaltechnisch minder sterk.

 

Centrum proberen beheersen

Opvallend ook dat Tunesië, zoals dat de trend is in het voetbal, in balbezit erg graag het centrum wil beheersen. Vaak speelt het bijvoorbeeld met alle drie de centrale middenvelders relatief laag om daar het overtal te creëren, iets waar de Belgen zeer attent op moeten zijn aangezien Witsel en De Bruyne daar tegen een overtal zouden kunnen komen te staan. Als de middenvelders van de tegenstander dan toch doordekken maken vooral Khaoui, en in mindere mate Sassi, dan gebruik van de onoplettendheid om de ruimte tussen de linies te bespelen.

3 lage middenvelders (gele cirkel): tegenstanders lokken om dan de ruimte tussen de linies te benutten

Nog vaker gebeurt het echter dat de flankaanvallers op instructies van bondscoach Maaloul erg naar binnen trekken waardoor Tunesië vaak met 9 mensen centraal komt te spelen, namelijk iedereen behalve de backs. Daar probeert het elftal via snelle eentijdscombinaties door het centrum meteen gevaar te creëren, iets wat regelmatig lukte tegen geen onaardige tegenstanders zoals Portugal, Turkije en Spanje.

9 spelers in het centrum of de halfspaces: doelman, 2 centrale verdedigers (wit), 3 middenvelders (geel), 2 flankaanvallers (blauw), 1 spits (groen)

 

Snelle pressing na balverlies
Dankzij die korte combinaties door het centrum en de ‘overbevolking in de as’, staan de Tunesiërs bovendien meteen in een goede uitgangspositie als het dan toch de bal verliest. Volk genoeg in het centrum en rond de bal om meteen agressief druk te zetten op de tegenstander wat het team van Maaloul ook vaak erg sterk uitvoert. Het valt uiteraard af te wachten hoe zijn team omgaat met de intensiteit van een WK-match die uiteraard nog een pak hoger ligt dan in een meer gezapige oefenpot.

Ook tegen Spanje probeerde Tunesië met risicovolle combinaties door de as te voetballen. Daarbij kwam het vaak ook met 3 middenvelders lager om ruimte te maken tussen de linies. Wanneer de bal dan toch verloren ging in de as, werd er onmiddellijk agressief voorwaartse druk gezet.

Opnieuw 3 ‘lage middenvelders’ (geel) om tegenstander uit positie te lokken. Flankaanvaller Badri (rood) benut ruimte tussen de linies

Dankzij de grote aanwezigheid rond de bal, vergemakkelijkt dat de onmiddellijke gegenpressing na balverlies

Toch kwetsbaar in omschakeling

Wel is Tunesië kwetsbaar in de rug van Maaloul op links. De erg aanvallend ingestelde back is namelijk vaak weg, ook op het verkeerde moment waardoor er grote ruimtes in zijn rug ontstaan in de omschakeling naar balverlies. Iets waar de Duivels met Dries Mertens en Romelu Lukaku zeker op kunnen teren. Al zullen de troepen van Martinez dan uiteraard eerst het centrum goed gesloten moeten houden en tot balrecuperatie komen.

Veel ruimte in rug van de backs (rood). 2 centrale verdedigers (geel) zijn geïsoleerd in omschakeling..

Waar Tunesië zich in balbezit op eigen helft en in de middenstrook presenteert als een erg gestructureerd en aangenaam elftal om naar te kijken, ontbreekt het in de waarheidszone van de tegenstander toch aan aanvallende kwaliteit. Het heeft vaak nood aan schitterend combinatiespel en veel risico om tot een (bijna) doelkans te komen, voorin wordt de laatste pass en de afwerking nog iets te vaak verkwanseld. Badri, F. Ben Youssef en Sliti zijn nu eenmaal geen wereldaanvallers. De inbreng van kapitein Khazri zal hierin zeer bepalend zijn, hij heeft techniek, snelheid, overzicht en kan een goal maken.

In de aanvalsfase heeft Tunesië nog een aantal duidelijk principes: namelijk overtallen proberen creëren rond de bal. Wanneer het niet door de as kan combineren, probeert het vooral op de linkerkant tot overtal te komen met het gebruik van een zwervende, valse spits. Onderstaand moment uit de match tegen Spanje is daar een perfect voorbeeld van, Sliti (in deze match valse spits) die tussen de linies komt in de linkerhalfspace en een lopende rechterflank Ben Youssef bijna alleen voor de doelman zet. De rechterkant wordt beduidend minder gebruikt in aanvallend opzicht.

