‘Wish you were here’

Het EK 2016 staat voor de deur en dat zal Lange Bal vanzelfsprekend op de voet volgen. Uiteraard willen we jullie nú al klaarstomen voor de hoogmis van het voetbal die op 10 juni pas echt van start gaat. Vandaag krijgen jullie een overzicht van een aantal toppers die we er graag bij hadden gehad, maar die we om uiteenlopende redenen niet tussen de lijnen zullen zien.

 

Geen EKBasisploeg


Doelman: Jan Oblak (Slovenië)

Wierp zichzelf al snel op als dé ideale opvolger van onze landgenoot Thibaut Courtois bij Atlético Madrid. Groot, sterk op zijn lijn en plukt hoge ballen stijlvoller dan een boer zijn beste appelen. Dit seizoen hield de Sloveense goalie in maar liefst 32 van de 50 wedstrijden een clean sheet bij Atlético Madrid, een waanzinnig cijfer. Oblak treedt zaterdag nog aan in de finale van de Champions League tegen stadsrivaal Real Madrid waar hij zijn afwezigheid op komend EK kan doorspoelen met een zege. Slovenië ging in de barrages namelijk onderuit tegen Oekraïne, waardoor we Oblak dus niet tussen de Franse palen zullen zien plukken komende zomer.
Marktwaarde €25.000.000 – Atlético Madrid

Verdediger: Sokratis Papastathopoulos (Griekenland)
Met messcherpe tackles en stevige kopduels stond Sokratis dit seizoen naast Mats Hummels in het hart van de verdediging van Borussia Dortmund. Niet de Sirtaki is zijn grootste kwaliteit, wel zijn fikse schouderduw die dit seizoen heel wat Duitse spitsen letterlijk in het gras deed bijten. Griekenland eindigde in de kwalificaties echter op een troosteloze laatste plaats in een poule met Noord-Ierland, Roemenië, Hongarije, Finland en de Faröer.
Marktwaarde €22.000.000 – Borussia Dortmund

Verdediger: Dejan Lovren (Kroatië)
Een no-nonsenseverdediger uit Oost-Europa, dat is Lovren. Niet gekenmerkt door tierlantijntjes, wel door een goed positiespel, een stevige tackle en een uitstekend kopspel. Na een geslaagde passage bij Southampton groeide Lovren dit jaar uit tot een vaste waarde in als centrale verdediger in het Liverpool van Jürgen Klopp waar hij ook voetballend zijn streng trekt. Kroatië is op het EK aanwezig maar Lovren zal er niet bij zijn door een aanslepend conflict met bondscoach Ante Cacic.
Marktwaarde €13.000.000 – Liverpool FC

Verdediger: Mamadou Sakho (Frankrijk)
Dom, dommer, domst. Sakho was zo goed als zeker van een basisplaats centraal in het hart van de defensie straks op het EK in eigen land. Vanwege een positieve dopingplas is Sakho, opgeleid bij PSG, echter geschorst waardoor hij centraal in het hart van de tribune zal moeten plaatsnemen. Uitvoetballen is niet het sterkste punt van de robuuste verdediger, duelkracht en kopkracht heeft hij dan weer te koop. Intussen groeide hij uit tot defensieve rots in de branding achterin bij Liverpool.
Marktwaarde €18.000.000 –  Liverpool FC

Middenvelder: Miralem Pjanic (Bosnië-Herzegovina)
Nu de glorie van Totti tanende is, ontpopt Pjanic zich tot de draaischijf van AS Roma. De aanvallende middenvelder verbaast vooral met zijn vista, passing en fluwelen traptechniek. De creativiteit druipt er van af en Pjanic straalt zelfs ongewoon veel flair uit als hij een tegenstander omver tackelt. Met 12 goals en 13 assists haalde hij dit seizoen in de Seria A ook heel wat rendement uit zijn flegmatieke lichaam. Bosnië-Herzegovina slaagde er dan weer niet in zich te kwalificeren voor de eindronde nadat het in de play-offs verrassend het onderspit moest delven tegen een stugge Ierse brigade.  
Marktwaarde €35.000.000 –  AS Roma

