Club Brugge – Anderlecht (5-0): Club grijpt momenten in 1e helft

Liefst 10 punten scheidden Club Brugge en regerend kampioen Anderlecht na amper 18 speeldagen. Vijf voor twaalf gezien de huidige competitieformule, paars-wit kon zich geen nieuwe nederlaag permitteren op het veld van de aartsrivaal.

tactiek

Startopstelling Club Brugge (3-5-2) en Anderlecht (4-3-2-1)

Club-coach Ivan Leko had uiteraard geen reden om zijn veldbezetting te wijzigen. De 3-4-3 van de seizoensstart werkte hij bij tot een erg dynamische 3-5-2 waarin nu ook Vanaken zich als een vis in het water voelt. De elf namen bij de thuisploeg: Butelle, Mechele, Denswil, Poulain, Cools, Limbombe, Nakamba, Vanaken, Vormer, Wesley en Diaby.

Hein Vanhaezebrouck moest het zonder de geschorste Teodorczyk en Deschacht doen. Najar is al lange tijd out, Onyekuru en Sels startten verrassend genoeg op de bank. Boeckx, Spajic, Kara, Obradovic, Appiah, Dendoncker, Kums, Trebel, Hanni, Gerkens en Beric vormden de basiself.

Anderlecht koos voor een strategie zonder echte flankaanvallers in een 4-3-2-1 opstelling. Daarin was Dendoncker de meest centrale middenvelder met (schuin) naast hem Trebel en Kums. Gerkens en Hanni speelden in een meer centrale rol, in steun van diepe spits Beric.

Deze keuze had zowel in balbezit als balverlies uiteraard een aantal duidelijke doelen, het ene werd al succesvoller uitgevoerd dan het andere.

 

Waakhond Trebel
Wanneer Club Brugge in balbezit kwam probeerde Anderlecht in de beginfase om hoog druk te zetten. In die hoge pressing vormde het echter meer een soort 4-4-2 opstelling in ruit om Club het voetballen te beletten. Centrale spits Beric zorgde voor druk op Mechele, wanneer die de bal doorspeelde naar Poulain op rechts zette Hanni druk. Gerkens nam in die situatie positie centraal op het middenveld waar hij Nakamba moest opvangen. Dit lukte in de openingsfase een aantal keer goed, Club had weinig opties voor de bal. Achteruit spelen was gezien de dramatische staat van het terrein pas de laatste optie, de meeste terugspeelballen moest Butelle dan ook gewoon gericht naar voor proberen trappen.

hoge pressing

Hanni (geel links) duwt door op Poulian, terwijl Gerkens (geel rechts) Nakamba opvangt. Beric (zwart) houdt Mechele in de gaten. Obradovic (rood) drukt door op Cools wanneer mogelijk


Lager in de blokvorming was de keuze voor 4-3-2-1 ongetwijfeld ook één om Clubkapitein Vormer te neutraliseren. De Nederlander zijn infiltraties op de rechterkant, in samenwerking met Cools & Diaby/Wesley, zorgden al voor een pak assists waardoor Vanhaezebrouck besliste om Trebel tot Vormers waakhond te benoemen. Dat lukte de eerste veertig minuten relatief goed met een erg scherpe Trebel die vooral in balverlies van grote waarde was en de infiltraties van Vormer goed opving. Tot hij Vormer in minuut 44 voor het eerst echt moest lossen: een professioneel trekfoutje bracht de assistkoning van de Pro League niet van de wijs, een knappe voorzet voor Diaby die binnenknikt. 1-0. Behalve deze beslissende fase slaagde Trebel wel relatief goed in zijn opzet: Vormer haalde slechts 28 baltoetsen, zijn collega-middenvelders hadden er een pak meer. Vanaken 71, Nakamba 60.

 

Intelligente Vanaken
Kums kreeg een iets, zij het beperktere, aanvallende rol. Hij speelde ietwat hoger op het veld. Indien voldoende laag moest hij Vanaken zijn infiltraties opvangen wat uiteraard niet de beste rol is van Kums. Eens de wedstrijd vorderde speelde hij dan ook iets hoger en ving hij vaker Limbombe breed op terwijl Dendoncker zich over Vanaken moest ontfermen. De eerste mogelijkheden voor de openingsgoal werden bijna stuk voor stuk over de linkerflank gecreëerd. Vanaken koos vaak erg intelligent positie in de halfspace of zelfs helemaal breed waardoor Dendoncker een relatief grote afstand moest afleggen om daar de dekking te verzorgen. Wanneer rechtsback Appiah zonder steun het duel aanging werd hij verschillende keren erg makkelijk uitgespeeld door Vanaken en de opstomende Limbombe.

Omdat de twee motoren van Club (Vanaken & Vormer) vooral aan banden moesten gelegd worden door het Anderlechtmiddenveld konden backs Obradovic en Appiah vaker vooruit gaan doordekken op Limbombe en Cools. Vooral op de linkerflank werd dit (vaak juist) uitgevoerd met de Obradovic die op het juiste moment ging vooruit verdedigen, hij werd uiteraard goed gesteund door Trebel die Vormer zo goed als mogelijk probeerde uit te schakelen. Op links benutte Vanaken echter elke centimeter ruimte die hij kreeg uitstekend in samenwerking met Limbombe of Wesley die zich aanbood met Kara in zijn rug. In de tweede helft vond Vanaken de ruimte vaak iets lager op het veld om van daaruit te domineren.

Wesley bood zich net als Diaby echter vaak uitstekend in de diepte aan, in de rug van de backs als die doordekten. Zie het maar als reactie op het defensieve plan van de bezoekers. Het luidde ook de 2-0 in met een diepe bal van Vanaken op Diaby, al bezorgde Boeckx daar vooral zijn eigen team een uppercut die het niet meer te boven zou komen. Diaby trapte voor Club ook de meeste (pogingen tot) voorzetten, 6 stuks.

diepe bal

Obradovic (rood) duwt door op Cools die de bal breed krijgt. Trebel (geel) heeft vooral oog voor zijn tegenstander Vormer en Diaby (blauw) maakt daarvan gebruik om gevaarlijk in de rug van Obradovic te duiken


Hoge pressing Club Brugge

Ondanks de 2-0 achterstand deed Anderlecht het nu ook niet zo slecht in de eerste helft. Op Vanaken, en één beslissende infiltratie van Vormer, na hield het blauw-zwart relatief goed in bedwang. Zelf bracht het aan de bal echter onvoldoende.