Valse spits (geel) wijkt uit naar linkerhalfspace. Ben Youssef duikt in rug defensie vanop rechts en krijgt de bal

Ook tegen Engeland probeerde het dit met valse spits Khazri die uitzakt naar links om te combineren waarna de voorzet wordt verstuurd naar de grote Ben Youssef die vanop rechts opduikt voor doel.

voorzet

 

BALVERLIES 

Ook in balverlies kunnen we Tunesië attractief noemen. Coach Maaloul hamert op hoge pressing wanneer mogelijk en puur op de counter speculeren is een strategie die Tunesië tot dusver nog niet toepaste. Tegen Spanje koos het er bijvoorbeeld voor om bij een doeltrap van De Gea meteen overal man op man te gaan spelen, full press dus en achterin ook risicovol 3v3. Spanje probeerde dat uit te buiten met snelle diepe ballen naar de aanvallers maar kon daarin niet echt tot gevaar komen. Afwachten of dit ook de tactiek wordt tegen de Belgen uiteraard…

In het veldspel zelf kiest Tunesië meestal voor een 4-1-4-1 formatie. Daarbij is het in eerste instantie de taak van de spits om de centrale verdedigers naar buiten te duwen waarna er daar agressief druk kan komen door de vleugelspelers op de backs. Echter, in andere situaties aarzelen de flankaanvallers niet om ook agressief voorwaarts druk te zetten op de centrale verdedigers. Vanuit die hoge pressing creëert het meestal ook wel een aantal gevaarlijke kansen die broodnodig zijn vanwege de individuele beperkingen in kwaliteit voorin tijdens het aanvalsspel.

Tegen de 3-5-2 van Engeland koos Tunesië voor een medium pressing vanuit diezelfde 4-1-4-1 formatie. Waarbij het vooral centraal in positie bleef. Als er toch druk vooruit werd gezet gebeurde dit vooral door de aanvallende middenvelders die doorduwden op de buitenste centrale verdedigers.

tactiek

4-5-1 formatie bij Tunesië (in wit). Eén van beide aanvallende middenvelders komt druk zetten op rechter of linker centrale verdediger en duwt bal naar buiten. Flankaanvallers diep teruggezakt om daar dan druk te geven

Les Aigles de Carthage zijn in balverlies echter enorm kwetsbaar in de rug van de backs. Niet alleen in de omschakeling naar balverlies zoals eerder aangegeven maar ook gewoon in de vorming van het blok. Aan de kant van de bal kiest Tunesië er namelijk opvallend genoeg voor om erg mangeoriënteerd te verdedigen: niet vanuit de zone met andere woorden, wel iedereen verantwoordelijk voor zijn rechtstreekse tegenstander. Dat zorgt ervoor dat het elftal erg kwetsbaar is bij bijvoorbeeld overlappingen.

De flankaanvaller houdt zich in die situaties namelijk niet bezig met het afschermen van de passlijn op de naar binnengekomen flankaanvaller van de tegenstander maar heeft enkel oog voor de oprukkende back. De speler tussen de linies wordt geschaduwd door de back van Tunesië. In onderstaand voorbeeld zit rechtsback Bronn bijvoorbeeld hoger te verdedigen dan aanvaller Badri, wat tot gevaar kan leiden bij het goed uitspelen van die overlapping.

Niet verdedigen vanuit de zone, wel vanuit de man. Badri verdedigt de buitenkant en zijn back. Bronn dekt heel ver door tussen de linies

Voor België liggen hier zeker mogelijkheden. In eerste instantie met de technische spelers tussen de linies die makkelijk kunnen wegdraaien uit die dekking van de back, zoals Hazard en Mertens. Maar uiteraard ook met de talrijke infiltraties op de flank van Carrasco en Meunier en de ‘voorsprong’ die kan ontstaan omdat de tegenstander steeds moet reageren.

Tegen Engeland was Tunesië in hetzelfde bedje ziek. Vooral de 2 atletische Engelse aanvallende middenvelders Lingard en Alli maakten hier gretig gebruik van door in de diepte te duiken in samenwerking met de spitsen.

dieptebal

Linksback Maaloul stapt uit, Kane & Lingard duiken meteen in de rug van de defensie

Na rust switchte Tunesië daardoor naar een 5-3-2 waarbij Sassi en Badri die 2 aanvallende middenvelders van Engeland met een soort mandekking schaduwden, mangeoriënteerd verdedigen weet je wel. Aanvaller Ben Youssef was niet langer aanvaller maar wel wing back op rechts, het Engelse gevaar verdween zo ook grotendeels.

Als Tunesië hoog presst tegen een 3-mansdefensie (vanuit 4-1-4-1) ligt de ruimte opnieuw in de rug van de backs, zo was het alvast tegen Costa Rica (3-4-3/5-4-1). In die match presste Tunesië hoog met de flankaanvallers op de centrale verdedigers van de tegenstander en ging de back ook erg vaak gaan uitstappen op de wing back van Costa Rica. Resultaat hetzelfde: veel ruimte voor lopende spelers tussen de linies en in de rug van de backs. De centrale verdedigers zijn nog relatief mobiel en snel, doch het zou uiteraard kansen bieden om Mertens of Hazard in die positie te kunnen isoleren tegen Meriah of Ben Youssef.