Middenvelder: Arjen Robben (Nederland)
Deze explosieve Nederlander hoeft uiteraard geen introductie. Met zijn snelle acties naar binnen zoekt Robben als geen ander zijn linkervoet om vervolgens de tegenstander te verrassen met een doorsteekpass of een harde knal richting de verste hoek. Echt succesvol was zijn seizoen onder Pep Guardiola niet met slechts 22 gespeelde wedstrijden, met blessures als voornaamste reden. Ook bij Oranje liep het niet echt lekker, Nederland sneuvelde in een groep met Tsjechië, IJsland, Turkije, Kazachstan en Letland.
Marktwaarde €20.000.000 –  Bayern München

Middenvelder: Andrea Pirlo (Italië)
116 caps en 13 interlandgoals. 6 Italiaanse titels, 5 Italiaanse bekers/supercups, 2x Champions League winnaar, één wereldtitel voor clubs, wereldkampioen met Italië. Dat is het palmares van grootheid Andrea Pirlo. Het Italiaanse brein, acterend als spelverdeler voor de defensie, maakte jarenlang furore bij AC Milan & Juventus met zijn uitstekende vista en passing. Intussen is hij 35 en liet hij zich verleiden tot een Amerikaans avontuur. Een mindere keuze misschien achteraf bekijken, want de MLS bleek onvoldoende aantrekkelijk voor bondscoach Conté om Pirlo op te roepen voor het EK.
Marktwaarde €1.000.000 –  New York City FC

Middenvelder: Marco Verratti (Italië)
Een andere belangrijke Italiaanse afwezige is Marco Verratti. De 23-jarige centrale middenvelder moet verstek geven voor het EK met een liesblessure na een pechjaar bij PSG. Met zijn 1.65m is de Italiaan één van de kleinste spelers op topniveau. Zijn gebrek aan gestalte compenseert hij met een enorme vista, explosiviteit, techniek, snelheid van uitvoering, uitstekend positiespel en een grote dosis doorzettingsvermogen.
Marktwaarde €40.000.000 –  PSG

Middenvelder: Christian Eriksen (Denemarken)
Meester van de ruimte en van de doorsteekpass, dat is Christian Eriksen. Bij Tottenham boekte de Deen dit seizoen een enorme progressie en loodste hij de Spurs mee naar een rol als titelkandidaat, getuige daarvan zijn 8 goals en 16 assists. Creativiteit en techniek zijn z’n grootste troeven, maar intussen leerde Eriksen ook in balverlies keihard meewerken in de pressing die Mauricio Pochettino er in sleepte. Op het EK zullen we zijn kwaliteiten echter niet kunnen bewonderen want Denemarken sneuvelde in een Scandinavisch duel met Zweden in de barrages.
Marktwaarde €29.000.000 –  Tottenham Hotspur

Aanvaller: Diego Costa (Spanje)
De spits waar geen enkele verdediger in Engeland graag de confrontatie mee aangaat. Kracht, techniek, een enorm loopvermogen en een ettertje: dat is de cocktail waarmee Diego Costa de harten in Chelsea verovert. En goals natuurlijk, 36 in zijn laatste twee seizoenen in Londen. De Spaanse bondscoach Vicente del Bosque is daarentegen minder overtuigd van Costa’s meerwaarde en laat de genaturaliseerde Braziliaan dan ook gewoon thuis de kwajongen uithangen.
Marktwaarde €45.000.000 –  Chelsea

Aanvaller: Karim Benzema (Frankrijk)
Entourage, het is meer dan alleen een Amerikaanse serie. Want een goede omkadering rond een (prof)speler is zo belangrijk voor een duurzame voetbalcarrière. Benzema sloeg dit advies duidelijk in de wind en liet zich overhalen door één van zijn ‘vrienden’ om ploegmaat Valbuena te chanteren met een sekstape. Uiteraard lekte dit uit waardoor de topspits niet meer welkom is bij Les Bleus. Zonde, want met zijn scorend vermogen (28 goals dit seizoen) had Benzema de Franse ploeg een enorme boost kunnen geven richting Europese titel.
Marktwaarde €60.000.000 –  Real Madrid

 

