Competitiespecial: Sporting Lokeren, stabiliteit voorop

Een 5e plaats, bekerwinst en naar de Europa League. De top voor Lokeren leek vorig seizoen behaald, maar er is ambitie om nog beter te doen. Op Harbouai na werden alle spelers behouden, Peter Maes bleef aan boord en de voorzitter investeerde zelfs in de verdere uitbouw van de club met een nieuwe tribune.

Typeploeg Lokeren

Typeploeg Lokeren

Maes staat synoniem voor stabiliteit. Het tactische plaatje bij Lokeren verschilt dan ook amper van de voorbije seizoenen, aan de 4-3-3 wordt niet getornd. In doel lijkt Verhulst voor het eerst in jaren de voorkeur te krijgen op WK-doelman Copa. Verhulst toonde zich erg sterk op de lijn in de eerste wedstrijden, is minder spectaculair dan zijn Ivoriaanse concurrent, maar biedt tegelijk iets meer zekerheid.

Geen verdediging die beter op elkaar is ingespeeld dan die van Lokeren. Centraal zijn Scholz en Maric de perfecte match: beiden hebben een goed positiespel, kopkracht én voetballend vermogen. Een afwezigheid van een van hen wordt opgevangen door Mertens. Op de backs zorgen Odoi en Galitsios voor aanvallende intenties. De tweevoetige Odoi heeft de kwaliteit om het overzicht te bewaren in de waarheidszone en een verzorgde laatste pass te geven, zijn Griekse vriend aan de overkant heeft meer een goede, hoge voorzet in de benen. Met Corryn, Henrique en Mertens heeft Lokeren geen overschot aan verdedigende kwaliteit op de bank.

Kapitein Overmeire en Persoons vormen al bijna vijf seizoenen een tandem op het middenveld. Net als in het centrum van de verdediging zijn het twee, naar Belgische subtopnormen, complete middenvelders: voldoende technische bagage, goed positiespel, duelkracht en groot loopvermogen. Het is één van de sleutels van het succes van Lokeren: allemaal goede, complete spelers halen. Geen hokjesdenken: geen ‘loper’ naast een ‘spelmaker’ zetten en het maakt de geoliede machine die Lokeren is, moeilijk te stoppen. Zeker na de ontbolstering van Vanaken die op 10 speelt. Zelden iemand op de Belgische akkers gezien die zo slim vrijloopt, alles ziet en ook steeds de juiste keuze maakt. Hij koppelt techniek aan intelligentie, een uitstekende mentaliteit aan atletisch vermogen in volle ontwikkeling: van een complete speler gesproken. Al houden ze in het Waasland hun hart vast tot het sluiten van de transfermarkt, Vanaken gaf al meermaals aan te willen vertrekken.

Net als achterin mag er overigens weinig gebeuren met de basisspelers. De eerste back-up voor het duo Overmeire-Persoons is zelfs Vanaken die in geval van nood een rijtje achteruit schuift. Met enkel Trompet houdt Maes bitter weinig achter de hand. Ondertussen werd Ngolok reeds aangetrokken, een goede zet van het bestuur.

Kwaliteit op de flanken is er wel voldoende: met Remacle, De Pauw, Kaya en Patosi heeft Maes keuze te over. Momenteel kiest hij voor de diepgang van Remacle en De Pauw. Die laatste oogst lof met zijn techniek en werklust maar irriteert tegelijk met zijn gebrekkige efficiëntie. Mogelijk wordt straks geroteerd met Kaya & Patosi. Centraal in de spits leek topschutter Harbouai een leemte achter te laten, maar met Junior Dutra is er een uitstekend alternatief met meer diepgang en combinatievermogen in zijn spel. Nieuwkomer Leye krijgt de tijd om naar zijn beste vorm te groeien, en past goed in het Lokerse spel. En dan is er nog Abdurahimi die bij zijn debuut een uitstekende indruk naliet.

Tactisch staat Lokeren minimaal op hetzelfde niveau als de voorgaande jaren. Het blok achterin staat als een huis en het combinatievoetbal loopt vaak tot in de zestienmeter van de tegenstander. Dat is misschien een gedwongen keuze door het vertrek van Harbouai waardoor Lokeren wat présence mist in de box. Maar alles bij elkaar lijkt het elftal in vergelijking met vorig jaar allesbehalve verzwakt. Het is echter een groot vraagteken hoe de troepen van Maes omgaan met Europees voetbal. Ervaring met midweekmatchen heeft het team niet, erg veel rotatiemogelijkheden evenmin.