Hoge pressing tegen 3-4-3 Costa Rica, ruimte in de rug van doordekkende backs (rood)!

 

 

 

SPELHERVATTINGEN

Op hoekschoppen tegen trekken de Tunesiërs zo goed als altijd iedereen terug achteruit. Het verdedigen van de corner zelf gebeurt in zone. Vooral in de zone rond de baklijn zijn mogelijkheden voor een korte hoekschop of om na een combinatie daar iemand vrij te krijgen voor een schot op doel of een gevaarlijke voorzet. Tegen Engeland incasseerde het 2 goals na een corner die werd doorgekopt of slecht werd ontzet. Opvallend is dat het in de 1e helft in zone verdedigde, in de 2e helft in mandekking. Ook tegen Portugal paste Maaloul dit al aan de rust aan.

Corner verdedigen in zone

Corner verdedigen in mandekking

Echte patronen zijn er niet terug te vinden in de hoekschoppen voor, de tactiek wordt hoogstwaarschijnlijk aangepast van tegenstander tot tegenstander. Wel stuurt Maaloul steeds 5 of 6 koppers mee voor doel: Meriah (1.88m), S. Ben Youssef (1.86m) en F. Ben Youssef (1.92m) lijken in die situaties de gevaarlijkste heerschappen van een relatief beperkte luchtmacht.

Bij vrije trappen tegen vanuit een diepe positie kiest Tunesië voor een erg hoge lijn, iets wat de Belgen ongetwijfeld ook al gezien hebben. Aangezien Tunesië erg fel speelt in de duels, zijn een dozijn vrije trappen straks niet uitgesloten. Iets waar de Rode Duivels zeker voordeel uit moeten halen.

 

CONCLUSIE

Tunesië is een leuk elftal om te bekijken. Met erg beperkte kwaliteit biedt het toch dynamiek, passie, is het tactisch flexibel en speelt het vaak gewaagd. Bovendien lijkt het van alle Afrikaanse deelnemers het meest ‘modern’ te proberen spelen. Vooral in balbezit zijn er duidelijke principes, het lijdt geen twijfel dat de Tunesiërs de Rode Duivels af en toe pijn zullen kunnen doen. Veel scorend vermogen hebben ze echter niet. De vraag is tegelijk of dat opweegt tegen de defensieve kwetsbaarheid, zeker omdat het zelf veel risico moet nemen om tot grote doelkansen te komen. Toch staan de Noord-Afrikanen teamtactisch relatief ver, we twijfelen er dan ook niet aan dat het een leuke pot voetbal wordt. Met de Belgen uiteraard als duidelijke winnaar.

Meer uitgebreide WK-analyses hier

Volg ook de kortere impressies van het WK via de Facebookpagina!

KAA Gent – Club Brugge (2-0): thuisploeg domineert met lage backs

Antwerp en KV Oostende zochten de voorbije weken naar kleine barstjes in het pantser van autoritair leider Club Brugge. Aartsrivaal KAA Gent, 21 op 21 in eigen huis, ging dezelfde weg op en probeerde de bezoekers op een agressieve manier in het defensief te dwingen. Een hoogstaande partij werd het zeker niet, een verdiende winnaar kreeg ze wel.

tactiek

Startopstellingen van KAA Gent (4-3-3) & Club Brugge (5-3-2)

Gent-coach Yves Vanderhaeghe miste met Mitrovic, Neto, Esiti en Simon een aantal belangrijke figuren. Veel wijzigde dat niet aan het spelconcept een 4-3-3 met volgende elf namen aan de aftrap: Kalinic, Foket, Gigot, Bronn, Asare, Verstraete, Andrijasevic, Kubo, Kalu, Yaremchuk en Sylla.

Ivan Leko hield op zijn beurt opnieuw Nakamba op de bank, Vossen kreeg verrassend genoeg de voorkeur op Diaby. Poulain en Decarli waren geblesseerd. Ook hier de vanzelfsprekende 3-5-2/5-3-2 met Gabulov, Vanlerberghe, Mechele, Denswil, Clasie, Vormer, Vanaken, Limbombe, Tomecak, Vossen en Wesley.

Club startte het best aan de match vooral dankzij een aarzelende Kalinic in Gents balbezit, lang duurde de druk echter niet. De thuisploeg nam over en het echte gezicht van de wedstrijd werd snel duidelijk.

