Bouwwerken Leko

Vorig seizoen groeide voor Club Brugge relatief voorspelbaar uit tot een ontgoocheling kort na de langverwachte titel. Succescoach Michel Preud’homme nam afscheid, Ivan Leko werd de verrassende vervanger. Aan de Kroaat om het heilige vuur in Jan Breydel opnieuw aan te wakkeren. Lange Bal herbekeek de vier officiële wedstrijden van FCB tot zo ver en kwam met deze analyse.

“Welk systeem je ook speelt, het moet altijd de bedoeling zijn dat je de bal in die situaties brengt waarin je diepgang kan vinden. Daarom is het minder belangrijk hoeveel spitsen je op het veld hebt staan. Belangrijker is dat je één speler meer dan de tegenstander in de buurt van de bal hebt, zodat je in balbezit blijft en vervolgens in die ruimte kan aanvallen waar je dat wil. Zonder die extra speler vind je nooit oplossingen.”
Ivan Leko in Sport/Voetbalmagazine

Jaren terug kozen teams steevast om met twee centrale verdedigers te spelen. Eenvoudigweg omdat er bij de tegenstander een omschakeling was naar de intussen alom gekende 4-3-3 formatie en dat bovenstaande argumentatie zo werkelijkheid wordt: namelijk 2 centrale verdedigers tegen 1 spits van de tegenstander, zowel in de opbouwfase als in het verdedigende deel van de match is deze meerderheidssituatie dus erg handig.

De laatste jaren zijn er echter meer en meer teams die ervoor kiezen om met twee spitsen te spelen of toch zeker druk te zetten met twee spitsen (vaak een diepe man gesteund door aanvallende middenvelder), waardoor de meerderheidssituatie achterin automatisch verdwijnt. Tegelijk met deze ontwikkeling, kenden we de revival van de 3-mansdefensie als antwoord hierop.

tactiek Club Brugge

Meest gebruikte basiself van Leko

Ivan Leko bekijkt naar eigen zeggen 5, 6 wedstrijden uit verschillende competities op een vrije dag om bij te leren. Het lijkt dan ook relatief duidelijk dat hij inspiratie op deed voor zijn huidige 3-4-3 in binnen- en buitenland.  In eigen land loodste z’n collega Hein Vanhaezebrouck Gent naar een titel en een knappe CL-campagne met een aanvallende 3-4-3 in balbezit. In het buitenland raakte de Kroaat dan weer ongetwijfeld gecharmeerd door de defensieve organisatie van Chelsea in Contés 3-4-3, gecombineerd met de aanvallende speelstijl van Tottenham ook vaak uitgaand van een driemansdefensie.

 


Opbouw van achteruit

Wanneer mogelijk wil Club Brugge voor een korte, zorgvuldige opbouw van achteruit kiezen. Als het, zoals hierboven reeds aangehaald, speelt tegen een team dat drukzet met één of twee aanvallers heeft het automatisch een mannetje meer achterin. Met ook nog eens de keeper die moet deelnemen aan deze opbouw, wil blauw-zwart deze meerderheid uitspelen om de bal snel vooruit te kunnen spelen tussen de linies.

2. Opbouw back zoeken.png

De tegenstander zet druk met drie aanvallers (witte cirkel). De rechteraanvallen geeft druk op Denswil, hij krijgt voldoende tijd om de vrijlopende De Bock aan te spelen op de buitenkant.

Het gros van de tegenstanders van Club Brugge paste zich intussen reeds aan en probeert met drie aanvallers vanuit een 4-3-3 druk te zetten op de verdedigers van Club. Tegen de minder gerenommeerde tegenstanders als Lokeren wist blauw-zwart daar relatief makkelijk omheen te spelen. Meestal is het namelijk de spits die bij de meest centrale verdediger van Club staat en de flankaanvallers van de tegenstander die de andere verdedigers onder druk proberen zitten. Wanneer deze timing niet perfect zit, hebben de centrale verdedigers echter net de tijd om de bal aan te nemen en door te spelen naar de linkerflank of rechterflank die vaak voldoende ruimte hebben om de bal te krijgen.

 

Wanneer er geen hoge druk is, krijgen de troepen van Leko rustig de tijd om de bal rond te spelen. Omdat de centrale middenvelders Vormer en Nakamba in die situaties meestal weinig tijd krijgen, wachten de verdedigers het moment af om de bal verticaal tussen de linies in te spelen op de flankaanvallers die naar binnenkomen, meestal Refaelov of Dennis. Tegen Lokeren zorgde deze schitterende opbouw tevens voor het 2e  doelpunt. Een kopietje van het trainingsveld in de praktijk gebracht op Daknam.

3. Goal na opbouw.png

Engels vindt Refaelov tussen de linies die meteen kan opendraaien en diepspelen op Dennis die scoort.

Tegenstanders die beter georganiseerd staan, agressiever en met meer explosiviteit voorin hoog druk zetten, bezorgen Club veel meer problemen. Vooral Basaksehir slaagde daar in eigen stadion erg goed in. De 3 Turkse aanvallers zorgen voor veel druk, Club slaagt er zo niet meer in een meerderheidssituatie te creëeren en speelt terug op de doelman. Horvath blonk de voorbije weken echter niet meteen uit in het uitvoetballen en trapte de ballen dan maar vaak ver weg. In die situaties ontbeert het Club Brugge momenteel ook nog aan een sterke, balvaste spits die in staat is om de bal bij te houden en z’n ploegmaats te laten aansluiten.

