De VI werken van Stuivenberg

Met steile ambities startte KRC Genk aan het nieuwe seizoen, drie maand later oogt de realiteit minder fraai. De Limburgers kamperen in het midden van het peloton en het telt al 6 punten minder dan de beoogde top-3. Toch is er potentieel, een analyse van de laatste 3 wedstrijden van Genk onder Stuivenberg.

 

December 2016. Na een 1 op 12 wordt coach Peter Maes de laan uitgestuurd, een gebrek aan punten en te weinig aandacht voor de clubvisie van KRC Genk waarbij veel aandacht gaat naar de doorstroming van eigen jeugdspelers. De Nederlander Albert Stuivenberg, ex-assistent van Louis Van Gaal, volgt hem op. Genk begint aan een remonte maar mist op een haar na de bekerfinale en PO I. Mede door een knap Europees parcours dat strandt in de kwartfinale van de Europa League, kan Stuivenberg een mooi rapport voorleggen met 18 zeges, 8 draws en 5 nederlagen. Hij behoudt vanzelfsprekend het vertrouwen van het bestuur, meer nog: de kern wordt behouden, belangrijke spelers als Pozuelo mogen de club niet verlaten want met dit team moet er meegedaan worden voor de prijzen. Top-3 is het doel.

September 2017. KRC Genk kent een erg matige seizoensstart, Stuivenberg gooit zijn 4-3-3 overboord en introduceert in de match op Eupen een nieuw concept met een tweespitsensysteem. Geen tegenvallende flankaanvallers Benson en Buffel meer in de ploeg, wel een 3-5-2 formatie. Tijdens de rust schakelen de Limburgers over naar een 4-4-2 in ruit waaraan ook in de matchen tegen Moeskroen en Anderlecht werd vastgehouden. We bekeken de laatste drie wedstrijden van de Limburgers en zagen naast heel wat potentieel ook een aantal belangrijke pijnpunten.

3-5-2 Genktactiek

 

 

1. Progressieve balcirculatie

“Ik vind dat balbezit geen doel op zich mag worden, er moet altijd diepte in ons spel zitten”, dixit Stuivenberg in De Voetbaltrainer tijdens de zomerperiode.

Ondanks het vele balbezit tegen Eupen (62%) en Moeskroen (62%) is een snelle en progressieve (naar voren toe) balcirculatie nog een duidelijk werkpunt van de Genkenaars. In Anderlecht daarentegen had het amper 43% balbezit, daar had het dan weer problemen om de bal lang in de ploeg te houden en vanuit de balcirculatie of in de omschakeling tot grote kansen te komen.

Om te komen tot een vlotte opbouw van achteruit met snelle balcirculatie is een meerderheidssituatie achterin allereerst noodzakelijk. Ook Stuivenberg geeft dat aan: “Binnen onze aanvallende principes is het om 2v1 situaties te kunnen creëren en ze ook uit te spelen. Het gaat erom een tegenstander tot keuze te dwingen en die samen met een medespeler uit te spelen.” Overtalsituaties creëren dus, dat probeert Genk te doen.

Nadat het in de eerste helft in 3-5-2 tegen Eupen speelt en achterin man op man wordt vastgezet, schakelt het de tweede helft bijvoorbeeld om naar een 4-4-2 in ruit. Tegen de twee spitsen van Eupen laat het verdedigende middenvelder Berge centraal inzakken om een overtal te creëren in de achterste lijn.

Tegen Anderlecht had Genk automatisch een overtalsituatie achterin maar had het centrale duo Colley en Aidoo het enorm moeilijk met de onmiddellijke pressing die Anderlecht kwam zetten. Daardoor verloren beide centrale verdedigers heel vaak de bal wanneer ze vooruit iemand probeerden vrij te spelen tussen de linies.

opbouw

Berge creëert een 3v2 situatie door in te zakken, tegen de twee centrumspitsen van Eupen

Naast het beperkte voetballende vermogen centraal achterin, heeft Genk ook te vaak de neiging om balbezit te houden wanneer het eigenlijk makkelijk vooruit kan voetballen. Onderstaand twee voorbeelden waarin eerst Berge en nadien ook Malinovskiy eigenlijk perfect voor een tempoversnelling kan zorgen door in 1 tijd vooruit te spelen, beiden draaien echter terug achteruit en houden het tempo laag.

opbouw

Berge kan in 1 tijd vooruit spelen naar een ploegmaat tussen de linies maar keert terug

opbouw

Ook Malinovskiy kan direct vooruit spelen maar draait terug achteruit

 

2. Diepgang zonder bal

Eén van de nadelen van het systeem 4-4-2 in ruit is het ontbreken van kwalitatieve flankspelers die kunnen variëren in hun loopacties: zowel tussen de linies als in de diepte op het juiste moment. Door de centralisatie aan spelers liggen de flanken voor Genk dus vaak heel erg open wat een voordeel is voor de opkomende backs. Echter, deze infiltrerende flankverdedigers kunnen niet altijd tijdig vooraan zijn waardoor er bij de Genkies regelmatig een pertinent gebrek aan diepte ontstaat. Zeker ook omdat middenvelders Malinovskiy, Berge en Pozuelo de bal wel erg graag in de voet hebben. Ook spits Ingvartsen lijkt eerder een type om in de voet aan te spelen en zorgt onvoldoende voor diepte. Enkel Samatta en Schrijvers durven sporadisch eens de diepte in duiken wat onvoldoende is om voor snel gevaar te zorgen, zeker wanneer de backs niet tijdig vooraan terug te vinden zijn.

diepspelen

Alle centrale spelers van Genk komen naar de bal, op de flanken zijn de backs nog niet kunnen oprukken. Geen diepgang!

