Hongarije – België (0-4): Masterclass counteren

Een hapklare brok, dat moesten de Hongaren worden op weg naar de finale. En zo geschiedde, een kinderlijk naïef en zwak Hongarije kreeg een pak rammel van onze counterende Belgen met Eden Hazard in een glansrol.

tactiek Belgie

Opstellingen van België & Hongarije

Hongarije was verrassend groepswinnaar geworden na een overwinning tegen Oostenrijk (2-0) en draws tegen Portugal (3-3) & IJsland (1-1). Terwijl het team dit EK al in bijna alle mogelijke formaties aantrad, koos bondscoach Storck voor een ambitieuze, offensieve 4-3-3 met Kiraly, Kadar, Guzmics, Juhasz, Lang, Nagy, Gera, Pinter, Dszudzsak, Lovrencsics en Szalai.

Bij België moesten er geen echte knopen worden doorgehakt, opnieuw een 4-2-3-1 dus met Courtois, Vertonghen, Vermaelen, Alderweireld, Meunier, Nainggolan, Witsel, De Bruyne, Hazard, Mertens en Lukaku.

De Rode Duivels startten snedig aan de wedstrijd met veel en hoge druk op de bal aangevoerd door Lukaku en De Bruyne.

Zeeën van ruimte op middenveld
Ook aan de bal deden onze Belgen het goed, al lag dat deels aan het zwakke Hongaarse blok. Wanneer België opbouwde, positioneerde Hongarije zich om hoge druk uit te oefenen met middenvelders Gera & Pinter hoog in het veld om Nainggolan & Witsel onder druk te zetten. Omdat de aanvallers echter onvoldoende pressing uitoefenden op Alderweireld & Vermaelen, konden die voortdurend De Bruyne, de afhakende Lukaku of Hazard tussen de linies aanspelen. Daar zwom meestal Nagy als enige verdedigende middenvelder in enorme ruimtes (zie onderstaand beeld) waar De Bruyne, Hazard en Lukaku dankbaar gebruik van maakten. Aan de rust bracht de Hongaarse bondscoach dan ook een tweede verdedigende middenvelder in het veld waardoor het evenwicht ietwat hersteld werd.

Twee Hongaarse middenvelders staan hoog, maar er is geen druk op Alderweireld. Die kan makkelijk inspelen op Lukaku, De Bruyne of Hazard die zeeën van ruimte hebben tegen 1 middenvelder.

Twee Hongaarse centrale middenvelders staan hoog, maar er is geen druk op Alderweireld. Die kan makkelijk inspelen op Lukaku, De Bruyne of Hazard die zeeën van ruimte & tijd hebben tegen 1 middenvelder.

Na de vroege 0-1 op vrije trap trok België zich geleidelijk aan iets meer terug. De hoge druk werd wat afgebouwd en de Hongaren kregen de bal (54% balbezit over hele match bekeken). Vanuit de vorige matchen was al duidelijk dat Hongarije graag de bal heeft en durft voetballen van achteruit ondanks de heel beperkte kwaliteiten daar. In de voorbereiding werd dit tegen Duitsland, dat toen met de handrem op speelde, al afgestraft (2-0).

Dszudszak als spelmaker
Om de opbouw te doen slagen, maakte Hongarije het veld namelijk heel groot, zeker centraal, voor een stuk naar analogie met het positiespel van bijvoorbeeld de Duiters. De centrale verdedigers uit elkaar, de backs hoog. Ook de middenvelders stonden vaak erg hoog maar de flankaanvallers vaak nog breed. Dat veroorzaakte twee problemen:

In de eerste plaats kon er bijna enkel ingespeeld worden van de centrale verdediger naar de flankverdediger, naar de flankaanvaller en terug achteruit in een U-vorm. De zeldzame momenten dat de Hongaren uit de druk konden voetballen, was dit bijna uitsluitend te danken aan Dszudzsak die z’n flank verliet en als verdedigende middenvelder een rol als spelmaker opeiste. De drie Belgische middenvelders die de mandekking op de Hongaarse middenvelders voor hun rekening moesten nemen, pikten hem daar onvoldoende op.

