KRC Genk – Anderlecht (1-0): ruimte tussen linies & spelhervattingen

Gisteren zorgden Genk en Anderlecht voor een interessante voetbalavond in een topper aan hoge intensiteit. Beiden houden van hoog druk zetten en zijn de twee teams die gemiddeld het langst de bal in de ploeg houden. Uiteindelijk haalden de Limburgers het met het kleinste verschil dankzij een doelpunt dat viel in het verlengde van een spelhervatting.

tactiek

Startopstellingen van KRC Genk en RSC Anderlecht

 

Philippe Clement koos voor een 4-1-4-1 met Vukovic; Maehle, Dewaest, Lucumi, Nastic; Berge, Heynen, Pozuelo, Trossard, N’Dongala; Samatta.

 

Hein Vanhaezebrouck hield vast aan zijn 3-4-1-2 met Didillon; Sanneh, Milic, Najar; Saelemaekers, Appiah, Trebel, Makarenko; Gerkens; Santini, Dimatta.

 

Genkse pressing

Beide ploegen trachten hun tegenstander zo goed als wekelijks hoog onder druk te zetten, ook zaterdagavond was dit een duidelijk doel van zowel Genk als Anderlecht. De thuisploeg verkoos om zich in balverlies in een 4-1-4-1 te positioneren. Daarbij zette Samatta voornamelijk druk op Sanneh, de meest centrale verdediger van Anderlecht, en moesten flankaanvallers Trossard en N’Dongala het moment kiezen om vooruit druk te zetten op de andere centrale verdedigers.

Cruciaal hierbij was dat Trossard steeds positie koos tussen Najar en Appiah, terwijl N’Dongala hetzelfde deed op de andere kant met een goede uitgangspositie tussen Milic en Saelemaekers. Van zodra deze werden ingespeeld, drukte de flankaanvaller door op de centrale verdediger en trachtte hij deze speler naar binnen te duwen. Op onderstaand voorbeeld voert N’Dongala dit bijvoorbeeld goed uit op Milic die de bal verliest met een slechte pass in de as.

Samatta duwt het spel naar Milic die naar binnen wordt geduwd door N’Dongala. De koppeltjes op het middenveld zijn zichtbaar met een enorm mangeoriënteerde Berge bij Gerkens (rode cirkel)

 

Op het middenveld koos Genk voor een ‘mandekking-lightversie’ waarbij Pozuelo meestal Makarenko onder druk zette en Heynen de schaduw was van Trebel. Het koppeltje Berge-Gerkens was echter het meest opvallend, de Noor volgde Gerkens vaak over grote delen op het terrein wanneer die laatste opnieuw naar ruimtes zocht. Dit plannetje werkte grotendeels: Gerkens kwam slechts aan 22 passes en werd gewisseld, Trebel kwam wel aan 55 passes, Makarenko aan 45.

Van zodra de afstand tussen de Genkspeler en zijn twee tegenstanders echter te groot werd gehouden, waren er mogelijkheden voor Anderlecht. De centrale verdedigers kregen dan namelijk de tijd én de ruimte om de bal tussen de linies in te spelen op één van de aanvallers. Zeker wanneer Gerkens positie koos aan de niet-balkant met Berge in zijn kielzog, kon Santini of Dimata in de bal komen maar hun eerste aannames en passes onder druk van de doordekkende Dewaest en Lucumi waren van een lage kwaliteit.

Voldoende ruimte tussen de linies wanneer Milic en Najar tijd kregen aan de bal (gele ruimte). Berge heeft opnieuw enkel oog voor Gerkens: Santini of Dimata kan tussen de linies vrijkomen maar werden kort gedekt door de Genkse centrale verdedigers

Eén keer slaagde Anderlecht in dit bijna optimaal uit te buiten met de infiltrerende Najar die de bal tussendoor diep speelt op Saelemaekers, hij brengt midden de 2e helft de bal voor doel maar de ingevallen Musona laat de wenkende kans onbenut.

Het spreekt voor zich dat Genk in balbezit poogde om de 1-mansflank van de bezoekers te bespelen, dat probeerde het een aantal keer over rechts waarbij het een 2v1 probeerde te creëren met N’Dongala en de opkomende rechtsback Maehle. De kwaliteit van de voorzetten was vaak echter ondermaats waardoor deze situaties geen goed vervolg kenden.

Ruimte tussen de linies

Het grootste gevaar stichtte Genk wanneer het genie Pozuelo tussen de linies kon vrij krijgen. Dit deed het door, anders dan in de hierboven vermelde 2v1 situatie te creëren op de flank, de backs net wat lager te positioneren. De twee Anderlechtflanken Saelemaekers en Appiah anticipeerden hier vooral op door zich hoger in het veld te posteren om sneller druk te kunnen uitoefenen als Maehle en Nastic toch de bal zouden krijgen, Pozuelo maakte hier echter een aantal keer uitstekend gebruik van om in de halfspace in de rug van Makarenko weg te lopen. Zo creëerde hij tot driemaal toe gevaar in de eerste helft vrijkomen gevolgd door een individuele actie of gevaarlijke steekpass.

De Anderlecht wingbacks storen hoog door, Pozuelo profiteert door weg te lopen tussen de linies in de halfspace om van daaruit de actie te starten

Anderlecht kwam moeilijker aan kansen vooral omdat beide spitsen niet goed in de match zaten en Gerkens moeite had met loskomen van zijn waakhond Berge. De jonge Saelemaekers zorgde uiteindelijk misschien nog voor het meeste gevaar met dribbels en infiltraties naar binnen met en zonder bal. Hij won 9 van zijn 10 aanvallende 1v1 acties maar na het inspelen, verkwanselde de Anderlechtaanval te vaak zijn werk.