4. Lange bal.png

Basaksehir zet agressiever en sneller druk voorin met drie mensen. Ook Vormer is niet aanspeelbaar op het middenveld waardoor we voortdurend de lange bal zien terugkomen.

‘Voetbal is een spel van ruimtes. Hoe creëer je die, hoe verover je die, hoe kom je eruit om via een andere ruimte weer aan te vallen? Daar moeten trainers oplossingen voor aanreiken. Weten hoe je moet aanvallen, is zeer belangrijk. Dan praat je over het simultaan bewegen van drie à vier spelers, niet eentje. Omdat een speler die beweegt ruimte maakt voor anderen. Zo creëer je offensief spel.’
Ivan Leko in Sport/Voetbalmagazine

Aanvallen
De grote sterkte van het 3-4-3 systeem dat Leko beoogt is de samenwerking tussen de oprukkende flankspelers en de ‘inside wingers’ (= de flankaanvallers die meer vanuit het centrum en de halfspaces opereren). Dat er nog veel ruimte is voor verbetering, tonen ook de cijfers aan. Slechts 30% (3 van de 10) van de gemaakte goals tot zo ver kwamen voort uit het open veldspel (lees: combinaties, indvidiuele acties) en daar rekenen we dan ook de goal bij van Dennis tegen Eupen hoewel die misschien meer voort kwam uit een omschakeling.

De andere goals kwamen er na een snelle omschakeling (2 goals) of uit spelhervattingen (5 goals!). Efficiëntie is een grote kwaliteit maar het moge duidelijk zijn dat weinig kansen creëren en toch veel scoren eerder zeldzaam is. Als teams het een volledig seizoen volhouden (zoals Leicester City bijvoorbeeld in het kampioenenjaar) kan het succes opleveren maar men mag er zich zeker niet op blindstaren want ook een portie geluk gaat gemoeid bij efficiëntie. Werk aan de winkel dus.

Geen flankwissels
Een eerste grote manco in de voorlopige invulling van de speelwijze is het compleet gebrek aan snelle flankwissels. De grote kwaliteit van oa. Gent in het kampioenenjaar, Chelsea, en andere teams waren de snelle crosspasses van de centrale middenvelders richting de lopende flankspelers op de andere kant. In het geval van Club komen er dus amper bruikbare ballen van Vormer en Nakamba richting de lopende Palacios en De Bock/Touba.

Dit heeft enerzijds te maken met de beperkte aanspeelbaarheid en dito handelingssnelheid van beide centrale middenvelders. Nakamba toont zich in de eerste plaats een meester in de balrecuperatie en minder een meester aan de bal. Vormer moet zijn gekende infiltratievermogen in dit systeem vooral inruilen voor een rol als spelmaker, maar daar liggen de grootste kwaliteiten van de Brugse captain zeker niet. Of ook de mensen op de flank de ideale wapens zijn om aanvallend beslissend te zijn is een terechte vraag.

Ook de samenwerking op de flank treft hier echter schuld. Refaelov en Dennis kiezen te vaak positie in de as van het veld waardoor de backs van de tegenstanders niet tot een keuze worden gedwongen. Zij moeten namelijk het slachtoffer worden van hun eigen keuze: doordekken op Refaelov/Dennis of toch maar opvangen van lopende speler? Dit is nog niet het geval, ze kunnen rustig in positie blijven, anticiperen op de crosspass en deze makkelijk onderscheppen als die toch zou komen. Als de inside wingers vanuit de halfspace zouden spelen, zou de tegenstander echter meer voor deze keuze gesteld worden en zouden de crosspasses dus ook meer doel vinden. In onderstaand beeld zie je de centrale positie van Refaelov die de bal niet kan krijgen. Daardoor kan linksback Clichy al anticiperen op een eventuele wisselpass die hij dan zou kunnen onderscheppen.

5. Samenwerking flank.png

Refaelov staat te centraal waardoor die automatisch gedekt wordt door een centrale middenvelder. Dat zorgt ervoor dat linksback Clichy al kan anticiperen op een eventuele crosspass op Palacios aan de buitenkant.

Wachten op kracht/snelheid van Wesley/Diaby
De samenwerking tussen de drie aanvallers voorin is dan weer iets te wisselvallig. Het 3-4-3 systeem leent zich vooral tot intelligente en creatieve voetballers op de korte ruimte in combinatie met, zoals eerder aangegeven, lopende spelers op de buitenkant. Het is geen toeval dat er bij de aanvallers waarmee Gent succes boekte altijd 2 intelligente spelers bij waren (Depoitre en Milicevic), net zoals Chelsea (Pedro en Hazard) en Tottenham (Kane, Alli en Eriksen). Momenteel leken noch Refaelov en Dennis zich echter in dat keurslijf te willen laten steken. In het geval van die laatste misschien maar goed ook.

Belangrijk in de samenwerking voorin is een constante wisselwerking in een driehoek: tussen de spits, de inside winger en de lopende flankspeler. Wanneer bijvoorbeeld Vossen op rechts afhaakt, kan Refaelov centraal in de diepte duiken en Palacios in de hoek. Wanneer op links Vossen bv diep loopt, kan Dennis afhaken tussen de linies en de linkermiddenvelder meters maken langs de lijn. Perbet werd op dat vlak na één match al afgeschreven, Vossen toonde iets meer vooruitgang in het samenspel voorin. Met Refaelov, Vossen en Dennis is er echter te weinig snelheid en kracht in de ploeg. Op dat vlak lijkt de inbreng van Diaby of Wesley als centrale spits alvast een must om de Brugse aanvalsmachine op gang te krijgen. Al is het dan maar weer de vraag of de looplijnen van de coach nog voldoende worden opgevolgd.

