Voetbal, een feest!

Voetbal, een feest! Het is een leuze die vaak ten onrechte wordt gebruikt maar eindelijk kunnen we ze eens met reden bovenhalen: het huidige WK is nu eenmaal een groot succes op alle gebied.
Door Bart Plasschaert

Vooreerst is het WK één groot doelpuntenfestival. In 2010 werden in Zuid-Afrika 100 doelpunten gemaakt in de poulefase. Dat aantal overschreden we gisteren al en er zijn nog 12 groepswedstrijden te spelen, momenteel krijgen we gemiddeld bijna 3 doelpunten per match voorgeschoteld. En daar zaten uiteraard enkele pareltjes bij: de goals van Robin Van Persie (tegen Spanje), Cahill (tegen Nederland), Jones (tegen Portugal) en Messi (tegen Iran) zijn er maar enkele van.

De neutrale fan is tevreden en ook de FIFA haalt opgelucht adem. In tegenstelling tot vier jaar geleden is zo goed als ieder stadion steeds tot de nok gevuld. Extra inkomsten voor de Wereldvoetbalbond en een manier om het gedeukte imago op te poetsen. Bovendien blijft de FIFA gespaard van negatieve publiciteit zoals supportersrellen, omkoping, doping,… Ook de straatprotesten in de Braziliaanse grootsteden worden goed aangepakt of uitstekend uit de media gehouden. De enige smet zijn de foutjes van de scheidsrechters die hun invloed hadden op het wedstrijdresultaat.

Ook voor trainers en analisten is dit overigens een fascinerend WK. Niet iedereen gebruikt de gangbare 4-2-3-1 formatie, neen integendeel. Het is lang geleden dat er zoveel verschillende spelstijlen en formaties met elkaar botsten. Van een 5-3-2 (Chili, Nederland, Mexico) over een 4-3-3 (België, Frankrijk) en een 5-4-1 (Costa Rica) tot een 4-4-2 in ruit (Argentinië). De agressieve pressing van Chili tov de afwachtende houding van Nederland en het opportunisme van Colombia. Ook die differentiatie geeft dit tornooi een extra dimensie.

And last but not least verenigt het grootste voetbaltornooi ter wereld steeds weer alle lagen van de bevolking, van Brazilië tot België en Australië. Het blijft schitterend om zien hoe de mooiste sport op aarde ook een uitlaatklep voor Jan en alleman kan zijn. En dat weerspiegelt zich vaak in een volkslied dat heel wat kippenvel oplevert.


Wie wordt de winnaar van dit WK? Het voetbal!

Geen Vaarwel

Wat al twee jaar in de lucht hing, viel er deze week niet onverwacht uit: de Spaanse Armada die ten onder gaat. “Het einde van een generatie”, “Verjonging gevraagd”, lieten verschillende media al optekenen. Maar meer nog dan verjongen, moet Spanje vooral zijn spelstijl moderniseren.
Bart Plasschaert

Rinus Michels, Johan Cruyff, Pep Guardiola. Dat zijn de grondleggers van de spelstijl waaraan Spanje halsstarrig aan vasthield: tiki-taka. Gebaseerd op een snelle balcirculatie, dominant zijn en het creëren van doelrijke kansen. De laatste twee jaar verwaterde dat. Het tiki-taka van Spanje en Barcelona brokkelde af tot een moderne vorm van catenaccio. Namelijk balbezit om de tegenstander niet te laten scoren, zelf de nul te houden.

Het EK 2012 was een eerste teken aan de wand van de Spaanse dominantie. Gewenning, gestilde honger, afgebotte snelheid? Wat de oorzaak precies was, weten we niet maar het was al duidelijk dat de ondergang van de Spaanse nationale ploeg was ingezet ook al werden ze Europees kampioen. Het slikte slechts 1 tegendoelpunt op 6  wedstrijden, maar de diepgang verdween (op de finale tegen Italië na) uit het Spaanse spel.