Anderlecht leider in PPDA-ranking

Paars-wit daarentegen was dus minder dreigend aan de bal, zonder bal zette het wel agressief druk naar voor. Wanneer de flankmiddenvelders uit positie werden gehaald, was het kwetsbaar maar in de eerste fase van de Genkse opbouw zette het wel steeds alles vast. Ook de omschakeling naar balverlies liep relatief goed. Liefst 62% van hun balrecuperaties haalden de spelers van Anderlecht in het verste 2/3e van het terrein ten opzichte van 51% bij KRC Genk. Paars-wit is niet toevallig leider in de PPDA-ranking (Passes Per Defensive Action), een klassement dat de teams rangschikt in de mate van succesvol drukzetten hoog op het veld.

Anderlecht zette met beide spitsen meteen de toevoer naar de Genkse centrale verdedigers af wanneer Vukovic de bal had. Gerkens bewaakte het middenveld en Saelemakers en Appiah dekten agressief door op de flank. Het zorgde daarentegen wel voor een 3v3 voorin bij Genk. Samatta zorgde in de beginfase vaak nog voor goed balbezit na de lange bal van de Genkse doelman maar in de tweede helft gaven de Limburgers de bal steevast te makkelijk weg na dom balverlies of een slechte lange bal waardoor Anderlecht iets meer grip op de match kreeg.

Anderlecht zet alles hoog vast in 3-4-1-2 waardoor Genk lang moet. Het gaat het gevecht in de achterhoede aan in een gedurfde 3v3

 

Beide teams misten een aantal opgelegde kansen en uiteindelijk bleek efficiëntie op de spelhervattingen opnieuw bepalend. De wissels brachten niet veel zoden aan de dijk. Vanhaezebrouck probeerde nog met Bakkali en Musona te spelen achter de diepe spits om zo meer technisch vermogen tussen de linies vrij te krijgen. Het resulteerde in één goede schietkans van Bakkali. Clement paste echter snel aan en bracht met Seck extra power op het middenveld en met Aidoo een 5e verdediger om het centrum hermetisch te sluiten.

 

Het werd uiteindelijk een nipte Genkse zege in een wedstrijd die eigenlijk geen verliezer verdiende. De xG zegt veel: 1,57 voor Genk & 1,61 voor Anderlecht. Qua doelrijpe kansen was er dus amper een verschil waarneembaar. Met zowel Genk, Anderlecht als Club Brugge die een relatief goede start kenden, lijkt het één van de leukere titelgevechten van de laatste jaren te worden. Zeker als je daar ook nog de kwaliteiten van Standard en Gent kan bijrekenen. We volgen het alleszins op de voet, stay tuned!

Tunesië: aanvallend avontuurlijk, verdedigend kwetsbaar

Sinds Maaloul bondscoach werd in maart 2017 verloor Tunesië voor dit WK nog maar één match. Lange Bal analyseerde voor u de laatste wedstrijden van Tunesië tegen Costa Rica (1-0 winst), Portugal (2-2), Turkije (2-2), Spanje (0-1 verlies) en Engeland (2-1 verlies).
Conclusie: een leuk voetballend collectief maar kwetsbaar genoeg om te verslaan.

Bondscoach Nabil Maaloul selecteerde onderstaande 23 namen voor het WK. 

Doelmannen
Aymen Mathlouthi (Al-Baten), Farouk Ben Mustapha (Al-Shabab), Moez Hassen (Chateauroux)

Verdedigers
Rami Bedoui (ES Sahel), Yohan Benalouane (Leicester), Syam Ben Youssef (Kasimpasa), Dylan Bronn (KAA Gent), Oussama Haddadi (Dijon) , Ali Maaloul (Al-Ahly), Yassine Meriah (CS Sfaxien), Hamdi Nagguez (Zamalek)

Middenvelders
Mohamed Amine Ben Amor (Etoile du Sahel), Sai-Eddine Khaoui (Troyes), Ahmed Khalil (African Club), Ellyes Skhiri (Montpellier), Ferjani Sassi (Al-Nasr), Ghaylene Chaalali (ES Tunis)

Aanvallers
Anice Badri (ES Tunis), Fakhreddine Ben Youssef (Al-Ittifaq), Naim Sliti (Dijon), Bassem Srarfi (Nice), Wahbi Khazri (Rennes), Saber Khalifa (African Club)

Belangrijkste afwezige in de kern is aanvaller Youssef Msakni hij scoorde bij z’n team Al Duhail (Qatar) en de nationale ploeg liefst 28 keer dit seizoen. Wissam Ben Yedder (topschutter Sevilla met 22 goals dit seizoen) is wel speelgerechtigd voor Tunesië maar hij verkiest om uit te komen voor de Franse nationale ploeg al selecteerde bondscoach Deschamps hem (nog) niet. Aangezien grote namen ontbreken, hecht Tunesië nog meer belang aan een hecht collectief waarmee het straks de WK-tegenstanders zal proberen pijn te doen. Een WK-match winnen is de eerste doelstelling, want het is van 1978 geleden dat de Noord-Afrikanen daar nog in slaagden.

 

4-3-3

Vermoedelijke opstelling Tunesië

4-3-3 formatie

Tunesië trad de voorbije maanden steeds aan in een 4-3-3 formatie. Nu eens met 2 verdedigende middenvelders, dan eens met 1 defensieve, sporadisch zelfs eens met een erg dynamische driehoek zonder uitgesproken aanvallende middenvelder. In doel krijgt Hassen in principe de voorkeur, hij viel echter geblesseerd uit tegen Engeland en is waarschijnlijk out voor de rest van het WK. Achterin is de pikorde duidelijk met Maaloul, Meriah, S. Ben Youssef en Bronn. Centraal op het middenveld zijn Sassi en Skhiri zeker van hun plaats, Khaoui is meestal de derde centrale en meest aanvallende middenvelder al speelde Badri er ook al. Voorin ligt de sleutel in handen van sterspeler Khazri. Hij was niet fit in de voorbereiding en werd gespaard voor het WK, hij start als valse 9 indien voldoende fit. De flanken worden bemand door Badri / Sliti / F. Ben Youssef.