Club Brugge zorgde uiteraard vanaf minuut 1 voor hoge druk (“Push push”, riep Leko constant) in een kolkend stadion dat een thuisreputatie te verdedigen had, Kara en Spajic verspeelden in de beginfase dan ook vaak de bal na onnodige technische fouten. Ook Boeckx kon in de opbouw geen kant uit want zowel zijn centrale verdedigers, Dendoncker en de backs werden man op man gedekt door Club. Een lange bal was de enige oplossing: balverlies het gevolg gezien de ongelijke strijd qua duelkracht voorin.

Anderlecht herstelde zich echter. Door de relatief lage positie van de drie centrale middenvelders hield het in de eerste helft dan ook vaak de bal in de ploeg, het had nu eenmaal een overtal op het middenveld al werd die man-meersituatie wel vaak te laag op het veld gecreëerd. Zeker als ook Hanni en Gerkens de bal tussen de linies of lager kwamen opvragen. Anderlecht probeerde ook geregeld met Kums iets breder een overtal te creëeren.

pressing

Anderlecht creëert overtal op het middenveld door Kums, Dendoncker en Trebel (geel) relatief laag te houden. Kums kan breed vrij komen door de hoge positie van Appiah (rood) en Nakamba twijfelt om door te dekken. Als hij dat doet, geeft hij ruimte aan Gerkens & Hanni om af te haken


Geen breedte in paars-witte aanval

Het zorgde wel voor balbezit bij de bezoekers maar de aanval stokte eens Anderlecht echt dreigend probeerde te worden. Een gebrek aan snelheid, kracht en een slecht gebruik van de breedte van het terrein in de aanval waren daar de belangrijkste oorzaken van. Het plan had wat weg van de manier waarop Liverpool de 4-3-2-1 invult al was de uitvoering bij paars-wit uiteraard een heel stuk minder. Vooral het beperkt atletisch vermogen (snelheid en duelkracht) van Hanni en Gerkens en technische onzuiverheden op een slecht veld staken stokken in de wielen. Toch mag gezien de situatie ook de vraag gesteld worden of Onyekuru niet gewoon in de basis thuishoorde. Op de snelgenomen vrije trap van Trebel en een tweetal counters na, creëerde Anderlecht eigenlijk geen kans. Al had de match er uiteraard anders uitgezien indien de efficiëntie hier hoger lag.

Club reageerde op het Anderlechtmiddenveld door met vooral Wesley vaak iets lager in te zakken op Dendoncker om zo het ondertal ongedaan te maken. Limbombe en Cools mochten hoger druk gaan zetten en hun positie verlaten omdat Anderlecht toch zonder echte buitenspelers speelde. De druk vooruit en de vele gewonnen duels achterin hielpen Club aan een onoverwinnelijkheidsgevoel dat het niet meer zou afstaan. De eerste ‘ontsnapping’ van Vormer bij Trebel zorgde voor de 1-0, de flater van Boeckx voor een opdoffer kort voor rust.

pressing

Wesley (zwart) herstelt het evenwicht door in te zakken op Dendoncker en hem niet te laten draaien. Diaby kan meteen doordrukken op Spajic. Vanaken en Vormer kunnen dichtbij Kums & Trebel blijven, terwijl Nakamba de controle houdt voor de verdediging

 

Overbodige tweede helft
Een mirakel leek in de tweede helft nodig om wat spanning in de match te krijgen maar dat kwam er niet. Vanhaezebrouck posteerde Hanni, en mindere mate Gerkens, wel breder om in balbezit dreigender te zijn. De weinige mogelijkheden die de bezoekers hadden in een 3v3 situatie benutte het echter onvoldoende. Foute keuzes aan de bal zorgden voor frustratie in het bezoekende kamp. Het duurde dan ook niet lang vooraleer de 3-0 tegen de touwen hing na een knappe loopactie en aanname van Diaby die foutief wordt afgestopt, penalty omgezet door Vormer.

Een overbodige laatste halfuur dus met een zegetocht en vaak langdurig balbezit voor de thuisploeg, een lijdensweg voor de bezoekers. De inbreng van Onyekuru en Bruno kwam te laat om voor verandering te zorgen. Vossen en een uitstekende Vanaken legden de forfaitcijfers vast, een pandoering voor Anderlecht dat op hoop leefde na de komst van Vanhaezebrouck.

Een gelijkopgaande match werd in 2’ voor rust beslist met evenveel goals. De misser van Hanni had de match uiteraard een andere wending kunnen geven. Club rechtvaardigde de voorsprong echter helemaal in een dominante tweede helft. Ivan Leko vond in de 3-5-2 dé formule om zijn aanvallers en middenvelders volledig tot hun recht te laten komen, dé sleutel want waarschijnlijk het meest kwalitatieve middenveld & aanval uit de Pro League. Vanhaezebrouck daarentegen bewijst op zijn beurt dat uitstekende coaches het verschil niet alleen kunnen maken. Een actieve wintermercato lijkt een must aan het Astridpark wil het de titelstrijd nieuw leven inblazen.

Meer Belgisch voetbal

Buitenlands voetbal

De VI werken van Stuivenberg

Met steile ambities startte KRC Genk aan het nieuwe seizoen, drie maand later oogt de realiteit minder fraai. De Limburgers kamperen in het midden van het peloton en het telt al 6 punten minder dan de beoogde top-3. Toch is er potentieel, een analyse van de laatste 3 wedstrijden van Genk onder Stuivenberg.

 

December 2016. Na een 1 op 12 wordt coach Peter Maes de laan uitgestuurd, een gebrek aan punten en te weinig aandacht voor de clubvisie van KRC Genk waarbij veel aandacht gaat naar de doorstroming van eigen jeugdspelers. De Nederlander Albert Stuivenberg, ex-assistent van Louis Van Gaal, volgt hem op. Genk begint aan een remonte maar mist op een haar na de bekerfinale en PO I. Mede door een knap Europees parcours dat strandt in de kwartfinale van de Europa League, kan Stuivenberg een mooi rapport voorleggen met 18 zeges, 8 draws en 5 nederlagen. Hij behoudt vanzelfsprekend het vertrouwen van het bestuur, meer nog: de kern wordt behouden, belangrijke spelers als Pozuelo mogen de club niet verlaten want met dit team moet er meegedaan worden voor de prijzen. Top-3 is het doel.

