België – Brazilië (2-1): geschiedenis vanuit 3/4-mansdefensie

Eerder deze week schreven we nog een uitgebreid artikel met onze ‘tactische wensen’ voor de clash met Brazilië. Uiteraard is Lange Bal verheugd dat bondscoach Martinez de mogelijke problemen ook voorzag. We behielden de automatismen vanuit de 3-mansdefensie in balbezit, maar koppelden er een 4-mansdefensie aan in balverlies. Met Chadli als kameleon.

4-3-3 3-5-2

Opstellingen België & Brazilië

Zoals verwacht verdwenen Carrasco en Mertens uit de ploeg ten koste van Chadli en Fellaini na die hun sterke invalbeurt tegen Japan. Vertonghen bleef in de ploeg.

De flanken beter verdedigen, meer druk op de bal in het centrum, De Bruyne hoger op het veld en heel scherp counteren. Dat gaven we een aantal dagen geleden aan als belangrijkste werkpunten. Martinez had het ook allemaal gezien. Grote delen uit ons plan A en plan B werden gebruikt en eigenlijk samengesmeed tot plan C. Een analyse.

De Rode Duivels werken al twee jaar vanuit een 3-mansdefensie in balbezit en die werd dan ook behouden. In balverlies bouwde Martinez echter meer zekerheid in, hij koos voor een 4-mansdefensie in een soort 4-3-1-2.

 

In balbezit vormden Alderweireld, Kompany en Vertonghen de driemansdefensie met Chadli op de linkervleugel en Meunier op de rechterzijde. Witsel bleef voor de defensie, met Fellaini naast hem in een iets aanvallendere rol. Lukaku, Hazard en De Bruyne speelden hoger op het veld met meer vrijheid in een soort 3-5-2 maar hoe langer het team de bal in de ploeg had, hoe dichter het spel evolueerde naar de 3-4-3 zoals we ze kennen.

opbouw

Bij langdurig balbezit: 3-4-3 met Chadli en Meunier op de buitenkant (oranje) en Hazard en KDB (rood) dichtbij Lukaku

 

Uiteraard was daar ruimte voor variatie. Vooral De Bruyne had een redelijke vrije rol. Zo zwierf hij af en toe uit naar de linkerflank voor een positiewissel met Chadli. Maar hij liet zich soms ook uitzakken om van daaruit de dieptepass te versturen. Het uitzakken van KDB en de diepe loopactie van Fellaini had mits een zuivere uitvoering mogelijks al een vroegere 0-1 kunnen zijn.

dieptepass

KDB komt laag, Fellaini infiltreert en krijgt de bal mee

 

Wel hoge pressing

In balverlies schakelden de Duivels om naar een soort 4-3-1-2. Daarbij zakte Meunier een rijtje terug waarbij hij een ‘echte’ rechtsback werd, terwijl Vertonghen de linksbackpositie voor zijn rekening nam; Kompany & Alderweireld verdedigden het centrum. Chadli had de meest avontuurlijke invulling, hij werd van flankmiddenvelder omgetoverd tot centrale middenvelder in balverlies en nam plaats naast Witsel en Fellaini als buffer voor de defensie. Hazard en Lukaku werden de twee spitsen, met meestal Hazard op links en Lukaku op rechts. De Bruyne speelde tussen hen in als nummer 10. De inbreng van Chadli en Fellaini naast Witsel zorgde uiteraard voor de benodigde extra portie agressiviteit in het centrum.

ruit

Chadli in balverlies als centrale middenvelder, KDB als aanvallende middenvelder in een soort 4-3-1-2 

 

In tegenstelling tot de voorbije wedstrijden, probeerden de Duivels wél om hoog druk te zetten wanneer mogelijk. In die situaties schoof De Bruyne iets hoger op en werd hij tijdelijk de spits. Als Brazilië toch slaagde in een progressieve opbouw, zakte KDB opnieuw lager in op zijn oorspronkelijke 10-positie. Geen wonder dus dat hij de meeste afstand aflegde van alle Belgen.

pressing

Bij de pressing stapt KDB uit en wordt hij even de spits, Hazard en Lukaku staan breder

In die hoge pressing was het vanzelfsprekend de bedoeling de bal naar buiten te laten spelen. Zoals in onze voorbeschouwing ook al aangegeven, speelt Brazilië erg vaak de bal in van een lage back naar een flankaanvaller die in de bal komt. Vanwege de opstelling van de Belgen werd deze optie extra aantrekkelijk gemaakt en daar trapten de Seleçao ook vaak in, vooral in de eerste helft. De bal werd verschillende keren van Fagner, die dan onder druk werd gezet door Hazard, ingespeeld op de afhakende Willian die kort gedekt werd door Vertonghen. Het zorgde voor weinig dreigend combinatiespel bij de Brazilianen in de openingsfase.

pressing

België oriënteert de opbouw van Brazilië naar buiten waardoor ze opnieuw de voorspelbare ballen recht op recht langs de zijlijn spelen

 

Belgische counters

Toch kwamen de Goddelijke Kanaries aan een aantal kansen, onder meer op hoekschop, en had België een goede Courtois én het nodige geluk nodig om aan de openingstreffer te ontsnappen. Niet veel later zorgde een hoekschop aan de overkant voor een verlossende 0-1. Het counterspelletje kon nu echt beginnen. En dat deden de Belgen dan ook subliem, zeker in de eerste helft. Brazilië bleef steevast met drie mensen achterin en één speler daarvoor om de Belgische counters te proberen inperken.

Echter, het slimme vrijlopen van KDB zorgde voor problemen bij Brazilië. In onderstaand voorbeeld zijn beide backs hoger opgeschoven en moet Fernandinho dus achteraan bijspringen. KDB staat helemaal vrij om de counteraanval in te leiden die uiteindelijk strandt bij een dribbel van Lukaku.

counter

KDB helemaal vrij om de omschakeling in te leiden

Het tweede doelpunt, na een hoekschop van de Brazilianen, is opnieuw een uitstekend voorbeeld van een goed uitgespeelde counteraanval. Lukaku, balvast en versnellend, speelt op het juiste moment KDB in die afwerkt. Het lijdt geen twijfel dat Casemiro de Belgische spits niet zo makkelijk had laten passeren als Fernandinho maar dat maakt onze rekening uiteraard niet.

