Competitiespecial: KRC Genk, puinruimen

KRC Genk, waar continuïteit, jeugd en familiegevoel centraal staat, ging het laatste jaar door meer dan één zware storm. Alex McLeish wordt de puinruimer van dienst.

Mogelijke elf KRC Genk

Mogelijke elf KRC Genk

6 bekers en 3 titels in Engeland en vooral Schotland. McLeish mag dan pas de 3e keuze geweest zijn voor het Genkse bestuur, de Schots kan adelbrieven voorleggen aan zijn nieuwe spelersgroep. Het wordt afwachten voor welke formatie hij kiest, in zijn periode bij Aston Villa gaf hij al aan dat die keuze afhankelijk is van de eerstvolgende tegenstander. Laat ons er vanuit gaan dat hij, net zoals Genk de voorbije seizoenen, kiest voor een platte 4-4-2.

In Genk ontstond al vroeg in het seizoen een keepershetze. Köteles, de voorbije seizoenen erg secuur, werd bij de start van het seizoen opzijgeschoven voor Bizot. De jonge Nederlander kreeg lof voor zijn prestaties bij Groningen en startte, blijkbaar tegen het advies van keeperstrainer Martens in, toch als nummer 1. Hij maakte al snel 2 fatale fouten die een tegendoelpunt en puntenverlies inluidden. Het lijdt dat ook geen twijfel dat Köteles opnieuw in de basis komt, een ploeg onder druk heeft nu eenmaal nood aan ervaring en zekerheid achterin.

In de defensie lijkt de rolverdeling wel duidelijk. Kabasele en Kara zorgen voor power centraal achterin. Het vertrek van Koulibaly naar Napoli is een serieuze aderlating, Kabasele moet dat gat opvullen. Of het een kwalitatieve vervanger is moet nog blijken, hij verzamelde totnogtoe slechts 6 basisplaatsen op het hoogste niveau in Europa. Het beperkte voetballende vermogen in het hart van de verdediging was vorig jaar een groot pijnpunt bij de Limburgers. Ook dit seizoen bleek het al erg moeilijk om op een voetballende manier spelmaker Gorius te bereiken. De oorzaak hiervan is het beperkte technische vermogen van de centrale verdedigers, maar evenzeer een gebrek aan opbouwende automatismen. Anele en Tshimanga, intrinsiek de beste linksachter op de Belgische velden, zijn de backs.

Een complementair duo vinden centraal op het middenveld was voor Ferrera al geen sinecure: Gerkens, Gorius, Hyland en Kumordzi hebben allemaal verschillende kwaliteiten waarmee ze een basisplaats kunnen opeisen. Gorius kan het spel maken vanuit een diepere rol. Naast hem moet dan wel gekozen worden voor iemand met veel balrecuperatie in zijn spel. Kumordzi is een optie, hij voegt bovendien infiltratievermogen toe. Maar dan is het natuurlijk opletten dat het evenwicht niet zoek raakt. Zeker als ook de flankmiddenvelders te aanvallend meedenken, zorgt dat voor problemen. Hyland lijkt in dat opzicht de ideale optie: is voetballend sterk en heeft atletisch vermogen. Alleen beschikt Genk op het middenveld over erg weinig kopkracht. Gerkens zal geduld moeten oefenen.

Op de flank heeft McLeish kwaliteit met Buffel en Okriashvili. De eerste is erg belangrijk met belangrijke assists, doelpunten, temporiseren op het juiste moment en bespelen van de scheidsrechter. De Georgische nieuwkomer toonde al veel potentieel: hij loopt slim tussen de linies, heeft een individuele actie en schuwt het verdedigend werk niet. Vorig weekend speelde hij ook al als tweede spits, misschien een optie als Vossen nog zou vertrekken. Cisse, De Ceulaer en Monrose zijn de blessuregevoelige alternatieven op de flank. Het spitsenduo wordt Mboyo-Vossen, tenzij die laatste nog vertrekt. In dat geval wordt Mboyo mogelijk geflankeerd door Okriashvili, Schrijvers of Ojo. Veel wisselmogelijkheden zijn er dus niet voorin.

Eén ding is zeker: het kan alleen maar beter gaan met Genk. Met McLeish haalde het een coach met reputatie, Mr Discipline, binnen. Maar het zal noodzakelijk zijn om meer te doen dan alleen maar de Genkies in de pas te leren lopen. Het ontbeert deze groep namelijk ook aan defensieve en aanvallende automatismen. Wanneer de Schotse coach zijn naam echter alle eer aan doet, staat Genk straks gewoon in PO I.