September 2017. KRC Genk kent een erg matige seizoensstart, Stuivenberg gooit zijn 4-3-3 overboord en introduceert in de match op Eupen een nieuw concept met een tweespitsensysteem. Geen tegenvallende flankaanvallers Benson en Buffel meer in de ploeg, wel een 3-5-2 formatie. Tijdens de rust schakelen de Limburgers over naar een 4-4-2 in ruit waaraan ook in de matchen tegen Moeskroen en Anderlecht werd vastgehouden. We bekeken de laatste drie wedstrijden van de Limburgers en zagen naast heel wat potentieel ook een aantal belangrijke pijnpunten.

3-5-2 Genktactiek

 

 

1. Progressieve balcirculatie

“Ik vind dat balbezit geen doel op zich mag worden, er moet altijd diepte in ons spel zitten”, dixit Stuivenberg in De Voetbaltrainer tijdens de zomerperiode.

Ondanks het vele balbezit tegen Eupen (62%) en Moeskroen (62%) is een snelle en progressieve (naar voren toe) balcirculatie nog een duidelijk werkpunt van de Genkenaars. In Anderlecht daarentegen had het amper 43% balbezit, daar had het dan weer problemen om de bal lang in de ploeg te houden en vanuit de balcirculatie of in de omschakeling tot grote kansen te komen.

Om te komen tot een vlotte opbouw van achteruit met snelle balcirculatie is een meerderheidssituatie achterin allereerst noodzakelijk. Ook Stuivenberg geeft dat aan: “Binnen onze aanvallende principes is het om 2v1 situaties te kunnen creëren en ze ook uit te spelen. Het gaat erom een tegenstander tot keuze te dwingen en die samen met een medespeler uit te spelen.” Overtalsituaties creëren dus, dat probeert Genk te doen.

Nadat het in de eerste helft in 3-5-2 tegen Eupen speelt en achterin man op man wordt vastgezet, schakelt het de tweede helft bijvoorbeeld om naar een 4-4-2 in ruit. Tegen de twee spitsen van Eupen laat het verdedigende middenvelder Berge centraal inzakken om een overtal te creëren in de achterste lijn.

Tegen Anderlecht had Genk automatisch een overtalsituatie achterin maar had het centrale duo Colley en Aidoo het enorm moeilijk met de onmiddellijke pressing die Anderlecht kwam zetten. Daardoor verloren beide centrale verdedigers heel vaak de bal wanneer ze vooruit iemand probeerden vrij te spelen tussen de linies.

opbouw

Berge creëert een 3v2 situatie door in te zakken, tegen de twee centrumspitsen van Eupen

Naast het beperkte voetballende vermogen centraal achterin, heeft Genk ook te vaak de neiging om balbezit te houden wanneer het eigenlijk makkelijk vooruit kan voetballen. Onderstaand twee voorbeelden waarin eerst Berge en nadien ook Malinovskiy eigenlijk perfect voor een tempoversnelling kan zorgen door in 1 tijd vooruit te spelen, beiden draaien echter terug achteruit en houden het tempo laag.

opbouw

Berge kan in 1 tijd vooruit spelen naar een ploegmaat tussen de linies maar keert terug

opbouw

Ook Malinovskiy kan direct vooruit spelen maar draait terug achteruit

 

2. Diepgang zonder bal

Eén van de nadelen van het systeem 4-4-2 in ruit is het ontbreken van kwalitatieve flankspelers die kunnen variëren in hun loopacties: zowel tussen de linies als in de diepte op het juiste moment. Door de centralisatie aan spelers liggen de flanken voor Genk dus vaak heel erg open wat een voordeel is voor de opkomende backs. Echter, deze infiltrerende flankverdedigers kunnen niet altijd tijdig vooraan zijn waardoor er bij de Genkies regelmatig een pertinent gebrek aan diepte ontstaat. Zeker ook omdat middenvelders Malinovskiy, Berge en Pozuelo de bal wel erg graag in de voet hebben. Ook spits Ingvartsen lijkt eerder een type om in de voet aan te spelen en zorgt onvoldoende voor diepte. Enkel Samatta en Schrijvers durven sporadisch eens de diepte in duiken wat onvoldoende is om voor snel gevaar te zorgen, zeker wanneer de backs niet tijdig vooraan terug te vinden zijn.

diepspelen

Alle centrale spelers van Genk komen naar de bal, op de flanken zijn de backs nog niet kunnen oprukken. Geen diepgang!

Op Anderlecht zorgde Samatta af en toe voor de uitzondering door meer op de linkerflank te blijven en daar vanuit de omschakeling de driemansdefensie van paars-wit pijn te proberen doen.

spits

Samatta zorgt voor diepgang op de linkerflank

3. Ondertalsituaties op de flank

Een ander logisch nadeel aan het 4-4-2 in ruit systeem betekent een magere bezetting op de flanken. Vooral voor de opkomende backs heeft dit serieuze gevolgen. Op rechts komen Clinton Mata maar al te vaak in de problemen: de back, tegen de zijlijn, krijgt logischerwijs erg snel druk en heeft in deze spelopvatting ook weinig aanspeelbaarheid om hem te ondersteunen. Ook hier ligt een belangrijke taak voor de, voorlopig misschien nog te statische, spitsen. Uiteraard moeten ook de vier centrale middenvelders voor voldoende ondersteuning en eventuele infiltraties op de flank zorgen.

Aangezien er weinig ondersteuning is op de flank, heeft Genk elders natuurlijk wél extra spelers op ‘overschot’. Dit zorgt op aanvallend gebied wel vaak voor een grote hoeveelheid infiltrerende mensen in de box wanneer één van de meegekomen backs de bal ontvangt op de buitenkant en, misschien noodgedwongen, tot een voorzet overgaat. Tegen Eupen zorgde dit wel voor twee goals van Ingvartsen steeds na een voorzet vanop de rechterflank. Tegen Moeskroen zorgde Uronen dan weer voor een aanvallend goede bijdrage met voorzetten in de zestienmeter waar bijna constant 3 of meerdere Genkspelers komen ingelopen.

voorzet

Vijf spelers van KRC Genk mee in de box bij een flankvoorzet

4. Dwingender worden in de hoge pressing

Albert Stuivenberg toont zich een duidelijk voorstander van hoog storen, de tegenstander zo snel mogelijk het voetballen beletten om bij voorkeur ook zelf snel tot een scoringskans te komen. Zowel in de matchen tegen Eupen, Moeskroen en Anderlecht trachtte Genk de tegenstander meteen op te jagen met wisselend succes. In de Oostkantons waren de Limburgers meerdere malen succesvol na hoog storen, Moeskroen en Anderlecht leken iets beter voorbereid om onder die druk uit te voetballen.

