België – Brazilië (2-1): geschiedenis vanuit 3/4-mansdefensie

Eerder deze week schreven we nog een uitgebreid artikel met onze ‘tactische wensen’ voor de clash met Brazilië. Uiteraard is Lange Bal verheugd dat bondscoach Martinez de mogelijke problemen ook voorzag. We behielden de automatismen vanuit de 3-mansdefensie in balbezit, maar koppelden er een 4-mansdefensie aan in balverlies. Met Chadli als kameleon.

4-3-3 3-5-2

Opstellingen België & Brazilië

Zoals verwacht verdwenen Carrasco en Mertens uit de ploeg ten koste van Chadli en Fellaini na die hun sterke invalbeurt tegen Japan. Vertonghen bleef in de ploeg.

De flanken beter verdedigen, meer druk op de bal in het centrum, De Bruyne hoger op het veld en heel scherp counteren. Dat gaven we een aantal dagen geleden aan als belangrijkste werkpunten. Martinez had het ook allemaal gezien. Grote delen uit ons plan A en plan B werden gebruikt en eigenlijk samengesmeed tot plan C. Een analyse.

De Rode Duivels werken al twee jaar vanuit een 3-mansdefensie in balbezit en die werd dan ook behouden. In balverlies bouwde Martinez echter meer zekerheid in, hij koos voor een 4-mansdefensie in een soort 4-3-1-2.

 

In balbezit vormden Alderweireld, Kompany en Vertonghen de driemansdefensie met Chadli op de linkervleugel en Meunier op de rechterzijde. Witsel bleef voor de defensie, met Fellaini naast hem in een iets aanvallendere rol. Lukaku, Hazard en De Bruyne speelden hoger op het veld met meer vrijheid in een soort 3-5-2 maar hoe langer het team de bal in de ploeg had, hoe dichter het spel evolueerde naar de 3-4-3 zoals we ze kennen.

opbouw

Bij langdurig balbezit: 3-4-3 met Chadli en Meunier op de buitenkant (oranje) en Hazard en KDB (rood) dichtbij Lukaku

 

Uiteraard was daar ruimte voor variatie. Vooral De Bruyne had een redelijke vrije rol. Zo zwierf hij af en toe uit naar de linkerflank voor een positiewissel met Chadli. Maar hij liet zich soms ook uitzakken om van daaruit de dieptepass te versturen. Het uitzakken van KDB en de diepe loopactie van Fellaini had mits een zuivere uitvoering mogelijks al een vroegere 0-1 kunnen zijn.

dieptepass

KDB komt laag, Fellaini infiltreert en krijgt de bal mee

 

Wel hoge pressing

In balverlies schakelden de Duivels om naar een soort 4-3-1-2. Daarbij zakte Meunier een rijtje terug waarbij hij een ‘echte’ rechtsback werd, terwijl Vertonghen de linksbackpositie voor zijn rekening nam; Kompany & Alderweireld verdedigden het centrum. Chadli had de meest avontuurlijke invulling, hij werd van flankmiddenvelder omgetoverd tot centrale middenvelder in balverlies en nam plaats naast Witsel en Fellaini als buffer voor de defensie. Hazard en Lukaku werden de twee spitsen, met meestal Hazard op links en Lukaku op rechts. De Bruyne speelde tussen hen in als nummer 10. De inbreng van Chadli en Fellaini naast Witsel zorgde uiteraard voor de benodigde extra portie agressiviteit in het centrum.

ruit

Chadli in balverlies als centrale middenvelder, KDB als aanvallende middenvelder in een soort 4-3-1-2 

 

In tegenstelling tot de voorbije wedstrijden, probeerden de Duivels wél om hoog druk te zetten wanneer mogelijk. In die situaties schoof De Bruyne iets hoger op en werd hij tijdelijk de spits. Als Brazilië toch slaagde in een progressieve opbouw, zakte KDB opnieuw lager in op zijn oorspronkelijke 10-positie. Geen wonder dus dat hij de meeste afstand aflegde van alle Belgen.

pressing

Bij de pressing stapt KDB uit en wordt hij even de spits, Hazard en Lukaku staan breder