Dodelijke Belgische counters
Het tweede Hongaarse probleem was de vele ruimte tussen alle spelers waardoor het erg kwetsbaar werd in de omschakeling. De backs en middenvelders konden vanaf het uur bijna nooit op tijd terug in hun defensieve stelling komen waardoor België voortdurend in meerderheidssituaties werd gebracht. In de opbouw stond Hongarije dan wel gepositioneerd als Duitsland maar technisch werd alles uitgevoerd als San Marino. De beperkte techniek (passing, aannames, wegdraaien) van vele andere spelers was echter even schrijnend als lachwekkend, waardoor Hongarije weinig kon creëren en de Belgen de counters maar uit te pakken hadden.

De Rode Duivels profiteerden uiteraard optimaal en dikten het totaal aantal gemaakte goals uit counters op dit EK al aan tot 5, voorlopig een record. De belangrijkste factoren daarin zijn ongetwijfeld:
– versnellingen met bal aan de voet door De Bruyne en Hazard (11 geslaagde dribbels in deze match)
– tegelijk voldoende infiltrerende spelers van achteruit om een meerderheid te creëren
– perfectie in de passing: timing van inspelen, in de loop, weg van de tegenstander
– genadeloos afwerken

Vooral Hazard en De Bruyne kunnen zich in een ‘counteromgeving’ dan ook volledig uitleven, Lukaku had het duidelijk moeilijker als hij snelle, technische keuzes moet maken en niet zelf wordt diep gestuurd. Bekijk hieronder een aantal Duivelse omschakelmomenten.

Belgie tactiek

Slecht positiespel bij de Hongaren leidt tot verschillende Belgische counters (deel 1)

 

België tactiek

Slecht positiespel bij de Hongaren leidt tot verschillende Belgische counters (deel2)

Opgelegd balbezit
Euforie. Dat lijkt het codewoord waarmee we het gevoel bij de Belgische fans kunnen beschrijven. En terecht, want meer dan ooit leeft het gevoel dat de Rode Duivels geschiedenis kunnen schrijven. Meer nog, de finale halen lijkt een must. En deze prestatie was hoopgevend dankzij ons beste counterspel en de topvorm die Hazard, Courtois en De Bruyne gevonden hebben. Maar beste Marc Wilmots & fans, nu begint het pas. De bel is gegaan, de speeltijd is definitief voorbij.

Nu komen de georganiseerde tegenstanders genre Italië die ons het initiatief gunnen en daar zelf een verdedigend blok tegenover zetten. Iets waar we de laatste jaren amper oplossingen tegen vonden. Nu komen ploegen mét een tactisch plan gekoppeld aan individuele kwaliteit. Nu komt Wales (en hopelijk daarna nog Portugal of Polen). Hopelijk kunnen onze spelers hun topvorm aanhouden, kijken we niet tegen een 1-0 achterstand aan en misschien hopen we stiekem ook op een tactisch plannetje om dominant aan te vallen vanuit (opgelegd) balbezit. Want behalve de tweede goal tegen de Ieren konden we dit EK enkel nog maar prikken op de counter en op spelhervattingen… Go Belgium!

Alle Belgische goals (Sporza)

Meer internationaal voetbal!

 

Standard – Club Brugge (2-0): Rouches makkelijk voorbij twijfelend Club

Standard begon een paar weken terug aan zijn remonte op weg naar PO I, Club Brugge kampt ondanks een reeks overwinningen met nog heel wat twijfel. Ferrera kreeg een volledige week tijd om zijn troepen klaar te stomen voor een uiteindelijk eenvoudige thuiszege.