6. Alledrie in de bal.png

Drie spelers komen allemaal in de bal op het moment dat Denswil wil inspelen. Daardoor moet Vormer voor diepte zorgen, maar die komt van heel diep geïnfiltreerd en kan onmogelijk op tijd gevaarlijk worden.

‘Aanvallen met 6 spelers, verdedigen met 10 spelers’

 

Verdedigen
Leko houdt van de manier van spelen van Tuchel, Pochettino,etc. en dat weerspiegelt zich in de eerste fase bij balverlies. Hij wil de Clubspelers zo hoog mogelijk druk laten zetten zodat de tegenstander de bal opnieuw verliest en blauw-zwart zo dicht mogelijk bij het doel van de rivaal een nieuwe aanval kan opzetten. Tegen Basaksehir ging dat in de beginfase goed op volgende manier: de inside wingers zetten druk op de centrale verdedigers, met daartussen de spits die ging doorjagen op de keeper als die de bal teruggespeeld kreeg. Daardoor werd door de Turken in de openingsfase vaak de lange bal gehanteerd, al werd die nog regelmatig bijgehouden door Adebayor voorin. Toch oogde de balans op dat vlak erg positief.

7. Hoge pressing.png

Beide inside wingers geven druk op de centrale verdedigers, waardoor Perbet kan doorjagen op de keeper. De Turken zijn verplicht om de lange bal te hanteren.

Het grote probleem voor Club ontstaat echter op het moment wanneer het er niet in slaagt de bal te veroveren na hoge pressing. Vanwege de formatie en de gekozen speelwijze, zakt Club daardoor in een lager blok in 5-4-1 met Dennis en Refaelov als flankmiddenvelders. De vijf verdedigers zorgen er in theorie voor dat de volledige breedte van het veld makkelijk verdedigd zou moeten kunnen worden, zeker door de steun van de vier middenvelders. De praktijk zegt echter iets anders.

Van zodra Club wat ingedrukt geraakt, heeft het momenteel eigenlijk maar één optie: allemaal samen laag inzakken en rustig afwachten om de bal te recupereren na een slechte pass van de tegenstander of balverlies na een mislukte dribbel. Als het dat doet, nogal passief en gegroepeerd afwacht, geeft het op dit moment weinig ruimte weg. Wat uiteraard goed is.

Wanneer Club daarentegen vanuit de 5-4-1 probeert om ook effectief agressief druk te gaan zetten, worden de ruimtes te groot, lopen spelers uit positie en anticiperen spelers niet op de situatie waardoor tegenstanders gevaarlijk worden. Dit gebeurt vooral in de as van het veld waar Vormer en/of Nakamba soms het moment volledig verkeerd kiezen om druk te zetten vooruit.

Veeleer gebeurt het echter dat deze wel het juiste moment kiezen om te pressen maar dat de centrale verdedigers niet aansluiten. Ook durft amper één van deze drie centrale mensen uitstappen terwijl dat net het voordeel is van de meerderheidssituatie achterin: anticiperen, pro-actief gaan handelen en problemen voorkomen vooraleer ze ontstaan. En net daarin is Club achteraan nog te onvolwassen. Ook de tegengoal, hieronder afgebeeld, is hiervan het gevolg.

8. Verdedigen.png

Linkeraanvaller Elia krijgt veel ruimte tussen de linies, Mechele stapt niet (of veel te laat) uit op de aanvaller. 

9. Verdedigen.png

Op het moment dat Club Brugge opnieuw compact staat, ontstaat het probleem van druk op de bal door het ontbreken van een echte 10. Daardoor moet Club opnieuw georganiseerd afwachten.

10. Verdedigen.png

Tot tweemaal toe komt een Turkse middenvelder in schietpositie zonder veel druk. De tweede speler die de bal krijgt kan zonder druk van een uitstappende centrale verdediger (hier Engels) op doel trappen en scoren.

Omschakelmomenten

 Wanneer Club erin slaagt de bal te veroveren op de helft van de tegenstander zijn ze wel op z’n gevaarlijkst. 20 à 30% van de goals kwam er al nadat Club de bal hoog recupereerde en snel omschakelde richting het doel van de tegenstander. Vooral Dennis is met zijn snelheid, techniek en loopacties enorm gevaarlijk. Meestal zijn Refaelov of Vormer in deze situaties het doorgeefluik om de Nigeriaan voor doel te zetten, zoals hier tegen Lokeren.

 

11. Goal na omschakeling.png

Balrecuperatie centraal op het middenveld en Vossen wordt ingespeeld. Die kan meteen Dennis lanceren die scoort.

Wanneer Club echter vanuit het lage 5-4-1 blok opereert, kent het moeilijkheden om er uit te komen op de counter. Vooral omdat het dan volledig afhankelijk is van de diepe spits en Vossen/Perbet zijn nu eenmaal niet de aanvallers met pure snelheid of de kracht om de bal bij te houden tegen de betere tegenstanders. 