Al snel werd duidelijk dat de Brazilianen maar één optie hadden tegen deze strategie van de Rode Duivels. Snelle flankwissels om Willian & Neymar in 1v1 situaties te krijgen met de Belgische backs en tegelijk veel lopende spelers in het centrum. Het gevaar dat de Brazilianen creëerden viel bijna allemaal te noteren na een versnelling op de buitenkant met een voorzet tot gevolg. Op links vooral dankzij overlappingen van Marcelo bij Neymar. Op rechts vooral dankzij individuele acties van Willian. Door het 4-3-1-2 systeem in balverlies was het centrum van de Belgen nu echter wel voldoende bezet, ook de zone rond de zestienmeter. Brazilië werd echter dreigender…

 

Wissels

Aan de rust gooide Tite zijn spits Firmino in de strijd, Willian moest naar de kant, Jesus naar de buitenkant. Bizarre beslissing die al snel werd bijgestuurd door Douglas Costa in de plaats van Jesus te brengen. Costa tegen Vertonghen: al snel werd duidelijk dat daar de slag kon verloren worden van zodra Chadli aan het eind van zijn Latijn zou zitten. Voor het overige veranderde er niet veel: Neymar speelde wel vaker aan de binnenkant, soms als tweede spits, waardoor er meer ruimte kwam voor Marcelo. Fagner bleef steeds achterin. Brazilië schakelde zo om naar iets wat tussen een 3-5-2 en 4-3-3 in lag.

Belangrijkste ‘wijziging’ echter was het feit dat Miranda zo goed als ieder rechtstreeks duel won met Lukaku in de omschakeling. Daardoor werden de Belgische counters sneller geneutraliseerd en werd Brazilië veel dominanter na de pauze.

Door het balbezit van de Brazilianen en de flankwissels werd Costa vaker in 1v1 situaties gebracht tegen Vertonghen. Aangezien Chadli’s krachten uitgeput waren, kon hij niet altijd de nodige steun meer verlenen aan zijn ploegmaat waardoor die erg kwetsbaar werd. Het enige voordeel was nog dat Costa, linkervoet, vaak naar binnen dribbelde en daardoor toch nog tegen een middenvelder aanliep. Een Willian in vorm, rechtervoet, had het Belgische feestje daar zeker kunnen verknallen. Dembele voor Chadli had een snelle en logische wissel geweest, een omzetting naar 4-4-1-1 met dubbele flanken een andere mogelijkheid.

De aansluitingstreffer was dan ook geen verrassing. Zoals reeds meegegeven: gevaarlijke buitenspelers enerzijds en veel lopende spelers in het centrum anderzijds konden de Duivels pijn doen en zo geschiedde. Vertonghen probeerde vaak te anticiperen op de breedstaande Costa om die niet te veel op snelheid laten komen, maar dat betekent uiteraard consequenties in het centrum. Renato Augusto kan vrij inlopen tussen Vertonghen, de vermoeide Chadli en Kompany om binnen te koppen.

rugdekking

België speelde met vuur en rond de 80e minuut greep de bondscoach dan toch in. Geen dubbele flank, maar wel extra dekking achterin. Vermaelen erin en een switch naar een soort 5-3-1-1 met Hazard achter diepe spits Lukaku en KDB mee op het middenveld. Niet veel later bracht Martinez verrassend genoeg nog Tielemans als extra middenvelder en niet de balvaste recuperator Dembele. Het werd iets tussen hangen en wurgen in. Tielemans werd in het slot nog te makkelijk voorbijgedribbeld door Costa maar het daaropvolgende schot werd gelukkig uitstekend gepareerd door Courtois. De Belgen konden tevens rekenen op een sublieme Hazard om de wedstrijd dood te maken in de slotfase.

Martinez had vooraf een uitstekend plan uitgedokterd: 3-mansdefensie in balbezit & 4-mansdefensie in balverlies. De spelers voerden de taken heel goed uit maar de balvastheid voorin verdween waardoor de Belgen net voor/na rust ferm onder druk kwamen. Sneller ingrijpen had gekund maar uiteraard alle credits naar de spelers en staff voor deze prima prestatie. Puur op basis van de kansen verdiende Brazilië uiteraard meer (xG Brazilië 2,45 vs xG België 0,45, lees hier alles over xG) maar een beetje geluk is altijd nodig om te stunten. Zelfs met het best uitgedokterde plan geef je tegen een topteam als de Brazilianen namelijk nog wat kansen weg.

Schitterende prestatie van de Belgen, dinsdag wacht Frankrijk dat misschien de meest klinische ploeg is op dit WK. Go Belgium!

Meer WK-analyses!

België-Brazilië: moment van de waarheid

De Gouden Generatie staat voor haar Grote Examen. De ‘eigen keuze’ voor de moeilijke tabelhelft waarbij een kwartfinale tegen Brazilië onvermijdelijk was, werd gemaakt. Dé ontmoeting dus met misschien wel de grote WK-favoriet (samen met Frankrijk). België cruisete door het tornooi maar treft nu voor het eerst in het tornooi minstens z’n evenknie. Het moment om geschiedenis te schrijven?! Een voorbeschouwing.

Lange Bal zag tot dusver 44 van de 56 gespeelde WK-matchen. Zoals altijd zijn er verschillende trends weer te geven: de impact van de VAR, het belang van de spelhervattingen (bijna de helft van de WK-goals), het grote aantal goals vanuit een omschakeling, het feit dat slechts weinig teams nog kiezen voor een achterhoede met 3 verdedigers, etc.

Een ‘kwalijke’ trend was ongetwijfeld de behouden aanpak van een aantal (top)landen. Het gebrek aan trainingstijd bij een nationaal elftal weegt vaak niet op tegen het samenbrengen van ’s lands grootste talenten. Het zorgt ervoor dat de bondscoach logischerwijs zijn team vooral verdedigend op orde probeert te krijgen om dan veelal te focussen op de omschakeling en het individuele talent dat het verschil voorin moet maken.

Dé grote uitzondering hierop vormen ongetwijfeld onze Rode Duivels. Wél met z’n drieën achterin, wél vanuit een duidelijk aanvalsplan met structuur, met veel lef en branie. Eén van de weinige landen die vol op de aanval durft te spelen, niet toevallig het team dat mogelijks het meeste steun krijgt van de neutrale voetballiefhebber. Met een aanvallende xG van 10,49 creëerden onze Rode Duivels tijdens dit WK aanvallend ook het meeste kwalitatief hoogstaande kansen van alle teams. (Lees hier meer over Expected Goals Data)

Met een aanvallende xG van 7,71 staat Brazilië dan weer op de tweede plaats in die ranking, doch Brazilië lijkt duidelijk afhankelijker van de individuele kwaliteit dan van ruimtecreatie, het benutten van die ruimte en duidelijke patronen.