Schaduwelftal

1. Kasper Schmeichel (Denemarken)
Marktwaarde €5.000.000 – Leicester City
2. Stefan Savic (Montenegro)
Marktwaarde €12.000.000 – Atlético Madrid
3. Raphaël Varane (Frankrijk)
Marktwaarde €30.000.000 – Real Madrid
4. Daley Blind (Nederland)
Marktwaarde €19.000.000 – Manchester United
5. Juan Mata (Spanje)
Marktwaarde €34.000.000 – Manchester United
6. Santi Cazorla (Spanje)
Marktwaarde €24.000.000 – Arsenal FC
7. Claudio Marchisio (Italië)
Marktwaarde €30.000.000 – Juventus
8. Wesley Sneijder (Nederland)
Marktwaarde €13.500.000 – Galatasaray
9. Fernando Torres (Spanje)
Marktwaarde €7.000.000 – Atlético Madrid
10. Mario Balotelli (Italië)
Marktwaarde €7.000.000 – AC Milan
11. Edin Dzeko (Bosnië-Herzegovina)
Marktwaarde €15.000.000 – AS Roma

 

Still to come…

-> Voorbeschouwing België – Italië: La Squadra Azzurra doorgelicht

-> (The) Who? Jonge talenten om komend EK in de gaten te houden

Liverpool FC – Sevilla FC (1-3): aanvallende backs kleuren finale

Van 2006 was het geleden dat Liverpool nog eens een serieuze prijs (FA Cup) pakte, de Europa League kon de volgende worden. Na de trainerswissel eerder dit seizoen leken The Reds onder Jurgen Klopp alleszins opnieuw herkenbaar voetbal te brengen gekenmerkt door veel dynamiek, een hoge intensiteit en passie. Tegenstander Sevilla kroonde zich de voorbije seizoenen echter tot Europa League specialist met 4 eindzeges op 9 jaar tijd en kon er mits winst 3 op een rij pakken.

opstelling sevilla

Basisploegen van Liverpool FC (rood) & Sevilla FC (wit) bij aanvang van de finale

De weg naar de finale was er voor Liverpool één vol spektakel en knappe overwinningen tegen onder andere Manchester United, Borussia Dortmund en Villareal. Jurgen Klopp koos voor dezelfde ploeg en formatie (4-3-3) als in de terugwedstrijd tegen Villareal. De elf: Mignolet, Clyne, Lovren, Toure, Moreno, Milner, Can, Firmino, Coutinho, Lallana en Sturridge.

Zijn Spaanse tegenhanger Unai Emery koos voor volgende namen, ook in een 4-3-3: Soria, Mariano, Rami, Carrico, Escudero, N’Zonzi, Krychowiak, Coke, Banega, Vitolo en Gameiro.

Liverpool neemt over na nerveuze start
Zoals bijna iedere finale kende ook deze een nerveuze openingsfase. Beide ploegen zetten snel druk, kregen weinig tijd aan de bal resulterend in verschillende slechte passes en aannames. Er werd stereotiep voor weinig risico gekozen wat zorgde voor snelle lange ballen richting de spitsen.

Na een aantal minuten kreeg het wedstrijdbeeld echter een duidelijkere rode draad. Liverpool nam daarbij het heft in handen op volgende manier:

In de opbouwfase
Liverpool probeerde op de eigen helft steeds een man-meersituatie te creëren in de achterste linie. Beide centrale verdedigers van The Reds werden vastgezet door Banega & Gameiro, waardoor Emre Can zijn verdedigers centraal te hulp schoot. Ook Milner was vaak terug te vinden als halve rechtsachter. Intussen schoven beide backs, Clyne en Moreno, hoog op om ook de flankaanvallers van Sevilla achteruit te lokken. Dit lukte regelmatig waardoor Liverpool iets meer tijd kreeg aan de bal.

opbouw liverpool

Opbouw Liverpool deel 1: op eigen helft. Positie van middenvelders Can & Milner (geel)

In de aanvalsfase
Omdat Sevilla zich lager terugtrok kreeg Liverpool de tijd om op te bouwen en z’n lopende spelers in positie te krijgen. Clyne en Moreno zorgden vanaf het kwartier voor constante dreiging met voortdurende infiltraties, terwijl Firmino, Coutinho en Lallana de Spanjaarden tussen de linies in verwarring probeerden te brengen.