In die hoge pressing was het vanzelfsprekend de bedoeling de bal naar buiten te laten spelen. Zoals in onze voorbeschouwing ook al aangegeven, speelt Brazilië erg vaak de bal in van een lage back naar een flankaanvaller die in de bal komt. Vanwege de opstelling van de Belgen werd deze optie extra aantrekkelijk gemaakt en daar trapten de Seleçao ook vaak in, vooral in de eerste helft. De bal werd verschillende keren van Fagner, die dan onder druk werd gezet door Hazard, ingespeeld op de afhakende Willian die kort gedekt werd door Vertonghen. Het zorgde voor weinig dreigend combinatiespel bij de Brazilianen in de openingsfase.

pressing

België oriënteert de opbouw van Brazilië naar buiten waardoor ze opnieuw de voorspelbare ballen recht op recht langs de zijlijn spelen

 

Belgische counters

Toch kwamen de Goddelijke Kanaries aan een aantal kansen, onder meer op hoekschop, en had België een goede Courtois én het nodige geluk nodig om aan de openingstreffer te ontsnappen. Niet veel later zorgde een hoekschop aan de overkant voor een verlossende 0-1. Het counterspelletje kon nu echt beginnen. En dat deden de Belgen dan ook subliem, zeker in de eerste helft. Brazilië bleef steevast met drie mensen achterin en één speler daarvoor om de Belgische counters te proberen inperken.

Echter, het slimme vrijlopen van KDB zorgde voor problemen bij Brazilië. In onderstaand voorbeeld zijn beide backs hoger opgeschoven en moet Fernandinho dus achteraan bijspringen. KDB staat helemaal vrij om de counteraanval in te leiden die uiteindelijk strandt bij een dribbel van Lukaku.

counter

KDB helemaal vrij om de omschakeling in te leiden

Het tweede doelpunt, na een hoekschop van de Brazilianen, is opnieuw een uitstekend voorbeeld van een goed uitgespeelde counteraanval. Lukaku, balvast en versnellend, speelt op het juiste moment KDB in die afwerkt. Het lijdt geen twijfel dat Casemiro de Belgische spits niet zo makkelijk had laten passeren als Fernandinho maar dat maakt onze rekening uiteraard niet.

Al snel werd duidelijk dat de Brazilianen maar één optie hadden tegen deze strategie van de Rode Duivels. Snelle flankwissels om Willian & Neymar in 1v1 situaties te krijgen met de Belgische backs en tegelijk veel lopende spelers in het centrum. Het gevaar dat de Brazilianen creëerden viel bijna allemaal te noteren na een versnelling op de buitenkant met een voorzet tot gevolg. Op links vooral dankzij overlappingen van Marcelo bij Neymar. Op rechts vooral dankzij individuele acties van Willian. Door het 4-3-1-2 systeem in balverlies was het centrum van de Belgen nu echter wel voldoende bezet, ook de zone rond de zestienmeter. Brazilië werd echter dreigender…

 

Wissels

Aan de rust gooide Tite zijn spits Firmino in de strijd, Willian moest naar de kant, Jesus naar de buitenkant. Bizarre beslissing die al snel werd bijgestuurd door Douglas Costa in de plaats van Jesus te brengen. Costa tegen Vertonghen: al snel werd duidelijk dat daar de slag kon verloren worden van zodra Chadli aan het eind van zijn Latijn zou zitten. Voor het overige veranderde er niet veel: Neymar speelde wel vaker aan de binnenkant, soms als tweede spits, waardoor er meer ruimte kwam voor Marcelo. Fagner bleef steeds achterin. Brazilië schakelde zo om naar iets wat tussen een 3-5-2 en 4-3-3 in lag.

Belangrijkste ‘wijziging’ echter was het feit dat Miranda zo goed als ieder rechtstreeks duel won met Lukaku in de omschakeling. Daardoor werden de Belgische counters sneller geneutraliseerd en werd Brazilië veel dominanter na de pauze.