Hassen (23 jaar): meevoetballend sterk, durft risico nemen, 1.84m, goede reflexen.
Ben Mustapha, voor het tornooi nog 3e keeper, is mogelijk de vervanger van Hassen. Hij is 1.94m groot.
Maaloul (28): heel explosief, snel, erg aanvallend ingesteld
Meriah (24): rechtervoet als linkercentrale verdediger, sterk, snel, durft veel risico nemen aan de bal
S. Ben Youssef (29): soberder dan zijn collega aan de bal, positioneel goed in balverlies
Bronn (22): weinig aanvallende impulsen, technisch beperkt, defensief positioneel goed, sterk in duels bij doordekken
Skhiri (23): controleur voor defensie, rustpunt, speelt meestal simpel
Sassi (26): motor van ploeg, infiltreert vaak, neemt vaak veel risico, heel agressief in balverlies
Khaoui (23): lichtgewicht, beweeg slim tussen linies, technisch sterk
Sliti (25): speelt meestal op de flank, technisch degelijk, vaak foute keuze in waarheidszone aan de bal
Badri (27): loper, verzet veel werk in pressing, probeert goed tussen linies te bewegen, beperkte kwaliteit in waarheidszone
Khazri (27): leider, technisch heel sterk, neus voor goals, lichtgewicht
F. Ben Youssef (26): enige aanvaller met body (1.92m), kopbalsterk, maar technisch beperkt

De spelers die het dichtste bij de basiself staan, hebben een gemiddelde leeftijd van 25,5 jaar. Een jong, dynamisch elftal dus en dat bewijst ook de Tunesische speelstijl.

 

BALBEZIT

In tegenstelling tot Panama lijken de Tunesiërs wel altijd en overal te willen voetballen uitgaande van een verzorgde opbouw van achteruit. Bij een doeltrap probeert Tunesië altijd te achterhalen hoe de tegenstander druk zal zetten om van daaruit een overtal achterin te creëren. Vaak zakken beide centrale verdedigers erg laag in om ruimte te maken voor hun ploegmaats, terwijl de backs in die situatie heel hoog opschuiven. Vooral de snelle Maaloul op links is erg aanvallend ingesteld.

Belangrijk om weten daarbij is dat doelman Hassen meevoetballend sterk is maar wel vaak risicovol durft inspelen achterin. Gezien zijn blessure, lijkt het voetballend vermogen achterin ferm afgenomen. Ook de veldspelers nemen graag risico in het veldspel, iets wat de Belgen zeker moeten proberen afstraffen. Linkercentrale verdediger Meriah is voetballend bijvoorbeeld duidelijk de sterkste centraal achterin. Hij speelt als rechtsvoetige echter wat tegen zijn natuur in. Bovendien geeft hij graag de ‘beslissende bal’ tussen de linies: iets wat tot balrecuperatie kan leiden als de tegenstander zich daar wat op instelt. S. Ben Youssef en Bronn zijn op de rechterzijde voetbaltechnisch minder sterk.

 

Centrum proberen beheersen

Opvallend ook dat Tunesië, zoals dat de trend is in het voetbal, in balbezit erg graag het centrum wil beheersen. Vaak speelt het bijvoorbeeld met alle drie de centrale middenvelders relatief laag om daar het overtal te creëren, iets waar de Belgen zeer attent op moeten zijn aangezien Witsel en De Bruyne daar tegen een overtal zouden kunnen komen te staan. Als de middenvelders van de tegenstander dan toch doordekken maken vooral Khaoui, en in mindere mate Sassi, dan gebruik van de onoplettendheid om de ruimte tussen de linies te bespelen.

3 lage middenvelders (gele cirkel): tegenstanders lokken om dan de ruimte tussen de linies te benutten

Nog vaker gebeurt het echter dat de flankaanvallers op instructies van bondscoach Maaloul erg naar binnen trekken waardoor Tunesië vaak met 9 mensen centraal komt te spelen, namelijk iedereen behalve de backs. Daar probeert het elftal via snelle eentijdscombinaties door het centrum meteen gevaar te creëren, iets wat regelmatig lukte tegen geen onaardige tegenstanders zoals Portugal, Turkije en Spanje.

9 spelers in het centrum of de halfspaces: doelman, 2 centrale verdedigers (wit), 3 middenvelders (geel), 2 flankaanvallers (blauw), 1 spits (groen)

 

Snelle pressing na balverlies
Dankzij die korte combinaties door het centrum en de ‘overbevolking in de as’, staan de Tunesiërs bovendien meteen in een goede uitgangspositie als het dan toch de bal verliest. Volk genoeg in het centrum en rond de bal om meteen agressief druk te zetten op de tegenstander wat het team van Maaloul ook vaak erg sterk uitvoert. Het valt uiteraard af te wachten hoe zijn team omgaat met de intensiteit van een WK-match die uiteraard nog een pak hoger ligt dan in een meer gezapige oefenpot.

Ook tegen Spanje probeerde Tunesië met risicovolle combinaties door de as te voetballen. Daarbij kwam het vaak ook met 3 middenvelders lager om ruimte te maken tussen de linies. Wanneer de bal dan toch verloren ging in de as, werd er onmiddellijk agressief voorwaartse druk gezet.