Samatta en Ingvartsen, beide spitsen, coördineren de pressing. Samatta staat op links meestal tussen de centrale verdediger en rechtsback om hen te dwingen ofwel lang te spelen ofwel de rechterflank van Genk te gebruiken. De linkercentrale verdediger wordt meer vrijgelaten door Ingvartsen die hem dan naar buiten toe duwt om de lange bal of de pass naar de linksback te verkrijgen. Wanneer de linksback de bal krijgt, gaat Schrijvers agressief pressen waarna de bal centraal veroverd moet worden. Een duidelijke keuze om de pressing aan de rechterkant uit te voeren vanwege de profielen van Samatta, Schrijvers en Malinovskiy. De één al meer loopwonder dan de ander.

hoge pressing

Genk oriënteert de pressing bewust naar de rechterkant waar Ingvartsen de bal naar buiten duwt en Schrijvers het laatste voorbereidende werk moet opknappen. Geel zijn de verdedigers, rood de middenvelders en blauw de twee spitsen

Tegen Moeskroen liep dit ook relatief goed in de beginfase maar de bezoekers waren goed voorbereid en konden toch een aantal keer door de druk heen voetballen, zelfs met een knappe openingsgoal als gevolg.

 

 

pressing

Schrijvers laat zich makkelijk voorbijlopen door Huyghebaert, die opent op de opstomende rechtsback Locigno. Deze heeft een boulevard aan ruimte dankzij de centrale oriëntering van het Genkse blok en vooral door de slimme loopactie van Rotariu die Uronen meetrekt naar het centrum. Van daaruit volgt een korte combinatie en de 0-1. Hoge pressing die mislukt op zijn kwetsbaarst. 

 

Het moet gezegd, vaak lukte deze pressing wel uitstekend met hoge balrecuperaties als gevolg!         

Tegen de 3-4-3 van Anderlecht werd de hoge pressing enigszins anders ingevuld. Daar kozen beide spitsen om de buitenste centrale verdedigers van Anderlecht uit te sluiten en tegelijk de pass naar de flankaanvaller tussen de linies te voorkomen.  Zo werd Kara aan de bal gelaten. Centraal op het middenveld dekten Schrijvers en Malinovskiy door op Kums en Trebel en dan was het Pozuelo die met een verticale loopactie het signaal gaf tot pressing. De Spanjaard is echter niet meteen de grootste loper en recuperator waardoor Kara vaak te veel tijd kreeg aan de bal.

pressing

Pozuelo zet druk op Kara. De twee spitsen houden Dendoncker en Deschacht in de gaten terwijl op het middenveld mandekking wordt gespeeld op Kums en Trebel

Toch kwam Genk vaak tot balrecuperatie: Berge was namelijk verantwoordelijk voor het constant achtervolgen van de aanvallende middenvelder van Anderlecht aan de kant van de bal (Hanni indien opbouw op links, Gerkens indien opbouw op rechts) waardoor de back van Genk kon doordekken op de flankmiddenvelder van paars-wit. Het zorgde voor erg direct spel, veel duels en potig voetbal wat gezien de voorsprong van Genk in hun voordeel was.

pressing

Berge zakt in op Hanni. Er ontstaat ruimte tussen de linies maar deze kan niet worden benut door de mandekking op Hanni, Kums en Trebel.

5. Verdedigen ruimte in de rug

Hoog druk zetten impliceert uiteraard het weggeven van ruimte in de rug. Ook dat vormt zeker een werkpunt voor de Limburgse defensie, des te meer voor rechtercentrale verdediger Aidoo. De Ghanese jeugdinternational ging namelijk al iedere wedstrijd minstens eenmaal in de fout door onvoldoende te anticiperen op mogelijke dieptepasses. Tegen Anderlecht werd dit niet afgestraft omdat doelman Vukovic hoog meespeelde, tegen Eupen was dit wel de aanleiding tot de 2-0 achterstand.

verdedigen

Aidoo heeft voldoende voorsprong om de diepe bal te verdedigen. Hij anticipeert onvoldoende en laat zich makkelijk in de rug nemen.

6. Rendement op spelhervattingen

And last but not least: spelhervattingen. Een erg gevaarlijk wapen in de strijd voor de punten, noem het gerust de waterstofbom van het voetbal. Mits een uitstekende focus op hoekschoppen en vrije trappen tegen, kan Genk punten scoren op dit onderdeel. Met Pozuelo en Malynovskiy beschikt het over twee spelers met een uitstekende traptechniek terwijl het met Aidoo, Colley en Ingvartsen over voldoende kopkracht beschikt. Echter, voorlopig staat de balans gescoorde goals vs goals tegen op matige 5-5 tussenstand. Op hoekschoppen tegen is de zoneverdediging vooral kwetsbaar gebleken in de eerste zone, dat probeerde Eupen ook constant uit te buiten. Het scoorde zo ook de 1-0 met Blondelle toen het een 4v3 creëerde in die zone.

corner

4vs3 situatie in het nadeel van Genk in de eerste zone op hoekschop

 

De laatste drie matchen van KRC Genk geven een goed beeld over hun seizoen tot zo ver. Het potentieel is aanwezig, de punten nog onvoldoende. De 5 op 9 tegen Eupen, Moeskroen en Anderlecht kon echter ook zomaar een 9 op 9 geweest zijn. Het vertrouwen van het Genkse bestuur in coach Stuivenberg getuigt van kennis en stabiliteit, een juiste keuze zonder twijfel.

Genk heeft uiteraard nog een pak werkpunten, meer dan bovenstaande zes, maar heeft ook duidelijke troeven. De duelkracht centraal achterin, het voetballend vermogen en de overtalsituaties centraal op het middenveld, een tweespitsensysteem dat altijd moeilijk te bekampen is en heel veel volk voor doel bij flankvoorzetten. Het moge duidelijk zijn dat ook regisseur Pozuelo nog ver van zijn beste vorm is verwijderd wat het spel van de Limburgers op termijn alleen nog maar kan verbeteren. Woensdag een volgende test wanneer Genk leider Club Brugge ontvangt.