De Vraag: hoe verteert Lokeren het Europese verhaal?
Prognose: 5e plaats

Competitiespecial: Anderlecht, overgangsjaar bestaat niet

Kouyaté, Bruno, Gillet, De Zeeuw, Vargas en Pollet. Een indrukwekkend lijstje spelers dat het Astridpark deze zomer verliet, maar toch is Anderlecht gewoon weer titelfavoriet.

Typeploeg Anderlecht

Typeploeg Anderlecht

Besnik Hasi bouwt verder op de 4-4-2 opstelling die hij vorig seizoen gebruikte. Het keepersprobleem is opgelost wanneer Proto terugkomt uit blessure: Proto in de ploeg, Kaminski wordt uitgeleend. Of Roef volstaat als tweede keeper moet nog blijken, de naam van Jorgacevic deed alvast de ronde om kwantitatief te versterken.

Anderlecht deed erg veel moeite om de ervaring van Van Buyten terug naar België te halen maar dat mislukte. De toptransfer ging niet door maar in principe is het centrale duo Nuytinck & Mbemba sterk genoeg voor de Jupiler Pro League. Andere centrale verdedigers vinden we niet terug op de bank, Heylen wordt in principe nog uitgeleend. Op de backs zijn er met Van den Borre op rechts, Deschacht op links en N’Sakala (die depanneert op beide flanken) voldoende opties. Najar een rij achteruit schuiven is een noodoplossing. Kwaliteit genoeg achterin, al moet er nog een centrale verdediger bij.

Centraal op het middenveld was het lang zoeken voor paars-wit. Tielemans heeft de nodige creativiteit en eindpass maar die kon hij nog niet tentoonspreiden. Er was duidelijk nood aan een voetballende breker, kortom een vervanger voor Kouyaté. Milivojevic zakte iedere wedstrijd dieper door de mand: flauw in de duels, matig positiespel en enorm veel balverlies. Met de komst van Defour lijkt dat probleem van de baan. Jeugdproduct Dendoncker toonde al dat hij de wissel voor de toekomst kan zijn, speelminuten verzamelt hij zeker nog voldoende. De werkkracht van Kljestan heeft waarde, maar op een basisplaats hoeft die niet meteen te rekenen.

Op de flanken posteert Hasi twee verschillende types: op links komt Praet regelmatig naar binnen om de acties daar op te starten, vooral omdat hij vanuit een centrale positie beter rendeert. De beperkte aanvallende impulsen en kwaliteiten van Deschacht zorgen er echter voor dat het gevaar over links in dat geval beperkt blijft. Op rechts blijft Najar wel breed en zorgt hij voor veel diepgang. Met snelheid, techniek, uithoudingsvermogen en een goede voorzet is de Hondurees de perfecte rechtermiddenvelder voor Anderlecht. Met enkel Acheampong zijn er niet veel wisselmogelijkheden met het drukke programma in het achterhoofd. Vico en Wigor lieten tot op heden niet van zich spreken.

In de spits werkt Hasi toe naar een koningskoppel Suarez-Mitrovic. De Argentijn is nog niet volledig wedstrijdfit en wordt rustig gebracht met de Champions League en PO I in het vooruitzicht. Zijn individuele acties en doeltreffendheid beslissen mogelijk mee over de titel. Mitrogoal legde er vorig seizoen dan weer 16 in het mandje en wil dat aantal overtreffen. Hij toonde de ideale targetman te zijn, al moet Anderlecht er in slagen hem onder controle te houden bij grote druk. Dat lukte vorig seizoen niet: 2 rode kaarten tegen Club Brugge en slechts 3 goals in PO I.

Kwaliteit in de basiself heeft Anderlecht genoeg. Toch had het elftal het erg moeilijk tegen Oostende, Westerlo en Moeskroen. De aanvallende automatismen staan nog niet op punt, maar mentale weerbaarheid trok paars-wit de laatste tijd al regelmatig over de streep. Het is wel zeer de vraag of de kern ruim genoeg is om zowel in de Champions League overeind te blijven en niet overbodig punten te laten liggen in België. In dat opzicht zijn de play-offs zeker een voordeel. Als er dan nog een degelijke centrale verdediger en flankmiddenvelder bijkomt, zal Anderlecht straks niet ver van de vierde opeenvolgende titel verwijderd zijn.

De Vraag: kost de Champions League Anderlecht veel punten?
Prognose: 1e

Competitiespecial: KV Oostende, rust op zee

Een ‘weireldploegsje’ is KV Oostende vooralsnog niet. De kern lijkt wel gevoelig versterkt, in de problemen komen is dus geen optie voor Marc Coucke zijn team.