Op Anderlecht zorgde Samatta af en toe voor de uitzondering door meer op de linkerflank te blijven en daar vanuit de omschakeling de driemansdefensie van paars-wit pijn te proberen doen.

spits

Samatta zorgt voor diepgang op de linkerflank

3. Ondertalsituaties op de flank

Een ander logisch nadeel aan het 4-4-2 in ruit systeem betekent een magere bezetting op de flanken. Vooral voor de opkomende backs heeft dit serieuze gevolgen. Op rechts komen Clinton Mata maar al te vaak in de problemen: de back, tegen de zijlijn, krijgt logischerwijs erg snel druk en heeft in deze spelopvatting ook weinig aanspeelbaarheid om hem te ondersteunen. Ook hier ligt een belangrijke taak voor de, voorlopig misschien nog te statische, spitsen. Uiteraard moeten ook de vier centrale middenvelders voor voldoende ondersteuning en eventuele infiltraties op de flank zorgen.

Aangezien er weinig ondersteuning is op de flank, heeft Genk elders natuurlijk wél extra spelers op ‘overschot’. Dit zorgt op aanvallend gebied wel vaak voor een grote hoeveelheid infiltrerende mensen in de box wanneer één van de meegekomen backs de bal ontvangt op de buitenkant en, misschien noodgedwongen, tot een voorzet overgaat. Tegen Eupen zorgde dit wel voor twee goals van Ingvartsen steeds na een voorzet vanop de rechterflank. Tegen Moeskroen zorgde Uronen dan weer voor een aanvallend goede bijdrage met voorzetten in de zestienmeter waar bijna constant 3 of meerdere Genkspelers komen ingelopen.

voorzet

Vijf spelers van KRC Genk mee in de box bij een flankvoorzet

4. Dwingender worden in de hoge pressing

Albert Stuivenberg toont zich een duidelijk voorstander van hoog storen, de tegenstander zo snel mogelijk het voetballen beletten om bij voorkeur ook zelf snel tot een scoringskans te komen. Zowel in de matchen tegen Eupen, Moeskroen en Anderlecht trachtte Genk de tegenstander meteen op te jagen met wisselend succes. In de Oostkantons waren de Limburgers meerdere malen succesvol na hoog storen, Moeskroen en Anderlecht leken iets beter voorbereid om onder die druk uit te voetballen.

Samatta en Ingvartsen, beide spitsen, coördineren de pressing. Samatta staat op links meestal tussen de centrale verdediger en rechtsback om hen te dwingen ofwel lang te spelen ofwel de rechterflank van Genk te gebruiken. De linkercentrale verdediger wordt meer vrijgelaten door Ingvartsen die hem dan naar buiten toe duwt om de lange bal of de pass naar de linksback te verkrijgen. Wanneer de linksback de bal krijgt, gaat Schrijvers agressief pressen waarna de bal centraal veroverd moet worden. Een duidelijke keuze om de pressing aan de rechterkant uit te voeren vanwege de profielen van Samatta, Schrijvers en Malinovskiy. De één al meer loopwonder dan de ander.

hoge pressing

Genk oriënteert de pressing bewust naar de rechterkant waar Ingvartsen de bal naar buiten duwt en Schrijvers het laatste voorbereidende werk moet opknappen. Geel zijn de verdedigers, rood de middenvelders en blauw de twee spitsen

Tegen Moeskroen liep dit ook relatief goed in de beginfase maar de bezoekers waren goed voorbereid en konden toch een aantal keer door de druk heen voetballen, zelfs met een knappe openingsgoal als gevolg.

 

 

pressing

Schrijvers laat zich makkelijk voorbijlopen door Huyghebaert, die opent op de opstomende rechtsback Locigno. Deze heeft een boulevard aan ruimte dankzij de centrale oriëntering van het Genkse blok en vooral door de slimme loopactie van Rotariu die Uronen meetrekt naar het centrum. Van daaruit volgt een korte combinatie en de 0-1. Hoge pressing die mislukt op zijn kwetsbaarst. 

 

Het moet gezegd, vaak lukte deze pressing wel uitstekend met hoge balrecuperaties als gevolg!         