Gent ontwijkt Brugse pressing
De belangrijkste keuze van Vanderhaeghe was die om Asare en Foket als ‘lage backs’ te gebruiken. Beiden kregen duidelijk de opdracht om in balbezit breed en laag te blijven om zo voldoende tijd te krijgen aan de bal waardoor het moeilijk werd voor Club om snel hoog druk te zetten. Meer nog, het leek ook een duidelijk onderdeel van het gameplan om in balbezit eerst rustig richting de linkerkant op te bouwen om daar de bezoekers in de pressing te lokken om dan heel snel van flank te wisselen en de aanval op te bouwen via de rechterkant.

Doelman Kalinic en de beide Gentse centrale verdedigers speelden de bal zo snel mogelijk in de richting van Asare. Die stond uiteraard altijd moederziel alleen vanwege het 5-3-2 spelsysteem van Club. Wanneer de linksback laag de bal krijgt, ontstaat er ook altijd wat twijfel wie er effectief moet druk zetten op de bal: in het geval van Club was dit meestal de rechterspits (die net druk had gezet op een centrale verdediger: Wesley of Vossen) of Vormer als rechtercentrale middenvelder (die van een eind verder moest komen om deze druk te ontwikkelen). Daardoor kreeg Asare (de meest technische van de Gentse backs) voldoende tijd en ruimte om iemand uit te kiezen om in te spelen. Aangezien de Gentse middenvelders uiteraard de bal niet mochten krijgen, was het bovendien de taak van de Brugse spitsen om relatief laag te spelen en de passlijnen naar Andrijasevic en Verstraete af te zetten. Dat impliceert uiteraard dat de centrale verdedigers op hun beurt opnieuw vrijkomen en alle tijd krijgen om de bal terug van speelkant te wisselen.

flankwissel

Gent leidt de opbouw eerst naar de linkerkant bij Asare. Vormer (zwart) komt drukzetten vanuit het middenveld maar is relatief lang onderweg vanwege de afstand. Ondertussen zorgen de Brugse spitsen (blauw) dat de Gentse middenvelders de bal niet kunnen krijgen. De centrale verdedigers zijn volledig vrij en kunnen zonder druk de bal van kant wisselen om een 1v1 of 2v1 op rechts te creëren bij Kalu en/of Foket (rood)

En daar, op die rechterkant, wilde Gent het aanvallend duidelijk proberen forceren. Enerzijds met de vinninge Kalu in 1v1 situaties tegen Limbombe (van nature geen verdediger). Of het probeerde indien mogelijk met de steun van de lopende Foket een 2v1 situatie uit te spelen. Wanneer het dan tot een voorzet zou komen, hadden de Buffalo’s bovendien Yaremchuk (op papier de linkeraanvaller) mee in de box, eigenlijk meer een tweede spits. Hierdoor kon Club Brugge én de gewenste pressing niet ontwikkelen én kon het de Gentenaars hun plan om aan te vallen over rechts eigenlijk niet verhinderen. Na een twintigtal minuten probeerde Club tijdens die talrijke flankwissels al meer druk te ontwikkelen door Limbombe hoger te posteren waardoor er inderdaad sneller druk kwam op Foket. Dit zorgde er echter voor dat Denswil een (echte) linksachter werd en vaak tegen Kalu uitkwam in 1 tegen 1 situaties.

En die was wel degelijk een dreiging in de 1v1 situaties (zijn dribbelrapport: 10/13. Werd ook 5x foutief afgestopt) maar zijn laatste pass in de diepte of zijn voorzet was te vaak beneden alle peil. Meer vanuit de combinatie kregen de Gentenaars rond het halfuur een kans via een afstandsschot van Yaremchuk: opbouw op links en de snelle flankwissel naar rechts, om dan via Kubo opnieuw bij ‘finisher’ Yaremchuk uit te komen. Het plan werkte deels maar heel grote kansen bleven uit.

Lange ballen Club Brugge leveren niks op
De andere mogelijkheden die Gent creëerde, ontstonden er voornamelijk dankzij hun erg scherpe omschakelingen. Wanneer het de bal verloor, was het erg gretig om meteen vooruit druk te zetten op de balbezitter van blauw-zwart. Deze leden enorm veel balverlies, vooral Vormer scoorde hierin opvallend matig met een passzuiverheid van slechts 79%, waardoor Gent zeker in de eerste helft constant de bal had en in de omschakeling snel diep kon spelen, vooral via Sylla die de kansen miste.