De Vraag: wie wordt het spitsenduo?
Prognose: 6e

Competitiespecial: Sporting Lokeren, stabiliteit voorop

Een 5e plaats, bekerwinst en naar de Europa League. De top voor Lokeren leek vorig seizoen behaald, maar er is ambitie om nog beter te doen. Op Harbouai na werden alle spelers behouden, Peter Maes bleef aan boord en de voorzitter investeerde zelfs in de verdere uitbouw van de club met een nieuwe tribune.

Typeploeg Lokeren

Typeploeg Lokeren

Maes staat synoniem voor stabiliteit. Het tactische plaatje bij Lokeren verschilt dan ook amper van de voorbije seizoenen, aan de 4-3-3 wordt niet getornd. In doel lijkt Verhulst voor het eerst in jaren de voorkeur te krijgen op WK-doelman Copa. Verhulst toonde zich erg sterk op de lijn in de eerste wedstrijden, is minder spectaculair dan zijn Ivoriaanse concurrent, maar biedt tegelijk iets meer zekerheid.

Geen verdediging die beter op elkaar is ingespeeld dan die van Lokeren. Centraal zijn Scholz en Maric de perfecte match: beiden hebben een goed positiespel, kopkracht én voetballend vermogen. Een afwezigheid van een van hen wordt opgevangen door Mertens. Op de backs zorgen Odoi en Galitsios voor aanvallende intenties. De tweevoetige Odoi heeft de kwaliteit om het overzicht te bewaren in de waarheidszone en een verzorgde laatste pass te geven, zijn Griekse vriend aan de overkant heeft meer een goede, hoge voorzet in de benen. Met Corryn, Henrique en Mertens heeft Lokeren geen overschot aan verdedigende kwaliteit op de bank.

Kapitein Overmeire en Persoons vormen al bijna vijf seizoenen een tandem op het middenveld. Net als in het centrum van de verdediging zijn het twee, naar Belgische subtopnormen, complete middenvelders: voldoende technische bagage, goed positiespel, duelkracht en groot loopvermogen. Het is één van de sleutels van het succes van Lokeren: allemaal goede, complete spelers halen. Geen hokjesdenken: geen ‘loper’ naast een ‘spelmaker’ zetten en het maakt de geoliede machine die Lokeren is, moeilijk te stoppen. Zeker na de ontbolstering van Vanaken die op 10 speelt. Zelden iemand op de Belgische akkers gezien die zo slim vrijloopt, alles ziet en ook steeds de juiste keuze maakt. Hij koppelt techniek aan intelligentie, een uitstekende mentaliteit aan atletisch vermogen in volle ontwikkeling: van een complete speler gesproken. Al houden ze in het Waasland hun hart vast tot het sluiten van de transfermarkt, Vanaken gaf al meermaals aan te willen vertrekken.

Net als achterin mag er overigens weinig gebeuren met de basisspelers. De eerste back-up voor het duo Overmeire-Persoons is zelfs Vanaken die in geval van nood een rijtje achteruit schuift. Met enkel Trompet houdt Maes bitter weinig achter de hand. Ondertussen werd Ngolok reeds aangetrokken, een goede zet van het bestuur.

Kwaliteit op de flanken is er wel voldoende: met Remacle, De Pauw, Kaya en Patosi heeft Maes keuze te over. Momenteel kiest hij voor de diepgang van Remacle en De Pauw. Die laatste oogst lof met zijn techniek en werklust maar irriteert tegelijk met zijn gebrekkige efficiëntie. Mogelijk wordt straks geroteerd met Kaya & Patosi. Centraal in de spits leek topschutter Harbouai een leemte achter te laten, maar met Junior Dutra is er een uitstekend alternatief met meer diepgang en combinatievermogen in zijn spel. Nieuwkomer Leye krijgt de tijd om naar zijn beste vorm te groeien, en past goed in het Lokerse spel. En dan is er nog Abdurahimi die bij zijn debuut een uitstekende indruk naliet.

Tactisch staat Lokeren minimaal op hetzelfde niveau als de voorgaande jaren. Het blok achterin staat als een huis en het combinatievoetbal loopt vaak tot in de zestienmeter van de tegenstander. Dat is misschien een gedwongen keuze door het vertrek van Harbouai waardoor Lokeren wat présence mist in de box. Maar alles bij elkaar lijkt het elftal in vergelijking met vorig jaar allesbehalve verzwakt. Het is echter een groot vraagteken hoe de troepen van Maes omgaan met Europees voetbal. Ervaring met midweekmatchen heeft het team niet, erg veel rotatiemogelijkheden evenmin.