Tegen de 3-4-3 van Anderlecht werd de hoge pressing enigszins anders ingevuld. Daar kozen beide spitsen om de buitenste centrale verdedigers van Anderlecht uit te sluiten en tegelijk de pass naar de flankaanvaller tussen de linies te voorkomen.  Zo werd Kara aan de bal gelaten. Centraal op het middenveld dekten Schrijvers en Malinovskiy door op Kums en Trebel en dan was het Pozuelo die met een verticale loopactie het signaal gaf tot pressing. De Spanjaard is echter niet meteen de grootste loper en recuperator waardoor Kara vaak te veel tijd kreeg aan de bal.

pressing

Pozuelo zet druk op Kara. De twee spitsen houden Dendoncker en Deschacht in de gaten terwijl op het middenveld mandekking wordt gespeeld op Kums en Trebel

Toch kwam Genk vaak tot balrecuperatie: Berge was namelijk verantwoordelijk voor het constant achtervolgen van de aanvallende middenvelder van Anderlecht aan de kant van de bal (Hanni indien opbouw op links, Gerkens indien opbouw op rechts) waardoor de back van Genk kon doordekken op de flankmiddenvelder van paars-wit. Het zorgde voor erg direct spel, veel duels en potig voetbal wat gezien de voorsprong van Genk in hun voordeel was.

pressing

Berge zakt in op Hanni. Er ontstaat ruimte tussen de linies maar deze kan niet worden benut door de mandekking op Hanni, Kums en Trebel.

5. Verdedigen ruimte in de rug

Hoog druk zetten impliceert uiteraard het weggeven van ruimte in de rug. Ook dat vormt zeker een werkpunt voor de Limburgse defensie, des te meer voor rechtercentrale verdediger Aidoo. De Ghanese jeugdinternational ging namelijk al iedere wedstrijd minstens eenmaal in de fout door onvoldoende te anticiperen op mogelijke dieptepasses. Tegen Anderlecht werd dit niet afgestraft omdat doelman Vukovic hoog meespeelde, tegen Eupen was dit wel de aanleiding tot de 2-0 achterstand.

verdedigen

Aidoo heeft voldoende voorsprong om de diepe bal te verdedigen. Hij anticipeert onvoldoende en laat zich makkelijk in de rug nemen.

6. Rendement op spelhervattingen

And last but not least: spelhervattingen. Een erg gevaarlijk wapen in de strijd voor de punten, noem het gerust de waterstofbom van het voetbal. Mits een uitstekende focus op hoekschoppen en vrije trappen tegen, kan Genk punten scoren op dit onderdeel. Met Pozuelo en Malynovskiy beschikt het over twee spelers met een uitstekende traptechniek terwijl het met Aidoo, Colley en Ingvartsen over voldoende kopkracht beschikt. Echter, voorlopig staat de balans gescoorde goals vs goals tegen op matige 5-5 tussenstand. Op hoekschoppen tegen is de zoneverdediging vooral kwetsbaar gebleken in de eerste zone, dat probeerde Eupen ook constant uit te buiten. Het scoorde zo ook de 1-0 met Blondelle toen het een 4v3 creëerde in die zone.

corner

4vs3 situatie in het nadeel van Genk in de eerste zone op hoekschop

 

De laatste drie matchen van KRC Genk geven een goed beeld over hun seizoen tot zo ver. Het potentieel is aanwezig, de punten nog onvoldoende. De 5 op 9 tegen Eupen, Moeskroen en Anderlecht kon echter ook zomaar een 9 op 9 geweest zijn. Het vertrouwen van het Genkse bestuur in coach Stuivenberg getuigt van kennis en stabiliteit, een juiste keuze zonder twijfel.

Genk heeft uiteraard nog een pak werkpunten, meer dan bovenstaande zes, maar heeft ook duidelijke troeven. De duelkracht centraal achterin, het voetballend vermogen en de overtalsituaties centraal op het middenveld, een tweespitsensysteem dat altijd moeilijk te bekampen is en heel veel volk voor doel bij flankvoorzetten. Het moge duidelijk zijn dat ook regisseur Pozuelo nog ver van zijn beste vorm is verwijderd wat het spel van de Limburgers op termijn alleen nog maar kan verbeteren. Woensdag een volgende test wanneer Genk leider Club Brugge ontvangt.

Meer Belgisch voetbal

Club Brugge – KAA Gent (1-0): vrije trap beslist tactisch steekspel

Nadat het in de Buffalo’s een tijdlang z’n meerdere moest erkennen, won Club Brugge vorig seizoen z’n laatste vier matchen tegen Gent. Het beloofde opnieuw een felbevochten confrontatie te worden tussen twee van de beste Belgische coaches. En zo geschiedde…

tactiek club brugge gent

Startformaties van Club Brugge en KAA Gent

Met drie nederlagen uit acht competitiematchen en een dramatisch wederoptreden in de Champions League was het vertrouwen duidelijk zoek bij regerend kampioen Club Brugge. Bovendien was het fel gehavend door blessures bij onder andere Izquierdo, Engels, Refaelov en Vanaken. Michel Preud’homme gooide het experiment met de 4-4-2 in de vuilbak na een aantal matte prestaties en koos opnieuw voor z’n 4-3-3 met Butelle, Van Rhijn, Denswil, Poulain, Cools, Simons, Pina, Vormer, Limbombe, Diaby en Wesley.