Door het balbezit van de Brazilianen en de flankwissels werd Costa vaker in 1v1 situaties gebracht tegen Vertonghen. Aangezien Chadli’s krachten uitgeput waren, kon hij niet altijd de nodige steun meer verlenen aan zijn ploegmaat waardoor die erg kwetsbaar werd. Het enige voordeel was nog dat Costa, linkervoet, vaak naar binnen dribbelde en daardoor toch nog tegen een middenvelder aanliep. Een Willian in vorm, rechtervoet, had het Belgische feestje daar zeker kunnen verknallen. Dembele voor Chadli had een snelle en logische wissel geweest, een omzetting naar 4-4-1-1 met dubbele flanken een andere mogelijkheid.

De aansluitingstreffer was dan ook geen verrassing. Zoals reeds meegegeven: gevaarlijke buitenspelers enerzijds en veel lopende spelers in het centrum anderzijds konden de Duivels pijn doen en zo geschiedde. Vertonghen probeerde vaak te anticiperen op de breedstaande Costa om die niet te veel op snelheid laten komen, maar dat betekent uiteraard consequenties in het centrum. Renato Augusto kan vrij inlopen tussen Vertonghen, de vermoeide Chadli en Kompany om binnen te koppen.

rugdekking

België speelde met vuur en rond de 80e minuut greep de bondscoach dan toch in. Geen dubbele flank, maar wel extra dekking achterin. Vermaelen erin en een switch naar een soort 5-3-1-1 met Hazard achter diepe spits Lukaku en KDB mee op het middenveld. Niet veel later bracht Martinez verrassend genoeg nog Tielemans als extra middenvelder en niet de balvaste recuperator Dembele. Het werd iets tussen hangen en wurgen in. Tielemans werd in het slot nog te makkelijk voorbijgedribbeld door Costa maar het daaropvolgende schot werd gelukkig uitstekend gepareerd door Courtois. De Belgen konden tevens rekenen op een sublieme Hazard om de wedstrijd dood te maken in de slotfase.

Martinez had vooraf een uitstekend plan uitgedokterd: 3-mansdefensie in balbezit & 4-mansdefensie in balverlies. De spelers voerden de taken heel goed uit maar de balvastheid voorin verdween waardoor de Belgen net voor/na rust ferm onder druk kwamen. Sneller ingrijpen had gekund maar uiteraard alle credits naar de spelers en staff voor deze prima prestatie. Puur op basis van de kansen verdiende Brazilië uiteraard meer (xG Brazilië 2,45 vs xG België 0,45, lees hier alles over xG) maar een beetje geluk is altijd nodig om te stunten. Zelfs met het best uitgedokterde plan geef je tegen een topteam als de Brazilianen namelijk nog wat kansen weg.

Schitterende prestatie van de Belgen, dinsdag wacht Frankrijk dat misschien de meest klinische ploeg is op dit WK. Go Belgium!

Meer WK-analyses!

België-Brazilië: moment van de waarheid

De Gouden Generatie staat voor haar Grote Examen. De ‘eigen keuze’ voor de moeilijke tabelhelft waarbij een kwartfinale tegen Brazilië onvermijdelijk was, werd gemaakt. Dé ontmoeting dus met misschien wel de grote WK-favoriet (samen met Frankrijk). België cruisete door het tornooi maar treft nu voor het eerst in het tornooi minstens z’n evenknie. Het moment om geschiedenis te schrijven?! Een voorbeschouwing.

Lange Bal zag tot dusver 44 van de 56 gespeelde WK-matchen. Zoals altijd zijn er verschillende trends weer te geven: de impact van de VAR, het belang van de spelhervattingen (bijna de helft van de WK-goals), het grote aantal goals vanuit een omschakeling, het feit dat slechts weinig teams nog kiezen voor een achterhoede met 3 verdedigers, etc.

Een ‘kwalijke’ trend was ongetwijfeld de behouden aanpak van een aantal (top)landen. Het gebrek aan trainingstijd bij een nationaal elftal weegt vaak niet op tegen het samenbrengen van ’s lands grootste talenten. Het zorgt ervoor dat de bondscoach logischerwijs zijn team vooral verdedigend op orde probeert te krijgen om dan veelal te focussen op de omschakeling en het individuele talent dat het verschil voorin moet maken.