De Vraag: hoe verteert Lokeren het Europese verhaal?
Prognose: 5e plaats

Competitiespecial: Anderlecht, overgangsjaar bestaat niet

Kouyaté, Bruno, Gillet, De Zeeuw, Vargas en Pollet. Een indrukwekkend lijstje spelers dat het Astridpark deze zomer verliet, maar toch is Anderlecht gewoon weer titelfavoriet.

Typeploeg Anderlecht

Typeploeg Anderlecht

Besnik Hasi bouwt verder op de 4-4-2 opstelling die hij vorig seizoen gebruikte. Het keepersprobleem is opgelost wanneer Proto terugkomt uit blessure: Proto in de ploeg, Kaminski wordt uitgeleend. Of Roef volstaat als tweede keeper moet nog blijken, de naam van Jorgacevic deed alvast de ronde om kwantitatief te versterken.

Anderlecht deed erg veel moeite om de ervaring van Van Buyten terug naar België te halen maar dat mislukte. De toptransfer ging niet door maar in principe is het centrale duo Nuytinck & Mbemba sterk genoeg voor de Jupiler Pro League. Andere centrale verdedigers vinden we niet terug op de bank, Heylen wordt in principe nog uitgeleend. Op de backs zijn er met Van den Borre op rechts, Deschacht op links en N’Sakala (die depanneert op beide flanken) voldoende opties. Najar een rij achteruit schuiven is een noodoplossing. Kwaliteit genoeg achterin, al moet er nog een centrale verdediger bij.

Centraal op het middenveld was het lang zoeken voor paars-wit. Tielemans heeft de nodige creativiteit en eindpass maar die kon hij nog niet tentoonspreiden. Er was duidelijk nood aan een voetballende breker, kortom een vervanger voor Kouyaté. Milivojevic zakte iedere wedstrijd dieper door de mand: flauw in de duels, matig positiespel en enorm veel balverlies. Met de komst van Defour lijkt dat probleem van de baan. Jeugdproduct Dendoncker toonde al dat hij de wissel voor de toekomst kan zijn, speelminuten verzamelt hij zeker nog voldoende. De werkkracht van Kljestan heeft waarde, maar op een basisplaats hoeft die niet meteen te rekenen.

Op de flanken posteert Hasi twee verschillende types: op links komt Praet regelmatig naar binnen om de acties daar op te starten, vooral omdat hij vanuit een centrale positie beter rendeert. De beperkte aanvallende impulsen en kwaliteiten van Deschacht zorgen er echter voor dat het gevaar over links in dat geval beperkt blijft. Op rechts blijft Najar wel breed en zorgt hij voor veel diepgang. Met snelheid, techniek, uithoudingsvermogen en een goede voorzet is de Hondurees de perfecte rechtermiddenvelder voor Anderlecht. Met enkel Acheampong zijn er niet veel wisselmogelijkheden met het drukke programma in het achterhoofd. Vico en Wigor lieten tot op heden niet van zich spreken.

In de spits werkt Hasi toe naar een koningskoppel Suarez-Mitrovic. De Argentijn is nog niet volledig wedstrijdfit en wordt rustig gebracht met de Champions League en PO I in het vooruitzicht. Zijn individuele acties en doeltreffendheid beslissen mogelijk mee over de titel. Mitrogoal legde er vorig seizoen dan weer 16 in het mandje en wil dat aantal overtreffen. Hij toonde de ideale targetman te zijn, al moet Anderlecht er in slagen hem onder controle te houden bij grote druk. Dat lukte vorig seizoen niet: 2 rode kaarten tegen Club Brugge en slechts 3 goals in PO I.

Kwaliteit in de basiself heeft Anderlecht genoeg. Toch had het elftal het erg moeilijk tegen Oostende, Westerlo en Moeskroen. De aanvallende automatismen staan nog niet op punt, maar mentale weerbaarheid trok paars-wit de laatste tijd al regelmatig over de streep. Het is wel zeer de vraag of de kern ruim genoeg is om zowel in de Champions League overeind te blijven en niet overbodig punten te laten liggen in België. In dat opzicht zijn de play-offs zeker een voordeel. Als er dan nog een degelijke centrale verdediger en flankmiddenvelder bijkomt, zal Anderlecht straks niet ver van de vierde opeenvolgende titel verwijderd zijn.