Standard Luik & Club Brugge

Basisploegen van Standard Luik & Club Brugge

Yannick Ferrera bouwde verder op zijn 4-4-2. Hij miste wel Goreux, Arslanagic en Brüls. Hubert; Milec, Scholz, Teixeira, Van Damme; Trebel, Yattabaré, Legear, Dossevi; Santini & Knockaert, waren de basisspelers.

Michel Preud’homme roteerde verder na de ontnuchtering in Denemarken. Geen Gedoz, Vazquez, Simons en Mechele. Wel een 4-2-3-1 met Bruzzese; Duarte, Denswil, Bolingoli, Meunier; Claudemir, Vormer, Vanaken; Refaelov, Diaby en Vossen.

Van een studieronde was geen sprake op Sclessin, beide ploegen vlogen er vanaf minuut 1 vol in. De eerste 20’ waren gelijkopgaand, nadien nam de thuisploeg de wedstrijd in handen. De Rouches slaagden er vooral in de wedstrijd naar zich toe te trekken dankzij:

1) Druk vooruit op duo Duarte-Denswil
Standard speculeert het grootste deel van het seizoen al op de counter om zo vooral gebruik te maken van de foutjes van de tegenstander. Ook vandaag was dat de tactiek maar de inslag was wel aanvallender: Ferrera besloot Club hoger op te vangen dan de middenlijn (waar het normaal pas druk zet) en snel te pressen op de Brugse centrale verdedigers als die in balbezit kwamen. Ingegeven door het zwakke uitvoetballen achterin bij de bezoekers een logische keuze.

Sinds het vertrek van Ryan en de blessure van Engels, is het verzorgen van de opbouw van achteruit een groot probleem bij Club. Met Vossen heeft het voorin bovendien een garantie op goals, maar hij biedt weinig balvastheid wanneer de verdediging onder druk komt en lang moet spelen.

De druk op Duarte en Denswil werd voorbeeldig uitgevoerd door Knockaert & Santini, zij pressten hevig en brachten Club snel aan het twijfelen. Verontrustend voor Preud’homme want Club Brugge voetbalde daar vorig seizoen vaak wel eenvoudig doorheen. Toen werd bij balbezit de 2v2 situatie achterin (Duarte & Denswil tegen Santini & Knockaert) vaak omgedraaid in een 3v2-situatie door een middenvelder die op het gepaste moment inzakte. Meestal was dit Vormer die rechts naar de buitenkant uitzakte. Van daaruit kon de man-meersituatie worden uitgespeeld om daarna diepgang te zoeken, vaak op de rechterflank met een hoog opgeschoven Meunier. Maar dat kwam er vandaag (en dit seizoen heel vaak op verplaatsing) te weinig uit.

De centrale verdedigers & doelman Bruzzese waren te onrustig aan de bal. Vormer & Claudemir maakten dan weer de loopactie om tussen of naast hun centrale verdedigers te komen amper. En tegelijk was de positie van Meunier & Bolingoli vaak te laag: zij werden dan toch ingespeeld maar kregen uiteraard meteen druk van de flankmiddenvelders van Standard. Ook het vrijlopen van Diaby tussen de linies oogde soms onnatuurlijk en vooral weinig efficiënt.

2) 2v1 situaties op de linkerflank
Een andere manier om tegen Club tot diepgang te komen is door op de Brugse rechterflank een 2v1 te creëren. En zo Diaby (geen flankaanvaller) & Meunier (verdedigend positiespel matig) in de problemen te brengen. Dat deed Standard vooral in de beginfase voortreffelijk met een oprukkende Van Damme & Legear. Die eerste kwam vaak vrij omdat Diaby te laat terugverdedigde, Legear probeerde dan weer regelmatig in de rug van Meunier te duiken.

3) 1v1 op rechterflank
En de laatste belangrijkste kansen kon Standard versieren door Dossevi in een 1v1 te isoleren met Bolingoli. Die situaties leidden tot heel wat kansen en ook tot de rode kaart van Bolingoli wat uiteraard een kantelpunt in de match was.

