Competitiespecial: KAA Gent, eindelijk uit de schaduw

‘Aan een nieuw stadion en een ploeg bouwen, dat lukt niet samen.’ Een, mogelijk terecht, excuus dat de voorbije seizoenen graag gebruikt werd door menig Gentbestuurder. De Ghelamco Arena is nu af, geen excuses meer.

Mogelijke elf KAA Gent

Mogelijke elf KAA Gent

Hein Vanhaezebrouck kreeg zo goed als alle sportieve macht bij KAA Gent. Hij haalde tal van spelers waar hij al eerder mee samenwerkte: Gershon, Belhocine, Raman én Kums die hij meteen tot kapitein bombardeerde. De coach gebruikte de voorbereiding en de eerste competitiewedstrijden om zijn 3-5-2 systeem in te slijpen. Dat liep echter heel stroef, en de ploeg begon beter te voetballen wanneer men overschakelde op 4-3-3. Het is afwachten of Hein leerde uit zijn fouten (zoals koppig aan 3-4-3 vasthouden bij Genk),of zich flexibel opstelt in de weg naar succes. Aangezien het een capabel vakman is, kiest hij hoogstwaarschijnlijk wel voor de 4-3-3.

In doel is Sels een zekerheid: hij maakt amper fouten, staat voor soberheid. Ook uitvoetballend staat hij zijn mannetje, wat noodzakelijk is in het systeem van Vanhaezebrouck. Vandenbussche, overgekomen van Heerenveen, moet zich tevreden stellen met een plaatsje op de bank.

Achterin startten de Buffalo’s met een driemansdefensie. Belhocine centraal, geflankeerd door Gershon en Puljic. Die laatste bleek voetballend echter geen meerwaarde, meer nog: de opbouw stokte steeds hem. Nu Vanhaezebrouck overschakelde op een 4-mansverdediging met slechts 2 spelers centraal, is Puljic het logische slachtoffer. Belhocine brengt ervaring en duelkracht in de ploeg, hij is echter helemaal niet wendbaar en heeft het moeilijk met lopende mensen. Gershon is een meerwaarde met zijn positiespel en coaching in het hart van de verdediging. Op de linkerflank liggen Asare en Oussalah in balans. Die eerste krijgt momenteel de voorkeur, vooral omdat Oussalah door de blessure van Soumahoro ook al linksvoor speelde. Op rechts is er minder luxe, daar is de jonge Foket zeker van een basisstek. De spoeling achterin is vrij dun, een blessuregolf kan punten kosten.

Het centrale middenveld bestaat, ongeacht de gekozen formatie, uit Kums en Renato Neto. Die eerste bepaalt het tempo van de Buffalo’s: temporiseren of ritmeversnellingen? Alles start bij Kums, dat is ook de zwakte van dit KAA Gent. De ploeg die tegelijk Kums uit de wedstrijd kan houden en de opbouw bij de verdedigers van Gent snel onder druk kan zetten, brengt hen in grote moeilijkheden. Want zeker zonder Soumahoro wordt het spel van Gent dan erg voorspelbaar: een pass achteruit of de lange bal richting Depoitre en eventueel Lepoint.

Die Lepoint stond al even achter de diepe spits, een duidelijke komaf met het feit dat een 10 over flair en voetbalinzicht moet beschikken. Hij brengt vooral duelkracht in het elftal bij de pressing en is aanwezig in de box bij voorzetten. Bij het echt opbouwen van een aanval houdt hij zich wat afzijdig. Daarom begint Vanhaezebrouck ook volstrekt logisch naar Milicevic te grijpen: een meerwaarde dankzij z’n creativiteit, uitstekende pass en dito traptechniek. Op de flanken leken Soumahoro & Raman het pleit te hebben gewonnen. Al toonden Habibou (op links) en Dejaegere (op rechts) zich de laatste wedstrijden erg gedreven en kwaliteitsvol. Van der Bruggen zit op de bank. Nieuwkomer Zolotic kreeg zijn kans, maar verknalde die in de eerste wedstrijden.

In de spits, daar lijkt onweer op komst: Depoitre, Pollet, Pedersen en Habibou (al uitgeweken naar de flank) vechten allen voor 1 plaatsje. Geen van hen staat duidelijk op 1 in de rangorde, al zette Depoitre een goede stap in die richting. Toch is het zaak voor de coach om snel duidelijkheid te scheppen in de hiërarchie anders zou het wel eens snel tot onvrede kunnen komen. En als Vanhaezebrouck iedereen overtuigt om zich in zijn rol te schikken, kan het straks zelfs een wapen zijn om een verschillende type aanvallers in de rangen te hebben.