Gent putte op zijn beurt wel vertrouwen uit het Europees avontuur, maar dat deden de vijf opeenvolgende competitiematchen zonder uitwinst niet. Hein Vanhaezebrouck moest ook noodgedwongen puzzelen door de afwezigheid van onder andere Milicevic, Foket, Dejaegere, Taravel en Matton. De Gentse coach koos niet voor z’n gekende 3-4-3, wel voor de al even succesvolle 3-5-2 met Rinne, Mitrovic, Gershon, Nielsen, Esiti, Neto, Schoofs, Asare, Saief, Coulibaly en Moses.

Steriel balbezit KAA Gent
Na een interessante studieronde trok Gent het initiatief en bijbehorend balbezit al snel naar zich toe al werd het daarbij een serieus handje geholpen door de dramatische cohesie in balverlies van Club.

Opvallend in de Brugse formatie was de keuze voor een middenveld met de punt naar achter, hoogstwaarschijnlijk met de bedoeling om de twee middenvelders van Gent snel het voetbal te beletten. Dat was niet toevallig eén van de kernfactoren in het succesvol neutraliseren van het Gentse combinatiespel vorig seizoen.  Club leek op bepaalde momenten net als toen dan ook te willen kiezen voor een hoge pressing met Vormer die hoog ging storen, in de rol van Vanaken vorig seizoen. Hij kreeg echter amper steun van zijn medemaats waardoor de bezoekers heel makkelijk de bal in eigen rangen konden houden.
Bovendien bezorgden die situaties Club dieper op het veld kopzorgen want met Pina en Vormer werden meestal meteen twee middenvelders uit verband gespeeld.

opbouw pressing

Vormer (zwart) gaat hoog storen op de Gentse verdedigers. De rest van de ploeg sluit niet aan en Club staat met slechts 4 spelers tussen de Gentse baklijn en de middenlijn, tegenover 5 Gentse veldspelers en hun keeper

Dit probleem werd mogelijks mee gecreëerd door zowel Wesley als Diaby die hun taken in de voorwaartse pressing onvoldoende uitvoerden waardoor Vormer zich genoodzaakt voelde om vooruit te lopen en dus meteen heel wat ruimte prijs te geven in z’n rug. Intussen offerde Limbombe zich op om de aanvallende rechtsmidden Saief op te vangen, opnieuw identiek aan de rol van Izquierdo vorig jaar toen Foket de flank op en af draafde.

Club gaat opnieuw hoog storen zonder aansluiting. Gentse middenveld heeft een zee aan tijd en ruimte

Club gaat opnieuw hoog storen zonder aansluiting. Gentse middenveld heeft een zee aan tijd en ruimte

Duo Simon-Schoofs bezorgt Club kopzorgen
De grootste mogelijkheden voor Gent lagen hierdoor op het middenveld. Daar kwam Simons voortdurend in overtalsituaties terecht die in eerste instantie goed werden gecreëerd door Schoofs en Simon. Die eerst koos vaak voor infiltraties in de diepte terwijl zijn collega Simon, nu eens aanvaller dan weer aanvallende middenvelder, net op dat moment afhaakte en de Brugse kapitein voortdurend voor keuzes werd gesteld. De Brugse centrale verdedigers voelden zich tegelijk niet comfortabel om eventueel de verdedigende linie te verlaten om druk te zetten op Simon om niet geïsoleerd in een 1v1 duel te komen met de Nigeriaanse dribbelkont. (afbeeldingen uit match 2v1 Simons)

Simons (zwart) komt centraal tegen Schoofs & Simon te staan (rood). Van Rhijn heeft enkel oog voor Asare.

Simons (zwart) komt centraal tegen Schoofs & Simon te staan (rood). Van Rhijn heeft enkel oog voor Asare.

De chaos bij het Brugse pressen en het goed positiespel van Simon & Schoofs gaven het belangrijkste deel van de eerste periode vorm met vooral Gents balbezit. Eens rond de Brugse baklijn stokte het Gentse aanvalsspel echter waardoor het amper tot uitgespeelde kansen kwam. Vanhaezebrouck gaf na de match ook meteen aan dat zijn spelers “tevreden lijken met een draw” en eiste meer drang naar voor. Kort voor hij de boodschap nog kon meegeven aan zijn elftal scoorde Van Rhijn echter een belangrijke, en o zo mooie, vrije trap. 1-0 voor de thuisploeg aan de rust. Een gevleide voorsprong voor Club dat behalve een aantal counters via Limbombe weinig op de mat bracht.

Bijsturen in de rust
Preud’homme gebruikte de pauze uitstekend om bij te sturen. In de eerste plaats haalde hij, met de voorsprong in het achterhoofd, de bleke Pina naar de kant en koos hij met Claudemir voor een lopende speler die belangrijker kon worden in de balrecuperatie.