Besluit
Het mag duidelijk zijn dat Ivan Leko aan een gewaagde maar erg interessante vernieuwing is begonnen bij Club Brugge. Zijn doelstellingen zijn duidelijk: dominant voetbal met een snelle balcirculatie, lopende mensen op de buitenkant en hoge pressing in balverlies. Momenteel lijken z’n spelers echter nog niet de intelligentie te hebben om allemaal mee te zijn in het verhaal waardoor Club z’n wil enkel nog maar kon opdringen tegen de kleinere ploegen.

Tegen de topteams wordt blauw-zwart te vaak teruggedrongen en in die situaties lijkt het systeem, dat dominantie beoogt, vooral reactiviteit teweeg te brengen. Of het leidt tot pressing waardoor de tegenstander makkelijk heen kan voetballen wat tot onvrede leidt op de Brugse tribunes. Het is afwachten hoe de spelers Leko’s betoog de komende weken oppikken en welke transferactiviteiten er nog voor de deur staan. Het systeem en Leko’s verhaal lijken zeker z’n kans te moeten krijgen, wanneer er in september nog geen beterschap is, past hij ongetwijfeld zijn verhaal wat aan zoals bij STVV.

Vrijdag 20.30: SV Zulte Waregem – Club Brugge

Club Brugge – RSC Anderlecht (1-1): Club bijt tanden stuk op stug Anderlecht

Na een dramatische start in PO I (2/12) kon Club de titelstrijd onverwacht nieuw leven inblazen. Mits een overwinning in eigen huis, kwam het tot op één punt van Anderlecht. De bezoekers uit Brussel konden met een uitzege dan weer de titel vieren op het veld van de aartsrivaal. Een analyse!

tactiek Club Brugge Anderlecht

Startopstellingen Club Brugge en RSC Anderlecht

Het kwam ruimschoots aan bod in alle voorbeschouwingen: zowel Club als Anderlecht zijn niet op zoek naar een hoog percentage balbezit om doelpunten te maken. Zeker leider Anderlecht (slechts op plaats 6 van alle eerste klasse teams met gemiddeld 52% balbezit) ontwikkelde zich dit seizoen tot een compact blok dat het meeste gevaar creëerde op de tegenaanval. Gezien de omstandigheden, waar Club moest winnen en Anderlecht kon counteren, was het scenario van deze match dan ook vrij voorspelbaar.

Club startte zoals altijd in een 4-3-3 met volgende namen: Horvath, Palacios, Engels, Denswil, Touba, Vormer, Claudemir, Vanaken, Izquierdo, Rotariu en Vossen.

Rene Weiler koos ook voor een 4-3-3 met dezelfde spelers, op doelman Boeckx na dan, die een knappe prestatie afleverden in Manchester United: Boeckx, Appiah, Kara, Spajic, Obradovic, Dendoncker, Tielemans, Hanni, Acheampong, Chipciu, Thelin.

Snelle start
Club Brugge startte het best aan de match met Izquierdo verrassend in een centrale rol. Hij dook goed in de ruimtes en zorgde voor gevaarlijke openingsminuten. Al snel ging de Colombiaan echter naar zijn vertrouwde linkerflank waar hij een aantal keer geïsoleerd kon worden in een 1v1 situatie met Appiah wat tot lichte dreiging leidde.

Anderlecht beperkte zich de eerste minuten vooral tot het mijden van risico’s en probeerde de thuisploeg meteen uit zijn ritme te halen, vooral de lange bal op Thelin was in de openingsfase belangrijk om het elftal even te laten ademen. De Zweedse spits was balvast waardoor Anderlecht het ritme wat kon breken. Meer nog, hij lokte ook een gevaarlijke vrije trap uit waarmee Hanni de bezoekers al snel op rozen zette, 0-1.

Na een snelle start, kwam de match zo in z’n ‘natuurlijke plooi’ te liggen. Anderlecht zakte terug en speculeerde op de counter, blauw-zwart was verplicht het spel te maken.

Denswil vastgezet
Ondanks het vele balbezit had de thuisploeg het moeilijk om tot kansen te komen, een te trage opbouw was één van de redenen daarvoor. Anderlechtaanvaller Thelin had duidelijk de opdracht gekregen om slim positie te kiezen bij Denswil, de beste uitvoetballende verdediger van Club waardoor de opbouw volledig via Engels moest verlopen. Het zorgde in eerste instantie voor een te trage balcirculatie.

opbouw club Brugge

De Brugse variant met Vormer naar rechts, zorgde voor mogelijkheden maar die werden niet benut. De bal tussen de linies (gele rechthoek) kwam te traag of onverzorgd. Als die er toch kwam, stelden de aanvallende spelers teleur op de korte ruimte

Het probeerde af en toe de backs aan te spelen maar die werden meteen onder druk gezet door de taakbewuste flankaanvallers Acheampong en Chipciu.
Nadien probeerde Club met een variant op rechts wel tot voetballen te komen: Vormer zakte er uit naar de buitenkant waar hij aanspeelbaar kwam. Die actie lokte Tielemans ook naar de buitenkant waardoor Club gebruik moest proberen maken van de ruimte tussen de verdedigende linie en het middenveld. Eén van de weinige, bij momenten, verdedigende zwakheden bij Anderlecht (zie ook match tegen KAA Gent & die tegen Zulte Waregem) . Club benutte de ruimte echter onvoldoende: enerzijds door te snel te kiezen voor de lange bal, op andere momenten door te traag de vrije man te vinden tussen de linies. De weinige momenten dat de Bruggelingen er dan wel iemand vrij vonden, lag de handelingssnelheid van de aanvallende spelers vaak te laag met balverlies tot gevolg. Vooral Rotariu ontgoochelde enorm, net als zijn vervanger Limbombe later in de match.