Gent draait op volle toeren: het heeft in alle linies kwaliteit in huis en heeft een topcoach. Toch lijkt het nog niet klaar voor een titelstrijd: achterin is er te weinig kwaliteit in de breedte en deze ploeg mist ervaring als het aankomt op spelen voor de prijzen. Het wordt dan ook belangrijk met de voeten op de grond te blijven en intussen een duidelijke pikorde binnen de spelersgroep te creëren om mogelijke ruzies te ontmijnen. Als Hein de rust weet te bewaren, is top-3 mogelijk.

De Vraag: 3-5-2 of 4-3-3?
Prognose: 3e plaats

Competitiespecial: SK Lierse, frivoliteit zoekt efficiëntie

Toen vorig seizoen het behoud verzekerd was, gooide Stanley Menzo de académiciens voor de leeuwen. Lierse wil die lijn doortrekken en met de youngsters nu ook ten strijde trekken in de reguliere competitie. Zijn ze daar klaar voor?

De elf van Lierse

De elf van Lierse

Net als veel van zijn collega’s kiest Menzo bij Lierse voor een 4-3-3. Een verzorgde opbouw en bewegingsvoetbal brengen, dat is de uitdaging. In doel staat met Berezovskyi een zekerheid. De Oekraïner heeft uitstekende reflexen, is sterk op hoge ballen en voetbalt degelijk mee. Een topper naar Liersenormen. Goris is zijn waardige doublure.

De defensie is relatief onervaren met van links naar rechts Hanin (24 jaar), Buyssens (28), El Messaoudi (19) en Traoré (22) . Hanin, de Franse linksachter, viel al op in positieve zin: hij is snel en heeft een uitstekende voorzet. Op rechts is Traoré een gelijkaardig type maar hij lijkt verdedigend minder secuur te zijn dan zijn overbuur. Centraal achterin verdiende El Messaoudi een basisplaats, vorig seizoen speelde hij al een half seizoen op het middenveld. Hij anticipeert degelijk, voetbalt erg goed mee, maar maakt af en toe een ‘schoonheidsfoutje’ die Lierse nog goals zal kosten (zie strafschop op Lokeren). Hij werd al gekoppeld aan Buyssens (pakte een domme rode kaart) en Bensebaini (19). Al komt straks de ervaren Swinkels gewoon terug in de ploeg na zijn blessure. Mogelijk schuift El Messaoudi dan opnieuw op naar het middenveld. Al heeft Menzo met enkel Ngawa amper fitte verdedigers op de bank.

De buffer voor de verdediging wordt gevormd door Wils en Zizo, de tweede académicien. Zizo moet voor creativiteit zorgen, maar het rendement van zijn acties ligt nog veel te laag. Wils brengt duelkracht en verdedigend denken bij. Woelwater Bourabia staat op de 10: hij was vorig jaar clubtopschutter, maar is hij nog mobiel genoeg? Hij speelt al lang met knieproblemen en zijn actieradius lijkt sterk verminderd in vergelijking met vorig seizoen. Toch kan hij belangrijk zijn met goed getimede infiltraties, want één ding moet je de Franse Marokkaan wel nageven: infiltreren, koppen en trappen op doel, dat kan hij wel.

Op de flanken heeft Lierse met Wanderson en Losada twee voetballers met een fluwelen techniek. Wanderson heeft een explosieve versnelling met bal aan de voet maar is wisselvallig en zijn acties leveren weinig op. Losada is de patron van de ploeg: hij start op rechts en komt vaak naar binnen om van daaruit de combinatie op te zetten. Met Traoré achter zich heeft hij ook iemand die de ruimte die hij laat in aanvallend opzicht kan opvullen. De Argentijnse kapitein kampt echter met een groot probleem: efficiëntie. Vorig seizoen knalde hij er maar 4 tegen de netten, wat gezien de goals van Bourabia en Watt toen geen groot probleem was. Maar wie wordt nu dé doelpuntenmaker?

Keita toonde de eerste speeldagen dat hij de leemte misschien kan invullen, hij is snel en heeft een neus voor goals. Maar hij heeft duidelijk een mindere je m’en fous mentaliteit dan Watt, wat in degradatienood misschien wel de belangrijkste kwaliteit is van een spits. Vellios speelde zo goed als nooit in Engeland, en Kouemaha heeft tijd nodig om naar zijn beste vorm toe te groeien. Dolly Menga blijft een mysterie.