Meer Belgisch voetbal

KAA Gent – Anderlecht (0-0): veel strijd, weinig finesse

Na de Europese uitschakeling en een dramatische competitiestart (1 op 12) werd voor het eerst echt aan de goddelijke status van Gent-coach Hein Vanhaezebrouck getornd. Anderlecht-coach Weiler kreeg na de countertitel van vorig seizoen een klein beetje respijt maar ook het gebrek aan punten bij de Brusselse topclub (4 op 12) zorgt voor druk rondom het Astridpark. Twee elftallen op zoek naar rehabilitatie.

tactiek Gent Anderlecht

Basisteams van KAA Gent & RSC Anderlecht

KAA Gent moest het doen zonder doelman Kalinic en middenvelder Neto die al een tijd buiten strijd is. Vanhaezebrouck greep terug naar z’n bekende 3-4-3, al loopt deze een pak minder sinds de driemansdefensie uitgroeide tot een hype. Zijn elf namen: Thoelen, Gigot, Mitrovic, Asare, Dejaegere, Esiti, Marcq, Machado, Milicevic, Simon, Sylla.

Anderlecht zag Tielemans deze zomer vertrekken en Weiler hield verrassend genoeg ook Dendoncker, midden in transferbeslommeringen, op de bank. Desondanks geen plaats in de basiself voor Trebel en Stanciu, Gerkens kreeg zijn kans. Het basisteam van de bezoekers: Sels, Appiah, Kara, Spajic, Obradovic, Kums, Gerkens, Hanni, Chipciu, Onyekuru en Teodorczyk.

Middenveldpressing Anderlecht

Anderlecht koos exact voor dezelfde aanpak om de Gentse 3-4-3 te bestrijden als een paar maanden terug in PO I, ook deze match analyseerden we eerder. Het koos voor een reactieve aanpak en pressing vanaf de middenlijn. Daarbij zette Teodorczyk druk op de meest centrale verdediger Mitrovic en werd hij geruggesteund door heel wat loopwerk van driehoek op het middenveld van paars-wit.

ruimte tussen linies

Gerkens had drukzetten op Asare maar Gent kan via Mitrovic wisselen van kant. Hanni moet hoog druk gaan zetten en ook Kums verlaat positie centraal. Heel veel ruimte tussen de linies waarvan Sylla profiteert, Spajic pakt een geel in het 1v1 duel

Concreet duwde Anderlecht de opbouw via de Poolse spits richting Asare of Gigot. Op dat moment kwam één van de twee aanvallende middenvelders, Hanni of Gerkens, in beweging om druk vooruit te zetten. De twee centrale middenvelders van Gent werden in die situatie meteen opgepikt door de andere aanvallende middenvelder en Kums die z’n positie voor de verdediging moest verlaten. In de beginfase maakte Gent echter het veld goed groot, zakten de drie centrale verdedigers ver in, waardoor de afstanden voor de bezoekers eigenlijk niet te belopen waren.

Te weinig snelle flankwissels bij Gent

Vanwege die grote afstanden had Gent de eerste helft constant de bal en konden ze via Mitrovic of de middenvelders voortdurend de bal van flank wisselden. De snelheid in de balcirculatie lag bij de thuisploeg echter vaak te laag waardoor het weinig openingen kon creëeren. Ook de crosspasses van Neto worden al een tijd gemist, zowel Esiti als Marcq trapten de flankwissels veel te weinig op de lopende Machado en Dejaegere op de flanken wat uiteraard de sterkte moet vormen binnen de Gentse 3-4-3.

Het moet ook gezegd worden dat deze twee Gentse flanken werden geschaduwd door de flankaanvallers van Anderlecht. Weiler koos dus opnieuw om druk vooruit te proberen zetten maar maakte daarbij geen gebruik van Onyekuru en Chipciu. Beiden werden belast met -wel heel- defensieve taken om constant laag terug te zakken. Mede daardoor waren Dejaegere en Machado weinig gevaarlijk. Die laatste vervulde overigens een stuk de rol die Foket in het verleden op rechts invulde, in balbezit nam hij de hele linkerflank voor z’n rekening in een 3-4-3. In balverlies zakte hij terug tot in de 4-3-3 van waaruit Gent drukzet.

Anderlecht compleet ongevaarlijk

Deze positionele structuur zette Anderlecht wel voor twee grote problemen:
Verdedigend zorgde het er eerst en vooral voor dat er centraal opnieuw een zee aan ruimte was voor onder andere de afhakende Sylla. Deze werd meermaals vrijgespeeld in de voet door Gigot en Asare met een hijgende Spajic in de nek. Een centrale verdediger die in grote ruimtes moet verdedigen, is vaak een gevaar en dat bleek ook snel. Binnen het halfuur kon Spajic er al uitgaan met twee gele kaarten in diverse situaties met Sylla en Milicevic die tussen de linies speelde.

Het tweede probleem van Anderlecht was het gebrek aan gevaar in de omschakeling naar balbezit en laat die counters nu net de grote sterkte zijn van paars-wit, zoals het vorig seizoen ook al bewees. Omdat Onyekuru en Chipciu heel diep moesten verdedigen, waren ze zeker in het begin amper gevaarlijk vanwege de te grote afstand om te overbruggen. Als Kums, Hanni, Gerkensen de bal al eens veroverden maakten ze vaak de foute keuze bij het inspelen, meestal bij gebrek aan snelle aanspeelopties op de buitenkanten. Wanneer er al eens gevaar kon komen, maakten de Gentse spelers op het juiste moment ook de professionele overtreding.

lange bal tactiek

Geen poging tot korte opbouw bij Anderlecht. De vrijstaande Appiah werd amper benut, lange bal richting Teodorczyk en Chipciu.

De korte opbouw is bij Anderlecht al een aantal jaar gebannen en ook vandaag waren er weinig woorden aan vuil te maken. Gent zette met Sylla en Moses druk op het Anderlecht centrale duo Kara-Spajic wat voor veel vrijheid bij Appiah zorgde. Deze werd echter nooit benut, Sels speelde keer op keer de lange bal richting Teodorczyk.