Dé grote uitzondering hierop vormen ongetwijfeld onze Rode Duivels. Wél met z’n drieën achterin, wél vanuit een duidelijk aanvalsplan met structuur, met veel lef en branie. Eén van de weinige landen die vol op de aanval durft te spelen, niet toevallig het team dat mogelijks het meeste steun krijgt van de neutrale voetballiefhebber. Met een aanvallende xG van 10,49 creëerden onze Rode Duivels tijdens dit WK aanvallend ook het meeste kwalitatief hoogstaande kansen van alle teams. (Lees hier meer over Expected Goals Data)

Met een aanvallende xG van 7,71 staat Brazilië dan weer op de tweede plaats in die ranking, doch Brazilië lijkt duidelijk afhankelijker van de individuele kwaliteit dan van ruimtecreatie, het benutten van die ruimte en duidelijke patronen.

Hoe dan precies? België gaat al twee jaar uit van een aanvallend 3-4-3 systeem met duidelijke patronen en veel drang naar voor. Opvallend daarbij is dat het via de positie van de spelers uiteraard constant tegenstanders aan het twijfelen wil brengen. Veel spelers tussen de linies of die voor diepte zorgen (rood omcirkeld = gevaarlijkste spelers), spelers hoog naast het blok van de tegenstanders (oranje), ploegmaats in het blok van de tegenstander (geel) maar relatief laag en dus niet zo gevaarlijk en tot slot spelers laag buiten het blok van de tegenstander (groen: lees in eerste instantie ongevaarlijk).

positionele structuur

 

Opvallend bij de Belgen dat het steeds probeert 5 gevaarlijke spelers te hebben (rood of oranje). Enkel tegen Japan liet het zich in de eerste fase van de opbouw misschien te veel verleiden tot ‘veilig/ongevaarlijk balbezit’ door het (onnodig?) uitzakken van Witsel in de opbouwfase waardoor het één speler te weinig had in de ‘gele zone’. Toch houdt het steeds 2 oranje en 3 rode spelers in gevaarlijke posities.positionele structuur

 

 

Los van (het blok van) de tegenstander is Brazilië hier gedurende het tornooi over het algemeen een stuk voorzichtiger in. Het gaat altijd uit van een 4-3-3 formatie maar onderstaande situatie is bijvoorbeeld geen uitzondering: 5 spelers in de laatste veilige lijn buiten het blok van de tegenstander komt geregeld voor. Het zorgt ervoor dat de twee flankaanvallers het veld breed houden (oranje) en er dus maar 1 echte gevaarlijke (rode speler) is die uiteraard makkelijk te verdedigen valt.

opbouw Brazilië

 

Een ander euvel binnen het aanvalsplan van Brazilië hangt daar nauw bij samen: de backs (vooral Fagner & Filipe Luis) zijn relatief beperkt in hun aanvalsdrift waardoor de wingers het veld breed houden en er dus weinig aanspeelopties komen in de ‘red zone’. Daardoor worden Neymar en Willian vaak aangespeeld in slechte omstandigheden: namelijk recht op recht langs de lijn terwijl ze kort gedekt worden. Zonder twijfel een belangrijke reden waarom Neymar steeds in het duel terecht komt en dus ook zo veel schoppen krijgt dit WK. Een matige positionele invulling van het elftal die je bij België maar nauwelijks zal zien, qua aanvallende structuur en visie doet dit WK niemand beter dan onze Belgen. Desondanks zijn de versnellingen van de Brazilianen vaak verschroeiend en zijn Willian, Neymar en Coutinho allen in staat de match met één verrassende flits in een beslissende plooi te leggen.

recht op recht inspelen

 

Verdedigend houden België en Brazilië elkaar ook relatief in balans, in defensief opzicht heeft België een xG van 3, Brazilië doet iets beter met slechts 2,33 (en trof waarschijnlijk ook al betere tegenstanders). Primus van de klas hier zijn Frankrijk en Uruguay die elkaar ook vrijdag treffen, kneusjes zijn Rusland en Kroatië die elkaar zaterdag ontmoeten. Los van de xG leeft toch het gevoel dat Brazilië defensief een stuk stabieler is dan onze Belgen met voorlopig slechts 1 geslikt doelpunt tegen Zwitserland en clean sheets tegen Mexico, Servië en Costa Rica. België kon enkel de 0 houden tegen Panama en een geplaatst Engeland, het slikte er 4 tegen Japan en Tunesië. Het feit dat Brazilië in principe meer mensen achter de bal houdt in balbezit, speelt hier uiteraard een rol in. Drie maand geleden schreven we hier overigens al over de toegenomen defensieve stabiliteit bij Brazilië!