Veel techniek, frivoliteit en flitsenvoetballers op het Lisp dit seizoen. Compactspelende teams uit verband voetballen met snelle combinaties of via spelhervattingen, dat toonde Lierse nog niet. Het moet dringend frivoliteit koppelen aan efficiëntie en gevaar. De Pallieters verloren met Hoefkens, Corstjens en Ghaly belangrijke ervaring en met Watt even belangrijke doelpunten. Als het met deze jonge kern al vroeg tegen de degradatie moet knokken, wordt het geen Lierke Plezierke dit seizoen…

De Vraag: hoe snel pakt Lierse punten?
Prognose: 13e

Competitiespecial: KV Kortrijk, gevaarlijk avontuur

Typeploeg KV Kortrijk

Typeploeg KV Kortrijk

Kortrijk verloor in het tussenseizoen met Raman, Coulibaly, Heylen en Oussalah vier basisspelers en ook coach Vanhaezebrouck zocht andere oorden op. Opvolger Yves Vanderhaeghe kreeg de aartsmoeilijke taak met een erg beperkt transferbudget aan een nieuwe ploeg te bouwen.

Door het vertrek van oa. targetman Coulibaly, koos de nieuwe paus meteen voor een andere veldbezetting: de 3-5-2 werd overboord gegooid ten koste van een 4-3-3. Een te begrijpen keuze van Vanderhaeghe aangezien hij met Chevalier en Santini maar twee diepe spitsen meer overhoudt.

In doel blijft Keet ondanks meerdere flaters vorig seizoen de nummer 1, hij voelt wel de hete adem van youngsters Henkinet en Pillot. Voor hem staat een nieuwe viermansdefensie: Tomasevic en Chanot vormen het centrale duo en kennen elkaar van vorig seizoen. De nieuwe Poulain (250 wedstrijden voor Nîmes in Ligue 2) lijkt echter niet gekomen om de bank te verslijten, Van Loo is een ander alternatief. També is voorlopig rechtsback: hij kan aanvallend een meerwaarde zijn, maar maakte al een aantal domme fouten op defensief vlak. Wanneer Capon terug is uit blessure, neemt hij zijn plaats in de ploeg hoogstwaarschijnlijk opnieuw in. Op links begon de offensief ingesteld Ulens aan het seizoen. Hij werd echter al snel een rijtje vooruitgeschoven en kreeg de even avontuurlijke Mulemo achter zich, een aanvallende tandem op links.

Centraal op het middenveld heeft Vanderhaeghe geen overschot: Pavlovic en De Mets, dat zijn zowat de enige opties. De Servische aanvoerder heeft ervaring te koop en is de ideale breker voor de Kortrijkzanen. Naast hem staat met De Mets, de spelmaker: hij gaf vorig jaar het middenveld kleur met uitstekende variatie in de passing en goed positiespel in balverlies. Klaasen is het enige alternatief op het middenveld, armoe troef. Op de 10 is Stijn De Smet in principe eerste keus, Vanderhaeghe zal diens infiltraties en overzicht in de waarheidszone nodig hebben om te overleven. Ook voor deze positie is, niet verrassend, geen valabele back-up. De krapte in de rood-witte kern werd het best geïllustreerd door Pavlovic die dit seizoen al in de verdediging, op het middenveld en op de 10 speelde. Met de komst van Van Eenoo reageerde het bestuur alleszins al goed.

Voor diepgang op de flank en assists rekent men bij Kortrijk dan weer op Marusic (op rechts) en Ulens (in het begin nog linksachter). De 21-jarige Marusic is technisch niet de allersterkste, maar beschikt wel over snelheid, loopvermogen en een degelijk afstandsschot. Op links depanneert Ulens wanneer de blessuregevoelige Matton weer eens in de ziekenboeg vertoeft. Op de bank is er ook voor deze posities geen kwaliteit terug te vinden.

Voorin krijgt Santini de moeilijke taak om zijn topjaar te bevestigen. De kopbalsterke spits krijgt een pak druk op de schouders want in een kwalitatief beperkte groep verwacht iedereen doelpunten van hem. Zijn flauwe seizoensstart belooft niet veel goeds. Chevalier is een goed alternatief als het niet stormt in zijn bovenkamer.

Veel sterkhouders vertrekken en weinig geld om versterking te halen: het lijkt wel de definitie te zijn van KV Kortrijk. Met een vakman als Vanhaezebrouck liept dat steeds goed af, maar het is maar zeer de vraag of ook Vanderhaeghe zijn team naar veilige wateren kan loodsen. De kern is te krap en moet nog wennen aan de nieuwe aanpak.