Inbreng Trebel

Het zorgde voor een dominant Gent in de eerste helft dat wel moeilijk tot kansen kwam, enkel op spelhervattingen was het een aantal keer erg dreigend via Milicevic. Een ‘topper’ die op slot zit opengooien, kan ook met een rode kaart moet Vanhaezebrouck gedacht hebben. In de tweede helft wisselden Dejaegere en Milicevic regelmatig van positie: Dejaegere bewoog meer tussen de linies, ongetwijfeld met de bedoeling om in de zone van Spajic tot een tweede gele kaart te komen. Milicevic vulde op zijn beurt de rechterflank in met iets meer voorzetten al leverde dat weinig gevaar op. Ook Dejaegere, die erg goed en snel kan wegdraaien op de korte ruimte, werd eigenlijk nooit gevonden in een 1v1 situatie met Spajic.

Enkel de inbreng van Trebel veranderde uiteindelijk iets aan het wedstrijdbeeld. Anderlecht ging iets agressiever drukzetten en veroverde vaker de bal waardoor het kon counteren. Dat deed het ook driemaal erg gevaarlijk met Onyekuru, Hanni en Bruno in de hoofdrol.

De bizarre tactische keuzes bij Anderlecht zorgden opnieuw voor een gesloten match waarin de duels primeerden. Zelf neutraliseerde Weiler voor een groot stuk het gevaar van zijn eigen team door de positionele structuur. Gent op zijn beurt wilde wel voetballen maar kon onvoldoende tempo maken en mist vooral centraal op het middenveld voetballend vermogen en snelheid van uitvoering. Het maakte ook onvoldoende gebruik van de vele ruimte tussen de linies bij de bezoekers.

Ondanks de puntendeling lijkt Gent de morele winnaar vandaag. Het boette aan individuele kwaliteit in de afgelopen jaren maar het tactische concept blijft overeind en moet de Buffalo’s richting PO I helpen. Anderlecht daarentegen heeft kwaliteit in overvloed maar de spelers lijken gevangen te zitten in het weinig dominante concept waarvoor wordt gekozen. Benieuwd hoe lang dit nog wordt gepikt door spelers, fans en bestuur.

Bouwwerken Leko

Vorig seizoen groeide voor Club Brugge relatief voorspelbaar uit tot een ontgoocheling kort na de langverwachte titel. Succescoach Michel Preud’homme nam afscheid, Ivan Leko werd de verrassende vervanger. Aan de Kroaat om het heilige vuur in Jan Breydel opnieuw aan te wakkeren. Lange Bal herbekeek de vier officiële wedstrijden van FCB tot zo ver en kwam met deze analyse.

“Welk systeem je ook speelt, het moet altijd de bedoeling zijn dat je de bal in die situaties brengt waarin je diepgang kan vinden. Daarom is het minder belangrijk hoeveel spitsen je op het veld hebt staan. Belangrijker is dat je één speler meer dan de tegenstander in de buurt van de bal hebt, zodat je in balbezit blijft en vervolgens in die ruimte kan aanvallen waar je dat wil. Zonder die extra speler vind je nooit oplossingen.”
Ivan Leko in Sport/Voetbalmagazine

Jaren terug kozen teams steevast om met twee centrale verdedigers te spelen. Eenvoudigweg omdat er bij de tegenstander een omschakeling was naar de intussen alom gekende 4-3-3 formatie en dat bovenstaande argumentatie zo werkelijkheid wordt: namelijk 2 centrale verdedigers tegen 1 spits van de tegenstander, zowel in de opbouwfase als in het verdedigende deel van de match is deze meerderheidssituatie dus erg handig.

De laatste jaren zijn er echter meer en meer teams die ervoor kiezen om met twee spitsen te spelen of toch zeker druk te zetten met twee spitsen (vaak een diepe man gesteund door aanvallende middenvelder), waardoor de meerderheidssituatie achterin automatisch verdwijnt. Tegelijk met deze ontwikkeling, kenden we de revival van de 3-mansdefensie als antwoord hierop.

tactiek Club Brugge

Meest gebruikte basiself van Leko

Ivan Leko bekijkt naar eigen zeggen 5, 6 wedstrijden uit verschillende competities op een vrije dag om bij te leren. Het lijkt dan ook relatief duidelijk dat hij inspiratie op deed voor zijn huidige 3-4-3 in binnen- en buitenland.  In eigen land loodste z’n collega Hein Vanhaezebrouck Gent naar een titel en een knappe CL-campagne met een aanvallende 3-4-3 in balbezit. In het buitenland raakte de Kroaat dan weer ongetwijfeld gecharmeerd door de defensieve organisatie van Chelsea in Contés 3-4-3, gecombineerd met de aanvallende speelstijl van Tottenham ook vaak uitgaand van een driemansdefensie.

 


Opbouw van achteruit

Wanneer mogelijk wil Club Brugge voor een korte, zorgvuldige opbouw van achteruit kiezen. Als het, zoals hierboven reeds aangehaald, speelt tegen een team dat drukzet met één of twee aanvallers heeft het automatisch een mannetje meer achterin. Met ook nog eens de keeper die moet deelnemen aan deze opbouw, wil blauw-zwart deze meerderheid uitspelen om de bal snel vooruit te kunnen spelen tussen de linies.

2. Opbouw back zoeken.png

De tegenstander zet druk met drie aanvallers (witte cirkel). De rechteraanvallen geeft druk op Denswil, hij krijgt voldoende tijd om de vrijlopende De Bock aan te spelen op de buitenkant.

Het gros van de tegenstanders van Club Brugge paste zich intussen reeds aan en probeert met drie aanvallers vanuit een 4-3-3 druk te zetten op de verdedigers van Club. Tegen de minder gerenommeerde tegenstanders als Lokeren wist blauw-zwart daar relatief makkelijk omheen te spelen. Meestal is het namelijk de spits die bij de meest centrale verdediger van Club staat en de flankaanvallers van de tegenstander die de andere verdedigers onder druk proberen zitten. Wanneer deze timing niet perfect zit, hebben de centrale verdedigers echter net de tijd om de bal aan te nemen en door te spelen naar de linkerflank of rechterflank die vaak voldoende ruimte hebben om de bal te krijgen.

 

Wanneer er geen hoge druk is, krijgen de troepen van Leko rustig de tijd om de bal rond te spelen. Omdat de centrale middenvelders Vormer en Nakamba in die situaties meestal weinig tijd krijgen, wachten de verdedigers het moment af om de bal verticaal tussen de linies in te spelen op de flankaanvallers die naar binnenkomen, meestal Refaelov of Dennis. Tegen Lokeren zorgde deze schitterende opbouw tevens voor het 2e  doelpunt. Een kopietje van het trainingsveld in de praktijk gebracht op Daknam.