Uitcomplex
Club Brugge verzamelde in balbezit een ruime onvoldoende. In de eigen opbouw zorgde het, zoals eerder aangegeven, niet voor een man-meersituatie. Voorin deed het dat vaak wel goed op de linkerflank met een wisselwerking tussen Vanaken & Refaelov. Eén van beiden speelde steeds van op links (meestal Refaelov, op het eerste kwartier na) de andere kwam helpen en zorgde voor diepgang. Daardoor sprokkelde Club ook wat hoekschoppen bij elkaar in de beginfase. Geen van beide is echter een echte flankaanvaller, en tot voorzetten voor Vossen kwam het dan ook nauwelijks. Voor het overige toonde Club vooral een gebrek aan diepgang (de infiltraties van Vormer ten spijt) & samenwerking in de zone van de waarheid, waardoor het amper goede kansen bij elkaar kon voetballen.

Blauw-zwart koos in balverlies, in tegenstelling tot in thuiswedstrijden, niet voor hoge druk. Geen snelle pressing dus op de centrale verdedigers van Standard door Vanaken & Vossen. Die laatste kreeg namelijk duidelijk de instructies om zich te positioneren bij Scholz om de opbouw van de Rouches zo over Teixeira te laten verlopen. Standard heeft echter minder nood aan een verzorgde opbouw dan Club. Het heeft met Knockaert, Dossevi en Legear snelheid voorin. En nog belangrijker: onder druk kan vaak lang gespeeld worden op Santini als aanspeelpunt.

Hete adem van Trebel-Yattabaré

Club Brugge opbouw

In de tweede helft (11v10) geen man-meersituatie meer voor Club. Overal koppeltjes gevormd, snel druk op de bal en veel balverlies tot gevolg in de opbouw bij Club Brugge

Alles bij elkaar opgesteld stond het aan de rust nog steeds 0-0. Na de koffie schakelde Standard een versnelling hoger met op vijf minuten tijd een onterecht afgekeurde goal van Knockaert, een rode kaart voor Bolingoli en de 1-0 van Van Damme.

Preud’homme moest in een kolkende sfeer zijn troepen herschikken en schakelde om naar een 4-4-1 opstelling. De fauw werd linksachter, Vazquez & Dierckx bevolkten de flank. Nu Club geen man-meersituatie meer had op het middenveld werd het uitvoetballen echt rampzalig: een 3v2 creëren werd bijna onmogelijk want het duo Vormer-Claudemir voelde voortdurend de hete adem van Trebel & Yattabaré. De 2-0, niet toevallig van Dossevi, besliste de wedstrijd, opnieuw niet toevallig, na slecht uitverdedigen achterin bij de bezoekers.

Standard ontwikkelt zich uitstekend de laatste weken en klopt op de deur van PO I, waar het zeker nog een rol van betekenis kan spelen. Club daarentegen moet zich na de Europese uitschakeling nu richten op een vaste basiself met duidelijke automatismen. Ook het ‘uitcomplex’ moet snel worden aangepakt.

 

Samenvatting via Stadion

Meer analyses over de Belgische competitie

SV Zulte Waregem: PO I – koerse

Het rampseizoen van vorig jaar is vergeten, de ambitie aan de Gaverbeek ligt met een half nieuwe basisploeg in PO I.

tactiek Essevee

Opstelling Zulte Waregem

Dury kiest opnieuw voor een 4-2-3-1 opstelling. In doel blijft Bossut de onbetwistbare nummer één. Zijn doublure Bruzzesse vertrok, Steppe is tweede keeper.