Ondanks de 5-mansdefensie, want daarnaar evolueert de 3-4-3 uiteraard in langere periodes zonder balbezit, heeft België twee grote euvels in balverlies. Een echte structuur om bepaalde periodes van de match gericht hoog te pressen ontbreekt ook nog maar dat kunnen we de bondscoach gezien de beperkte trainingstijd uiteraard niet verwijten, op een WK voetbal zijn er amper teams die dat facet beheersen.

1-  1v2 op de flanken

In balverlies wordt de 3-4-3 in principe regelmatig omgetoverd tot een 5-4-1. Echter Hazard en Mertens, die veelvuldig de rol vertolken als inside winger, vullen de defensieve taken niet altijd even goed in. Hieronder zie je een voorbeeld binnen de 5-4-1 waar het relatief blok goed gevormd is. Eens de bal naar buiten gaat naar de backs van de tegenstander is er echter geen of weinig druk op de bal.

Regelmatig zie je dan ook dat de Belgen gedurfd gaan gokken op de omschakeling waarbij het team in twee blokken lijkt uiteen te vallen, in een 5-2 achter de bal en 3 jongens voor de bal (Mertens, Hazard en Lukaku). Uiteraard dé reden waarom we zo gevaarlijk zijn in de omschakeling: vaak kwalitatieve spelers al in een hoge positie op het moment dat we de bal veroveren. Geen enkel ander land doet dit echter en zo zwaar gokken tegen de Brazilianen is waarschijnlijk geen goed idee. Marcelo, indien fit, laten oprukken op de linkerflank en met Neymar op Meunier laten afstormen is mogelijks zelfs suïcidaal te noemen. Japan probeerde dit tegen de Belgen al constant uit te spelen met de oprukkende Nagatomo en Inui tegen Meunier, wat meermaals tot gevaar leidde.

2” voor het 2e tegendoelpunt tegen de Jappaners zie je deze 5-2-3 formatie duidelijk terug: Mertens, Hazard en Lukaku blijven voorin hangen: het team in 2 blokken verdeeld

 

 

 

2-  Gebrek aan dekking/agressiviteit centraal voor de defensie

Een tweede grote probleem is het gevolg van die ondertalsituaties op de flank. Maar al te vaak moet De Bruyne maar vooral Witsel dit ondertal gaan oplossen op de buitenkant waardoor er centraal erg veel ruimte komt voor de tegenstander om in te voetballen. Wanneer er dan toch eens twee mensen voor de defensie spelen, missen deze regelmatig de nodige agressiviteit en onverzettelijkheid. Het tweede doelpunt (zie foto hierboven) van Japan waarbij De Bruyne slentert om Witsel te helpen is de perfecte illustratie daarvan.

Ook de bezetting van de eigen 16m bij flankvoorzetten wordt regelmatig verwaarloosd. Vaak probeert Meunier of Carrasco de voorzet af te blokken, soms met de steun van Witsel of een centrale verdediger. Ook dan durft De Bruyne zijn defensieve taken wel eens te verwaarlozen waardoor een bal van 45° achteruit richting 16m levensgevaarlijk kan zijn. Neymar, Coutinho en Willian lijken ons nu ook niet echt de spelers om daar vrij te laten trappen…

Witsel moet de 1v2 aan de buitenkant corrigeren om flankvoorzet eruit te halen, De Bruyne nergens te bespeuren. Centrale zone (rood) volledig vrij voor een bal achteruit naar inlopende tegenstanders 

 

Als Roberto Martinez er in slaagt om bovenstaande twee defensieve problemen nog te verhelpen in de laatste dagen maakt België zeker een goede kans om vrijdag een stunt te realiseren. Echter, het moet gezegd dat deze problemen al langere tijd zichtbaar zijn binnen het elftal van de Rode Duivels en dat zal zeker niet aan het oog van Brazilië ontsnapt zijn. De offensieve slagkracht en het gevaar in de omschakeling behouden en tegelijk de defensieve problemen verhelpen, is ook niet evident. Het één heeft uiteraard altijd effect op het ander.