3. Goal na opbouw.png

Engels vindt Refaelov tussen de linies die meteen kan opendraaien en diepspelen op Dennis die scoort.

Tegenstanders die beter georganiseerd staan, agressiever en met meer explosiviteit voorin hoog druk zetten, bezorgen Club veel meer problemen. Vooral Basaksehir slaagde daar in eigen stadion erg goed in. De 3 Turkse aanvallers zorgen voor veel druk, Club slaagt er zo niet meer in een meerderheidssituatie te creëeren en speelt terug op de doelman. Horvath blonk de voorbije weken echter niet meteen uit in het uitvoetballen en trapte de ballen dan maar vaak ver weg. In die situaties ontbeert het Club Brugge momenteel ook nog aan een sterke, balvaste spits die in staat is om de bal bij te houden en z’n ploegmaats te laten aansluiten.

4. Lange bal.png

Basaksehir zet agressiever en sneller druk voorin met drie mensen. Ook Vormer is niet aanspeelbaar op het middenveld waardoor we voortdurend de lange bal zien terugkomen.

‘Voetbal is een spel van ruimtes. Hoe creëer je die, hoe verover je die, hoe kom je eruit om via een andere ruimte weer aan te vallen? Daar moeten trainers oplossingen voor aanreiken. Weten hoe je moet aanvallen, is zeer belangrijk. Dan praat je over het simultaan bewegen van drie à vier spelers, niet eentje. Omdat een speler die beweegt ruimte maakt voor anderen. Zo creëer je offensief spel.’
Ivan Leko in Sport/Voetbalmagazine

Aanvallen
De grote sterkte van het 3-4-3 systeem dat Leko beoogt is de samenwerking tussen de oprukkende flankspelers en de ‘inside wingers’ (= de flankaanvallers die meer vanuit het centrum en de halfspaces opereren). Dat er nog veel ruimte is voor verbetering, tonen ook de cijfers aan. Slechts 30% (3 van de 10) van de gemaakte goals tot zo ver kwamen voort uit het open veldspel (lees: combinaties, indvidiuele acties) en daar rekenen we dan ook de goal bij van Dennis tegen Eupen hoewel die misschien meer voort kwam uit een omschakeling.

De andere goals kwamen er na een snelle omschakeling (2 goals) of uit spelhervattingen (5 goals!). Efficiëntie is een grote kwaliteit maar het moge duidelijk zijn dat weinig kansen creëren en toch veel scoren eerder zeldzaam is. Als teams het een volledig seizoen volhouden (zoals Leicester City bijvoorbeeld in het kampioenenjaar) kan het succes opleveren maar men mag er zich zeker niet op blindstaren want ook een portie geluk gaat gemoeid bij efficiëntie. Werk aan de winkel dus.

Geen flankwissels
Een eerste grote manco in de voorlopige invulling van de speelwijze is het compleet gebrek aan snelle flankwissels. De grote kwaliteit van oa. Gent in het kampioenenjaar, Chelsea, en andere teams waren de snelle crosspasses van de centrale middenvelders richting de lopende flankspelers op de andere kant. In het geval van Club komen er dus amper bruikbare ballen van Vormer en Nakamba richting de lopende Palacios en De Bock/Touba.

Dit heeft enerzijds te maken met de beperkte aanspeelbaarheid en dito handelingssnelheid van beide centrale middenvelders. Nakamba toont zich in de eerste plaats een meester in de balrecuperatie en minder een meester aan de bal. Vormer moet zijn gekende infiltratievermogen in dit systeem vooral inruilen voor een rol als spelmaker, maar daar liggen de grootste kwaliteiten van de Brugse captain zeker niet. Of ook de mensen op de flank de ideale wapens zijn om aanvallend beslissend te zijn is een terechte vraag.

Ook de samenwerking op de flank treft hier echter schuld. Refaelov en Dennis kiezen te vaak positie in de as van het veld waardoor de backs van de tegenstanders niet tot een keuze worden gedwongen. Zij moeten namelijk het slachtoffer worden van hun eigen keuze: doordekken op Refaelov/Dennis of toch maar opvangen van lopende speler? Dit is nog niet het geval, ze kunnen rustig in positie blijven, anticiperen op de crosspass en deze makkelijk onderscheppen als die toch zou komen. Als de inside wingers vanuit de halfspace zouden spelen, zou de tegenstander echter meer voor deze keuze gesteld worden en zouden de crosspasses dus ook meer doel vinden. In onderstaand beeld zie je de centrale positie van Refaelov die de bal niet kan krijgen. Daardoor kan linksback Clichy al anticiperen op een eventuele wisselpass die hij dan zou kunnen onderscheppen.

5. Samenwerking flank.png

Refaelov staat te centraal waardoor die automatisch gedekt wordt door een centrale middenvelder. Dat zorgt ervoor dat linksback Clichy al kan anticiperen op een eventuele crosspass op Palacios aan de buitenkant.

Wachten op kracht/snelheid van Wesley/Diaby
De samenwerking tussen de drie aanvallers voorin is dan weer iets te wisselvallig. Het 3-4-3 systeem leent zich vooral tot intelligente en creatieve voetballers op de korte ruimte in combinatie met, zoals eerder aangegeven, lopende spelers op de buitenkant. Het is geen toeval dat er bij de aanvallers waarmee Gent succes boekte altijd 2 intelligente spelers bij waren (Depoitre en Milicevic), net zoals Chelsea (Pedro en Hazard) en Tottenham (Kane, Alli en Eriksen). Momenteel leken noch Refaelov en Dennis zich echter in dat keurslijf te willen laten steken. In het geval van die laatste misschien maar goed ook.

Belangrijk in de samenwerking voorin is een constante wisselwerking in een driehoek: tussen de spits, de inside winger en de lopende flankspeler. Wanneer bijvoorbeeld Vossen op rechts afhaakt, kan Refaelov centraal in de diepte duiken en Palacios in de hoek. Wanneer op links Vossen bv diep loopt, kan Dennis afhaken tussen de linies en de linkermiddenvelder meters maken langs de lijn. Perbet werd op dat vlak na één match al afgeschreven, Vossen toonde iets meer vooruitgang in het samenspel voorin. Met Refaelov, Vossen en Dennis is er echter te weinig snelheid en kracht in de ploeg. Op dat vlak lijkt de inbreng van Diaby of Wesley als centrale spits alvast een must om de Brugse aanvalsmachine op gang te krijgen. Al is het dan maar weer de vraag of de looplijnen van de coach nog voldoende worden opgevolgd.