Veel spelers tussen de linies (groen) en de oprukkende backs Moreno & Clyne (zwart)

Opbouw Liverpool deel 2: veel spelers tussen de linies (groen) en de oprukkende backs Moreno & Clyne (zwart)

Het leverde na goed een halfuur ook het eerste doelpunt op dat begint bij de opbouw (zie opbouw deel 1), waarna de spelers tussen de linies worden gevonden en Sturridge aangespeeld wordt. Zijn rechtstreekse tegenstander wordt meteen aan het twijfelen gebracht door de oprukkende linksback Moreno (zie opbouw deel 2) waardoor Sturridge zelf de 1-0 enig mooi kan binnentrappen.

Banega probeert Sevilla overeind te houden
Sevilla liet zich van zijn kant iets te makkelijk indrukken, vooral beide flankaanvallers trokken zich te laag terug waardoor Liverpool de tijd kreeg om aan aanvallen te bouwen en zo ook de lopende Clyne & Moreno in stelling te krijgen.

Dit had bovendien ook gevolgen voor de formatie van de Andalusiërs wanneer ze de bal dan toch veroverden: iedereen leek wat in paniek door de Engelse druk en de penaltygevalletjes, de hele ploeg stond erg laag en dicht bij elkaar gepositioneerd waardoor uitvoetballen erg moeilijk werd. Met als gevolg dat de bal te vaak hoog richting Gameiro geknald werd. De Fransman slaagde er echter niet in de bal bij te houden met de kopbalsterke Toure en Lovren in zijn nek.

Tegelijk stelde Sevilla zich zo heel erg open voor een andere sterkte van Liverpool onder Klopp, de heel agressieve omschakeling naar balverlies. Als Liverpool de tijd krijgt om op te bouwen en dan de bal verliest, gaat het meteen hoog pressen met veel volk rond de bal. Als de tegenstander uit die druk lijkt te ontsnappen is een professionele overtreding (zoals Milner er 3 maakte op korte tijd in de eerste helft) de oplossing voor de Engelsen waardoor de tegenstander onmogelijk snel kan counteren. Maar omdat Sevilla zo laag en dicht bij elkaar stond was het makkelijk voor de Engelsen om te pressen en was diepgang vinden voor de Spanjaarden een bijna onmogelijke opdracht.

Sevilla probeerde wel onder de druk uit te voetballen door aanvallende middenvelder Banega vaak terug te laten zakken om de bal zo wat in de ploeg te houden. In die situaties koos verdedigende middenvelder N’Zonzi hoger positie om bij te sluiten op eventuele lange ballen. Het eerste halfuur kon Sevilla de bal daardoor nog degelijk bijhouden maar echt gevaar en diepte creëren zat er door de matige structuur in het elftal niet in.

Sevilla draait rollen om 15” na pauze
Meteen na rust kantelde de match echter volledig. Sevilla had genoeg van de defensieve stelling en koos voor hetzelfde wapen als Liverpool in de eerste 45’, namelijk aanvallende backs. Nog geen tien seconden na de rust bracht rechtsachter Mariano zijn team terug in de match met een knappe actie en voorzet die Gameiro kon binnentikken, 1-1 en alles te herdoen.

Intussen viel de Engelse pressing weg, mogelijks zat de mentale tik daar voor iets tussen, waardoor Sevilla langer de bal in de ploeg kon houden. En zo konden de mannen van Emery doen wat Liverpool deed in de eerste helft: de oprukkende backs Escudeiro en Mariano in stelling krijgen. Intussen speelden Vitolo, Coke en Banega goed tussen de linies vanwaar ze samen ook snel de 1-2 tegen de netten trapten. Met 78 baltoetsen was die laatste overigens alomtegenwoordig op het veld!

Liverpool naar plan B en plan C
Sevilla zette in tegenstelling tot in de eerste helft ook hoger druk waardoor Liverpool minder gevaar kon creëren. Zo een hoge balrecuperatie leidde overigens ook de ietwat gelukkige 1-3 in, tevens de genadeslag voor Liverpool.

Met nog twintig minuten te spelen bracht Klopp Allen in de plaats van Lallana en schakelde om naar een 4-4-2 in ruit met Sturridge en de ingevallen Origi voorin, terwijl Milner (rechts), Allen (links), Coutinho (voorin) en Can (achterin) de ruit bevolkten. Met Benteke werd er finaal ook nog een derde centrale aanvaller in gegooid maar het pleit was al beslecht.