Veel veranderingen in de defensie: D’Haene recupereert nog van een blessure, Colpaert moest vertrekken. Centraal achterin vormen Diallo en Sami een duo. Diallo, Frans jeugdinternational, heeft een groot potentieel. Aan zijn positiespel is nog werk, hij is wel erg snel en uitvoetballend de betere van Sami. Die laatste bracht een pak ervaring uit de Ligue 1 mee, wat samen met zijn duelkracht zijn grootste troef is.  Op links is Verboom vaste waarde, hij zorgt daar voor de aanvallende rushes. Op rechts is D’Ulivo nog niet topfit, Baudry depanneert er. De Fransman is van nature een centrale pion, waardoor hij zich goed kwijt van zijn verdedigende taken, aanvallend hoeft hij het team minder bij te brengen.

Balvastheid voorin
Centraal op het middenveld maakte Aneke een enorme progressie als steunpilaar voor de defensie. Zijn duelkracht, positiespel en voetballend vermogen maakten indruk bij de seizoensstart. Naast hem zorgt Lepoint voor duelkracht, druk vooruit in balverlies en infiltraties in de zestien. De wisselvallige Jorgensen is back-up. Op de 10 experimenteerde Dury al met verschillende namen, Kaya is er het beste uitgekomen. De onvermoeibare middenvelder zorgt voor doorsteekpassjes en verdeelt het spel bij momenten uitstekend. Weinig vinden de ruimte om vrij te lopen zo makkelijk als Kaya, soms inzakkend, soms hoog, maar ook vaak uitwijkend naar de flank om van daaruit een scherpe voorzet te trappen.

De Ridder lijkt het best tot zijn recht te komen als flankaanvaller. Hij toonde al momenten van zijn klasse met dribbels op de korte ruimte, maar is nog iets te wisselvallig. Op links is Mame Thiam titularis, de huurling van Juventus. Hij speelde ook al als rechteraanvaller en als diepe spits maar daar is kapitein Leye onfeilbaar. Leye zorgt voor balvastheid, goals en druk vooruit, wat Essevee afgelopen seizoen miste. Op de flanken zijn er nog heel wat kwalitatieve alternatieven: Dury houdt Storm, Buyl en Cordaro nog achter de hand om zijn aanvallers scherp te houden. Allen kregen ze voornamelijk al speelminuten op de rechterflank ten koste van De Ridder.

SVZW kende een duidelijke kwaliteitsinjectie in het aanvallende compartiment. Met Leye haalde het een broodnodig profiel binnen en met Buyl, Cordaro, Thiam en De Ridder is er scorend vermogen en snelheid achter hem.

Solide defensie
Bij de opbouw achterin is het nog wat zoeken. Sami is een beperkte voetballer en de tegenstanders laten hem maar al te graag aan de bal. Zonder de balvaste Aneke op het middenveld koos Sami de voorbije matchen dan maar erg vaak voor de lange bal op Leye. Als die een goede dag heeft, een uitstekende optie, om de vleugelspelers en creatieve mensen te laten aansluiten. Maar als Leye moeilijker in de match zit, leidden de lange bal nog te vaak tot balverlies. Kaya is een oplossing om het speler dieper op de eigen helft te verdelen, maar dan mist Essevee slagkracht voorin. De terugkeer van Aneke en de automatismen die versoepelen, zorgen straks echter voor een oplossing. De laatste weken zette de ploeg ook al stappen om ook zonder de Engelsman iets zorgvuldiger op te bouwen.

In balbezit is Kaya dus de sleutelfiguur, met slim vrijlopen & infiltraties zorgt hij voor het meeste gevaar aan de Gaverbeek. Ook Thiam, vaak naar binnenkomend met de bal aan de voet, in combinatie met het opkomen van Verboom zorgt voor variatie voorin. Ook de infiltraties van de kopbalsterke Lepoint zijn één van de speerpunten van de ploeg. Net als in de succesjaren teert Zulte Waregem ook opnieuw op een solide defensie en de daaropvolgende snelle tegenaanval met vooral Kaya, Leye en Thiam in de waarheidszone. Ook op spelhervattingen heeft het met Sami en Lepoint twee efficiëntie koppers in de rangen.