6. Alledrie in de bal.png

Drie spelers komen allemaal in de bal op het moment dat Denswil wil inspelen. Daardoor moet Vormer voor diepte zorgen, maar die komt van heel diep geïnfiltreerd en kan onmogelijk op tijd gevaarlijk worden.

‘Aanvallen met 6 spelers, verdedigen met 10 spelers’

 

Verdedigen
Leko houdt van de manier van spelen van Tuchel, Pochettino,etc. en dat weerspiegelt zich in de eerste fase bij balverlies. Hij wil de Clubspelers zo hoog mogelijk druk laten zetten zodat de tegenstander de bal opnieuw verliest en blauw-zwart zo dicht mogelijk bij het doel van de rivaal een nieuwe aanval kan opzetten. Tegen Basaksehir ging dat in de beginfase goed op volgende manier: de inside wingers zetten druk op de centrale verdedigers, met daartussen de spits die ging doorjagen op de keeper als die de bal teruggespeeld kreeg. Daardoor werd door de Turken in de openingsfase vaak de lange bal gehanteerd, al werd die nog regelmatig bijgehouden door Adebayor voorin. Toch oogde de balans op dat vlak erg positief.

7. Hoge pressing.png

Beide inside wingers geven druk op de centrale verdedigers, waardoor Perbet kan doorjagen op de keeper. De Turken zijn verplicht om de lange bal te hanteren.

Het grote probleem voor Club ontstaat echter op het moment wanneer het er niet in slaagt de bal te veroveren na hoge pressing. Vanwege de formatie en de gekozen speelwijze, zakt Club daardoor in een lager blok in 5-4-1 met Dennis en Refaelov als flankmiddenvelders. De vijf verdedigers zorgen er in theorie voor dat de volledige breedte van het veld makkelijk verdedigd zou moeten kunnen worden, zeker door de steun van de vier middenvelders. De praktijk zegt echter iets anders.

Van zodra Club wat ingedrukt geraakt, heeft het momenteel eigenlijk maar één optie: allemaal samen laag inzakken en rustig afwachten om de bal te recupereren na een slechte pass van de tegenstander of balverlies na een mislukte dribbel. Als het dat doet, nogal passief en gegroepeerd afwacht, geeft het op dit moment weinig ruimte weg. Wat uiteraard goed is.

Wanneer Club daarentegen vanuit de 5-4-1 probeert om ook effectief agressief druk te gaan zetten, worden de ruimtes te groot, lopen spelers uit positie en anticiperen spelers niet op de situatie waardoor tegenstanders gevaarlijk worden. Dit gebeurt vooral in de as van het veld waar Vormer en/of Nakamba soms het moment volledig verkeerd kiezen om druk te zetten vooruit.

Veeleer gebeurt het echter dat deze wel het juiste moment kiezen om te pressen maar dat de centrale verdedigers niet aansluiten. Ook durft amper één van deze drie centrale mensen uitstappen terwijl dat net het voordeel is van de meerderheidssituatie achterin: anticiperen, pro-actief gaan handelen en problemen voorkomen vooraleer ze ontstaan. En net daarin is Club achteraan nog te onvolwassen. Ook de tegengoal, hieronder afgebeeld, is hiervan het gevolg.

8. Verdedigen.png

Linkeraanvaller Elia krijgt veel ruimte tussen de linies, Mechele stapt niet (of veel te laat) uit op de aanvaller. 

9. Verdedigen.png

Op het moment dat Club Brugge opnieuw compact staat, ontstaat het probleem van druk op de bal door het ontbreken van een echte 10. Daardoor moet Club opnieuw georganiseerd afwachten.

10. Verdedigen.png

Tot tweemaal toe komt een Turkse middenvelder in schietpositie zonder veel druk. De tweede speler die de bal krijgt kan zonder druk van een uitstappende centrale verdediger (hier Engels) op doel trappen en scoren.

Omschakelmomenten

 Wanneer Club erin slaagt de bal te veroveren op de helft van de tegenstander zijn ze wel op z’n gevaarlijkst. 20 à 30% van de goals kwam er al nadat Club de bal hoog recupereerde en snel omschakelde richting het doel van de tegenstander. Vooral Dennis is met zijn snelheid, techniek en loopacties enorm gevaarlijk. Meestal zijn Refaelov of Vormer in deze situaties het doorgeefluik om de Nigeriaan voor doel te zetten, zoals hier tegen Lokeren.

 

11. Goal na omschakeling.png

Balrecuperatie centraal op het middenveld en Vossen wordt ingespeeld. Die kan meteen Dennis lanceren die scoort.

Wanneer Club echter vanuit het lage 5-4-1 blok opereert, kent het moeilijkheden om er uit te komen op de counter. Vooral omdat het dan volledig afhankelijk is van de diepe spits en Vossen/Perbet zijn nu eenmaal niet de aanvallers met pure snelheid of de kracht om de bal bij te houden tegen de betere tegenstanders. 

Besluit
Het mag duidelijk zijn dat Ivan Leko aan een gewaagde maar erg interessante vernieuwing is begonnen bij Club Brugge. Zijn doelstellingen zijn duidelijk: dominant voetbal met een snelle balcirculatie, lopende mensen op de buitenkant en hoge pressing in balverlies. Momenteel lijken z’n spelers echter nog niet de intelligentie te hebben om allemaal mee te zijn in het verhaal waardoor Club z’n wil enkel nog maar kon opdringen tegen de kleinere ploegen.

Tegen de topteams wordt blauw-zwart te vaak teruggedrongen en in die situaties lijkt het systeem, dat dominantie beoogt, vooral reactiviteit teweeg te brengen. Of het leidt tot pressing waardoor de tegenstander makkelijk heen kan voetballen wat tot onvrede leidt op de Brugse tribunes. Het is afwachten hoe de spelers Leko’s betoog de komende weken oppikken en welke transferactiviteiten er nog voor de deur staan. Het systeem en Leko’s verhaal lijken zeker z’n kans te moeten krijgen, wanneer er in september nog geen beterschap is, past hij ongetwijfeld zijn verhaal wat aan zoals bij STVV.

Vrijdag 20.30: SV Zulte Waregem – Club Brugge