De finale groeide uit tot een waar spektakelstuk met twee teams die zich zeker niet bewust terugtrokken en vooruit wilden voetballen. Liverpool was baas in de eerste helft dankzij een erg agressieve pressing in balverlies en lopende backs in balbezit. Sevilla deelde een immense tik uit door meteen na rust te scoren en de tweede helft werd eigenlijk een kopie van de eerste, alleen waren de Spanjaarden nu de baas. Een hogere efficiëntie zorgde er dan ook voor dat Sevilla zijn derde Europa League zege op een rij boekt.

Het valt te betwijfelen of de Champions League finale een even open wedstrijd wordt, laat er ons alvast voor duimen!

Meer buitenlands voetbal?

Of toch liever Belgisch voetbal?

KAA Gent – Club Brugge (1-4): Izquierdo nekt Gent

KAA Gent won zijn laatste drie thuiswedstrijden tegen Club Brugge en ook vandaag was dat de enige optie om de titeldroom levend te houden. Voor de bezoekers was puntenverlies daarentegen geen ramp, een overwinning zou hen echter wel heel dicht bij een eerste kampioenschap in elf jaar tijd brengen. De clashes tussen Gent & Club Brugge waren in het recente verleden vaak een knap tactisch steekspel en ook vandaag loste de match de hoge verwachtingen in.

tactiek Gent Club Brugge

Startopstellingen van Gent (in 3-5-2) en Club Brugge (in 4-3-3)

Hein Vanhaezebrouck miste onder andere Asare, Matton en Dejaegere en koos daarom resoluut voor het verrassingseffect, hij draaide zijn driehoek voorin om en koos voor een 3-5-2 met torens Depoitre en Coulibaly als spitsen en met Milicevic in steun. Geen 3-4-3 dus deze keer. De volledige elf: Sels, Nielsen, Mitrovic, Gershon, Kums, R. Neto, Foket, Saief, Milicevic, Depoitre en Coulibaly.

Michel Preud’homme koos voor een 4-3-3 met Butelle, Meunier, Engels, Denswil, De Bock, Simons, Claudemir, Vormer, Vanaken, Izquierdo en Diaby.

Het doel van de Bruggelingen was identiek aan die in hun laatste, succesvolle, confrontaties op Jan Breydel: Gent niet laten voetballen door voorin snel druk te geven op de bal. Nu was het Vormer (en niet Vanaken zoals in de vorige matchen) die de taak kreeg om vanuit positie 10 hoog te gaan storen op Mitrovic, terwijl Diaby zich tijdens de Gentse opbouw bekommerde om Nielsen. Vanaken moest op zijn beurt pendelen tussen Gershon en Saief. Simons en Claudemir kregen de opdracht snel door te dekken op de Kums en R. Neto om zo alle korte passes onmogelijk te maken en Gent te dwingen tot de lange bal en tot de lijf-aan-lijfgevechten.

De torens van Gent
Hierop had Vanhaezebrouck echter duidelijk geanticipeerd met de vorige wedstrijden al in het achterhoofd. Hij koos er dan ook meteen voor om met twee stormrammen aan te treden die de bal konden bijhouden als zijn defensie te snel onder druk kwam in de opbouwfase. En dat werkte: Depoitre (tussen Denswil & De Bock) en Coulibaly (tussen Engels en Meunier) kozen voortdurend goed positie tussen de centrale verdediger en de flankverdediger van Club Brugge waar ze de ene lange bal na de andere te verwerken kregen.

De positiekeuze van Coulibaly en Depoitre was een slim plannetje om zo de kopbalsterke Engels en Denswil te verwarren of uit het centrum weg te trekken. Daarvan moest de intelligente Milicevic proberen profiteren om in de rug van de centrale verdedigers te duiken op eventueel gedevieerde ballen.

Tegelijk werden de backs, Meunier & De Bock, op die manier verplicht achterin te blijven waardoor ze niet mee konden helpen in de pressing vooruit, vooral Saief kreeg daardoor veel ruimte. De linksmidden stond samen met Gershon namelijk voortdurend in een 2v1 situatie tegen Vanaken, Meunier laten doordekken was geen optie aangezien Coulibaly dan volledig vrij was. Gent was logischerwijs meteen baas: Club had moeite met de lange ballen richting de spitsen en Saief kreeg een zee van ruimte en tijd. Vooral Mitrovic lanceerde in de openingsfase de ene diagonale lange bal na de andere richting het aanvalsduo voorin. Diens lange halen en de acties van de vrije Saief op links zorgden voor heel wat gevaar met oa twee uitstekende kansen voor Depoitre en Coulibaly.