Basisploeg Oostende

Basisploeg Oostende

Frederik Vanderbiest verloor ten opzichte van vorig seizoen enkel spits Depoitre. In ruil kreeg hij er van zijn gulle voorzitter Ruiz, Ruytinx en Coulibaly bij: kwalitatief en kwantitatief een stap vooruit. Vanderbiest kiest voor continuïteit en werkt verder op de 4-3-3 van vorig jaar.

In doel staat nog steeds Didier Ovono, vorig seizoen snel geëvolueerd van nobele onbekende tot ‘Gabonese tijger’. Degelijk op zijn lijn, degelijk op hoge ballen en degelijk meevoetballend. Degelijk, stabiel: een omschrijving die niet alle Afrikaanse keepers krijgen, zelfs niet degene die international zijn. Dumesnil en Chopin zijn Ovono z’n vervangers.

Achterin is ook niet veel veranderd. Brillant en Schmisser vormen het centrale duo: de eerste een laatbloeier maar een degelijke mandekker, de tweede vooral bekend door de publieke vernedering door Vanderbiest begin vorig seizoen. Sindsdien maakte Schmisser echter de nodige progressie en is hij niet meer uit de basis weg te denken. De sterkte van het duo zijn de talrijke luchtgevechten die ze graag aangaan, beiden hebben duelkracht en zijn bovendien op spelhervattingen een gevaarlijk wapen. Met ruimte in de rug zijn ze wel heel kwetsbaar, net als tegen vinnige, beweeglijke spitsen. Op rechts staat De Schutter geposteerd, al neemt kapitein Luissint diens plaats normaal weer in na zijn revalidatie. Op links heeft Lukaku vrij spel: zijn aanvallende rushes en voorzetten zijn een grote kwaliteit maar het vergroot tegelijk de defensieve kwetsbaarheid. Want aan zijn positiespel is nog veel werk. Met Hoefkens en Hempte nog op de bank, heeft Oostende verdedigers genoeg.

Centraal op het middenveld staan Siani en Jali geposteerd. Siani speelt met zijn voetballend vermogen, positiespel en power een erg belangrijke rol op het Oostendse middenveld. De Zuid-Afrikaan Jali is iets lichter maar technisch en positioneel een meerwaarde, hij is de spelmaker die dicht bij de eigen defensie aanleunt. Voor dat duo staat met Berrier de gekende 10: zijn flitsen worden zeldzamer, maar het gevaar dat hij creëert op spelhervattingen kunnen KVO belangrjke punten opleveren. Op de flanken wordt gekozen voor Ruiz (links) en Canesin (rechts). Ruiz zorgt voor diepgang, heeft een echte neus voor goals. Canesin is de flitsenvoetballer die zijn flank vaak verlaat om elders een man-meersituatie te creëren. Met enkel Wilmet, Van Imschoot, Coussement en Jonckheere achter de hand, heeft de coach op het middenveld minder opties.

Als diepe aanvaller koos Vanderbiest in het seizoensbegin voor Coulibaly. Hij weegt op een verdediging en heeft présence in de box. Anderzijds brengt hij erg weinig bij als Oostende tegen een betere tegenstander speelt: op de counter is hij niet gevaarlijk, de man van de combinatie is hij evenmin. Van achteruit komen er met Jali en Siani ook amper infiltraties, dus daarom lijkt de keuze voor Ruytinx meer te verantwoorden. Een gelijkaardig profiel, maar hij brengt meer diepgang in het elftal. Blazevic is de wissel voor de toekomst.

Een stevig blok achterin, weinig weggeven: dat lijkt de eerste logische keuze die Vanderbiest maakte tijdens de voorbereiding. Er is weinig voetballend vermogen in de achterste linies, wel een defensie die graag diep inzakt. Echte countervoetballers heeft KVO echter niet om die tactiek te staven: enkel Ruiz, en in mindere mate Ruytinx & Wilmet, zorgen voor de nodige diepgang. Zowel Berrier als Canesin zijn meer de man van de laatste pass. Toch heeft Oostende voldoende kwaliteit om vooral in eigen huis de benodigde punten te pakken. Een rustig seizoen lijkt een realistische doelstelling. Niet meer, niet minder.