Hoe dan precies? België gaat al twee jaar uit van een aanvallend 3-4-3 systeem met duidelijke patronen en veel drang naar voor. Opvallend daarbij is dat het via de positie van de spelers uiteraard constant tegenstanders aan het twijfelen wil brengen. Veel spelers tussen de linies of die voor diepte zorgen (rood omcirkeld = gevaarlijkste spelers), spelers hoog naast het blok van de tegenstanders (oranje), ploegmaats in het blok van de tegenstander (geel) maar relatief laag en dus niet zo gevaarlijk en tot slot spelers laag buiten het blok van de tegenstander (groen: lees in eerste instantie ongevaarlijk).

positionele structuur

 

Opvallend bij de Belgen dat het steeds probeert 5 gevaarlijke spelers te hebben (rood of oranje). Enkel tegen Japan liet het zich in de eerste fase van de opbouw misschien te veel verleiden tot ‘veilig/ongevaarlijk balbezit’ door het (onnodig?) uitzakken van Witsel in de opbouwfase waardoor het één speler te weinig had in de ‘gele zone’. Toch houdt het steeds 2 oranje en 3 rode spelers in gevaarlijke posities.positionele structuur

 

 

Los van (het blok van) de tegenstander is Brazilië hier gedurende het tornooi over het algemeen een stuk voorzichtiger in. Het gaat altijd uit van een 4-3-3 formatie maar onderstaande situatie is bijvoorbeeld geen uitzondering: 5 spelers in de laatste veilige lijn buiten het blok van de tegenstander komt geregeld voor. Het zorgt ervoor dat de twee flankaanvallers het veld breed houden (oranje) en er dus maar 1 echte gevaarlijke (rode speler) is die uiteraard makkelijk te verdedigen valt.

opbouw Brazilië

 

Een ander euvel binnen het aanvalsplan van Brazilië hangt daar nauw bij samen: de backs (vooral Fagner & Filipe Luis) zijn relatief beperkt in hun aanvalsdrift waardoor de wingers het veld breed houden en er dus weinig aanspeelopties komen in de ‘red zone’. Daardoor worden Neymar en Willian vaak aangespeeld in slechte omstandigheden: namelijk recht op recht langs de lijn terwijl ze kort gedekt worden. Zonder twijfel een belangrijke reden waarom Neymar steeds in het duel terecht komt en dus ook zo veel schoppen krijgt dit WK. Een matige positionele invulling van het elftal die je bij België maar nauwelijks zal zien, qua aanvallende structuur en visie doet dit WK niemand beter dan onze Belgen. Desondanks zijn de versnellingen van de Brazilianen vaak verschroeiend en zijn Willian, Neymar en Coutinho allen in staat de match met één verrassende flits in een beslissende plooi te leggen.

recht op recht inspelen

 

Verdedigend houden België en Brazilië elkaar ook relatief in balans, in defensief opzicht heeft België een xG van 3, Brazilië doet iets beter met slechts 2,33 (en trof waarschijnlijk ook al betere tegenstanders). Primus van de klas hier zijn Frankrijk en Uruguay die elkaar ook vrijdag treffen, kneusjes zijn Rusland en Kroatië die elkaar zaterdag ontmoeten. Los van de xG leeft toch het gevoel dat Brazilië defensief een stuk stabieler is dan onze Belgen met voorlopig slechts 1 geslikt doelpunt tegen Zwitserland en clean sheets tegen Mexico, Servië en Costa Rica. België kon enkel de 0 houden tegen Panama en een geplaatst Engeland, het slikte er 4 tegen Japan en Tunesië. Het feit dat Brazilië in principe meer mensen achter de bal houdt in balbezit, speelt hier uiteraard een rol in. Drie maand geleden schreven we hier overigens al over de toegenomen defensieve stabiliteit bij Brazilië!

Ondanks de 5-mansdefensie, want daarnaar evolueert de 3-4-3 uiteraard in langere periodes zonder balbezit, heeft België twee grote euvels in balverlies. Een echte structuur om bepaalde periodes van de match gericht hoog te pressen ontbreekt ook nog maar dat kunnen we de bondscoach gezien de beperkte trainingstijd uiteraard niet verwijten, op een WK voetbal zijn er amper teams die dat facet beheersen.

1-  1v2 op de flanken

In balverlies wordt de 3-4-3 in principe regelmatig omgetoverd tot een 5-4-1. Echter Hazard en Mertens, die veelvuldig de rol vertolken als inside winger, vullen de defensieve taken niet altijd even goed in. Hieronder zie je een voorbeeld binnen de 5-4-1 waar het relatief blok goed gevormd is. Eens de bal naar buiten gaat naar de backs van de tegenstander is er echter geen of weinig druk op de bal.

Regelmatig zie je dan ook dat de Belgen gedurfd gaan gokken op de omschakeling waarbij het team in twee blokken lijkt uiteen te vallen, in een 5-2 achter de bal en 3 jongens voor de bal (Mertens, Hazard en Lukaku). Uiteraard dé reden waarom we zo gevaarlijk zijn in de omschakeling: vaak kwalitatieve spelers al in een hoge positie op het moment dat we de bal veroveren. Geen enkel ander land doet dit echter en zo zwaar gokken tegen de Brazilianen is waarschijnlijk geen goed idee. Marcelo, indien fit, laten oprukken op de linkerflank en met Neymar op Meunier laten afstormen is mogelijks zelfs suïcidaal te noemen. Japan probeerde dit tegen de Belgen al constant uit te spelen met de oprukkende Nagatomo en Inui tegen Meunier, wat meermaals tot gevaar leidde.

2” voor het 2e tegendoelpunt tegen de Jappaners zie je deze 5-2-3 formatie duidelijk terug: Mertens, Hazard en Lukaku blijven voorin hangen: het team in 2 blokken verdeeld

 

 

 

2-  Gebrek aan dekking/agressiviteit centraal voor de defensie

Een tweede grote probleem is het gevolg van die ondertalsituaties op de flank. Maar al te vaak moet De Bruyne maar vooral Witsel dit ondertal gaan oplossen op de buitenkant waardoor er centraal erg veel ruimte komt voor de tegenstander om in te voetballen. Wanneer er dan toch eens twee mensen voor de defensie spelen, missen deze regelmatig de nodige agressiviteit en onverzettelijkheid. Het tweede doelpunt (zie foto hierboven) van Japan waarbij De Bruyne slentert om Witsel te helpen is de perfecte illustratie daarvan.