Opnieuw 3 ‘lage middenvelders’ (geel) om tegenstander uit positie te lokken. Flankaanvaller Badri (rood) benut ruimte tussen de linies

Dankzij de grote aanwezigheid rond de bal, vergemakkelijkt dat de onmiddellijke gegenpressing na balverlies

Toch kwetsbaar in omschakeling

Wel is Tunesië kwetsbaar in de rug van Maaloul op links. De erg aanvallend ingestelde back is namelijk vaak weg, ook op het verkeerde moment waardoor er grote ruimtes in zijn rug ontstaan in de omschakeling naar balverlies. Iets waar de Duivels met Dries Mertens en Romelu Lukaku zeker op kunnen teren. Al zullen de troepen van Martinez dan uiteraard eerst het centrum goed gesloten moeten houden en tot balrecuperatie komen.

Veel ruimte in rug van de backs (rood). 2 centrale verdedigers (geel) zijn geïsoleerd in omschakeling..

Waar Tunesië zich in balbezit op eigen helft en in de middenstrook presenteert als een erg gestructureerd en aangenaam elftal om naar te kijken, ontbreekt het in de waarheidszone van de tegenstander toch aan aanvallende kwaliteit. Het heeft vaak nood aan schitterend combinatiespel en veel risico om tot een (bijna) doelkans te komen, voorin wordt de laatste pass en de afwerking nog iets te vaak verkwanseld. Badri, F. Ben Youssef en Sliti zijn nu eenmaal geen wereldaanvallers. De inbreng van kapitein Khazri zal hierin zeer bepalend zijn, hij heeft techniek, snelheid, overzicht en kan een goal maken.

In de aanvalsfase heeft Tunesië nog een aantal duidelijk principes: namelijk overtallen proberen creëren rond de bal. Wanneer het niet door de as kan combineren, probeert het vooral op de linkerkant tot overtal te komen met het gebruik van een zwervende, valse spits. Onderstaand moment uit de match tegen Spanje is daar een perfect voorbeeld van, Sliti (in deze match valse spits) die tussen de linies komt in de linkerhalfspace en een lopende rechterflank Ben Youssef bijna alleen voor de doelman zet. De rechterkant wordt beduidend minder gebruikt in aanvallend opzicht.

Valse spits (geel) wijkt uit naar linkerhalfspace. Ben Youssef duikt in rug defensie vanop rechts en krijgt de bal

Ook tegen Engeland probeerde het dit met valse spits Khazri die uitzakt naar links om te combineren waarna de voorzet wordt verstuurd naar de grote Ben Youssef die vanop rechts opduikt voor doel.

voorzet

 

BALVERLIES 

Ook in balverlies kunnen we Tunesië attractief noemen. Coach Maaloul hamert op hoge pressing wanneer mogelijk en puur op de counter speculeren is een strategie die Tunesië tot dusver nog niet toepaste. Tegen Spanje koos het er bijvoorbeeld voor om bij een doeltrap van De Gea meteen overal man op man te gaan spelen, full press dus en achterin ook risicovol 3v3. Spanje probeerde dat uit te buiten met snelle diepe ballen naar de aanvallers maar kon daarin niet echt tot gevaar komen. Afwachten of dit ook de tactiek wordt tegen de Belgen uiteraard…

In het veldspel zelf kiest Tunesië meestal voor een 4-1-4-1 formatie. Daarbij is het in eerste instantie de taak van de spits om de centrale verdedigers naar buiten te duwen waarna er daar agressief druk kan komen door de vleugelspelers op de backs. Echter, in andere situaties aarzelen de flankaanvallers niet om ook agressief voorwaarts druk te zetten op de centrale verdedigers. Vanuit die hoge pressing creëert het meestal ook wel een aantal gevaarlijke kansen die broodnodig zijn vanwege de individuele beperkingen in kwaliteit voorin tijdens het aanvalsspel.

Tegen de 3-5-2 van Engeland koos Tunesië voor een medium pressing vanuit diezelfde 4-1-4-1 formatie. Waarbij het vooral centraal in positie bleef. Als er toch druk vooruit werd gezet gebeurde dit vooral door de aanvallende middenvelders die doorduwden op de buitenste centrale verdedigers.

tactiek

4-5-1 formatie bij Tunesië (in wit). Eén van beide aanvallende middenvelders komt druk zetten op rechter of linker centrale verdediger en duwt bal naar buiten. Flankaanvallers diep teruggezakt om daar dan druk te geven

Les Aigles de Carthage zijn in balverlies echter enorm kwetsbaar in de rug van de backs. Niet alleen in de omschakeling naar balverlies zoals eerder aangegeven maar ook gewoon in de vorming van het blok. Aan de kant van de bal kiest Tunesië er namelijk opvallend genoeg voor om erg mangeoriënteerd te verdedigen: niet vanuit de zone met andere woorden, wel iedereen verantwoordelijk voor zijn rechtstreekse tegenstander. Dat zorgt ervoor dat het elftal erg kwetsbaar is bij bijvoorbeeld overlappingen.

De flankaanvaller houdt zich in die situaties namelijk niet bezig met het afschermen van de passlijn op de naar binnengekomen flankaanvaller van de tegenstander maar heeft enkel oog voor de oprukkende back. De speler tussen de linies wordt geschaduwd door de back van Tunesië. In onderstaand voorbeeld zit rechtsback Bronn bijvoorbeeld hoger te verdedigen dan aanvaller Badri, wat tot gevaar kan leiden bij het goed uitspelen van die overlapping.

Niet verdedigen vanuit de zone, wel vanuit de man. Badri verdedigt de buitenkant en zijn back. Bronn dekt heel ver door tussen de linies

Voor België liggen hier zeker mogelijkheden. In eerste instantie met de technische spelers tussen de linies die makkelijk kunnen wegdraaien uit die dekking van de back, zoals Hazard en Mertens. Maar uiteraard ook met de talrijke infiltraties op de flank van Carrasco en Meunier en de ‘voorsprong’ die kan ontstaan omdat de tegenstander steeds moet reageren.