Twee goals op drie minuten
Club kon slechts met mondjesmaat tegenprikken, vooral via de infiltrerende Vormer, de kwieke Izquierdo en Vanaken wanneer die laatste eens de tijd kreeg om centraal tussen de linies te spelen. Izquierdo kreeg net als in de voorgaande matchen echter de taak om de lopende Foket op te vangen en fungeerde zo als linksmidden waardoor hij zelf voor weinig dreiging kon zorgen aan de overkant.

De 1-0 voor Gent viel dan ook niet in de lucht, een textbook goal bij uitstek: een lange bal van achteruit richting Depoitre in combinatie met de infiltrerende Kums die de bal voor doel brengt waarna Coulibaly doorkopt richting Depoitre die afwerkt. 1-0.

Een paar minuten later brengt Vanaken de bordjes terug in evenwicht na een knappe actie van Izquierdo die zich voor het eerst kon doorzetten op de linkerflank. Het veranderde weinig aan het spelbeeld met de Buffalo’s die dominant bleven en een aantal kansen bij elkaar voetbalden.

tactiek Club Brugge

                                       Club na de rust in 3-5-2

Ook Club in 3-5-2
Tijdens de rust kreeg Preud’homme de tijd om zijn pionnen te herschikken. De Luikenaar maakte de logische keuze om Simons een rij achteruit te trekken, tussen Engels & Denswil in. Beide centrale verdedigers kregen de, op papier, eenvoudige taak zich vast te bijten in het spitsenduo van Gent. Enkel de Nederlander vocht de luchtduels voortaan uit met Depoitre en Engels ging de strijd aan met Coulibaly.

Claudemir kreeg eveneens een defensievere opdracht om als stofzuiger voor de defensie Milicevic uit de match te houden. Op aanvallend gebied openden de wijzigingen ook perspectieven voor Club: Meunier en De Bock kregen meer ruimte om te infiltreren (terwijl ze verdedigend respectievelijk Saief en Foket opvingen), Vanaken kreeg eindelijk de nodige vrijheid op ‘zijn positie 10’, terwijl Izquierdo naast Diaby postvatte en zich niet meer hoefde te bekommeren om de lopende Foket. Eindelijk duidelijkheid voor de Brugse spelers.

Flitsende Izquierdo
Gent had opnieuw het initiatief en kreeg nu iets meer tijd in de opbouw. Diaby en Izquierdo stonden met 2 tegenover 3 Gentse verdedigers die daardoor vanzelfsprekend rustiger konden opbouwen. De Buffalo’s hadden het echter, net als in hun mindere periodes dit seizoen, echter heel moeilijk om met een verzorgd positiespel tot kansen te komen terwijl hun gevaarlijkste mensen (Saief, Foket, Depoitre en Coulibaly) in een veredelde mandekking vertoefden. De kracht en het loopvermogen werd geneutraliseerd door de nieuwe veldbezetting bij Club Brugge en Gent had te weinig creativiteit hierdoor te voetballen.

Club zakte intussen iets verder terug, had een compacter blok, en koos voor de omschakeling rekenend op de snelheid van Izquierdo en Diaby. De Colombiaan maakte met zijn verschroeiende versnellingen uiteindelijk het verschil met nog 1 knappe goal en 1 assist op amper vijf minuten tijd in sprintduels tegen Foket & Nielsen. 1-3 en boeken toe voor de thuisploeg.

Club op 1 overwinning van de titel
Gent was uitstekend voorbereid op de Brugse pressing en Vanhaezebrouck koos voor een weldoordacht game plan met Depoitre en Coulibaly voorin. Het plan werkte en een voorsprong aan de rust had terecht geweest maar die kregen de Gentenaars niet, intussen kon Preud’homme met een aantal eenvoudige tactische wijzigingen (Izquierdo voorin met nu nog slechts beperkte defensieve taken & achterin man op man op de spitsen) de match doen kantelen.