Spanje beschikt nog steeds over voetballers met een geweldige techniek, maar zonder diepgang, geen doelpunten. Zowel Nederlands als Chili konden deze week ongestraft hoog druk zetten. Niemand die het jaren geleden aandurfde, maar het werd de achilleshiel van La Furia Roja. De belangrijke reden is de overvloed aan spelers dat in de bal komt. Zo maken ze het veld dus eigenlijk klein. Wie in balbezit komt, moet het veld natuurlijk groot maken om de passafstanden voor de tegenstander groot te maken. Wie in balbezit dicht bij elkaar speelt, vraagt namelijk om veel druk en agressieve duels. Naast het klein maken van het veld, stelde Spanje ook amper dieplopende spelers op. Met het gekende gevolg: balbezit op eigen helft, passjes achteruit, veel balverlies als er eens een risicopass gespeeld wordt, en tot slot genadeloos worden afgestraft op de counter.

Die zwakte (in mindere mate ook bij Barcelona aanwezig) werd dit seizoen al blootgelegd door Atlético Madrid & Real Marid. Beide ploegen staan symbool voor het moderne voetbal: georganiseerd druk zetten, snel en efficiënt aan de goal van de tegenstander komen aangevuld met veel technische bagage en een portie agressiviteit. Dat zijn ook de succesrecepten voor de komende seizoenen en de WK-winnaar zal deze ingrediënten ongetwijfeld in zijn rangen hebben.

Spanje hoeft niet te wanhopen. De jeugdopleiding besteedt al veel aandacht aan techniek en hoog, georganiseerd druk zetten. Alleen moet natuurlijk het concept ‘diepgang en snel omschakelen’ daaraan worden toegevoegd. Van zodra de vernedering is weggespoeld moet een geleidelijke verjonging, waarbij spelers als Xavi & Xabi Alonso een ondersteunende rol spelen, de prioriteit worden in Spanje. Ook een nieuwe bondscoach zou hierbij helpen: het type Bielsa, Guardiola, Pellegrini. Eén ding is zeker: de huidige generatie die wordt afgeschreven, zien we nog terug. Ze zullen een cruciale rol spelen in de vernieuwing van het elftal en wie weet wordt één van hen binnenkort coach op het hoogste niveau. En omdat ze ons zo veel mooie momenten bezorgden:

Bedankt Spanje!

Hoezo, geen topspits?

Geen rasechte 9 en geen sterke vleugelverdedigers. Dat was zonder twijfel de grootste zorg van de Duitse media bij aanvang van het WK. Maar zie daar, meteen 3 goals van gelegenheidsspits Thomas Müller.
door Bart Plasschaert

Mario Götze als valse 9? Of toch ouderdomsdeken Miroslav Klose aan zijn WK-record helpen? Er waren heel wat vraagtekens wie Joachim Löw zou opstellen als diepe spits, de keuze viel uiteindelijk op Müller. Wat was zijn rol in de overwinning van ‘Die Mannschaft’?

Müller wordt al sinds jaar en dag geprezen omwille van zijn uitstekende fysieke kwaliteiten, uiterst professionele ingesteldheid en zijn voetbalinzicht. Zijn polyvalentie is bovendien een grote troef, en daardoor speelde de Duitser nog niet veel als diepe spits.

Zijn rol vandaag als spits was erg duidelijk. In balbezit verlangde Löw van Müller voortdurend beweging en een grote betrokkenheid in het combinatiespel. Logisch, anders had hij wel dé afwerker (die minder betrokken is in het spel) Klose opgesteld. Müller maakte zich de hele match uitstekend aanspeelbaar. Hij haakte vaak af, waardoor hij een verdediger van Portugal uit positie lokte, en zo ruimte maakte voor medespelers die diep konden lopen. Daarnaast zocht hij een aantal keer de diepte maar dat was eigenlijk heel erg beperkt in vergelijking met de speelstijl van Klose. De reden daarvoor kan natuurlijk de snelheid van Portugalverdediger Pepe zijn.

Müller start in buitenspelpositie en loopt weg uit rug van verdediging naar de flank.

Müller start in buitenspelpositie en loopt weg uit rug van verdediging naar de flank.