Daarnaast opteerde Club nu voor drie centrumverdedigers met Cools die zijn job als linksback opgaf om als rechtercentrale verdediger te fungeren, in een rol als mandekker van Simon. De ruimte die Club op links daardoor weggaf werd ook opgevuld door een soort mandekking van Limbombe op de lopende Saief en Simons die tegelijk Schoofs heel ver schaduwde.

Even belangrijk ook waren de instructies voor de spitsen Diaby en Wesley om hoger en agressiever druk te zetten op de uitvoetballende Gentdefensie. Die veranderingen zorgden bijna voor een kopie van de wedstrijden Club Brugge vs KAA Gent van vorig seizoen waarvan er maar liefst drie, ja hoor, eindigden op 1-0. Van een 1e periode waarin Gent steriel balbezit had evolueerde de partij naar een match met een hoge intensiteit, veel druk op de bal, dozijnen duels en heel veel aandacht naar de scheidsrechter.

De 2 Brugse spitsen zetten na rust agressiever druk op de 3 Gentse verdedigers. Hier wordt bal centraal gespeeld op Gentse middenvelders die kort gedekt worden (en niet zoals Vormer in eerste helft uit positie gaan lopen) en zo Gent het korte voetbal beletten

De 2 Brugse spitsen zetten na rust agressiever druk op de 3 Gentse verdedigers. Hier wordt bal centraal gespeeld op Gentse middenvelders die kort gedekt worden (en niet zoals Vormer in eerste helft uit positie gaan lopen) en zo Gent het korte voetbal beletten

Beide coaches stuurden heel wat bij. Rond het uur zag het tactische bord er zo uit.

Beide coaches stuurden heel wat bij. Rond het uur zag het tactische bord er zo uit.

Vanhaezebrouck besefte dat ingrijpen nodig was. Hij haalde verrassend genoeg Schoofs en Coulibaly naar de kant en gooide z’n pionnen door elkaar. Ndongala werd rechtsmidden, Saief aanvallende middenvelder. Op het middenveld ging Neto ook veel hoger spelen om zo Claudemir verder weg te hebben van de Gentse defensie en zo tijd & ruimte te creëren om makkelijker op te bouwen door de Brugse pressing. Preud’homme gooide er als tegenzet met Bolingoli ook snel een verse kracht op om Limbombe te vervangen met Bolingoli in een rol als echte linksback.

Beide teams en coaches hielden elkaar zo in evenwicht in een intense topper zonder echt goed voetbal. De beste kansen, al waren het er bitter weinig, waren voor de thuisploeg. De Gentenaars moesten zich vooral tevreden stellen met een aantal penaltygevalletjes. Technisch niet de meest hoogstaande wedstrijd maar wel een belangrijke zege voor Club Brugge dat in de 2e helft het succesrecept van de landstitel terug bovenhaalde: veel grinta en hoge druk.

 

Meer Belgisch voetbal

Italië – Duitsland (1-1, 5-6 na strafschoppen): tactisch steekspel

Slechts twee van de toplanden konden zich, naast enkele outsiders, op dit EK al onderscheiden met verschillende collectieve topprestaties: Duitsland & Italië. De eerste werd voor het tornooi aanzien als favoriet, maar laat Duitsland de laatste 8 matchen op een groot tornooi tegen Italië nu net nooit winnend afgesloten hebben. Het stond in de sterren geschreven dat de confrontatie zou uitgroeien tot een schaakspel en die verwachtingen werden ruimschoots ingevuld.

Startopstelling Italië & Duitsland

Startopstelling Italië & Duitsland

Italië hield uiteraard vast aan de 3-5-2 waarmee het al vriend en vijand verraste. Bondscoach Antonio Conte moest wel puzzelen op het middenveld met de blessure van De Rossi en de geschorste Tiago Motta. De elf namen: Buffon, Bonucci, Chiellini, Barzagli, Di Sciglio, Florenzi, Parolo, Giaccherini, Sturaro, Pelle en Eder.

La Squadra Azzura won momenteel al z’n wedstrijden al waarmee het moet het A-elftal aantrad: 2-0 tegen België, 1-0 tegen Zweden en 2-0 tegen Spanje. En dat boezemde de Duitsers, wiens voetbal veel gelijkenissen heeft met het Spaanse elftal, toch wat angst in.

Joachim Low koos dan ook voor een soort 3-4-3 waarin hij trachtte de Italiaanse tactiek te counteren. Draxler werd daarbij het kind van de rekening en verhuisde naar de bank, Howedes kwam in de ploeg. Dat gaf volgende opstelling: Neuer, Boateng, Hummels, Howedes, Hector, Kimmich, Kroos, Khedira (na 16’ geblesseerd gewisseld door Schweinsteiger), Ozil, Muller en Gomez.

Italie pressing

Pelle zet druk op Neuer & Boateng. De andere centrale verdedigers van Duitsland (zwart) worden onder druk gezet door de twee centrale middenvelders van Italië. Eder bewaakt Kroos in z’n zone.

Neuer zonder veel opties
Duitsland nam snel het initiatief in de wedstrijd met het merendeel van het balbezit al probeerde Italië dit in eerste instantie te verhinderen. Wanneer Neuer de bal had bij een doeltrap zette La Squadra het bijvoorbeeld vast met hoge pressing waardoor de Duitse goalie vaker dan normaal lang moest trappen.