Gent zette Club niet enkel in de omschakeling onder druk. Ook in meer georganiseerde situaties zoals de doeltrap, koos de thuisploeg voor hoge pressing waarbij het overal vaak man op man durfde te spelen. Wegens, de niet zo secure voeten van, Gabulov werd steeds voor een lange bal gekozen in de eerste of tweede fase richting de twee spitsen Wesley-Vossen. Dat duo stond eigenlijk erg vaak 2v2 tegen Gigot-Bronn omdat Asare en Foket de Brugse flanken Tomecak en Limbombe in eerste instantie in de gaten hielden. Toch slaagde Club er via deze weg nooit in paniek te zaaien, vooral vanwege de gebrekkige snelheid en balvastheid van Vossen. Hij verloor 8 kopduels & won er slechts 4 en slaagde er ook amper in de bal gewoon bij te houden waardoor Gent de bal steeds terug cadeau kreeg.

lange bal

Gent zet de Brugse opbouw vast en speelt overal man op man voorin. Onderaan staat ook Asare (geel) die anticipeert op een lange bal naar Tomecak. Gabulov moet lang spelen naar de spitsen.

 

 

lange bal

Achterin durft Gent vaak 2v2 spelen tegen Wesley-Vossen, Bronn-Gigot winnen toch het merendeel van de duels. Hier geeft Foket wel wat meer steun aan het centrale duo en blijft Verstraete voor de verdediging. Toch kan één deviatie in de diepte op een snelle man erg gevaarlijk worden.

Omdat Club Brugge te weinig balvast was én het geen hoge druk kon ontwikkelen, moest het vooral de feiten ondergaan. Wat er uiteraard ook voor zorgde dat de vloeiende aanvalsgolven met de uitstekende combinatie tussen centrumspel (van Vanaken, Vormer en de twee spitsen) en het gebruik van de twee aanvallende backs op de flanken er nooit echt kon uitkomen. Die laatstes moesten namelijk steeds enorme afstanden afleggen en eens ze dan toch in een gevaarlijke positie kwamen, was er steeds dubbele dekking door de flankverdediger en flankaanvaller van Gent. Gevolg: op één afstandsschot na, geen dreiging. 0-0 ruststand.

Plan B Leko
Verrassend genoeg was het begin van de tweede helft een kopie van de eerste periode. Geen duidelijk zichtbare wijzigingen waardoor het wedstrijdbeeld uiteraard niet veranderde: Gent had het meeste van de bal met af en toe een kleine kans in een match die vooral bol stond van foute keuzes en verdedigers die de aanvallers de baas waren. In zo’n matchen zijn spelhervattingen vaak van cruciaal belang, ook nu. De zoveelste corner van Kalu die eindeljik kwalitatief was, leverde meteen de 1-0 op voor Gent.

Kort daarvoor haalde Leko nog Wesley, en niet Vossen, naar de kant om met Diaby voor meer snelheid te zorgen. De balvastheid voorin was nu echter compleet verloren het duo Bronn-Gigot won achterin zo goed als alle duels met voor hen ook Verstraete die liefst 9x de bal recupereerde. Rond de 75e minuut gooide Leko de boel om door Vanlerberghe naar de kant te halen en met Dennis nog een spits in te brengen: een 4-4-2 in ruit met Dennis & Diaby voorin, en Vossen achter hen op 10. Snel diep spelen door het centrum leek de boodschap maar tijd om te renderen, kreeg de wissel niet. Binnen de minuut ging opnieuw Denswil in de fout: penalty en 2-0 voor de thuisploeg. Verder dan wat scrimmages en spelhervattingen kwam de leider niet meer. Een verdiende zege voor KAA Gent.

Opvallend was het duidelijke gameplan van Vanderhaeghe om de bal in de ploeg te houden en via de rechterflank aan te vallen. Tegelijk was het de ideale manier om de pressing van Club Brugge te ontwijken en zo niet te veel gevaarlijk balverlies te lijden voor eigen doel. Dat lukte met 53% balbezit voor Gent en 61 gewonnen duels tegenover slechts 43 van blauw-zwart. Club liet zich dus wel erg makkelijk naar de slachtbank leiden en moet terug op zoek naar zijn beste vorm voor de start van PO I.

Meer Belgisch voetbal

Italië – Duitsland (1-1, 5-6 na strafschoppen): tactisch steekspel

Slechts twee van de toplanden konden zich, naast enkele outsiders, op dit EK al onderscheiden met verschillende collectieve topprestaties: Duitsland & Italië. De eerste werd voor het tornooi aanzien als favoriet, maar laat Duitsland de laatste 8 matchen op een groot tornooi tegen Italië nu net nooit winnend afgesloten hebben. Het stond in de sterren geschreven dat de confrontatie zou uitgroeien tot een schaakspel en die verwachtingen werden ruimschoots ingevuld.

Startopstelling Italië & Duitsland

Startopstelling Italië & Duitsland

Italië hield uiteraard vast aan de 3-5-2 waarmee het al vriend en vijand verraste. Bondscoach Antonio Conte moest wel puzzelen op het middenveld met de blessure van De Rossi en de geschorste Tiago Motta. De elf namen: Buffon, Bonucci, Chiellini, Barzagli, Di Sciglio, Florenzi, Parolo, Giaccherini, Sturaro, Pelle en Eder.