Tegen Engeland was Tunesië in hetzelfde bedje ziek. Vooral de 2 atletische Engelse aanvallende middenvelders Lingard en Alli maakten hier gretig gebruik van door in de diepte te duiken in samenwerking met de spitsen.

dieptebal

Linksback Maaloul stapt uit, Kane & Lingard duiken meteen in de rug van de defensie

Na rust switchte Tunesië daardoor naar een 5-3-2 waarbij Sassi en Badri die 2 aanvallende middenvelders van Engeland met een soort mandekking schaduwden, mangeoriënteerd verdedigen weet je wel. Aanvaller Ben Youssef was niet langer aanvaller maar wel wing back op rechts, het Engelse gevaar verdween zo ook grotendeels.

Als Tunesië hoog presst tegen een 3-mansdefensie (vanuit 4-1-4-1) ligt de ruimte opnieuw in de rug van de backs, zo was het alvast tegen Costa Rica (3-4-3/5-4-1). In die match presste Tunesië hoog met de flankaanvallers op de centrale verdedigers van de tegenstander en ging de back ook erg vaak gaan uitstappen op de wing back van Costa Rica. Resultaat hetzelfde: veel ruimte voor lopende spelers tussen de linies en in de rug van de backs. De centrale verdedigers zijn nog relatief mobiel en snel, doch het zou uiteraard kansen bieden om Mertens of Hazard in die positie te kunnen isoleren tegen Meriah of Ben Youssef.

Hoge pressing tegen 3-4-3 Costa Rica, ruimte in de rug van doordekkende backs (rood)!

 

 

 

SPELHERVATTINGEN

Op hoekschoppen tegen trekken de Tunesiërs zo goed als altijd iedereen terug achteruit. Het verdedigen van de corner zelf gebeurt in zone. Vooral in de zone rond de baklijn zijn mogelijkheden voor een korte hoekschop of om na een combinatie daar iemand vrij te krijgen voor een schot op doel of een gevaarlijke voorzet. Tegen Engeland incasseerde het 2 goals na een corner die werd doorgekopt of slecht werd ontzet. Opvallend is dat het in de 1e helft in zone verdedigde, in de 2e helft in mandekking. Ook tegen Portugal paste Maaloul dit al aan de rust aan.

Corner verdedigen in zone

Corner verdedigen in mandekking

Echte patronen zijn er niet terug te vinden in de hoekschoppen voor, de tactiek wordt hoogstwaarschijnlijk aangepast van tegenstander tot tegenstander. Wel stuurt Maaloul steeds 5 of 6 koppers mee voor doel: Meriah (1.88m), S. Ben Youssef (1.86m) en F. Ben Youssef (1.92m) lijken in die situaties de gevaarlijkste heerschappen van een relatief beperkte luchtmacht.

Bij vrije trappen tegen vanuit een diepe positie kiest Tunesië voor een erg hoge lijn, iets wat de Belgen ongetwijfeld ook al gezien hebben. Aangezien Tunesië erg fel speelt in de duels, zijn een dozijn vrije trappen straks niet uitgesloten. Iets waar de Rode Duivels zeker voordeel uit moeten halen.

 

CONCLUSIE

Tunesië is een leuk elftal om te bekijken. Met erg beperkte kwaliteit biedt het toch dynamiek, passie, is het tactisch flexibel en speelt het vaak gewaagd. Bovendien lijkt het van alle Afrikaanse deelnemers het meest ‘modern’ te proberen spelen. Vooral in balbezit zijn er duidelijke principes, het lijdt geen twijfel dat de Tunesiërs de Rode Duivels af en toe pijn zullen kunnen doen. Veel scorend vermogen hebben ze echter niet. De vraag is tegelijk of dat opweegt tegen de defensieve kwetsbaarheid, zeker omdat het zelf veel risico moet nemen om tot grote doelkansen te komen. Toch staan de Noord-Afrikanen teamtactisch relatief ver, we twijfelen er dan ook niet aan dat het een leuke pot voetbal wordt. Met de Belgen uiteraard als duidelijke winnaar.

Meer uitgebreide WK-analyses hier

Volg ook de kortere impressies van het WK via de Facebookpagina!

PANAMA: DE 0 PROBEREN HOUDEN

Panama, het nummer 55 op de FIFA-ranking, kwalificeerde zich voor het eerst in haar geschiedenis voor een WK voetbal. Lange Bal analyseerde voor u de laatste wedstrijden van de debutant tegen Denemarken (0-1 verlies), Costa Rica (2-1 winst), Noord-Ierland (0-0) en Noorwegen (0-1 verlies).

Bondscoach Dario Gomez kwalificeerde zich in een verder verleden al met Colombia en Ecuador voor een wereldkampioenschap maar werd steeds uitgeschakeld in de poulefase. Met onderstaande 23 spelers onderneemt hij een poging tot een tweede mirakel na de onverhoopte kwalificatie.

tactiek WK

Verwachte basiself als Panama in 4-1-4-1 aantreedt

Doelmannen
Jose Calderon (Chorrillo), Jaime Penedo (Dinamo Boekarest), Alex Rodriguez (San Francisco)

Verdedigers
Felipe Baloy (Municipal CSD), Harold Cummings (San Jose Earthquakes), Eric Davis (Dunajska Streda), Fidel Escobar (New York Red Bulls), Adolfo Machado (Houston Dynamo), Michael Murillo (New York Red Bulls), Luis Ovalle (Olimpia), Roman Torres (Seattle Sounders)

Middenvelders
Edgar Barcenas (Cafetaleros de Tapachula), Armando Cooper (Universidad de Chile), Anibal Godoy (San Jose Earthquakes), Gabriel Gomez (Bucaramanga, Valentin Pimentel (Plaza Amador), Jose Luis Rodriguez en Ricardo Avila (KAA Gent)

Aanvallers
Abdiel Arroyo (Alajuelense), Ismael Diaz (Deportivo La Coruna), Blas Perez (Municipal), Luis Tejada (Sports Boys), Gabriel Torres (CD Huachipato)

Middenvelder Amilcar Henriquez was met 88 caps één van de ouderdomsdekens van het team, hij werd vorig jaar echter neergeschoten bij een overval. Lichtgewicht op de flank, Alberto Quintero, moest in laatste instantie afhaken met een voetbreuk.