Pelle bleef in deze situaties meestal wat dieper weg om druk te zetten op de opbouwende Boateng, terwijl zijn collega-spits Eder terugzakte om Kroos op te vangen. De twee buitenste centrale middenvelders Giaccherini en Parolo moesten heel wat meters overbruggen om de Duitse centrale verdedigers Hummels en Howedes op te jagen en naar binnen proberen duwen.

Duits balbezit
Desondanks hadden de Duitsers het gros van het balbezit. Een snelle passing en veel beweging zonder bal zorgde ervoor dat Italië de hoge druk moest laten varen en zich liet terugvallen in een laag blok in 5-3-2. Desondanks kon Der Mannschaft geen grote kansen afdwingen door iets te weinig positiewissels.

Giaccherini breed Italie opbouw - press Duitsland

Gomez (groen) zet druk op de meest centrale Italiaanse verdediger Bonucci vanuit middenvelder Parolo (blauwe rechthoek centraal). Muller & Ozil zetten druk op Chiellini & Barzagli. Giaccherini benut gemaakte ruimte op de flank maar wordt bewaakt door Schweinsteiger (rood). Veel ruimte op het middenveld & de lange bal als gevolg.

Vanuit het lage blok kwam Italië op zijn beurt zelf ook weinig aan voetballen toe, ook mede dankzij de hoge pressing van Low z’n troepen. De Italianen probeerden zoals steeds met Buffon en zijn drie collega-Juventusverdedigers kort op te bouwen maar dat verhinderden de Duitsers. De aanvallers positioneerden zich in 3-4-3, zetten eerste de passlijnen naar de middenvelders af en zetten dan hoog druk op de Italiaanse centrale verdedigers die ze ook naar binnen probeerden te duwen.

Gomez zette zo de passlijn op Parolo af en zorgde voor druk op Bonucci. Intussen zorgde Muller ervoor dat hij meteen druk gaf als Chiellini aan de bal kwam, Ozil deed hetzelfde op de andere flank met Barzagli zij het iets minder agressief.

Het noopte de Italianen dan ook tot creativiteit om toch vrije mensen te vinden op het middenveld. Daarom probeerden Giaccherini en Sturaro voortdurend ruimte te vinden op de flank. Daar stond het namelijk man op man, beide flankmiddenvelders van de teams tegen elkaar. Zowel Giaccherini als Sturaro kozen vaak positie breed in de rug van die flankmiddenvelder of lager, dichter bij de eigen verdediging.

Lopende Giaccherini
De Duitsers kozen echter voor een soort mandekking centraal op het middenveld met Schweinsteiger op Giaccherini en Kroos op Sturaro waardoor ook deze twee weinig vrijkwamen. Het grootste gevaar van de eerste helft kwam er dan weer wel op deze manier via het gekende patroon (zie voorbeschouwing Italië-Belgie & de Italiaanse 1e goal tegen België): Bonucci kon te vrij opbouwen zonder druk en vond de infiltrerende Giaccherini, die Schweinsteiger liet lopen, in de rug van de Duitsers. Maar geen goal.

De hoge druk van de Duitsers en de mandekking op het middenveld gaven bovendien ruimte aan het tweede favoriete patroon van Italië: namelijk de lange bal op Pelle met de bewegende Eder en andere middenvelders rond de targetman. Der Mannschaft had echter een 3v2 situatie achterin (met Boateng, Hummels en Howedes tegen het duo Eder & Pelle) en vooral Boateng won het gros van de kopduels van Pelle waardoor Italië het lastig had om tot kansen en balbezit hoger op het veld te komen.

3-4-3 Duitsland

Duitsland in 3-4-3 met hoge backs (geel) en twee aanvallers tussen de linies (groen) in steun van Gomez. Italië in 5-3-2.

Het respect van Duitsland was dus groot, zeker omdat het z’n geoliede 4-3-3 omgooide naar een systeem met drie centrale verdedigers om de stugge Italianen te bestrijden. Het leidde tot een gesloten eerste helft met slechts een handvol kansen. Door de 5-mansdefensie bij de Italianen en het gemis van de 1v1 kwaliteiten van Draxler, konden de Duitsers ook geen gebruik maken van de snelle flankwissels via Boateng & Kroos waardoor het naast steriel balbezit vooral zijn toevlucht moest zoeken tot snelle voorzetten.

Op slot
Na rust veranderde er niet zo veel aan het spelbeeld. De Duitsers startten de tweede periode wel iets voorzichtiger met lagere pressing en Muller die meer terugzakte op de rechterflank waardoor de opstelling soms neigde naar een 3-5-2. Tegelijk werden Kroos (die sowieso al controlerender speelde) en Schweinsteiger omgewisseld nadat die laatste de lopende Giaccherini al eens liet lopen kort voor rust wat leidde tot de grootste kans voor Italië. Een ingreep die de match op slot hield.