De Vraag: kost de Champions League Anderlecht veel punten?
Prognose: 1e

Competitiespecial: KV Oostende, rust op zee

Een ‘weireldploegsje’ is KV Oostende vooralsnog niet. De kern lijkt wel gevoelig versterkt, in de problemen komen is dus geen optie voor Marc Coucke zijn team.

Basisploeg Oostende

Basisploeg Oostende

Frederik Vanderbiest verloor ten opzichte van vorig seizoen enkel spits Depoitre. In ruil kreeg hij er van zijn gulle voorzitter Ruiz, Ruytinx en Coulibaly bij: kwalitatief en kwantitatief een stap vooruit. Vanderbiest kiest voor continuïteit en werkt verder op de 4-3-3 van vorig jaar.

In doel staat nog steeds Didier Ovono, vorig seizoen snel geëvolueerd van nobele onbekende tot ‘Gabonese tijger’. Degelijk op zijn lijn, degelijk op hoge ballen en degelijk meevoetballend. Degelijk, stabiel: een omschrijving die niet alle Afrikaanse keepers krijgen, zelfs niet degene die international zijn. Dumesnil en Chopin zijn Ovono z’n vervangers.

Achterin is ook niet veel veranderd. Brillant en Schmisser vormen het centrale duo: de eerste een laatbloeier maar een degelijke mandekker, de tweede vooral bekend door de publieke vernedering door Vanderbiest begin vorig seizoen. Sindsdien maakte Schmisser echter de nodige progressie en is hij niet meer uit de basis weg te denken. De sterkte van het duo zijn de talrijke luchtgevechten die ze graag aangaan, beiden hebben duelkracht en zijn bovendien op spelhervattingen een gevaarlijk wapen. Met ruimte in de rug zijn ze wel heel kwetsbaar, net als tegen vinnige, beweeglijke spitsen. Op rechts staat De Schutter geposteerd, al neemt kapitein Luissint diens plaats normaal weer in na zijn revalidatie. Op links heeft Lukaku vrij spel: zijn aanvallende rushes en voorzetten zijn een grote kwaliteit maar het vergroot tegelijk de defensieve kwetsbaarheid. Want aan zijn positiespel is nog veel werk. Met Hoefkens en Hempte nog op de bank, heeft Oostende verdedigers genoeg.

Centraal op het middenveld staan Siani en Jali geposteerd. Siani speelt met zijn voetballend vermogen, positiespel en power een erg belangrijke rol op het Oostendse middenveld. De Zuid-Afrikaan Jali is iets lichter maar technisch en positioneel een meerwaarde, hij is de spelmaker die dicht bij de eigen defensie aanleunt. Voor dat duo staat met Berrier de gekende 10: zijn flitsen worden zeldzamer, maar het gevaar dat hij creëert op spelhervattingen kunnen KVO belangrjke punten opleveren. Op de flanken wordt gekozen voor Ruiz (links) en Canesin (rechts). Ruiz zorgt voor diepgang, heeft een echte neus voor goals. Canesin is de flitsenvoetballer die zijn flank vaak verlaat om elders een man-meersituatie te creëren. Met enkel Wilmet, Van Imschoot, Coussement en Jonckheere achter de hand, heeft de coach op het middenveld minder opties.

Als diepe aanvaller koos Vanderbiest in het seizoensbegin voor Coulibaly. Hij weegt op een verdediging en heeft présence in de box. Anderzijds brengt hij erg weinig bij als Oostende tegen een betere tegenstander speelt: op de counter is hij niet gevaarlijk, de man van de combinatie is hij evenmin. Van achteruit komen er met Jali en Siani ook amper infiltraties, dus daarom lijkt de keuze voor Ruytinx meer te verantwoorden. Een gelijkaardig profiel, maar hij brengt meer diepgang in het elftal. Blazevic is de wissel voor de toekomst.

Een stevig blok achterin, weinig weggeven: dat lijkt de eerste logische keuze die Vanderbiest maakte tijdens de voorbereiding. Er is weinig voetballend vermogen in de achterste linies, wel een defensie die graag diep inzakt. Echte countervoetballers heeft KVO echter niet om die tactiek te staven: enkel Ruiz, en in mindere mate Ruytinx & Wilmet, zorgen voor de nodige diepgang. Zowel Berrier als Canesin zijn meer de man van de laatste pass. Toch heeft Oostende voldoende kwaliteit om vooral in eigen huis de benodigde punten te pakken. Een rustig seizoen lijkt een realistische doelstelling. Niet meer, niet minder.

De Vraag: is er voldoende aanvallende kwaliteit, efficiëntie?
Prognose: 10e