In de WK-voorronde hanteerde Panama voornamelijk een 4-4-2 formatie, de laatste maanden werd er echter grondig geëxperimenteerd met onder meer 5-4-1 en een 4-1-4-1. Die laatste formatie lijkt het voorlopig te halen bij bondscoach Gomez. Mogelijke startopstelling, met een gemiddelde leeftijd van 29,36 jaar erg ervaren te noemen:

Penedo (36 jaar): onzeker op uitkomen, diepteballen inschatten in rug defensie
Davis (27): heel explosief, goed 1v1, blijft vooral achterin, niet veel aanvallende intenties
Torres (32): leider achterin, positioneel degelijk, ervaring zat, kopbalsterk. Indien te vermoeid wordt hij vervangen door Baloy (37)
Machado (33): krachtig, technisch heel beperkt, verre inworp
Escobar (23): sterk in duel, maakt regelmatig positionele fouten, als rechtsvoetige op LCV weinig betrokken in balbezit
Gomez (34): moet vooral balans in team houden, houdt steeds positie voor defensie
Godoy (28): aanvallend ingesteld, veel flair, durft risico nemen en leidt daardoor regelmatig balverlies op gevaarlijke plaats
Cooper (30): atypische middenvelder met enorme explosiviteit en drang naar voor, heel zwak in passing eens onder druk, in pressing vaak steun gevend aan spits
Rodriguez (19): snel met goede 1v1 actie maar mist regelmatig overzicht en handelingssnelheid tussen linies
Barcenas (24): explosief maar weinig dreiging naar doel in 1v1
Perez (37): ouderdomsdeken voorin, komt altijd in bal, kopbalsterk, goede kaats waaruit gevaar kan volgen

BALBEZIT

In de opbouwfase heeft Panama twee manieren om het doel van de tegenstander te proberen bereiken. Een eerste manier is die waarbij de Panamezen kort proberen opbouwen en vanuit een snelle balcirculatie de zwakke zone van de tegenstander trachten te bespelen. Afhankelijk van de formatie van de tegenstander probeert het team steeds een overtal te creëren achter de bal om vanuit een snelle passing voorwaarts te spelen. In de laatste twee oefenpartijen tegen Noorwegen en Noord-Ierland probeerde Panama op deze manier zijn wil op te dringen aan z’n opponent.

opbouw

(Te?) Groot overtal in de opbouwfase: 4 Panamese verdedigers (geel) en 1 middenvelder (rood) tegen 3 Noord-Ierse spelers (blauw). Door te trage balcirculatie verloopt het spel echter erg voorspelbaar en gaat de bal verloren tussen de linies

Tegen de 5-3-2 opstelling van de Noord-Ieren koos het er bewust voor om met beide backs laag te blijven en met Pimentel als 6 kort voor de defensie te blijven. Daardoor had het vaak een groot overtal achterin met 5 spelers tegen slechts 2 of 3 Noord-Ieren. Door deze grote superioriteit kon het in de defensie de bal makkelijk rondspelen van links naar rechts, het ontbrak hen achter aan spelers die gevaar creëerden tussen de linies en in de rug van de defensie bij de tegenstander.

Tegen de Noren een gelijkaardig verhaal. Noorwegen speelde in een 4-4-2 systeem waardoor Panama de 6 (nu Gomez) achteruit trok om tussen de centrale verdedigers een 3v2 situatie te creëren. De positie van de backs was echter vaak onvoldoende hoog om ruimte te maken voor andere ploegmaats. Bovendien zorgde, eigenlijk in alle wedstrijden, de te lage balsnelheid voor heel voorspelbaar getik achterin zonder dat er directe diepgang mogelijk was. De tegenstander kon Panama vaak dwingen in een risicovolle pass tussen de linies die makkelijk werd onderschept. Wanneer de Panamese centrale verdedigers toch een aanvallende middenvelder of flankaanvaller tussen de linies konden bereiken, verloor deze meestal de bal door een te beperkte technische bagage met een gevaarlijke tegenaanval tot gevolg.

lange bal

Noorwegen in 4-4-2. Gomez (6) zakt in tussen de centrale verdedigers om overtal te creëren. Opnieuw te trage balcirculatie om overtal uit te spelen. Ook geen aanspeelbaarheid tussen de linies (blauwe vak). Gerichte diagonale lange bal naar diepe spits volgt

 

Lange bal met lopende mensen
De tweede manier van opbouwen is snel de ‘kortste weg naar doel zoeken’, lees een snelle lange bal richting de aanvallers. In de beslissende WK-kwalificatiematch tegen Costa Rica en de oefenwedstrijd tegen Denemarken koos Panama duidelijk voor die tweede strategie. Gezien de beperkte kwaliteiten aan de bal bij de Panamezen lijkt dit, minder risicovol scenario, mogelijks het meest logische voor coach Gomez.