Uiteindelijk viel de goal dan toch op een manier de het wedstrijdbeeld uitstekend aantoont: Neuer wil kort opbouwen maar wordt onder druk gezet en kiest voor de lange bal. Gomez komt met wat geluk breed aan de bal en bedient de infiltrerende Hector die even word losgelaten. Hij brengt de bal voor tot bij Ozil die de 1-0 binnenknalt.

Ook Eder op het middenveld
Nog geen kwartier later maakt Bonucci gelijk, uiteraard van op de stip aangezien uitgespeelde mogelijkheden heel schaars waren.

Intussen was bij Duitsland Gomez naar de kant gehaald. Muller ging daardoor opereren als diepe spits met Draxler en Ozil rond zich, nu ging der Mannschaft opnieuw hoger pressen zoals in de eerste helft. De Italianen tekenden op hun beurt duidelijk voor een draw en verlengingen: Conte trok nu ook Eder verder terug, hij ging in balverlies rechts op het middenveld spelen in een lage 5-4-1 om kilometervreters Giaccherini en Sturaro te ontlasten.

Na de 1-1 leek de wedstrijd in een status quo beland. Beide ploegen probeerden schoorvoetend wel nog wat te forceren maar wilden in de eerste plaats niet op een counter lopen in de slopende verlengingen. Een strafschoppenreeks dus, waarin Duitsland zich andermaal de beste toonde.

Italië – Duitsland was een tactisch steekspel, een gevecht tussen coaches naast en machines op het veld. Interessant! Maar misschien moeten we Jan Mulder toch één keer gelijk geven, het heeft wel z’n charme maar een extra vleugje genialiteit zou nog leuker zijn.

Meer internationaal voetbal

België – Italië (0-2): tactisch overklast, topspelers niet op niveau

Vorige week kregen jullie via Lange Bal al een uitgebreide analyse van de Italiaanse ploeg als voorbereiding voor de clash met de Rode Duivels. We merkten gisteren dat onze goedbedoelde tips spijtig genoeg in de wind werden geslagen met een verwachte nederlaag als gevolg. Een analyse!

Opstelingen België - Italië

Opstellingen België – Italië

Marc Wilmots koos voor volgende 11 namen bij België in een 4-3-3: Courtois, Ciman, Alderweireld, Vermaelen, Vertonghen, Witsel, Nainggolan, Fellaini, De Bruyne, Hazard, Lukaku.

Italië deed het met de volgende spelers in een 3-5-2: Buffon, Barzagli, Bonucci, Chiellini, De Rossi, Parolo, Candreva, Darmian, Giaccherini, Eder, Pelle. Van de verwachte opstelling ontbrak enkel middenvelder Florenzi. Hij miste een aantal trainingen door de bevalling van zijn vrouw, Parolo nam daardoor diens plaats in.

Na de uitgebreide analyse van La Squadra Azzurra kwamen we tot 4 concrete tactische richtlijnen om de troepen van Antonio Conté met succes te bekampen:
1. Man-meer creëren in opbouw van achteruit
2. Inschuivende backs
3. Voldoende technische spelers tussen de linies
4. Snel omschakelen naar balverlies, hoge pressing & verdedigend foutloos

We beginnen bij de laatste voorwaarde tot succes: hoge pressing en een goede blokvorming om verdedigend foutloos te zijn. Want Italië is verdedigend top en een tegendoelpunt zou meteen een serieuze handicap betekenen.

Geen druk op de bal
Ondanks de verdedigend ingestelde keuzes die Wilmots op het middenveld maakte (Fellaini op positie 10 ten koste van De Bruyne), was van een uitstekend blok eigenlijk geen sprake. Eerst en vooral was de ruimte tussen de linies vaak te groot en werd het centrum te vrij gelaten. Wetende dat de bewegende spelers rond de Italiaanse diepe spits Pelle, en meer bepaald de samenwerking tussen de twee spitsen Pelle & Eder, een gevaar vormen was het centrum beheersen wel een voorwaarde om de match te winnen.

Blok van de Belgen staat niet goed & geen druk op de bal. Daardoor komen centrale verdedigers steeds in moeilijke situatie: 2v2 tegen Italiaanse aanvallers

Blok van de Belgen staat niet goed & geen druk op de bal. Daardoor komen centrale verdedigers steeds in moeilijke situatie: 2v2 tegen Italiaanse aanvallers

Ook van hoge pressing was geen sprake. Lukaku leek amper consignes te hebben meegekregen bij de pressing en wandelde wat af tussen de Italiaanse verdedigers. Hazard zakte op links dieper terug om Candreva op te vangen, terwijl De Bruyne hoger bleef staan. Door een gebrek aan druk lag het centrum daardoor wel volledig open en kon Italië meermaals makkelijk uitvoetballen. Dat maakt ook bovenstaand beeld duidelijk: de Italiaanse verdediger kan rustig indribbelen door een gebrek aan druk op de bal en hij kan eenvoudig de twee spitsen aanspelen die man op man met Alderweireld-Vermaelen omdat Witsel de passlijn niet goed mee helpt afzetten.