Paars-witte muur
Anderlecht zette zoals eerder meegegeven druk vanuit een medium blok met Thelin en vooral Tielemans waar Club maar in beperkte mate antwoorden op kon vinden. Eens de thuisploeg vorderde op het veld zakte Anderlecht terug in een laag 4-4-1-1 blok met de twee flankaanvallers Acheampong en Chipciu erg laag. Zij schaduwden de aanvallende backs van Club van erg kortbij waardoor er soms zelfs voor korte tijd een 6-2-1-1 ontstond. Tielemans kwam ook lager te spelen naast Dendoncker en voerde zijn defensieve taken 90’ voorbeeldig uit wat in het verleden wel eens anders was. Het bleek dan ook erg efficiënt want de thuisploeg vond voetballend geen gaten in de paars-witte muur. Vormer vond er voor de rust wel één boven de muur: 1-1, niet toevallig ook op een vrije trap in een kansarme eerste 45’.

Ook de tweede helft verliep volgens het te verwachten scenario: Club Brugge dat erg snel uit de startblokken kwam en meteen moest scoren. Een te lange 1-1 gelijk stand, zou meer en meer ruimte opleveren voor de counters van de bezoekers. Efficiëntie zou enorm belangrijk zijn. En zo geschiedde..

Geen afstandsschoten
De thuisploeg vloog er meteen in met een veel snellere balcirculatie dan in de eerste helft. Met snel centraal spel tussen de linies (1 à 2 tijden) kwamen er gaten en was er enorme drang naar voor maar Club benutte de kleine kansjes uiteindelijk niet.

Het had het heel moeilijk met het stugge blok van Anderlecht en probeerde misschien te vaak centraal de openingen te vinden in de rug van de Anderlechtdefensie die amper aanwezig was. Verrassend genoeg koos Club ook niet voor snelle voorzetten in 1 tijd: daar had het met Palacios (matige voorzet) en Vossen (tegen Spajic en Kara) ook niet echt de wapens voor. Ook trappen van rond de 20-meterlijn werd niet gedaan waardoor Club zich te vaak vastcombineerde of met een lob iets probeerde te forceren. Club was dreigend maar tot een dozijn reuzekansen leidde het niet.

Intussen werd Anderlecht enorm gevaarlijk op de counter. De eerste pass na balrecuperatie gaat bij de Brusselaars steevast naar Tielemans of Hanni wanneer die tussen de linies vrij staan. Zij lanceren van daaruit de tegenaanval. Van zodra zij de bal vrij vooruit kunnen aannemen, zijn er meteen lopende mensen op de flank met Chipciu en vooral sneltrein Acheampong. Eén van die talrijke tegenaanvallen leidde ook de penalty in: de Ghanees kreeg de bal meteen mee van spits Teodorczyk, overbrugt met de bal aan de voet 65 meter en wordt dan onnodig onderuit gehaald door Engels. Tielemans faalt echter vanaf de stip. Het momentum leek toen volledig naar de Brugse zijde op te schuiven.

Momentum verdwenen
Het oponthoud van enkele minuten, nadat enkele van de thuisfans projectielen richting de scheidsrechter lanceerden, haalde echter het tempo uit de match. Plots stonden er slechts 20’ meer op de klok: de thuisploeg begon behalve tegen een muur ook nog tegen de tijd te voetballen en uiteraard probeerde Anderlecht waar mogelijk het tempo volwassen uit de match te halen.

Preud’homme gooide nog Wesley & Immers in de strijd als luchtmacht, maar de kwaliteit ontbrak om echt gevaarlijke ballen in de box te droppen. Ook Vormer kon daar op korte tijd als rechtsachter geen verandering in brengen. Weiler versterkte zijn afweergeschut nog met Nuytinck maar die hoefde amper in actie te komen.

Club Brugge ontbrak het volledige seizoen duidelijk kwaliteit en vertrouwen in alle linies, mogelijk gevoed door een minder grote honger, een zwakke seizoensstart en dito Europese campagne.

Anderlecht onderging daarentegen een enorme evolutie naar een hecht blok vol taakgerichte voetballers. Dat het een ‘countertitel’ wordt, zal geen reden vormen om minder te vieren. Al verwachten de fans er volgend seizoen ongetwijfeld opnieuw voetbal volgens de huisstijl.

Meer Belgisch voetbal

Meer buitenlands voetbal

Anderlecht – Gent (0-0): tactiek haalt het van techniek

Na het nieuwe puntenverlies van Club Brugge, stond de topper tussen Anderlecht & Gent in het teken van de spanning in PO I. Zou de thuisploeg de titel nu al half naar zich toetrekken met een thuiszege of konden de Buffalo’s alles opengooien met een verrassende uitoverwinning? Uiteindelijk werd het een scoreloze draw, een analyse!

tactiek Gent Anderlecht

Basisploegen van Anderlecht (4-3-3) & KAA Gent (3-4-3)

Met enkel rechtsback Najar geblesseerd hield Anderlecht coach Weiler vast aan zijn gekende 4-3-3 met aanvallende driehoek op het middenveld. Geen plaats in de basis voor Acheampong en Trebel, wel voor volgende elf namen: Boeckx, Appiah, Kara, Spajic, Obradovic, Dendoncker, Tielemans, Stanciu, Chipciu, Hanni en Teodorczyk.