Na twee uitstekende seizoenen aan de top in de competitie, betaalde Essevee vorig jaar de prijs met heel wat uitgaande transfers van sterkhouders. Na een moeilijk seizoen herstelde de ploeg zich en haalde het opnieuw voldoende kwaliteit binnen. Er is een duidelijke progressie merkbaar in de speelwijze die ook de nodige punten oplevert, in eigen stadion werd er nog niet verloren dit seizoen. Als het ook tegen de kleinere ploegen (en in een moeilijkere periode) voldoende punten pakt, is SVZW topkandidaat voor het laatste ticket in PO I. Zeker wanneer de comeback van Standard Luik te lang op zich laat wachten,.

Sterkte: kwaliteitsinjectie voorin met Leye, Thiam, De Ridder, Buyl
Zwakte: soms te voorspelbare opbouw (mede door uitvallen van Aneke)
De Vraag: stabiel Essevee naar PO I of een Luikse comeback?

 


 

Francky Dury, copywright: AD

Francky Dury, copywright: AD

Francky Dury
Dury, het boegbeeld van SV Zulte Waregem, brandt opnieuw van ambitie. Na een minder seizoen kijkt hij opnieuw richting PO I. Dury is bezig aan zijn 14e seizoen aan de Gaverbeek, voordien werkte hij tien jaar bij Zultse VV waarmee SV Waregem later fusioneerde. Er volgde enkel een klein intermezzo bij de Belgische Voetbalbond en bij KAA Gent, maar in 2011 kwam Dury terug thuis. Hij gidste Essevee uit de degradatiezone en miste het seizoen nadien de titel op een haar na. Dury won met zijn manschappen 1x de Beker van België en werd zelf 2x verkozen tot Trainer van het Jaar. Hij heeft nog een contract tot 2023 aan de Gaverbeek.

 

 

Kijk hier voor de analyses van de andere Belgische teams!

Sporting Lokeren: gebrek aan kwaliteit voorin

Geen Peter Maes meer als trainer. Geen Vanaken, De Pauw, Remacle en Leye meer op het veld. Bob Peeters krijgt een kans op rehabilitatie maar dat is geen eenvoudige opgave bij Lokeren.

Basisopstelling Lokeren

                                         Basisopstelling Lokeren

De coach bouwt verder op de 4-2-3-1 waarin Lokeren al lange tijd speelt. Davino Verhulst startte de competitie als eerste doelman. Peeters, al heel snel onder druk, greep terug naar Copa in doel in de hoop de rust terug te brengen. De Ivoriaan speelt alleszins minder dan vroeger in hoogtes en laagtes.

Het hart van de verdediging bleef overeind. Ingason & Maric vormen het centrale duo. Ze zijn goed ingespeeld op elkaar, hun samenwerking & positiespel is uitstekend. Op de backs spotten we wel al veel verschillende gezichten. Odoi (kan zowel op links als rechts uit de voeten), lijkt de beste optie op linksachter. De nieuwe Ticinovic toonde zich sober op rechts. Andere nieuwkomers Melnjak (links) en Ninaj (rechts) lieten een minder zekere indruk na.

Als tweede spits
Het uitvoetballen achterin verliep niet altijd even vlot in de beginfase van de competitie, te snel werd er bij druk naar de lange bal gegrepen. Met Ghadir beschikt Lokeren over een aalvlugge spits die best in de ruimte aangespeeld kan worden. Ideaal om te counteren, minder geschikt als targetman om de rest van de ploeg te doen aansluiten. Een iets verzorgdere opbouw achterin lijkt dus een belangrijk werkpunt.

Overmeire en Persoons vormen opnieuw de tandem op het middenveld. Ngolok verving, als jarenlange back-up nummer 1, de eerste weken van de competitie de geblesseerde Persoons. Hij is nu terug fit. Op positie 10 experimenteerde Peeters voluit, een echte beslissing lijkt nog niet gemaakt te zijn: de eerste optie was de nieuwe Pool Starzynski. Lokeren haalde hem met veel bombarie binnen, maar behalve zijn uitstekende traptechniek kon hij nog niet bekoren. Het verschil in ritme met de Poolse competitie ligt hoger dan verwacht. Patosi is een alternatief. Tegen Standard kreeg Miric dan weer zijn kans in een centrale rol, al opereerde hij meer als een tweede spits.