De Vraag: komt er nog kwaliteit bij?
Prognose: 12e

Competitiespecial: KRC Genk, puinruimen

KRC Genk, waar continuïteit, jeugd en familiegevoel centraal staat, ging het laatste jaar door meer dan één zware storm. Alex McLeish wordt de puinruimer van dienst.

Mogelijke elf KRC Genk

Mogelijke elf KRC Genk

6 bekers en 3 titels in Engeland en vooral Schotland. McLeish mag dan pas de 3e keuze geweest zijn voor het Genkse bestuur, de Schots kan adelbrieven voorleggen aan zijn nieuwe spelersgroep. Het wordt afwachten voor welke formatie hij kiest, in zijn periode bij Aston Villa gaf hij al aan dat die keuze afhankelijk is van de eerstvolgende tegenstander. Laat ons er vanuit gaan dat hij, net zoals Genk de voorbije seizoenen, kiest voor een platte 4-4-2.

In Genk ontstond al vroeg in het seizoen een keepershetze. Köteles, de voorbije seizoenen erg secuur, werd bij de start van het seizoen opzijgeschoven voor Bizot. De jonge Nederlander kreeg lof voor zijn prestaties bij Groningen en startte, blijkbaar tegen het advies van keeperstrainer Martens in, toch als nummer 1. Hij maakte al snel 2 fatale fouten die een tegendoelpunt en puntenverlies inluidden. Het lijdt dat ook geen twijfel dat Köteles opnieuw in de basis komt, een ploeg onder druk heeft nu eenmaal nood aan ervaring en zekerheid achterin.

In de defensie lijkt de rolverdeling wel duidelijk. Kabasele en Kara zorgen voor power centraal achterin. Het vertrek van Koulibaly naar Napoli is een serieuze aderlating, Kabasele moet dat gat opvullen. Of het een kwalitatieve vervanger is moet nog blijken, hij verzamelde totnogtoe slechts 6 basisplaatsen op het hoogste niveau in Europa. Het beperkte voetballende vermogen in het hart van de verdediging was vorig jaar een groot pijnpunt bij de Limburgers. Ook dit seizoen bleek het al erg moeilijk om op een voetballende manier spelmaker Gorius te bereiken. De oorzaak hiervan is het beperkte technische vermogen van de centrale verdedigers, maar evenzeer een gebrek aan opbouwende automatismen. Anele en Tshimanga, intrinsiek de beste linksachter op de Belgische velden, zijn de backs.

Een complementair duo vinden centraal op het middenveld was voor Ferrera al geen sinecure: Gerkens, Gorius, Hyland en Kumordzi hebben allemaal verschillende kwaliteiten waarmee ze een basisplaats kunnen opeisen. Gorius kan het spel maken vanuit een diepere rol. Naast hem moet dan wel gekozen worden voor iemand met veel balrecuperatie in zijn spel. Kumordzi is een optie, hij voegt bovendien infiltratievermogen toe. Maar dan is het natuurlijk opletten dat het evenwicht niet zoek raakt. Zeker als ook de flankmiddenvelders te aanvallend meedenken, zorgt dat voor problemen. Hyland lijkt in dat opzicht de ideale optie: is voetballend sterk en heeft atletisch vermogen. Alleen beschikt Genk op het middenveld over erg weinig kopkracht. Gerkens zal geduld moeten oefenen.

Op de flank heeft McLeish kwaliteit met Buffel en Okriashvili. De eerste is erg belangrijk met belangrijke assists, doelpunten, temporiseren op het juiste moment en bespelen van de scheidsrechter. De Georgische nieuwkomer toonde al veel potentieel: hij loopt slim tussen de linies, heeft een individuele actie en schuwt het verdedigend werk niet. Vorig weekend speelde hij ook al als tweede spits, misschien een optie als Vossen nog zou vertrekken. Cisse, De Ceulaer en Monrose zijn de blessuregevoelige alternatieven op de flank. Het spitsenduo wordt Mboyo-Vossen, tenzij die laatste nog vertrekt. In dat geval wordt Mboyo mogelijk geflankeerd door Okriashvili, Schrijvers of Ojo. Veel wisselmogelijkheden zijn er dus niet voorin.

Eén ding is zeker: het kan alleen maar beter gaan met Genk. Met McLeish haalde het een coach met reputatie, Mr Discipline, binnen. Maar het zal noodzakelijk zijn om meer te doen dan alleen maar de Genkies in de pas te leren lopen. Het ontbeert deze groep namelijk ook aan defensieve en aanvallende automatismen. Wanneer de Schotse coach zijn naam echter alle eer aan doet, staat Genk straks gewoon in PO I.

De Vraag: wie wordt het spitsenduo?
Prognose: 6e