Ook de bezetting van de eigen 16m bij flankvoorzetten wordt regelmatig verwaarloosd. Vaak probeert Meunier of Carrasco de voorzet af te blokken, soms met de steun van Witsel of een centrale verdediger. Ook dan durft De Bruyne zijn defensieve taken wel eens te verwaarlozen waardoor een bal van 45° achteruit richting 16m levensgevaarlijk kan zijn. Neymar, Coutinho en Willian lijken ons nu ook niet echt de spelers om daar vrij te laten trappen…

Witsel moet de 1v2 aan de buitenkant corrigeren om flankvoorzet eruit te halen, De Bruyne nergens te bespeuren. Centrale zone (rood) volledig vrij voor een bal achteruit naar inlopende tegenstanders 

 

Als Roberto Martinez er in slaagt om bovenstaande twee defensieve problemen nog te verhelpen in de laatste dagen maakt België zeker een goede kans om vrijdag een stunt te realiseren. Echter, het moet gezegd dat deze problemen al langere tijd zichtbaar zijn binnen het elftal van de Rode Duivels en dat zal zeker niet aan het oog van Brazilië ontsnapt zijn. De offensieve slagkracht en het gevaar in de omschakeling behouden en tegelijk de defensieve problemen verhelpen, is ook niet evident. Het één heeft uiteraard altijd effect op het ander.

Om zoals vele analisten niet enkel met een beschuldigend vingertje te wijzen of in algemeenheden te praten, koppelen we er meteen twee mogelijkheden aan voor onze Duivels. Het ene al dichter bij het huidige plan dan het andere.

 

Plan A

In ons eerste plan kiezen we in balbezit voor de huidige aanvalspatronen van onze Rode Duivels vanuit 3-4-3. Met het motto: wat goed is, moet behouden worden! Echter in balverlies, kiezen we voor een asymmetrische 4-3-3 zoals KAA Gent het destijds deed onder Hein Vanhaezebrouck: namelijk in balverlies meteen omschakelen naar een 4-mansdefensie mét een dubbele flankbezetting. Daarbij wordt Meunier de rechtsachter en geeft hij in de defensie steun aan Vermaelen, Alderweireld en Kompany. Chadli of Carrasco blijft dan iets hoger speler als linkermiddenvelder, terwijl De Bruyne rechtermiddenvelder wordt. Centraal voor de defensie kiezen we sowieso voor Witsel én Fellaini. Lukaku en Hazard kunnen dan hoger op het veld van meer vrijheid genieten en de Belgische counters inleiden.

omschakeling opbouw

Balbezit België 3-4-3

Balverlies België: 4-3-3 -> 4-4-1-1

Voordelen:
+ offensieve patronen blijven behouden

+ Hazard en Lukaku kunnen dreigend blijven in omschakeling

+ meer defensieve slagkracht centraal voor de defensie

+ dubbele flankbezetting in balverlies

 

Nadelen:

– omschakeling naar balverlies: Meunier tijdig terug? Wat met Neymar?

– Vermaelen fit/beweeglijk genoeg voor eventuele 1v1 situatie met Willian?

 

Plan B

In ons tweede plan proberen we de nadelen van plan A te neutraliseren. Hierbij kiezen we in balbezit en balverlies voor een soort 4-3-2-1 formatie. Dit keer met Meunier als ‘vaste’ rechtsachter maar met een rijkelijk gestoffeerd middenveld voor de defensie: Witsel, Fellaini en Dembele. Witsel als slot op de deur centraal. Dembele als nuttige factor in de opbouw én als bewaker van Neymar wanneer Meunier is opgerukt. Fellaini kan in aanvallend opzicht ook meer infiltreren en gevaar stichten in de box. Ook in plan B krijgen Hazard en Lukaku voldoende vrijheid, De Bruyne ook meer dan in plan A.

4-3-2-1

4-3-2-1 opstelling

Voordelen:

+ restverdediging staat goed: Neymar kan worden opgevangen

+ meer vrijheid voor Hazard en De Bruyne in balbezit en omschakelmomenten

+ verrassende infiltraties van Fellaini mogelijk

+ geen dubbele flank maar Dembele en Fellaini kunnen daar voldoende bijspringen

 

Nadelen:

– offensieve automatismen worden deels weggenomen

 

Conclusie

België speelde van alle teams op dit WK voorlopig misschien wel het meest vrank en vrij, steeds vanuit een aanvallende filosofie en duidelijke patronen. Bondscoach Martinez verdient daarvoor uiteraard alle lof. Verdedigend zijn er echter nog serieuze hiaten die de komende dagen moeten weggewerkt worden, we doen hierboven zelf een aantal suggesties. Rest ons enkel nog alle steun te bieden aan de Red Devils, Go Belgium. Tijd om geschiedenis te schrijven!

 

Meer WK-artikels

Expected Goals Data (xG)

Twee speeldagen ver, 32 van de 64 wedstrijden op dit WK zijn achter de rug. Tijd om er een paar statistieken bij te nemen. En daarbij proberen we vooral de ‘Expected Goals data‘ te introduceren op een eenvoudige manier.

Statistieken en data-analyse zijn in het voetbal overduidelijk aan een opmars bezig. Eén van de laatste nieuwigheden, nog niet heel bekend bij het grote publiek, is Expected Goals Data (xG). Deze data kijken terug op de wedstrijd van bepaalde teams en geven het verwachte aantal goals weer in normale omstandigheden. Daardoor wordt dus de factor ‘geluk’ een stuk weggeveegd. Men kijkt nu eenmaal naar het aantal gecreëerde kansen los van het feit of die nu gescoord werden of niet; met strafschoppen en own-goals wordt ook geen rekening gehouden. Met andere woorden, xG = de optelsom van het potentieel van de schoten richting doel.

De xG heeft één groot nadeel en dat is dat het enkel rekening houdt met effectieve schoten. Dat houdt dus in dat een gevaarlijke counteraanval waarbij iemand alleen voor doel net één voetje te kort komt om te trappen, niet in de statistieken wordt opgenomen. Toch blijft het een nuttig instrument om het voetbal verder te objectiveren.