In sommige gevallen is het doelman Penedo die de bal meteen naar voren jaagt, maar vaker wordt in de opbouw kapitein en rechtercentrale verdediger R. Torres gezocht. Hij trapt bijna steevast de bal diagonaal lang richting diepe spits en targetman Perez (1.87m) of Tejeda (1.85m). Beiden zijn relatief kopbalsterk en Panama creëert het grootste gevaar wanneer de flankaanvallers of een aanvallende middenvelder (zoals de dynamische Cooper) dicht bij deze diepe spits komen om te anticiperen op het doorkoppen in de rug van de defensie of het winnen van de tweede bal centraal. Zo kon de 37-jarige spits Perez zijn snelle spitsbroeder G. Torres alleen voor de keeper zetten tegen Costa Rica, na een lange doeltrap van de keeper. In de 87’ scoorde Panama zo zelfs de belangrijke winnende treffer voor de kwalificatie met opnieuw een lange bal richting Perez die verlengde tot bij zijn mee opgerukte kapitein en centrale verdediger R. Torres.

lange bal

Lange bal van achteruit op diepe spits Perez. Twee ploegmaats anticiperen op het kopduel en lopen door in de diepte, G. Torres komt alleen voor de Costa Ricaanse keeper maar mist

 

Voor het overige is het aanvalsplan redelijk beperkt. Waar Panama in de opbouwfase vaak een overtal probeert te creëren als het kort wil opbouwen, doet het dit ironisch genoeg niet in de aanvalsfase. Daar staat het vaak in ondertal of in gelijkheid wat bitter weinig tot dreiging leidt gezien de beperkte individuele kwaliteit van zijn spelers. Een zekere angst om de bal te verliezen is een meer dan logische verklaring. Enkel rechtsback Machado durft af en toe aanvallend inschuiven.

overtal creëren

Beide flankspelers staan breed, halfspaces niet bezet. Er wordt geen overtal gecreëerd rond de bal, onvoldoende kwaliteit om 2v2 situatie uit te spelen = geen diepgang

 

 

Crosspass om 1v1 te creëren op linkerflank
Hierdoor is het echter te vaak wachten op de lange bal richting de spitsen. Eén van de weinige patronen waardoor Panama af en toe gevaar creëert, is wanneer het in een centrale positie tot een 1-2 kan komen met spits Perez, die bijna altijd naar de bal komt. Een laatste vaststelling is de snelle flankwissel van R. Torres. Als de centrale verdediger de bal niet naar de targetman trapt, probeert die vaak de cross naar de linkerflankaanvaller te trappen die dan een snelle 1v1 actie kan opzetten. Met Rodriguez heeft het daar iemand met snelheid en een voorzet, Barcenas is beperkter in deze situaties. Tot heel veel gevaar komen de Panamezen dus voor alle duidelijkheid niet vanuit het veldspel. Als de Belgen met hoge druk ook nog R. Torres kunnen vastzetten zodat die zijn crosses niet kan trappen, hebben onze Duivels bitter weinig te vrezen. Geen enkele gemaakte goal in hun vier oefenmatchen in 2018 tegen Noorwegen, Noord-Ierland, Zwitserland en Denemarken is het harde verdict voor Panama.

 

BALVERLIES

In verdedigend opzicht heeft bondscoach Gomez z’n huiswerk iets meer op orde. Binnen de 5-4-1 formatie tegen Denemarken en Zwitserland stapelden de defensieve fouten zich eerst nog op. Om te beginnen hielden de Panamezen de ruimtes tussen de linies onvoldoende dicht wat erg vaak werd uitgespeeld door de tegenstander.

Dat zorgt uiteraard voor een kettingreactie wanneer andere spelers hun positie gaan verlaten om toch druk te geven op de balbezitter tussen de linies. Tegen de Denen verlieten de centrale verdedigers dan regelmatig hun ruimte om door te dekken wat vaak goed werd uitgespeeld door de Denen in de halfspaces in de rug van de verdediging. Het feit dat de centrale verdedigers bijna nooit goed op één lijn stonden, werkte dit uiteraard in de hand.

halfspace

Ruimte tussen linies wordt niet goed verdedigd. Eriksen wordt aanspeelbaar en door slecht uitstappen van twee Panamese spelers, krijgt hij vrije baan in de rug van de defensie. Hij trapt een gevaarlijke voorzet vanuit halfspace die in handen van keeper wordt gekopt

 

Problemen met ruimte in de rug
Ook het verdedigen op de flanken verliep moeizaam. Ondanks de 5-4-1 opstelling probeerden Panama bij momenten wel hoog druk te zetten: het zorgde voor enthousiasme bij de wing backs die probeerden door te dekken op de backs van de tegenpartij wanneer hun flankaanvallers hoger aan het storen waren. Wanneer die even te laat kwamen, zorgde dat uiteraard voor zeeën aan ruimtes in de rug van de defensie. Het gebrek aan snelheid bij de oudere spelers achterin kon bijgevolg makkelijk worden benut.

Gomez besloot na de wedstrijden tegen Denemarken (1-0 verlies) en Zwitserland (6-0 verlies) verlies voor een omschakeling naar een 4-1-4-1. Vanuit die formatie gaf het eerst de Noord-Ieren partij en dat verliep een stuk beter. Een leuke test ook omdat de Noord-Ieren net als onze Rode Duivels met een 3-mansdefensie spelen. Panama koos voor een medium blok vanuit 4-1-4-1 waarbij het de 3 verdedigers relatief eenvoudig laat rondspelen zonder druk te geven. De 4 spelers achter de diepe spits proberen de passlijnen af te zetten en snel te kantelen zodat de tegenstander niet tussen de linies kan spelen zonder dat de bal onderschept wordt.