Verrassend genoeg had Vanhaezebrouck geen tegenzet meer, hij schakelde na de 1-3 bijvoorbeeld niet opnieuw om naar een 3-4-3 met de inbreng van Wikheim. Club had vertrouwen, Gent kreeg een mentale opdoffer en de bezoekers namen de dominantie volledig over en voetbalden zich richting een zware 1-4 overwinning. Een enorme opsteker voor Club Brugge dat volgende week zijn eerste titel sinds 2005 kan vieren mits winst tegen aartsrivaal Anderlecht. Gent daarentegen moet vechten om de vierde plaats te vermijden.

Meer Belgisch voetbal

KRC Genk – KAA Gent (1-2): Genk laat initiatief aan bezoekers

De match tussen KRC Genk en KAA Gent kondigde zich voor beiden al aan als cruciaal want de eventuele verliezer mocht zijn titelambities zo goed als zeker opbergen. Met 9 op 12 en verfrissend voetbal had Genk zich vooraf al ontpopt tot een te duchten outsider, Gent vond op zijn beurt de laatste twee matchen eindelijk de vorm van 2015 terug. Het duel groeide alleszins uit tot een heel interessante wedstrijd, een analyse!

tactiek Genk Gent

Startopstellingen van KRC Genk en KAA Gent

Peter Maes hield vast aan zijn ploeg van de voorbije weken. Hij koos opnieuw voor een 4-3-3 met nu Kebano op 10 ten koste van Malinovsky. De elf namen: Bizot, Castagne, Dewaest, Kabasele, Uronen, Ndidi, Pozuelo, Kebano, Buffel, Bailey en Samatta.

KAA Gent toonde tegen Oostende en Anderlecht eindelijk opnieuw met vlagen het voetbal waarmee het verbaasde in de Champions League en Hein Vanhaezebrouck vulde zijn 3-4-3, bij afwezigheid van Boussoufa en Dejaegere, met volgende spelers in: Sels, Nielsen, Gershon, Asare, Kums, Neto, Foket, Saief, Milicevic, Matton en Depoitre.

KRC Genk kiest voor de counter
Al snel in de wedstrijd werden de bedoeling van Genk duidelijk: Gent laag opvangen, de bal proberen recupereren en meteen gevaar creëren in de diepte met Kebano, Buffel, Bailey en Samatta. De thuisploeg, die nochtans vol vertrouwen zit, koos er daarom voor om in balverlies laag terug te zakken en geen druk te geven op de opbouwende Gent-verdedigers. Hoge pressing bleek dit seizoen nochtans al meermaals het succesrecept om de kampioen te verslaan, maar Peter Maes verkoos dus niet die weg op te gaan.

Genk koos terug te zakken diep op de eigen speelhelft, eens Gent in balbezit kwam was het enkel Samatta die wat druk zette op de drie opbouwende verdedigers van de bezoekers. Kebano kreeg de taak om Kums onder druk te zetten, Pozuelo moest Neto in de gaten houden, terwijl Ndidi de hele ruimte achter die twee trachtte te verdedigen. Op de flanken koos Maes niet voor druk vooruit, integendeel, Buffel en Bailey moesten vooral mee achteruit verdedigen op de lopende flankmiddenvelders Saief en Foket.

Bij balrecuperatie probeerde de thuisploeg snel in te spelen op Kebano die duidelijk de taak had meegekregen om in de rug van Asare te duiken. Hij bleef in de buurt van Kums als Gent de bal had, wanneer Genk de bal zou veroveren, ging Kebano meteen hoger spelen om dan diep te lopen in de rug van Asare. Met de snelle Bailey, Samatta en Buffel wilde Genk de counters snel in kansen omzetten. Uiteindelijk lukte dit een drietal keer met de openingsgoal als beste voorbeeld: Kebano die diep wordt gestuurd in de rug van Asare en voorzet richting de infiltrerende Samatta, Buffel en Bailey die binnenkopt.