Verticale passing
En laat die verticale passes nu net één van de drie belangrijkste wapens zijn die in ieder scoutingsverslag van La Squadra terug te vinden zouden moeten zijn. Zowel De Rossi als Bonucci hebben de kwaliteiten om met één verticale pass een afhakende spits (zoals Pelle) of een infiltrerende speler in de rug van de defensie aan te spelen waardoor hoge pressing van België net essentieel was in het tactische plan. De eerste tegengoal is dan ook de perfecte illustratie van de slechte organisatie en het gebrek aan druk: Bonucci kan op de helft van België (!!!) rustig indribbelen en diepspelen in rug van defensie waar hij Giaccherini vrij speelt. Alderweireld en Ciman gaan beiden positioneel in de fout, 0-1.

Italiaans blok
Ook in balbezit verdienen Wilmots en de Rode Duivels een dikke onvoldoende. Van een opbouw van achteruit was bij België, in tegenstelling tot bij Italië, geen sprake. Courtois trapte iedere bal lang uit richting Fellaini en Lukaku. Beiden kregen amper steun waardoor de tweede bal voortdurend voor de Italianen was.

De Italiaanse organisatie was, ook zoals verwacht, een 5-3-2. La Squadra Azzura koos niet echt voor hoge pressing maar zette het blok rond de middenlijn om van daaruit druk te zetten op de Belgische verdedigers:

Italie met medium blok in 3-5-2/5-3-2. Backs van België onvoldoende hoog en te weinig spelers tussen de linies.

Italië met medium blok in 3-5-2/5-3-2. Backs van België onvoldoende hoog en te weinig spelers tussen de linies

De 2 spitsen Pelle & Eder zetten druk op Alderweireld & Vertonghen eens die in balbezit kwamen. Die druk op de verdedigers kon makkelijk omzeild worden door een centrale middenvelder in de laatste lijn bij de opbouw te betrekken, dat gebeurde echter niet (zie punt 1: Man-meer creëren in opbouw van achteruit). Daardoor speelden onze Belgen natuurlijk vaak de voorspelbare pass op de vrijstaande back, die onvoldoende hoog stond (zie punt 2: Inschuivende backs). De centrale middenvelders van Italië dekten dan door naar de buitenkant op de back die amper aanspeelopties had en terug achteruit moest spelen.

Met een extra middenvelder in de laatste lijn en dus 2 verdedigers + 1 middenvelder tegen de 2 Italiaanse aanvallers had België meer de bal kunnen krijgen en deze vooral sneller en dreigender vooruit kunnen spelen. Intussen zouden de backs hoger positie kunnen kiezen om van daaruit gevaar te stichten in combinatie met de aanvallende, technische spelers tussen de linies (zie punt 3: Voldoende technische spelers tussen de linies). In het gros van de situaties waren de technisch beperkte Fellaini en Lukaku echter de enige opties tussen de linies. Onvoldoende dreiging dus.

Steriel balbezit
De ideale situatie die we schetsten met hoge backs, met voldoende aanvallende spelers tussen de linies (Hazard en De Bruyne) en Lukaku/Origi/Batshuayi die voor diepte zorgen, kwam er daardoor amper uit. Het gevolg: veel steriel en ongevaarlijk balbezit in de U-vorm (= inspelen van centrale verdediger -> flankverdediger -> flankaanvaller en terug achteruit om te wisselen van speelkant en daar hetzelfde patroon zonder tot diepgang te komen) dat enkel uitmondde in een aantal  afstandsschoten.

In eerste instantie mag zeker naar bondscoach Marc Wilmots worden gekeken. Maar dat is niet enkel gebaseerd op deze nederlaag, België schreeuwt al twee jaar tactische onmacht uit en werd uitsluitend gered door de individuele klasse van De Bruyne en ploegmaats. Van een vooruitgang als ploeg met een snelle balcirculatie, positiewissels en een goed blok in balverlies is de voorbije jaren eigenlijk geen sprake.

“Zo goed was de tactiek van Italië ook niet. Anders gaven ze die kans van Lukaku niet weg”

Wilmots z’n uitspraken (zie hierboven) tonen vooral aan dat hij het noorden niet kwijt is, maar dat hij gewoon het noorden niet weet liggen. We kunnen ons dan ook de vraag stellen of hij de kritiek verdient of dat die bestemd zou moeten zijn voor de bondstop die Wilmots z’n aanstelling regelde. Welke coach, hoe (in)competent ook, zou een functie als Belgisch bondscoach naast zich neerleggen?

Natuurlijk moeten we ook naar de spelers kijken: het belabberde niveau van Hazard, De Bruyne en Lukaku liggen grotendeels aan henzelf. En een groot tornooi speel je niet voor de coach wel voor je land, voor je ploegmaats en voor jezelf. Het zal ook vooral aan de spelers zijn om deze prestatie door te spoelen. Een nederlaag was deels ingecalculeerd maar tegen Ierland & Zweden resten er geen excuses meer. Go Belgium!

 

Uitgebreide samenvatting

 

Meer buitenlands voetbal