Hogere pressing
Soms kozen de Panamezen echter wel voor agressieve pressing op de 3-mansdefensie. Meestal was het dan één van beide flankaanvallers die z’n moment koos om hoog door te duwen op de linker- of rechter centrale verdediger van de tegenpartij wanneer die een moeilijkere bal kreeg toegespeeld. Door hem naar binnen te duwen, vanuit de passlijn op de wing back, vond die weinig voorwaartse opties. Intussen drukte de spits door op de meest centrale verdediger en schoof ook de andere flankaanvaller door richting de derde centrale man. Vaak werd een centrale middenvelder wel vrijgelaten in die situaties maar de Noord-Ieren blonken op een slecht terrein niet meteen uit in hoog technisch vernuft waardoor het gedwongen werd snel lang te spelen. België moet wél in staat zijn om onder die mogelijke druk uit te voetballen.

hoge pressing

Hogere pressing Panama. Rechterflankaanvaller duwt LCV van Noord-Ierland naar binnen. CV ontvangt moeilijke bal en wordt meteen onder druk gezet door diepe spits Perez waardoor een lange bal volgt

 

Met de 4-1-4-1 stond de organisatie en het beperken van de ruimte tussen de linies bij de Panamezen duidelijk beter de laatste partijen. Een grote zwakte blijft echter de ruimte in de rug van de defensie wanneer de tegenstander toch eens tussen in balbezit geraakt tussen defensie en middenveld van Panama. In die situaties is er soms geen druk op de bal waardoor er gevaarlijk kan getrapt worden maar vaker komt er geïsoleerd druk door 1 speler waardoor er snel een gevaarlijke eindpass in de diepte kan gespeeld worden. Gezien de kwaliteiten van Hazard en Mertens op die positie is groot gevaar daar zeker mogelijk. Zwitserland gaf er met verschillende gelijkaardige doelpunten alvast het goede voorbeeld.

Ook in de omschakeling naar balverlies is het team op die manier kwetsbaar. Vandaar waarschijnlijk ook de keuze om in de opbouw een groot overtal achterin te houden gezien de beperkte voetballende kwaliteiten en het feit dat de kans op balverlies sowieso groot blijft als men probeert geduldig uit te voetballen.

 

SPELHERVATTINGEN

Aangezien de individuele kwaliteit en het aanvalsplan redelijk beperkt is, moet Panama proberen gebruikmaken van elke standaardsituatie om tot gevaar te komen. Het eerste wat daarbij opvalt, is het frequente gebruik van de (heel) verre inworp. Deze komt van rechtsback Machado en wordt zowel op rechts als op links gebruikt. Er zijn zelfs situaties waarbij de verre inworp van zo’n 30m wordt gebruikt aan de middenlijn richting de targetspits die rond de baklijn beweegt. Rond hem zijn tegelijk voldoende lopende spelers die voor chaos proberen zorgen.

verre inworp

Heel verre inworp van back Machado richting diepe spits(en) en lopende mensen rond hem

Ook op hoekschoppen zijn R. Torres (1.87m) en spits Perez de gevaarlijkste heerschappen. R. Torres loopt bijna altijd naar de eerste zone waar hij richting doel kopt of de bal doorkopt naar de tweede zone. In de tweede zone loopt steevast zijn collega-centrale verdediger Escobar (1.82m). Op die manier ‘scoorde’ Panama ook het spookdoelpunt dat hen terug in de match bracht tegen Costa Rica. De hoekschoppen worden bijna steeds door andere spelers getrapt maar zo goed als altijd indraaiend.

corner voor

Indraaiende corner. Torres loopt in de eerste zone in en kopt de bal door. Geharrewar voor doel en spookdoelpunt wordt toegekend

Bij hoekschoppen tegen kiest men duidelijk voor mandekking. Bovendien worden de eerste zone bezet en kiest R. Torres (de beste kopper) voor een centrale positie net binnen/buiten de kleine baklijn, ook Perez (targetman) neemt 1e zone voor zijn rekening. Opvallend is dat het elftal van Gomez tegen Noorwegen er van bij de start steeds voor koos drie aanvallers voorin te houden, iets wat uiteraard ook aan onze Duivels zal worden meegegeven. Er ligt in dit geval bijzonder veel ruimte voor een ingestudeerd nummertje rond de baklijn.

corner voor

Mandekking in de 16m. R. Torres (5) en Perez (7) staan in zone om bal weg te koppen. Enorm veel ruimte voor een variant in en rond de baklijn

Het is overigens al 28 goals geleden dat Panama nog eens een tegendoelpunt slikte op corner (toen een korte corner tegen Costa Rica) dus op dat vlak zullen de Belgen zich van hun creatiefste kant moeten tonen.

 

CONCLUSIE

Echte vedetten heeft Panama niet. Als het team een succesje wil vieren, zal het dat waarschijnlijk moeten doen op een manier die heel ‘rechttoe rechtaan’ is met snelle lange ballen van achteruit op de diepe spits met lopende mensen rond zich. Aanvallend is er voor het overige weinig strategie. Enkel op hoekschoppen en op verre inworpen, toonde het team zich de voorbije matchen nog sporadisch eens gevaarlijk. De nul proberen houden zal van primordiaal belang zijn maar dat lukte slechts 2x in de laatste 10 wedstrijden. In balverlies staat het ook effectief al iets beter op orde in een 4-1-4-1 opstelling maar echt sterke tegenstanders troffen de Panamezen natuurlijk nog niet. Het blijft enorm kwetsbaar in de rug van de defensie ook van zodra de tegenstander erin slaagt tussen de linies te spelen. Dit Panama zal bloed, zweet en tranen laten maar mag eigenlijk niet meer dan een ideaal opwarmertje zijn voor België.

 

Meer internationaal voetbal