Tijd en ruimte voor Gents positiespel

Genk Gent pressing

Gentse verdedigers (rood) krijgen tijd om op te bouwen richting middenvelders (groen). Centraal ook heel veel ruimte (blauw) voor afhakende Milicevic en Matton

Ondanks de vroege voorsprong kreeg Gent het initiatief in de schoot geworpen en was het de hele eerste helft baas. Omdat er amper druk vooruit werd gezet door Genk, konden de verdedigers rustig opbouwen. En vooral: zo konden de Gentse spelers voor de bal hun gewenste positiespel spelen en kregen ze de tijd om samen vrij te lopen. Het laatste anderhalf jaar ligt de sterkte van Gent voornamelijk in het herkennen van de ruimte en de samenwerking tussen de flankmiddenvelder en de ‘valse winger’ op die flank: op links gaat het dan vooral om de samenwerking Saief en Matton, op rechts die tussen Milicevic en Foket. Eén speler die steeds tussen de linies komt, de andere die op het juiste moment de diepte bespeelt in de rug van de Genkse verdediging om zo de backs en verdedigende middenvelders aan het twijfelen te brengen. Deze tactiek bracht het samen met een ander gevaar dat Gent vaak creëert de laatste weken wanneer de match meer op slot zit: de twee valse wingers die in één zone/flank komen om daar een man-meersituatie uit te spelen.

Bij de Gentse gelijkmaker kwamen alle bovenstaande factoren eigenlijk allemaal samen. De Gentse verdedigers kunnen rustig opbouwen en Asare krijgt de tijd om in te dribbelen op de helft van Genk. Intussen zijn Matton (tussen de linies) en Saief (breed en diep) in beweging waaruit een voorzet volgt. Matton krijgt de bal en combineert met Milicevic die zijn zone verlaat om een man-meersituatie te creëren waarna de voorzet volgt richting Depoitre die wegloopt van de kopbalsterke centrale verdedigers om het duel te winnen van Uronen en de 1-1 knap binnen te koppen.

Het Genkse middenveld had, door een gebrek aan druk op de bal voorin, ook problemen met de ruimte rond Ndidi. Pozuelo is het creatieve brein van de ploeg, schoof vaak mee in naar voor en moest in balverlies Neto in de gaten houden. Uiteraard zorgde dit voor heel wat ruimte in zijn rug waar vooral Milicevic en Matton geregeld gebruik van maakten. De rode kaart van Saief veranderde uiteindelijk het wedstrijdbeeld wel wat na de rust.

Vanhaezebrouck herschikt pionnen

Gent Genk

                Opstellingen na de rode kaart van Saief

Na de rode kaart gooide Gent het over een andere boeg, de 3-4-3 werd ingeruild voor een defensievere 4-4-1 met Milicevic en Matton op de flanken in steun van Neto en Kums. Nu was het Gent dat de logische keuze maakte om in balverlies iets lager in te zakken waardoor de thuisploeg het initiatief wat meer toegespeeld kreeg. Desondanks had Gent nog vaak de bal en probeerde het rustig uit te voetballen. Dit met de ‘nieuwe backs’ Asare en Foket die geregeld hoger mee opschoven, terwijl Milicevic en/of Matton die momenten meer naar binnen speelden in steun van Depoitre. Opnieuw kregen de bezoekers hiervoor de tijd van Genk dat amper ging jagen.

Genk slaagde er in balbezit intussen niet in om kansen bij elkaar te voetballen door een ondermaats positiespel voor de bal. Tijdens de rust vroegen de Genkse coaches hun team om het spel breed te houden, maar dat werd te letterlijk genomen door de spelersgroep waardoor de backs en de flankaanvallers vaak allebei breed tegen de lijn stonden, tegelijk verdween Kebano centraal uit de match en kwam Karelis steeds in de bal. Genk toonde onvoldoende diepte en verrassing in zijn spel om Gent uit verband te spelen. In de slotminuut haalde Bizot niet alleen Depoitre maar ook de Genkse Champions League ambities onderuit, 1-2 na een heel genietbare topper.

Speeldag 6 in PO I

vrijdag 29/4 om 20.30: Zulte Waregem – KV Oostende
zondag 1/5 om 14.30: Anderlecht – KAA Gent
zondag 1/5 om 18.00: Club Brugge – KRC Genk

Klassement

  1. Club Brugge 41 ptn
  2. KAA Gent     38 ptn
  3. Anderlecht  38 ptn
  4. KRC Genk   33 ptn
  5. Oostende    29 ptn
  6. Zulte Waregem 24 ptn

 Meer Belgisch voetbal

Samenvatting via Stadion.be