De xG waarde van een doelpunt wordt vooral bepaald door de positie van waaruit naar doel wordt getrapt. Simpel gezegd: hoe dichter bij doel, hoe hoger de kans op een doelpunt, dus hoe hoger de xG waarde. Daarnaast wordt ook rekening gehouden of een doelkans met de voet of met het hoofd werd ondernomen, doelpogingen met de voet hebben nu eenmaal meer kans om uiteindelijk een doelpunt te worden. Uiteraard zijn deze waardes ernstig berekend op basis van statistieken van doelpunten uit de recente geschiedenis.

 

Meest gecreëerde doelkansen

  1. België          6,49 xG
  2. Engeland     4,10 xG
  3. Brazilië        3,61 xG
  4. Zwitserland 3,41 xG
  5. Spanje         3,20 xG

 

Minst gecreëerde doelkansen

  1. Australië                0,60 xG
  2. Saoedi-Arabië       0,80 xG
  3. Costa Rica             0,83 xG
  4. Egypte                    1,00 xG
  5. Zuid-Korea             1,15 xG

Teleurstelling onder de toplanden hier zijn Argentinië (2,00 xG) en Portugal (1,9xG). Duitsland scoort gemiddeld met 2,59xG.

Ook interessant is om het effectief aantal gemaakte goals eens naast de xG te leggen. Het geeft een duidelijk beeld hoezeer een team presteert ‘tegen de logica’ omdat het net wel of net geen efficiënte topspits heeft, net wel of net geen geluk heeft, flaterende doelmannen bij de tegenstander of niet, etc.

Overperforming (gescoorde goals – xG)

  1. Rusland   +5,0
  2. Engeland +3,9
  3. Kroatië     +2,2

Opvallend hierbij is dat Rusland enorm ‘overperformt’: het creëerde in theorie slechts voldoende kansen om 3 goals te maken, maar het maakte er liefst 8. Het geeft duidelijk aan dat het team momenteel op een wolk speelt, goals maakte vanuit schier onmogelijke hoeken, maar het valt af te wachten of dit effectief blijft duren. Ook Engeland scoort veel meer dan het creëert, dat doet het voornamelijk via ingestudeerde spelhervattingen en dankzij een aantal strafschoppen.

Underperforming (gescoorde goals – xG)

  1. Marokko   -1,4
  2. Peru          -1,2
  3. Uruguay    -1,0
  4. Argentinië -1,0

Aan de andere kant van de medaille vinden we Peru en Marokko terug wat je subjectieve idee ongetwijfeld bevestigt: 2 teams die ten aanval trokken en kansen creëerden maar nog niet tot scoren kwamen. Ook Uruguay en Argentinië lieten nog wel wat goede kansen onbenut.

Balbezit
Het valt op dat de laatste jaren meer en meer teams opteren om vanuit een laag blok te spelen en te kiezen voor een snelle omschakeling. Interessant om even het aantal gecreëerde kansen (xG) naast het percentage balbezit te leggen. Is het nog wel nodig om steeds dominant te zijn en veel de bal te hebben? We kijken naar de 5 teams die het meeste kansen creëerden.

  1. België             49,0% balbezit
  2. Engeland        53,3% balbezit
  3. Brazilië            59,5% balbezit
  4. Zwitserland     50,9% balbezit
  5. Spanje             62,3% balbezit

De teams die het meest kansen creëren, hebben dus nog wel degelijk meer balbezit ten opzichte van hun tegenstander. België is de enige uitzondering.
Wel opvallend: voor de 3 teams met gemiddeld het hoogste percentage balbezit is de puntenoogst erg schaars. Duitsland (69,2% balbezit – 3 punten), Argentinië (67,3% balbezit – 1 punt) en Marokko (63% balbezit – 0 punten). Ook Saoedi-Arabië kon niet veel voordeel halen uit het hoge percentage balbezit (59,1%).

Beste defensies

Welke teams gaven volgens het xG-model nu het minste gevaarlijke doelkansen weg?

  1. Frankrijk  0,50 xG
  2. Engeland 0,80 xG
  3. Rusland   0,80 xG
  4. Uruguay  1,00 xG
  5. Spanje     1,10 xG
  6. Brazilië     1,13 xG

België scoort hier een pak minder goed in, ondanks dat het slechts tegen Panama en Tunesië uitkwam. Met een xG tegen van 1,60 moet het heel wat teams voorlaten in dat virtuele klassement. Het verdedigen zal dus simpelweg beter moeten tegen de topteams.

 

Beste teams overall (aanvallende xG – defensieve xG)

Een eenvoudige rekensom geeft ons een duidelijker totaalbeeld van ieder team. Namelijk het aantal gecreëerde kansen ten opzichte van het aantal toegestane doelpogingen, de combinatie dus van goed aanvallen en goed verdedigen.

  1. België        + 4,89 xG
  2. Engeland   + 3,30 xG
  3. Brazilië      + 2,48 xG
  4. Rusland     + 2,20 xG
  5. Spanje       + 2,10 xG
  6. Frankrijk    + 2,00 xG
  7. Uruguay    + 2,00 xG
  8. Kroatië       + 1,30 xG
  9. Senegal      + 1,00 xG
  10. Zwitserland + 0,96 xG

Mede dankzij de zwakkere tegenstanders scoren België en Engeland uitstekend. Ook een aantal underdogs scoren hier verrassend sterk.

De zwakste teams overall op basis van het aantal gecreëerde en toegestane doelpogingen zijn duidelijk: Tunesië (-6,49xG), Costa Rica (-2,68xG) en Saoedi-Arabië (-2,4xG).

Het spreekt voor zich dat Argentinië (-1,1xG) en Duitsland (-0,14xG) hier ook niet bijster positief uitkomen.

 

Meest aanvallende poule

Voor onze laatste statistiek kijken we nog even terug welke poule het ‘leukste’ om volgen was omwille van het aantal gecreëerde doelpogingen en de kwaliteit ervan.