Bij Gent geen Neto of Saief, beiden in de lappenmand. Trainer Vanhaezebrouck blijft bij z’n 3-4-3 waaraan volgende spelers een invulling moesten geven in het Astridpark: Kalinic, Mitrovic, Gershon, Gigot, Milicevic, Esiti, Asare, Foket, Kubo, Perbet, Simon.

Als je de bal hebt, is de kans kleiner dat je een doelpunt incasseert. Maar soms is het opportuun om de bal aan de tegenstander te laten”, deze quote illustreert de tegenstelling tussen de pragmatische Weiler en het Anderlechtpubliek dat de voorkeur heeft voor avontuurlijk combinatievoetbal perfect.

Hoge druk Anderlecht
De Gentse bezoekers kregen de bal dan ook vaak cadeau van Anderlecht. Dat de patronen van het vloeiende combinatiespel van KAA Gent dit seizoen niet verdwenen zijn, is al een tijd duidelijk. De technische uitvoering daarentegen laat wel af en toe de wensen over sinds het vertrek van Kums en Depoitre, vooral tegen teams die hoog druk durven zetten tegen het elftal van Vanhaezebrouck. En ook Weiler had een duidelijk plan in balverlies, deze keer niet vanuit een 4-4-2 bij balbezit van de tegenpartij:

De Gentse verdedigers mochten de bal vrij ontvangen van Anderlecht, maar dan koos de thuisploeg steevast voor een hoge pressing. Spits Teodorczyk ontfermde zich over centrale verdediger Mitrovic en wanneer die de bal naar Gershon of Gigot speelde, zette de paars-witte machine zich in gang. Of dat probeerde het toch:

pressing anderlecht

De aanvallende middenvelder van Anderlecht steekt de druk in gang. Dendoncker verlaat zijn positie en geeft zo veel ruimte voor de afhakende Perbet

Het drukzetten van de thuisploeg startte vanuit de as. Daar zette de aanvallende middenvelder aan de kant van de bal druk op de linker of rechter centrale verdediger van Gent. In dit voorbeeld (zie tekening hiernaast) is het Stanciu die uitstapt naar Gershon. De andere aanvallende middenvelder moest de Gentse centrale middenvelder het verst van de bal onder druk zetten. Dit hield echter in dat één centrale middenvelder vrij kwam van zodra Gershon de bal ontving, dit was de Gentse middenvelder het dichtst bij de bal. Hierbij kreeg Dendoncker duidelijk de taak om zijn positie voor de verdediging te verlaten om hoog druk te zetten op die speler, in dit geval Milicevic. De paars-witte flankaanvallers kregen een passievere rol toebedeeld in het drukzetten, zij moesten vooral ver teruglopen om het gevaar Asare en Foket zo onschadelijk te maken.

Perbet tussen de linies
Ondanks de pro-actieve manier van spelen in balverlies van Anderlecht, zorgde dit er toch voor dat elders op het veld grote ruimtes kwamen. En daar maakte Gent zeker in de beginfase gebruik van:

Vooral het wegtrekken van Dendoncker voor de defensie zorgde voor zeeën van ruimte op het middenveld, vaak lag er 10 tot 20 meter tussen de doordekkende Dendoncker en zijn twee centrale verdedigers. Daar maakte Perbet in het openingskwartier een aantal keer uitstekend gebruik van. Als valse 9, of meevoetballende targetman, ontving hij de directe bal van achteruit om die dan meteen te deviëren in de rug van de Anderlecht-defensie op Kubo of Moses Simon die in de diepte konden duiken, een perfect voorbeeld van het Gentse positiespel.

Wanneer Perbet niet tussen de linies kwam afhaken, bleef één van de ‘flankaanvallers’ Simon of Kubo centraal tussen de linies aanspeelbaar om daar te proberen combineren met een inschuivende Foket of Asare. Deze laatste optie liep uiteraard minder vlot, simpelweg omdat de twee flanken werden geschaduwd door Hanni en Chipciu. Enkel wanneer de twee Anderlechtvleugels hun tegenstander niet van kortbij achtervolgden, kon Gent op die manier tot kansen komen.

Verhaal van technische fouten
Waar Gent het begin van de match makkelijk domineerde, slopen er naderhand te veel technische fouten in het spel. Soms in de opbouwfase, waardoor Gershon en co de bal niet meer voorin kregen. Andere momenten maakten Kubo of Simon voorin de verkeerde keuzes aan de bal.

Met Perbet tussen de linies creëerde Gent het gros van het gevaar, een andere manier (via Simon) lukte helemaal niet. Zijn startpositie, relatief centraal, verliet de Nigeriaan regelmatig wanneer de rechtsback van Anderlecht, Appiah, uit positie liep. Daardoor kon Moses breed de bal ontvangen en de dribbel aangaan in een 1v1 situatie met Kara. Daar kwam de kwieke flankaanvaller echter bitter weinig als winnaar uit, vandaar ook de position switch met Kubo in de tweede helft.

Anderlecht van zijn kant kon de eerste helft amper gevaar creëren. Uiteraard had de lage positie van de flankaanvallers hier iets mee te maken, zeker omdat zij niet de topsnelheid hebben om van achteruit voor gevaar te zorgen in de diepte. In dat opzicht had Acheampong een logischere keuze kunnen zijn op links. Het enige gevaar dat de thuisploeg bij elkaar kon voetballen, kwam wel over diezelfde flank dankzij de overlappende Obradovic. Die zorgde met verschillende infiltraties voor wat gevaar in combinatie met Hanni die in de rug dook van de Gentse middenvelders centraal. Maar uiteindelijk was 0-0, gezien het beperkt aantal kansen, een logische ruststand.