La Squadra Azzura won momenteel al z’n wedstrijden al waarmee het moet het A-elftal aantrad: 2-0 tegen België, 1-0 tegen Zweden en 2-0 tegen Spanje. En dat boezemde de Duitsers, wiens voetbal veel gelijkenissen heeft met het Spaanse elftal, toch wat angst in.

Joachim Low koos dan ook voor een soort 3-4-3 waarin hij trachtte de Italiaanse tactiek te counteren. Draxler werd daarbij het kind van de rekening en verhuisde naar de bank, Howedes kwam in de ploeg. Dat gaf volgende opstelling: Neuer, Boateng, Hummels, Howedes, Hector, Kimmich, Kroos, Khedira (na 16’ geblesseerd gewisseld door Schweinsteiger), Ozil, Muller en Gomez.

Italie pressing

Pelle zet druk op Neuer & Boateng. De andere centrale verdedigers van Duitsland (zwart) worden onder druk gezet door de twee centrale middenvelders van Italië. Eder bewaakt Kroos in z’n zone.

Neuer zonder veel opties
Duitsland nam snel het initiatief in de wedstrijd met het merendeel van het balbezit al probeerde Italië dit in eerste instantie te verhinderen. Wanneer Neuer de bal had bij een doeltrap zette La Squadra het bijvoorbeeld vast met hoge pressing waardoor de Duitse goalie vaker dan normaal lang moest trappen.

Pelle bleef in deze situaties meestal wat dieper weg om druk te zetten op de opbouwende Boateng, terwijl zijn collega-spits Eder terugzakte om Kroos op te vangen. De twee buitenste centrale middenvelders Giaccherini en Parolo moesten heel wat meters overbruggen om de Duitse centrale verdedigers Hummels en Howedes op te jagen en naar binnen proberen duwen.

Duits balbezit
Desondanks hadden de Duitsers het gros van het balbezit. Een snelle passing en veel beweging zonder bal zorgde ervoor dat Italië de hoge druk moest laten varen en zich liet terugvallen in een laag blok in 5-3-2. Desondanks kon Der Mannschaft geen grote kansen afdwingen door iets te weinig positiewissels.

Giaccherini breed Italie opbouw - press Duitsland

Gomez (groen) zet druk op de meest centrale Italiaanse verdediger Bonucci vanuit middenvelder Parolo (blauwe rechthoek centraal). Muller & Ozil zetten druk op Chiellini & Barzagli. Giaccherini benut gemaakte ruimte op de flank maar wordt bewaakt door Schweinsteiger (rood). Veel ruimte op het middenveld & de lange bal als gevolg.

Vanuit het lage blok kwam Italië op zijn beurt zelf ook weinig aan voetballen toe, ook mede dankzij de hoge pressing van Low z’n troepen. De Italianen probeerden zoals steeds met Buffon en zijn drie collega-Juventusverdedigers kort op te bouwen maar dat verhinderden de Duitsers. De aanvallers positioneerden zich in 3-4-3, zetten eerste de passlijnen naar de middenvelders af en zetten dan hoog druk op de Italiaanse centrale verdedigers die ze ook naar binnen probeerden te duwen.

Gomez zette zo de passlijn op Parolo af en zorgde voor druk op Bonucci. Intussen zorgde Muller ervoor dat hij meteen druk gaf als Chiellini aan de bal kwam, Ozil deed hetzelfde op de andere flank met Barzagli zij het iets minder agressief.

Het noopte de Italianen dan ook tot creativiteit om toch vrije mensen te vinden op het middenveld. Daarom probeerden Giaccherini en Sturaro voortdurend ruimte te vinden op de flank. Daar stond het namelijk man op man, beide flankmiddenvelders van de teams tegen elkaar. Zowel Giaccherini als Sturaro kozen vaak positie breed in de rug van die flankmiddenvelder of lager, dichter bij de eigen verdediging.

Lopende Giaccherini
De Duitsers kozen echter voor een soort mandekking centraal op het middenveld met Schweinsteiger op Giaccherini en Kroos op Sturaro waardoor ook deze twee weinig vrijkwamen. Het grootste gevaar van de eerste helft kwam er dan weer wel op deze manier via het gekende patroon (zie voorbeschouwing Italië-Belgie & de Italiaanse 1e goal tegen België): Bonucci kon te vrij opbouwen zonder druk en vond de infiltrerende Giaccherini, die Schweinsteiger liet lopen, in de rug van de Duitsers. Maar geen goal.

De hoge druk van de Duitsers en de mandekking op het middenveld gaven bovendien ruimte aan het tweede favoriete patroon van Italië: namelijk de lange bal op Pelle met de bewegende Eder en andere middenvelders rond de targetman. Der Mannschaft had echter een 3v2 situatie achterin (met Boateng, Hummels en Howedes tegen het duo Eder & Pelle) en vooral Boateng won het gros van de kopduels van Pelle waardoor Italië het lastig had om tot kansen en balbezit hoger op het veld te komen.