  1. groep G  12,99 xG (België, Engeland, Tunesië, Panama)
  2. groep E   10,20 xG (Brazilië, Zwitserland, Servië, Costa Rica)
  3. groep F     8,42 xG (Duitsland, Mexico, Zweden, Zuid-Korea)

8. groep C 6,30 xG (Frankrijk, Denemarken, Australië, Peru)

 

Conclusie

De statistieken geven uiteraard interessante inzichten toch blijft het belangrijk rekening te houden met de tegenstander die alle teams voor de kiezen kregen. Als we die tegenstand in kaart brengen, lijken voorlopig Brazilië en Spanje de grootste kanshebbers op de wereldtitel. Met België, Frankrijk, Engeland (, Rusland en Uruguay) als voornaamste outsiders. Uiteraard is de mogelijke ‘groei doorheen het tornooi’ niet te voorspellen…

Tunesië: aanvallend avontuurlijk, verdedigend kwetsbaar

Sinds Maaloul bondscoach werd in maart 2017 verloor Tunesië voor dit WK nog maar één match. Lange Bal analyseerde voor u de laatste wedstrijden van Tunesië tegen Costa Rica (1-0 winst), Portugal (2-2), Turkije (2-2), Spanje (0-1 verlies) en Engeland (2-1 verlies).
Conclusie: een leuk voetballend collectief maar kwetsbaar genoeg om te verslaan.

Bondscoach Nabil Maaloul selecteerde onderstaande 23 namen voor het WK. 

Doelmannen
Aymen Mathlouthi (Al-Baten), Farouk Ben Mustapha (Al-Shabab), Moez Hassen (Chateauroux)

Verdedigers
Rami Bedoui (ES Sahel), Yohan Benalouane (Leicester), Syam Ben Youssef (Kasimpasa), Dylan Bronn (KAA Gent), Oussama Haddadi (Dijon) , Ali Maaloul (Al-Ahly), Yassine Meriah (CS Sfaxien), Hamdi Nagguez (Zamalek)

Middenvelders
Mohamed Amine Ben Amor (Etoile du Sahel), Sai-Eddine Khaoui (Troyes), Ahmed Khalil (African Club), Ellyes Skhiri (Montpellier), Ferjani Sassi (Al-Nasr), Ghaylene Chaalali (ES Tunis)

Aanvallers
Anice Badri (ES Tunis), Fakhreddine Ben Youssef (Al-Ittifaq), Naim Sliti (Dijon), Bassem Srarfi (Nice), Wahbi Khazri (Rennes), Saber Khalifa (African Club)

Belangrijkste afwezige in de kern is aanvaller Youssef Msakni hij scoorde bij z’n team Al Duhail (Qatar) en de nationale ploeg liefst 28 keer dit seizoen. Wissam Ben Yedder (topschutter Sevilla met 22 goals dit seizoen) is wel speelgerechtigd voor Tunesië maar hij verkiest om uit te komen voor de Franse nationale ploeg al selecteerde bondscoach Deschamps hem (nog) niet. Aangezien grote namen ontbreken, hecht Tunesië nog meer belang aan een hecht collectief waarmee het straks de WK-tegenstanders zal proberen pijn te doen. Een WK-match winnen is de eerste doelstelling, want het is van 1978 geleden dat de Noord-Afrikanen daar nog in slaagden.

 

4-3-3

Vermoedelijke opstelling Tunesië

4-3-3 formatie

Tunesië trad de voorbije maanden steeds aan in een 4-3-3 formatie. Nu eens met 2 verdedigende middenvelders, dan eens met 1 defensieve, sporadisch zelfs eens met een erg dynamische driehoek zonder uitgesproken aanvallende middenvelder. In doel krijgt Hassen in principe de voorkeur, hij viel echter geblesseerd uit tegen Engeland en is waarschijnlijk out voor de rest van het WK. Achterin is de pikorde duidelijk met Maaloul, Meriah, S. Ben Youssef en Bronn. Centraal op het middenveld zijn Sassi en Skhiri zeker van hun plaats, Khaoui is meestal de derde centrale en meest aanvallende middenvelder al speelde Badri er ook al. Voorin ligt de sleutel in handen van sterspeler Khazri. Hij was niet fit in de voorbereiding en werd gespaard voor het WK, hij start als valse 9 indien voldoende fit. De flanken worden bemand door Badri / Sliti / F. Ben Youssef.

Hassen (23 jaar): meevoetballend sterk, durft risico nemen, 1.84m, goede reflexen.
Ben Mustapha, voor het tornooi nog 3e keeper, is mogelijk de vervanger van Hassen. Hij is 1.94m groot.
Maaloul (28): heel explosief, snel, erg aanvallend ingesteld
Meriah (24): rechtervoet als linkercentrale verdediger, sterk, snel, durft veel risico nemen aan de bal
S. Ben Youssef (29): soberder dan zijn collega aan de bal, positioneel goed in balverlies
Bronn (22): weinig aanvallende impulsen, technisch beperkt, defensief positioneel goed, sterk in duels bij doordekken
Skhiri (23): controleur voor defensie, rustpunt, speelt meestal simpel
Sassi (26): motor van ploeg, infiltreert vaak, neemt vaak veel risico, heel agressief in balverlies
Khaoui (23): lichtgewicht, beweeg slim tussen linies, technisch sterk
Sliti (25): speelt meestal op de flank, technisch degelijk, vaak foute keuze in waarheidszone aan de bal
Badri (27): loper, verzet veel werk in pressing, probeert goed tussen linies te bewegen, beperkte kwaliteit in waarheidszone
Khazri (27): leider, technisch heel sterk, neus voor goals, lichtgewicht
F. Ben Youssef (26): enige aanvaller met body (1.92m), kopbalsterk, maar technisch beperkt

De spelers die het dichtste bij de basiself staan, hebben een gemiddelde leeftijd van 25,5 jaar. Een jong, dynamisch elftal dus en dat bewijst ook de Tunesische speelstijl.

 

BALBEZIT

In tegenstelling tot Panama lijken de Tunesiërs wel altijd en overal te willen voetballen uitgaande van een verzorgde opbouw van achteruit. Bij een doeltrap probeert Tunesië altijd te achterhalen hoe de tegenstander druk zal zetten om van daaruit een overtal achterin te creëren. Vaak zakken beide centrale verdedigers erg laag in om ruimte te maken voor hun ploegmaats, terwijl de backs in die situatie heel hoog opschuiven. Vooral de snelle Maaloul op links is erg aanvallend ingesteld.