Milicevic als spelmaker
De tweede helft startte zoals de eerste, met Gent dat uitstekend tussen de linies voetbalde dankzij Perbet. Een knappe combinatie via de Franse spits van waaruit Simon op rechts een indraaiende voorzet trapte op Kubo die zijn schot miste. Het tekende de match van de Japanner die mits een goede dag voldoende ruimte kreeg om de match in een beslissende plooi te leggen.

Anderlecht reageerde heel snel. Drukzetten van aanvallende middenvelder Stanciu op Gershon, die opnieuw de lange bal naar voor trapt, Appiah intercepteert en lanceert de perfecte tegenaanval van die thuisploeg die eindigt met een knal van Tielemans op de lat.

Tussen minuut 50 & 65 was Gent heer en meester in het tussen de linies spelen maar iedere aanval eindigde in of rond het zestienmetergebied met een foute keuze of slechte technische uitvoering van een pass of voorzet. Nochtans ontpopte Milicevic zich bij momenten tot de perfecte spelmaker van achteruit.

Na de vele wissels trok Anderlecht in het laatste kwart het laken naar zich toe: het domineerde eindelijk het middenveld dankzij de man-meersituatie daar en creëerde via verschillende flankwissels een aantal kansjes. Ook hier smoorde de kwaliteit van de passing en voorzetten echter heel wat wenkende kansen in de kiem.

Een tactisch uiterst interessante confrontatie tussen twee coaches met een plan. Spijtig genoeg zorgde de bij momenten dramatische technische uitvoering van een aantal spelers voor minder spektakel dan mogelijk had geweest. Het feit dat slechts 3 Belgische veldspelers de basis haalden in deze topper mag een extra ontgoocheling heten.

 

Meer Belgisch voetbal

Of buitenlands voetbal

Club Brugge – KAA Gent (1-0): vrije trap beslist tactisch steekspel

Nadat het in de Buffalo’s een tijdlang z’n meerdere moest erkennen, won Club Brugge vorig seizoen z’n laatste vier matchen tegen Gent. Het beloofde opnieuw een felbevochten confrontatie te worden tussen twee van de beste Belgische coaches. En zo geschiedde…

tactiek club brugge gent

Startformaties van Club Brugge en KAA Gent

Met drie nederlagen uit acht competitiematchen en een dramatisch wederoptreden in de Champions League was het vertrouwen duidelijk zoek bij regerend kampioen Club Brugge. Bovendien was het fel gehavend door blessures bij onder andere Izquierdo, Engels, Refaelov en Vanaken. Michel Preud’homme gooide het experiment met de 4-4-2 in de vuilbak na een aantal matte prestaties en koos opnieuw voor z’n 4-3-3 met Butelle, Van Rhijn, Denswil, Poulain, Cools, Simons, Pina, Vormer, Limbombe, Diaby en Wesley.

Gent putte op zijn beurt wel vertrouwen uit het Europees avontuur, maar dat deden de vijf opeenvolgende competitiematchen zonder uitwinst niet. Hein Vanhaezebrouck moest ook noodgedwongen puzzelen door de afwezigheid van onder andere Milicevic, Foket, Dejaegere, Taravel en Matton. De Gentse coach koos niet voor z’n gekende 3-4-3, wel voor de al even succesvolle 3-5-2 met Rinne, Mitrovic, Gershon, Nielsen, Esiti, Neto, Schoofs, Asare, Saief, Coulibaly en Moses.

Steriel balbezit KAA Gent
Na een interessante studieronde trok Gent het initiatief en bijbehorend balbezit al snel naar zich toe al werd het daarbij een serieus handje geholpen door de dramatische cohesie in balverlies van Club.

Opvallend in de Brugse formatie was de keuze voor een middenveld met de punt naar achter, hoogstwaarschijnlijk met de bedoeling om de twee middenvelders van Gent snel het voetbal te beletten. Dat was niet toevallig eén van de kernfactoren in het succesvol neutraliseren van het Gentse combinatiespel vorig seizoen.  Club leek op bepaalde momenten net als toen dan ook te willen kiezen voor een hoge pressing met Vormer die hoog ging storen, in de rol van Vanaken vorig seizoen. Hij kreeg echter amper steun van zijn medemaats waardoor de bezoekers heel makkelijk de bal in eigen rangen konden houden.
Bovendien bezorgden die situaties Club dieper op het veld kopzorgen want met Pina en Vormer werden meestal meteen twee middenvelders uit verband gespeeld.

opbouw pressing

Vormer (zwart) gaat hoog storen op de Gentse verdedigers. De rest van de ploeg sluit niet aan en Club staat met slechts 4 spelers tussen de Gentse baklijn en de middenlijn, tegenover 5 Gentse veldspelers en hun keeper

Dit probleem werd mogelijks mee gecreëerd door zowel Wesley als Diaby die hun taken in de voorwaartse pressing onvoldoende uitvoerden waardoor Vormer zich genoodzaakt voelde om vooruit te lopen en dus meteen heel wat ruimte prijs te geven in z’n rug. Intussen offerde Limbombe zich op om de aanvallende rechtsmidden Saief op te vangen, opnieuw identiek aan de rol van Izquierdo vorig jaar toen Foket de flank op en af draafde.