3-4-3 Duitsland

Duitsland in 3-4-3 met hoge backs (geel) en twee aanvallers tussen de linies (groen) in steun van Gomez. Italië in 5-3-2.

Het respect van Duitsland was dus groot, zeker omdat het z’n geoliede 4-3-3 omgooide naar een systeem met drie centrale verdedigers om de stugge Italianen te bestrijden. Het leidde tot een gesloten eerste helft met slechts een handvol kansen. Door de 5-mansdefensie bij de Italianen en het gemis van de 1v1 kwaliteiten van Draxler, konden de Duitsers ook geen gebruik maken van de snelle flankwissels via Boateng & Kroos waardoor het naast steriel balbezit vooral zijn toevlucht moest zoeken tot snelle voorzetten.

Op slot
Na rust veranderde er niet zo veel aan het spelbeeld. De Duitsers startten de tweede periode wel iets voorzichtiger met lagere pressing en Muller die meer terugzakte op de rechterflank waardoor de opstelling soms neigde naar een 3-5-2. Tegelijk werden Kroos (die sowieso al controlerender speelde) en Schweinsteiger omgewisseld nadat die laatste de lopende Giaccherini al eens liet lopen kort voor rust wat leidde tot de grootste kans voor Italië. Een ingreep die de match op slot hield.

Uiteindelijk viel de goal dan toch op een manier de het wedstrijdbeeld uitstekend aantoont: Neuer wil kort opbouwen maar wordt onder druk gezet en kiest voor de lange bal. Gomez komt met wat geluk breed aan de bal en bedient de infiltrerende Hector die even word losgelaten. Hij brengt de bal voor tot bij Ozil die de 1-0 binnenknalt.

Ook Eder op het middenveld
Nog geen kwartier later maakt Bonucci gelijk, uiteraard van op de stip aangezien uitgespeelde mogelijkheden heel schaars waren.

Intussen was bij Duitsland Gomez naar de kant gehaald. Muller ging daardoor opereren als diepe spits met Draxler en Ozil rond zich, nu ging der Mannschaft opnieuw hoger pressen zoals in de eerste helft. De Italianen tekenden op hun beurt duidelijk voor een draw en verlengingen: Conte trok nu ook Eder verder terug, hij ging in balverlies rechts op het middenveld spelen in een lage 5-4-1 om kilometervreters Giaccherini en Sturaro te ontlasten.

Na de 1-1 leek de wedstrijd in een status quo beland. Beide ploegen probeerden schoorvoetend wel nog wat te forceren maar wilden in de eerste plaats niet op een counter lopen in de slopende verlengingen. Een strafschoppenreeks dus, waarin Duitsland zich andermaal de beste toonde.

Italië – Duitsland was een tactisch steekspel, een gevecht tussen coaches naast en machines op het veld. Interessant! Maar misschien moeten we Jan Mulder toch één keer gelijk geven, het heeft wel z’n charme maar een extra vleugje genialiteit zou nog leuker zijn.

Meer internationaal voetbal

KAA Gent – Standard (4-1): verdedigende fouten nekken Standard

KAA Gent Standard

                      Beginformaties van KAA Gent en Standard Luik

Voor Yannick Ferrera was het met Standard Luik de tweede ‘voorbereidingswedstrijd’, al zouden punten meer dan welkom zijn voor de Rouches. Gent tankte vertrouwen in de Champions League en wilde de titelmatch van vorig jaar graag herhalen.

Vanhaezebrouck koos opnieuw voor zijn gekende 3-4-3 opstelling. De namen: Sels; Nielsen, Mitrovic, Asare; Foket, Kums, Neto, Soumahoro; Milicevic, Depoitre en Raman.

Ferrera verraste met een 5-3-2 met volgende elf spelers: Thuram; Dussaut, Fioré, Van Damme, Arslanagic, Andrade; Yattabara, Trebel, Dossevi; Emond en Knockaert. Achterin miste hij met Teixeira en Scholz veel kwaliteit, in de plaats kwamen met vijf verdedigers kwaliteit. Het zou Standard zuur opbreken.

Laag blok
De nieuwbakken Luikse coach kent de sterkte van Gent: Milicevic & Raman hun infiltraties en beweging tussen de linies opvangen, Foket niet laten oprukken langs de flank, motor Kums kort dekken en ook nog eens de balvaste Depoitre aan de ketting leggen ; dat was het plan. Daarvoor paste Ferrera zijn veldbezetting aan en koos voor een laag blok op de eigen helft om de ruimte in de rug van KAA Gent aan te vallen met Emond, Knockaert en Dossevi.