Het was ook opvallend hoe Müller zich vrijliep om uit de buurt van die Pepe te blijven. Hij positioneerde zich bijvoorbeeld vaak in buitenspelpositie. Het nut? Zijn verdedigers verliezen het fysieke – en oogcontact. Daarvan maakte Müller meermaals gebruik door uit de rug van de verdediging naar de buitenkant te gaan en daar de bal te vragen. Hij deed dit vooral op de Duitsers hun rechterflank, ver weg van Pepe. Müller lag van daaruit verschillende keren aan de basis van enkele mooie combinaties die eindigden in het centrum. Het eerste doelpunt, de strafschop, kwam ook voort uit zo’n actie (zie foto).

Van daaruit zet hij verschillende gevaarlijke combinaties op die eindigen in het centrum bij infiltrerende ploegmaats.

Van daaruit zet hij verschillende gevaarlijke combinaties op die eindigen in het centrum bij infiltrerende ploegmaats.

Tevens is het defensieve werk dat Müller opknapt enorm. In dat opzicht, zocht hij overigens wel vaak Pepe op. Die verdedigende inzet (en klein toneeltje) zorgde er bovendien voor dat Pepe zich opnieuw liet verleiden tot een domme rode kaart, waardoor Duitsland de wedstrijd met een man meer rustig kon uitspelen.

Van een spits verwacht een coach uiteraard ook doelpunten en die bracht Müller. Zijn drie goals tonen ook zijn veelzijdigheid: snel, slim, een voorbeeldige mentaliteit en hij lijkt zich nu ook te ontpoppen tot goalgetter. Zijn 2e en 3e doelpunt waren echte spitsengoals: juist positie kiezen in de zestien, anticiperen, snel reageren en koel afmaken. Dat hij kan scoren toonde hij al op het vorige WK, maar daar kon hij maar vanuit de luwte aanvallen en niet als diepe spits. Eén ding is zeker, in de latere fase van dit tornooi zal Müller zeker nog zijn nut bewijzen. Tegen de kleinere ploegen kiest Löw misschien wel voor Klose maar Müller lijkt het prototype te zijn van de toekomstige diepe spits. Iemand die slim vrijloopt, actief meedoet in de combinatie, fysieke kwaliteiten en een voorbeeldige werkersmentaliteit.

Triomf Admiraal Van Gaal

30 november 2001, Louis Van Gaal stapt op als bondscoach van het Nederlandse elftal. Hij slaagde er niet in om Nederland naar het WK te leiden en wordt geofferd door pers en enkele ontevreden spelers. 13 juni 2014, Nederland staat op zijn kop. Dertien jaar na de mislukking vernederen Van Gaal en de zijne wereldkampioen Spanje met 1-5.
door Bart Plasschaert

11 jaar na zijn eerste periode bij Oranje kreeg Van Gaal opnieuw de leiding over zijn vaderland. Hij was vastbesloten om nu niet te falen, en daarvoor moest alles wijken: met een jonge ploeg werd de 4-3-3 overboord gegooid. Wekenlang werd geoefend in een on-Hollands 5-3-2 systeem. Het land van stond op zijn kop. “Nederland kan niks doen op het WK, dan moeten we toch op zijn minst de mensen vermaken”, werd gezegd en geschreven. Van Gaal pareerde de kritiek, het tactisch plannetje was perfect uitgedokterd, de goede uitvoering ervan gecombineerd met de luisterbereidheid van zijn spelers zorgde voor een historische overwinning.

Defensief blok
In de eerste plaats was het de bedoeling een uitstekende organisatie neer te zetten. Oranje zou, tegen de stijl van het huis in, terugzakken om dan razendsnel toe te slaan in de rug van de Spaanse defensie. Dat was vooraf aangekondigd en kon op weinig begrip rekenen in Nederlands. Van Gaal bedacht er dan maar een nieuw woord voor (‘provocerende pressie’)  waardoor de mediastorm al snel ingedijkt kon worden.