Club gaat opnieuw hoog storen zonder aansluiting. Gentse middenveld heeft een zee aan tijd en ruimte

Club gaat opnieuw hoog storen zonder aansluiting. Gentse middenveld heeft een zee aan tijd en ruimte

Duo Simon-Schoofs bezorgt Club kopzorgen
De grootste mogelijkheden voor Gent lagen hierdoor op het middenveld. Daar kwam Simons voortdurend in overtalsituaties terecht die in eerste instantie goed werden gecreëerd door Schoofs en Simon. Die eerst koos vaak voor infiltraties in de diepte terwijl zijn collega Simon, nu eens aanvaller dan weer aanvallende middenvelder, net op dat moment afhaakte en de Brugse kapitein voortdurend voor keuzes werd gesteld. De Brugse centrale verdedigers voelden zich tegelijk niet comfortabel om eventueel de verdedigende linie te verlaten om druk te zetten op Simon om niet geïsoleerd in een 1v1 duel te komen met de Nigeriaanse dribbelkont. (afbeeldingen uit match 2v1 Simons)

Simons (zwart) komt centraal tegen Schoofs & Simon te staan (rood). Van Rhijn heeft enkel oog voor Asare.

Simons (zwart) komt centraal tegen Schoofs & Simon te staan (rood). Van Rhijn heeft enkel oog voor Asare.

De chaos bij het Brugse pressen en het goed positiespel van Simon & Schoofs gaven het belangrijkste deel van de eerste periode vorm met vooral Gents balbezit. Eens rond de Brugse baklijn stokte het Gentse aanvalsspel echter waardoor het amper tot uitgespeelde kansen kwam. Vanhaezebrouck gaf na de match ook meteen aan dat zijn spelers “tevreden lijken met een draw” en eiste meer drang naar voor. Kort voor hij de boodschap nog kon meegeven aan zijn elftal scoorde Van Rhijn echter een belangrijke, en o zo mooie, vrije trap. 1-0 voor de thuisploeg aan de rust. Een gevleide voorsprong voor Club dat behalve een aantal counters via Limbombe weinig op de mat bracht.

Bijsturen in de rust
Preud’homme gebruikte de pauze uitstekend om bij te sturen. In de eerste plaats haalde hij, met de voorsprong in het achterhoofd, de bleke Pina naar de kant en koos hij met Claudemir voor een lopende speler die belangrijker kon worden in de balrecuperatie.

Daarnaast opteerde Club nu voor drie centrumverdedigers met Cools die zijn job als linksback opgaf om als rechtercentrale verdediger te fungeren, in een rol als mandekker van Simon. De ruimte die Club op links daardoor weggaf werd ook opgevuld door een soort mandekking van Limbombe op de lopende Saief en Simons die tegelijk Schoofs heel ver schaduwde.

Even belangrijk ook waren de instructies voor de spitsen Diaby en Wesley om hoger en agressiever druk te zetten op de uitvoetballende Gentdefensie. Die veranderingen zorgden bijna voor een kopie van de wedstrijden Club Brugge vs KAA Gent van vorig seizoen waarvan er maar liefst drie, ja hoor, eindigden op 1-0. Van een 1e periode waarin Gent steriel balbezit had evolueerde de partij naar een match met een hoge intensiteit, veel druk op de bal, dozijnen duels en heel veel aandacht naar de scheidsrechter.

De 2 Brugse spitsen zetten na rust agressiever druk op de 3 Gentse verdedigers. Hier wordt bal centraal gespeeld op Gentse middenvelders die kort gedekt worden (en niet zoals Vormer in eerste helft uit positie gaan lopen) en zo Gent het korte voetbal beletten

De 2 Brugse spitsen zetten na rust agressiever druk op de 3 Gentse verdedigers. Hier wordt bal centraal gespeeld op Gentse middenvelders die kort gedekt worden (en niet zoals Vormer in eerste helft uit positie gaan lopen) en zo Gent het korte voetbal beletten

Beide coaches stuurden heel wat bij. Rond het uur zag het tactische bord er zo uit.

Beide coaches stuurden heel wat bij. Rond het uur zag het tactische bord er zo uit.

Vanhaezebrouck besefte dat ingrijpen nodig was. Hij haalde verrassend genoeg Schoofs en Coulibaly naar de kant en gooide z’n pionnen door elkaar. Ndongala werd rechtsmidden, Saief aanvallende middenvelder. Op het middenveld ging Neto ook veel hoger spelen om zo Claudemir verder weg te hebben van de Gentse defensie en zo tijd & ruimte te creëren om makkelijker op te bouwen door de Brugse pressing. Preud’homme gooide er als tegenzet met Bolingoli ook snel een verse kracht op om Limbombe te vervangen met Bolingoli in een rol als echte linksback.

Beide teams en coaches hielden elkaar zo in evenwicht in een intense topper zonder echt goed voetbal. De beste kansen, al waren het er bitter weinig, waren voor de thuisploeg. De Gentenaars moesten zich vooral tevreden stellen met een aantal penaltygevalletjes. Technisch niet de meest hoogstaande wedstrijd maar wel een belangrijke zege voor Club Brugge dat in de 2e helft het succesrecept van de landstitel terug bovenhaalde: veel grinta en hoge druk.

 

Meer Belgisch voetbal