Het plan wierp al snel zijn vruchten af toen Knockaert op de tegenaanval na een rush van 53 meter de 0-1 op het bord trapte. Standard gaf achterin niks weg en Gent vond geen oplossing tegen de vijfmansdefensie. Fioré had Depoitre in de tang, verdediger Andrade ving Foket makkelijk op. Milicevic & Raman werden kort gedekt door Arslanagic en Van Damme. Als de twee ‘valse wingers’ te diep terugzakten, nam het Luikse middenveld die taken uitstekend over. Op het middenveld kregen Kums en Neto weinig tijd aan de bal, want zowel Trebel als Dossevi dekten heel snel vooruit door toen één van hen de bal kreeg aangespeeld.

Standard kon meermaals gevaarlijk zijn met de snelle Knockaert, de slim bewegende Emond. Zij werden in hun drang naar diepgang gesteund door de centrale middenvelders Trebel en Dossevi die de counters goed hielpen opbouwen.

Veel hoekschoppen
De thuisploeg had het moeilijk om te dreigen. Zowel Milicevic & Raman waren onzichtbaar en kwamen te stereotiep naar de bal toe waardoor ze nooit uit de dekking van de Standarddefensie geraakten. Er was geen evenwicht in het vrijlopen: weinig spelers liepen diep, er werd alleen in de bal gekomen: veel balbezit voor Gent maar weinig gevaar was het gevolg. Enkel Soumahoro kon op de linkerflank voor dreiging zorgen in de talrijke 1-tegen-1-situaties met Dussaut, waar het wel veel hoekschoppen uit puurde.

De 1-1 kwam er dan toch door slim lopen van Milicevic in dezelfde zone als Raman. Standard verloor even de organisatie waarna er (weliswaar vanuit buitenspel) kon gescoord worden door Gent.

Niet veel later was er een nieuwe situatie waarin bij Gent te veel spelers in de bal kwamen, waarop krachtpatser Depoitre slim reageerde met een loopactie in de diepte. Arslanagic, zoals al eerder aangegeven nog te zwak voor een PO I-ploeg, trok domweg aan de noodrem en mocht douchen met rood. Tot overmaat van ramp trapte Milicevic dezelfde vrije trap nog tegen de touwen, 2-1 en Standard met vieze papieren de rust in.

Lopende mensen
De Rouches stoomden echter met veel lef de kleedkamer uit. Ferrera herschikte zijn pionnen tot een 4-2-3 en wilde snelle pressing. Emond werd de centrale spits met Knockaert en Dossevi op de flanken. Centraal zorgden Trebel en Yattabaré nog steeds voor felle druk op het duo Kums-Neto. Achterin moest er nu vaak man op man worden gespeeld tegen de lopende mensen van Gent met alle risico’s vandien. Dussaut speelde op rechts, Fioré & Van Damme centraal en Andrade op links.

De bezoekers kregen meteen een aantal kleine kansjes maar in de 62ste minuut lijkt de beslissing gemaakt als Matton een afvallende bal uit een hoekschop droog binnenknalt. Wanneer twee minuten later Dussaut nog met een lichte rood wordt weggestuurd, gooit Standard de handdoek.

Ferrera schakelt om naar een 4-3-1 en wisselt enkele sterkhouders. Gent krijgt de tijd om rustig de bal rond te spelen. Met Kums die meer vrijheid krijgt, Foket die naar hartelust kan oprukken en Moses Simon die geprikkeld invalt, hebben de Buffalo’s nog talrijke mogelijkheden om de score op te drijven. Uiteindelijk is het Matton die de 4-1 eindstand op het scorebord zet.

Voorlaatste plaats
Gent bevestigde in de tweede helft het goede Champions Leaguevoetbal en schudt het doelpuntenprobleem van zich af met vier goals. Toch blijven ze het moeilijk hebben om tegen een laag, stevig blok (vandaag Standard met 5 achterin) kansen te creëren en de ruimte in de rug van de eigen verdediging makkelijk te controleren. Op dat vlak lijkt Europees voetbal voor deze kern een verademing, omdat de topploegen daar wél van eigen sterkte uitgaan en de Buffalo’s de ruimte geven om hun eigen voetbal te brengen.

Ferrera kan zijn ploeg straks ondanks de nederlaag wat lichtpunten aanbieden. Er stond een stevig blok, een uitstekende mentaliteit en de Luikenaars de kampioen 40’ aan het wankelen brengen. Het gebrek aan kwaliteit achterin was eens te meer de katalysator van een zware nederlaag, het is wachten op de terugkeer van het duo Teixeira, Scholz. In tussentijd pakken de Rouches maar beter punten want het staat momenteel op de voorlaatste plaats geparkeerd.

Samenvatting KAA Gent – Standard