Belangrijk om weten daarbij is dat doelman Hassen meevoetballend sterk is maar wel vaak risicovol durft inspelen achterin. Gezien zijn blessure, lijkt het voetballend vermogen achterin ferm afgenomen. Ook de veldspelers nemen graag risico in het veldspel, iets wat de Belgen zeker moeten proberen afstraffen. Linkercentrale verdediger Meriah is voetballend bijvoorbeeld duidelijk de sterkste centraal achterin. Hij speelt als rechtsvoetige echter wat tegen zijn natuur in. Bovendien geeft hij graag de ‘beslissende bal’ tussen de linies: iets wat tot balrecuperatie kan leiden als de tegenstander zich daar wat op instelt. S. Ben Youssef en Bronn zijn op de rechterzijde voetbaltechnisch minder sterk.

 

Centrum proberen beheersen

Opvallend ook dat Tunesië, zoals dat de trend is in het voetbal, in balbezit erg graag het centrum wil beheersen. Vaak speelt het bijvoorbeeld met alle drie de centrale middenvelders relatief laag om daar het overtal te creëren, iets waar de Belgen zeer attent op moeten zijn aangezien Witsel en De Bruyne daar tegen een overtal zouden kunnen komen te staan. Als de middenvelders van de tegenstander dan toch doordekken maken vooral Khaoui, en in mindere mate Sassi, dan gebruik van de onoplettendheid om de ruimte tussen de linies te bespelen.

3 lage middenvelders (gele cirkel): tegenstanders lokken om dan de ruimte tussen de linies te benutten

Nog vaker gebeurt het echter dat de flankaanvallers op instructies van bondscoach Maaloul erg naar binnen trekken waardoor Tunesië vaak met 9 mensen centraal komt te spelen, namelijk iedereen behalve de backs. Daar probeert het elftal via snelle eentijdscombinaties door het centrum meteen gevaar te creëren, iets wat regelmatig lukte tegen geen onaardige tegenstanders zoals Portugal, Turkije en Spanje.

9 spelers in het centrum of de halfspaces: doelman, 2 centrale verdedigers (wit), 3 middenvelders (geel), 2 flankaanvallers (blauw), 1 spits (groen)

 

Snelle pressing na balverlies
Dankzij die korte combinaties door het centrum en de ‘overbevolking in de as’, staan de Tunesiërs bovendien meteen in een goede uitgangspositie als het dan toch de bal verliest. Volk genoeg in het centrum en rond de bal om meteen agressief druk te zetten op de tegenstander wat het team van Maaloul ook vaak erg sterk uitvoert. Het valt uiteraard af te wachten hoe zijn team omgaat met de intensiteit van een WK-match die uiteraard nog een pak hoger ligt dan in een meer gezapige oefenpot.

Ook tegen Spanje probeerde Tunesië met risicovolle combinaties door de as te voetballen. Daarbij kwam het vaak ook met 3 middenvelders lager om ruimte te maken tussen de linies. Wanneer de bal dan toch verloren ging in de as, werd er onmiddellijk agressief voorwaartse druk gezet.

Opnieuw 3 ‘lage middenvelders’ (geel) om tegenstander uit positie te lokken. Flankaanvaller Badri (rood) benut ruimte tussen de linies

Dankzij de grote aanwezigheid rond de bal, vergemakkelijkt dat de onmiddellijke gegenpressing na balverlies

Toch kwetsbaar in omschakeling

Wel is Tunesië kwetsbaar in de rug van Maaloul op links. De erg aanvallend ingestelde back is namelijk vaak weg, ook op het verkeerde moment waardoor er grote ruimtes in zijn rug ontstaan in de omschakeling naar balverlies. Iets waar de Duivels met Dries Mertens en Romelu Lukaku zeker op kunnen teren. Al zullen de troepen van Martinez dan uiteraard eerst het centrum goed gesloten moeten houden en tot balrecuperatie komen.

Veel ruimte in rug van de backs (rood). 2 centrale verdedigers (geel) zijn geïsoleerd in omschakeling..

Waar Tunesië zich in balbezit op eigen helft en in de middenstrook presenteert als een erg gestructureerd en aangenaam elftal om naar te kijken, ontbreekt het in de waarheidszone van de tegenstander toch aan aanvallende kwaliteit. Het heeft vaak nood aan schitterend combinatiespel en veel risico om tot een (bijna) doelkans te komen, voorin wordt de laatste pass en de afwerking nog iets te vaak verkwanseld. Badri, F. Ben Youssef en Sliti zijn nu eenmaal geen wereldaanvallers. De inbreng van kapitein Khazri zal hierin zeer bepalend zijn, hij heeft techniek, snelheid, overzicht en kan een goal maken.

In de aanvalsfase heeft Tunesië nog een aantal duidelijk principes: namelijk overtallen proberen creëren rond de bal. Wanneer het niet door de as kan combineren, probeert het vooral op de linkerkant tot overtal te komen met het gebruik van een zwervende, valse spits. Onderstaand moment uit de match tegen Spanje is daar een perfect voorbeeld van, Sliti (in deze match valse spits) die tussen de linies komt in de linkerhalfspace en een lopende rechterflank Ben Youssef bijna alleen voor de doelman zet. De rechterkant wordt beduidend minder gebruikt in aanvallend opzicht.

Valse spits (geel) wijkt uit naar linkerhalfspace. Ben Youssef duikt in rug defensie vanop rechts en krijgt de bal

Ook tegen Engeland probeerde het dit met valse spits Khazri die uitzakt naar links om te combineren waarna de voorzet wordt verstuurd naar de grote Ben Youssef die vanop rechts opduikt voor doel.

voorzet

 

BALVERLIES 

Ook in balverlies kunnen we Tunesië attractief noemen. Coach Maaloul hamert op hoge pressing wanneer mogelijk en puur op de counter speculeren is een strategie die Tunesië tot dusver nog niet toepaste. Tegen Spanje koos het er bijvoorbeeld voor om bij een doeltrap van De Gea meteen overal man op man te gaan spelen, full press dus en achterin ook risicovol 3v3. Spanje probeerde dat uit te buiten met snelle diepe ballen naar de aanvallers maar kon daarin niet echt tot gevaar komen. Afwachten of dit ook de tactiek wordt tegen de Belgen uiteraard…

In het veldspel zelf kiest Tunesië meestal voor een 4-1-4-1 formatie. Daarbij is het in eerste instantie de taak van de spits om de centrale verdedigers naar buiten te duwen waarna er daar agressief druk kan komen door de vleugelspelers op de backs. Echter, in andere situaties aarzelen de flankaanvallers niet om ook agressief voorwaarts druk te zetten op de centrale verdedigers. Vanuit die hoge pressing creëert het meestal ook wel een aantal gevaarlijke kansen die broodnodig zijn vanwege de individuele beperkingen in kwaliteit voorin tijdens het aanvalsspel.