Om zoals vele analisten niet enkel met een beschuldigend vingertje te wijzen of in algemeenheden te praten, koppelen we er meteen twee mogelijkheden aan voor onze Duivels. Het ene al dichter bij het huidige plan dan het andere.

 

Plan A

In ons eerste plan kiezen we in balbezit voor de huidige aanvalspatronen van onze Rode Duivels vanuit 3-4-3. Met het motto: wat goed is, moet behouden worden! Echter in balverlies, kiezen we voor een asymmetrische 4-3-3 zoals KAA Gent het destijds deed onder Hein Vanhaezebrouck: namelijk in balverlies meteen omschakelen naar een 4-mansdefensie mét een dubbele flankbezetting. Daarbij wordt Meunier de rechtsachter en geeft hij in de defensie steun aan Vermaelen, Alderweireld en Kompany. Chadli of Carrasco blijft dan iets hoger speler als linkermiddenvelder, terwijl De Bruyne rechtermiddenvelder wordt. Centraal voor de defensie kiezen we sowieso voor Witsel én Fellaini. Lukaku en Hazard kunnen dan hoger op het veld van meer vrijheid genieten en de Belgische counters inleiden.

omschakeling opbouw

Balbezit België 3-4-3

Balverlies België: 4-3-3 -> 4-4-1-1

Voordelen:
+ offensieve patronen blijven behouden

+ Hazard en Lukaku kunnen dreigend blijven in omschakeling

+ meer defensieve slagkracht centraal voor de defensie

+ dubbele flankbezetting in balverlies

 

Nadelen:

– omschakeling naar balverlies: Meunier tijdig terug? Wat met Neymar?

– Vermaelen fit/beweeglijk genoeg voor eventuele 1v1 situatie met Willian?

 

Plan B

In ons tweede plan proberen we de nadelen van plan A te neutraliseren. Hierbij kiezen we in balbezit en balverlies voor een soort 4-3-2-1 formatie. Dit keer met Meunier als ‘vaste’ rechtsachter maar met een rijkelijk gestoffeerd middenveld voor de defensie: Witsel, Fellaini en Dembele. Witsel als slot op de deur centraal. Dembele als nuttige factor in de opbouw én als bewaker van Neymar wanneer Meunier is opgerukt. Fellaini kan in aanvallend opzicht ook meer infiltreren en gevaar stichten in de box. Ook in plan B krijgen Hazard en Lukaku voldoende vrijheid, De Bruyne ook meer dan in plan A.

4-3-2-1

4-3-2-1 opstelling

Voordelen:

+ restverdediging staat goed: Neymar kan worden opgevangen

+ meer vrijheid voor Hazard en De Bruyne in balbezit en omschakelmomenten

+ verrassende infiltraties van Fellaini mogelijk

+ geen dubbele flank maar Dembele en Fellaini kunnen daar voldoende bijspringen

 

Nadelen:

– offensieve automatismen worden deels weggenomen

 

Conclusie

België speelde van alle teams op dit WK voorlopig misschien wel het meest vrank en vrij, steeds vanuit een aanvallende filosofie en duidelijke patronen. Bondscoach Martinez verdient daarvoor uiteraard alle lof. Verdedigend zijn er echter nog serieuze hiaten die de komende dagen moeten weggewerkt worden, we doen hierboven zelf een aantal suggesties. Rest ons enkel nog alle steun te bieden aan de Red Devils, Go Belgium. Tijd om geschiedenis te schrijven!