Die druk wordt bij de opbouw van Spanje echter niet uitgevoerd door de twee spitsen, Robben & Van Persie. Zoals je ziet op de afbeelding, nemen zij plaats meer naar de buitenkant waardoor de Spaanse backs weinig ruimte krijgen. Op die manier wordt de opbouw door het centrum gestimuleerd. En daar zet het blok van Oranje keihard druk: Sneijder komt tussen (en vaak voor) Van Persie en Robben te spelen om druk te zetten. Ook De Guzman of De Jong drukken snel door: Xabi Alonso en Busquets mogen inzakken, maar ze mogen niet opendraaien met de bal aan de voet. Het is uitstekend gebruik maken van dé zwakte van Spanje: het gebrek aan diepgang zonder bal, iedereen komt namelijk steeds naar de bal. Zeker zonder Pedro verloopt het spel van Spanje erg stereotiep. Oranje stopte dat degelijk af, af en toe gebruikmakend van een professioneel foutje.

De druk van Nederland met inzakkende Van Persie en Robben. Centraal wordt doorgedekt.

De druk van Nederland met inzakkende Van Persie en Robben. Centraal wordt doorgedekt.

Buitenspelval
In de eerste helft raakte Spanje echter wel een aantal keer door die eerste gordel. Dan kwam het ook veel te makkelijk tot kansen, simpelweg omdat het in de zwakke zone van Nederland kon voetballen: de defensie rond haar eigen zestien. De Oranjeverdediging hield op onnodige momenten vast aan de mandekking die gebruikt wordt bij het doordekken. Gevolg: veel slecht positie kiezen en niemand die initiatief neemt om uit te stappen. Daardoor liepen de Spanjaarden soms erg makkelijk door de Nederlandse defensie. In de tweede helft deden de Hollanders dit wel vaak, gevolg: 5x liep een Spaanse aanval stuk door buitenspel.

Na de pauze kwam Oranje verdedigend dus sterker uit de kleedkamer. Het ging hoger druk zetten en hield de bal zelf meer in de ploeg. Enkel bij de omschakeling koos het snel voor diepgang: dé manier om Spanje uit te spelen. De Spanjaarden zetten namelijk zelf ook snel en hoog druk, waardoor je als tegenstander diep moet spelen om onder die pressing uit te komen. Nederland had daar met Robben & Van Persie de perfecte wapens voor. Hun twee kanonnen werden 45’ lang bevoorraad met enkele kogels door de uitmuntende Sneijder en Blind.

Gouden Driehoek
Van Gaal kondigde na de persconferentie aan dat hij dit wedstrijdverloop verwacht had. Hoongelach alom, maar niets is minder waar. Hij koos voor de perfecte invulling om het Spaanse tiki-taka (of is het balbezit zonder diepgang?) te counteren. De 4-3-3 overboord en de introductie van 5-3-2. ‘De Tsaar van Alkmaar’ stoffeerde zijn jonge, onervaren verdediging voldoende met 5 verdedigers en plaatst daarvoor 2 werkpaarden, die naast druk zetten ook wel kunnen voetballen (De Jong & De Guzman). Die 7 plus de doelman spelen allemaal in functie van De Gouden Driehoek: Sneijder op zijn favoriete 10 positie, strooiend met schitterende passes. En ook voorin: Robben eindelijk verlost van zijn voorspelbaarheid (van op rechts naar binnenkomen en trappen) en gewoon gekregen wat hij nodig heeft, ruimte en vrijheid. Voor Van Persie uiteraard de gedroomde bliksemafleider om zelf een gooi te doen naar de topschutterstitel. Of neen, individuele prijzen zijn op dit tornooi niet belangrijk: alles voor de ploeg, alles voor Oranje. Iedereen met de voeten op de grond, lekker on-Hollands.

De bondscoach maakte een hecht elftal van Oranje. Hij koos voor een nieuw systeem waarin organisatie primeert en zijn drie sterspelers op hun beste positie spelen. En om dát in Nederland te doen, heb je ballen nodig en die heeft Van Gaal. Nu is het knarsetandend afwachten voor welke formatie hij kiest in de volgende wedstrijden. Nederlande oefende namelijk ook al in een 4-4-2 in een ruit (met Indi op linksachter en Blind als draaischijf op het middenveld). Houdt Oranje vast aan het succesrecept, of kan Van Gaal zijn spelers ook meetrekken in het 4-4-2 verhaal? Antwoord volgende woensdag!