De Vraag: is er voldoende aanvallende kwaliteit, efficiëntie?
Prognose: 10e

Competitiespecial: Sporting Charleroi, maturiteit en defensieve stabiliteit gezocht

Voor het eerst sinds lang was Charleroi geen duiventil in de zomerperiode: Ederson was de enige basisspeler die Mambourg verliet en ook de trainersstaf onderging geen wijzigingen. De club wil verder bouwen op de mooie 10e plaats die het vorig seizoen behaalde.

Mogelijke ploeg Charleroi

Mogelijke basisploeg Charleroi

Felice Mazzu kiest voor een 4-4-2 met aanvallende inslag. In doel begint Mandanda aan een nieuw seizoen in de basis, al kreeg hij er met de 33-jarige Penneteau (meer dan 400 wedstrijden in Ligue 1) een stevige concurrent bij. In de viermansverdediging vormen Martos en Dewaest het centrale duo. Beiden zijn degelijke verdedigers maar werden de eerste wedstrijden te vaak aan hun lot overgelaten door ploegmaats. De offensieve impulsen van rechtsachter François (van oorsprong een aanvaller) en kapitein N’Ganga zijn soms iets te oncontroleerbaar, waardoor de Carolo’s kwetsbaar worden in verdedigend opzicht.

Centraal op het middenveld lijkt Mazzu nog op zoek naar het ideale duo. De combinatie Daf & Diandy heeft duelkracht te koop, maar mist voetballend vermogen. Marcq & Saglik is dan weer iets te veel techniek en te weinig power. Enkel Marcq lijkt zeker te zijn van een basisplaats met dank aan zijn uitstekende passing en vista. Naast hem lijkt Diandy misschien nog de beste optie om de verdedigende stabiliteit te waarborgen. Want daar schort het aan bij Charleroi: defensieve zekerheid en ervaring. Juist gepositioneerd staan, niet allemaal naar voor lopen en een professioneel foutje maken op het juiste moment. Het gevolg laat zich raden: 9 tegengoals in de eerste 4 matchen. De komst van Geraerts lijkt in dat opzicht alvast een uitstekende zaak: van zodra hij fit is, komt hij in principe in de basiself.

Op de flanken staat er op links met Tainmont een winger met power, loopvermogen en een uitstekende voorzet. De Franse linkspoot speelde nog nooit op het hoogste niveau maar heeft voldoende kwaliteiten om belangrijk te worden voor de Zebra’s. Op rechts staat met Ndongala een pocketspeler: snel wegdraaien en buitenom gaan zijn z’n specialiteit, de laatste pass is wat minder. En ook hij mist duelkracht en intelligentie om verdedigend mee te denken. Met Neeskens Kebano zit nog een creatieve, talentvolle middenvelder op de bank.

In de spits werd resoluut gekozen voor het duo Fauré-Kitambala. Fauré is de goalgetter: ervaring te koop, torinstinct en dodelijk efficiënt in de 16. Zijn actieradius is beperkt, de snelheid wat afgebot maar scoren kan hij als de beste. Vorig jaar maakte hij er 8 in 12 wedstrijden. Kitambala, overgekomen van Auxerre, is de ideale bliksemafleider. Hij heeft snelheid, techniek en komt regelmatig in de bal om combinaties op gang te brengen. Een constant hoog niveau halen, bleek echter al moeilijk voor de Franse Congolees. Rossini is het breekijzer op de bank, Thiaré en Coulibaly zijn de minder interessante wisselmogelijkheden.

Charleroi presenteerde zich de afgelopen weken als een goed voetballend geheel met veel aanvallende intenties en infiltraties. De laatste pass en afwerking staat echter nog niet op punt. Dat gecombineerd met de defensieve chaos die er te vaak was, zorgde voor veel dom puntenverlies. Charleroi mist ervaring en leepheid (voldoende verdedigers overhouden tijdens de aanval, foutje maken in de omschakeling) om beter te doen dan vorig seizoen. Het beste voorbeeld was de wedstrijd tegen Waasland-Beveren: geen kans weggeven tot minuut 60. Een ongevaarlijke voorzet wordt dan door de kapitein, die niet onder druk staat, in hoekschop gewerkt waaruit een goal komt.

Op Mambourg zullen we nog veel mooie wedstrijden met een dozijn kansen zien, maar of dat steeds in het voordeel van Charleroi zal uitvallen valt te betwijfelen. Een zorgeloos seizoen mag geen probleem zijn met de kern, maar er zal mentale weerbaarheid nodig zijn om de slechte start achter zich te laten.

De Vraag: hoe snel krijgt Mazzu defensieve mechanismen in de ploeg?
Prognose: 11e