 

Meer WK-artikels

KAA Gent – Anderlecht (0-0): veel strijd, weinig finesse

Na de Europese uitschakeling en een dramatische competitiestart (1 op 12) werd voor het eerst echt aan de goddelijke status van Gent-coach Hein Vanhaezebrouck getornd. Anderlecht-coach Weiler kreeg na de countertitel van vorig seizoen een klein beetje respijt maar ook het gebrek aan punten bij de Brusselse topclub (4 op 12) zorgt voor druk rondom het Astridpark. Twee elftallen op zoek naar rehabilitatie.

tactiek Gent Anderlecht

Basisteams van KAA Gent & RSC Anderlecht

KAA Gent moest het doen zonder doelman Kalinic en middenvelder Neto die al een tijd buiten strijd is. Vanhaezebrouck greep terug naar z’n bekende 3-4-3, al loopt deze een pak minder sinds de driemansdefensie uitgroeide tot een hype. Zijn elf namen: Thoelen, Gigot, Mitrovic, Asare, Dejaegere, Esiti, Marcq, Machado, Milicevic, Simon, Sylla.

Anderlecht zag Tielemans deze zomer vertrekken en Weiler hield verrassend genoeg ook Dendoncker, midden in transferbeslommeringen, op de bank. Desondanks geen plaats in de basiself voor Trebel en Stanciu, Gerkens kreeg zijn kans. Het basisteam van de bezoekers: Sels, Appiah, Kara, Spajic, Obradovic, Kums, Gerkens, Hanni, Chipciu, Onyekuru en Teodorczyk.

Middenveldpressing Anderlecht

Anderlecht koos exact voor dezelfde aanpak om de Gentse 3-4-3 te bestrijden als een paar maanden terug in PO I, ook deze match analyseerden we eerder. Het koos voor een reactieve aanpak en pressing vanaf de middenlijn. Daarbij zette Teodorczyk druk op de meest centrale verdediger Mitrovic en werd hij geruggesteund door heel wat loopwerk van driehoek op het middenveld van paars-wit.

ruimte tussen linies

Gerkens had drukzetten op Asare maar Gent kan via Mitrovic wisselen van kant. Hanni moet hoog druk gaan zetten en ook Kums verlaat positie centraal. Heel veel ruimte tussen de linies waarvan Sylla profiteert, Spajic pakt een geel in het 1v1 duel

Concreet duwde Anderlecht de opbouw via de Poolse spits richting Asare of Gigot. Op dat moment kwam één van de twee aanvallende middenvelders, Hanni of Gerkens, in beweging om druk vooruit te zetten. De twee centrale middenvelders van Gent werden in die situatie meteen opgepikt door de andere aanvallende middenvelder en Kums die z’n positie voor de verdediging moest verlaten. In de beginfase maakte Gent echter het veld goed groot, zakten de drie centrale verdedigers ver in, waardoor de afstanden voor de bezoekers eigenlijk niet te belopen waren.

Te weinig snelle flankwissels bij Gent

Vanwege die grote afstanden had Gent de eerste helft constant de bal en konden ze via Mitrovic of de middenvelders voortdurend de bal van flank wisselden. De snelheid in de balcirculatie lag bij de thuisploeg echter vaak te laag waardoor het weinig openingen kon creëeren. Ook de crosspasses van Neto worden al een tijd gemist, zowel Esiti als Marcq trapten de flankwissels veel te weinig op de lopende Machado en Dejaegere op de flanken wat uiteraard de sterkte moet vormen binnen de Gentse 3-4-3.

Het moet ook gezegd worden dat deze twee Gentse flanken werden geschaduwd door de flankaanvallers van Anderlecht. Weiler koos dus opnieuw om druk vooruit te proberen zetten maar maakte daarbij geen gebruik van Onyekuru en Chipciu. Beiden werden belast met -wel heel- defensieve taken om constant laag terug te zakken. Mede daardoor waren Dejaegere en Machado weinig gevaarlijk. Die laatste vervulde overigens een stuk de rol die Foket in het verleden op rechts invulde, in balbezit nam hij de hele linkerflank voor z’n rekening in een 3-4-3. In balverlies zakte hij terug tot in de 4-3-3 van waaruit Gent drukzet.