Voorin kampt Lokeren met een gebrek aan kwaliteit. Peeters gaf iedereen al zijn kans, slechts weinigen grepen die effectief. Op de flanken konden Bolbat (snel maar weinig overzicht & efficiëntie), Ansah en Enoh (technisch beperkt) nog niet overtuigen. Centraal voorin liep Dessers in de eerste wedstrijd al tegen een domme rode kaart aan wat zijn speelminuten nadien serieus beperkte. Abdurahimi is een andere mogelijkheid.

Snelle tegenaanval
Peeters kan rekenen op een sterk defensief blok, grotendeels identiek aan vorig seizoen (de doelman, vier verdedigers, 2 verdedigende middenvelders bleven op Daknam). Daarnaast beschikt hij over veel snelheid voorin met oa Ghadir, Patosi, Bolbat. Pure kwaliteit (goede laatste pass, juiste keuze, individuele acties) is een andere zaak. Dat impliceert een meer reactieve speelstijl dan de voorbije seizoenen waarbij er vooral gevaar kan gecreëerd worden op de counter.

In defensief opzicht zakt bij Lokeren de diepe spits in naast de aanvallende middenvelder. De bal wordt aan de centrale verdedigers van de tegenpartij gelaten, van zodra de tegenstander rond de middenlijn komt wordt er druk gezet. Dit leidt meestal tot een lange bal vooruit waarna men stevig in het duel gaat. Het uiteindelijke doel is uiteraard met een snelle tegenaanval via Ghadir en Patosi snel gevaar te creëren aan de overkant.

Het ging er de afgelopen weken woelig aan toe in het altijd stabiele Lokeren. Nét Peeters, een trainer die snel onder vuur ligt in de media, kreeg de opvolging van Maes in zijn schoenen geschoven. Daarenboven liet de club heel wat aanvallende kwaliteit voorin gaan. Het noopt Lokeren tot meer uitgesproken countervoetbal, wat met deze ploeg de juiste keuze lijkt. Een seizoen zonder zorgen lijkt de, intussen bijgestelde, doelstelling.

Sterkte: continuïteit in defensie
Zwakte: gebrek aan kwaliteit voorin
Het vraagteken: wie maakt de goals?
Prognose na 30 matchen: 12e


Bob Peeters bron: snipview.com

Bob Peeters
bron: snipview.com

Coach – Bob Peeters

Als speler maakte Bob Peeters vooral furore als kopbalsterke spits bij SK Lierse en Roda JC. Met die eerste werd hij ook kampioen in de Belgische eerste klasse. Bij menig voetballiefhebber staat zijn hattrick voor de Rode Duivels tegen San Marino onwaarschijnlijk nog in het geheugen gegrift, net als zijn humoristisch optreden als ‘journalist’ tijdens het EK 2000. Als trainer begon Peeters als beloftentrainer bij KAA Gent. Nadien kreeg hij zijn kans bij Cercle Brugge dat hij twee jaar op rij in de subtop parkeerde. Het mooie liedje eindigde in het derde seizoen na het vertrek van heel wat spelers, Peeters kreeg snel zijn ontslag. Tijd om te bezinnen naam hij niet, amper één week later stond hij al aan het roer bij Gent, ditmaal als hoofdtrainer. De punten bleven uit en Peeters kreeg opnieuw zijn C4. Peeters kende nog passages bij Waasland-Beveren en Charlton, alvorens dit seizoen aan de slag te gaan bij Sporting Lokeren. Daar treedt hij in de voetsporen van clubicoon Peter Maes.

Kijk hier voor de analyses van de andere Belgische teams!