Tegen de 3-5-2 van Engeland koos Tunesië voor een medium pressing vanuit diezelfde 4-1-4-1 formatie. Waarbij het vooral centraal in positie bleef. Als er toch druk vooruit werd gezet gebeurde dit vooral door de aanvallende middenvelders die doorduwden op de buitenste centrale verdedigers.

tactiek

4-5-1 formatie bij Tunesië (in wit). Eén van beide aanvallende middenvelders komt druk zetten op rechter of linker centrale verdediger en duwt bal naar buiten. Flankaanvallers diep teruggezakt om daar dan druk te geven

Les Aigles de Carthage zijn in balverlies echter enorm kwetsbaar in de rug van de backs. Niet alleen in de omschakeling naar balverlies zoals eerder aangegeven maar ook gewoon in de vorming van het blok. Aan de kant van de bal kiest Tunesië er namelijk opvallend genoeg voor om erg mangeoriënteerd te verdedigen: niet vanuit de zone met andere woorden, wel iedereen verantwoordelijk voor zijn rechtstreekse tegenstander. Dat zorgt ervoor dat het elftal erg kwetsbaar is bij bijvoorbeeld overlappingen.

De flankaanvaller houdt zich in die situaties namelijk niet bezig met het afschermen van de passlijn op de naar binnengekomen flankaanvaller van de tegenstander maar heeft enkel oog voor de oprukkende back. De speler tussen de linies wordt geschaduwd door de back van Tunesië. In onderstaand voorbeeld zit rechtsback Bronn bijvoorbeeld hoger te verdedigen dan aanvaller Badri, wat tot gevaar kan leiden bij het goed uitspelen van die overlapping.

Niet verdedigen vanuit de zone, wel vanuit de man. Badri verdedigt de buitenkant en zijn back. Bronn dekt heel ver door tussen de linies

Voor België liggen hier zeker mogelijkheden. In eerste instantie met de technische spelers tussen de linies die makkelijk kunnen wegdraaien uit die dekking van de back, zoals Hazard en Mertens. Maar uiteraard ook met de talrijke infiltraties op de flank van Carrasco en Meunier en de ‘voorsprong’ die kan ontstaan omdat de tegenstander steeds moet reageren.

Tegen Engeland was Tunesië in hetzelfde bedje ziek. Vooral de 2 atletische Engelse aanvallende middenvelders Lingard en Alli maakten hier gretig gebruik van door in de diepte te duiken in samenwerking met de spitsen.

dieptebal

Linksback Maaloul stapt uit, Kane & Lingard duiken meteen in de rug van de defensie

Na rust switchte Tunesië daardoor naar een 5-3-2 waarbij Sassi en Badri die 2 aanvallende middenvelders van Engeland met een soort mandekking schaduwden, mangeoriënteerd verdedigen weet je wel. Aanvaller Ben Youssef was niet langer aanvaller maar wel wing back op rechts, het Engelse gevaar verdween zo ook grotendeels.

Als Tunesië hoog presst tegen een 3-mansdefensie (vanuit 4-1-4-1) ligt de ruimte opnieuw in de rug van de backs, zo was het alvast tegen Costa Rica (3-4-3/5-4-1). In die match presste Tunesië hoog met de flankaanvallers op de centrale verdedigers van de tegenstander en ging de back ook erg vaak gaan uitstappen op de wing back van Costa Rica. Resultaat hetzelfde: veel ruimte voor lopende spelers tussen de linies en in de rug van de backs. De centrale verdedigers zijn nog relatief mobiel en snel, doch het zou uiteraard kansen bieden om Mertens of Hazard in die positie te kunnen isoleren tegen Meriah of Ben Youssef.

Hoge pressing tegen 3-4-3 Costa Rica, ruimte in de rug van doordekkende backs (rood)!

 

 

 

SPELHERVATTINGEN

Op hoekschoppen tegen trekken de Tunesiërs zo goed als altijd iedereen terug achteruit. Het verdedigen van de corner zelf gebeurt in zone. Vooral in de zone rond de baklijn zijn mogelijkheden voor een korte hoekschop of om na een combinatie daar iemand vrij te krijgen voor een schot op doel of een gevaarlijke voorzet. Tegen Engeland incasseerde het 2 goals na een corner die werd doorgekopt of slecht werd ontzet. Opvallend is dat het in de 1e helft in zone verdedigde, in de 2e helft in mandekking. Ook tegen Portugal paste Maaloul dit al aan de rust aan.

Corner verdedigen in zone

Corner verdedigen in mandekking

Echte patronen zijn er niet terug te vinden in de hoekschoppen voor, de tactiek wordt hoogstwaarschijnlijk aangepast van tegenstander tot tegenstander. Wel stuurt Maaloul steeds 5 of 6 koppers mee voor doel: Meriah (1.88m), S. Ben Youssef (1.86m) en F. Ben Youssef (1.92m) lijken in die situaties de gevaarlijkste heerschappen van een relatief beperkte luchtmacht.

Bij vrije trappen tegen vanuit een diepe positie kiest Tunesië voor een erg hoge lijn, iets wat de Belgen ongetwijfeld ook al gezien hebben. Aangezien Tunesië erg fel speelt in de duels, zijn een dozijn vrije trappen straks niet uitgesloten. Iets waar de Rode Duivels zeker voordeel uit moeten halen.

 

CONCLUSIE

Tunesië is een leuk elftal om te bekijken. Met erg beperkte kwaliteit biedt het toch dynamiek, passie, is het tactisch flexibel en speelt het vaak gewaagd. Bovendien lijkt het van alle Afrikaanse deelnemers het meest ‘modern’ te proberen spelen. Vooral in balbezit zijn er duidelijke principes, het lijdt geen twijfel dat de Tunesiërs de Rode Duivels af en toe pijn zullen kunnen doen. Veel scorend vermogen hebben ze echter niet. De vraag is tegelijk of dat opweegt tegen de defensieve kwetsbaarheid, zeker omdat het zelf veel risico moet nemen om tot grote doelkansen te komen. Toch staan de Noord-Afrikanen teamtactisch relatief ver, we twijfelen er dan ook niet aan dat het een leuke pot voetbal wordt. Met de Belgen uiteraard als duidelijke winnaar.

Meer uitgebreide WK-analyses hier

Volg ook de kortere impressies van het WK via de Facebookpagina!