Anderlecht compleet ongevaarlijk

Deze positionele structuur zette Anderlecht wel voor twee grote problemen:
Verdedigend zorgde het er eerst en vooral voor dat er centraal opnieuw een zee aan ruimte was voor onder andere de afhakende Sylla. Deze werd meermaals vrijgespeeld in de voet door Gigot en Asare met een hijgende Spajic in de nek. Een centrale verdediger die in grote ruimtes moet verdedigen, is vaak een gevaar en dat bleek ook snel. Binnen het halfuur kon Spajic er al uitgaan met twee gele kaarten in diverse situaties met Sylla en Milicevic die tussen de linies speelde.

Het tweede probleem van Anderlecht was het gebrek aan gevaar in de omschakeling naar balbezit en laat die counters nu net de grote sterkte zijn van paars-wit, zoals het vorig seizoen ook al bewees. Omdat Onyekuru en Chipciu heel diep moesten verdedigen, waren ze zeker in het begin amper gevaarlijk vanwege de te grote afstand om te overbruggen. Als Kums, Hanni, Gerkensen de bal al eens veroverden maakten ze vaak de foute keuze bij het inspelen, meestal bij gebrek aan snelle aanspeelopties op de buitenkanten. Wanneer er al eens gevaar kon komen, maakten de Gentse spelers op het juiste moment ook de professionele overtreding.

lange bal tactiek

Geen poging tot korte opbouw bij Anderlecht. De vrijstaande Appiah werd amper benut, lange bal richting Teodorczyk en Chipciu.

De korte opbouw is bij Anderlecht al een aantal jaar gebannen en ook vandaag waren er weinig woorden aan vuil te maken. Gent zette met Sylla en Moses druk op het Anderlecht centrale duo Kara-Spajic wat voor veel vrijheid bij Appiah zorgde. Deze werd echter nooit benut, Sels speelde keer op keer de lange bal richting Teodorczyk.

Inbreng Trebel

Het zorgde voor een dominant Gent in de eerste helft dat wel moeilijk tot kansen kwam, enkel op spelhervattingen was het een aantal keer erg dreigend via Milicevic. Een ‘topper’ die op slot zit opengooien, kan ook met een rode kaart moet Vanhaezebrouck gedacht hebben. In de tweede helft wisselden Dejaegere en Milicevic regelmatig van positie: Dejaegere bewoog meer tussen de linies, ongetwijfeld met de bedoeling om in de zone van Spajic tot een tweede gele kaart te komen. Milicevic vulde op zijn beurt de rechterflank in met iets meer voorzetten al leverde dat weinig gevaar op. Ook Dejaegere, die erg goed en snel kan wegdraaien op de korte ruimte, werd eigenlijk nooit gevonden in een 1v1 situatie met Spajic.

Enkel de inbreng van Trebel veranderde uiteindelijk iets aan het wedstrijdbeeld. Anderlecht ging iets agressiever drukzetten en veroverde vaker de bal waardoor het kon counteren. Dat deed het ook driemaal erg gevaarlijk met Onyekuru, Hanni en Bruno in de hoofdrol.

De bizarre tactische keuzes bij Anderlecht zorgden opnieuw voor een gesloten match waarin de duels primeerden. Zelf neutraliseerde Weiler voor een groot stuk het gevaar van zijn eigen team door de positionele structuur. Gent op zijn beurt wilde wel voetballen maar kon onvoldoende tempo maken en mist vooral centraal op het middenveld voetballend vermogen en snelheid van uitvoering. Het maakte ook onvoldoende gebruik van de vele ruimte tussen de linies bij de bezoekers.

Ondanks de puntendeling lijkt Gent de morele winnaar vandaag. Het boette aan individuele kwaliteit in de afgelopen jaren maar het tactische concept blijft overeind en moet de Buffalo’s richting PO I helpen. Anderlecht daarentegen heeft kwaliteit in overvloed maar de spelers lijken gevangen te zitten in het weinig dominante concept waarvoor wordt gekozen. Benieuwd hoe lang dit nog wordt gepikt door spelers, fans en bestuur.

Bouwwerken Leko

Vorig seizoen groeide voor Club Brugge relatief voorspelbaar uit tot een ontgoocheling kort na de langverwachte titel. Succescoach Michel Preud’homme nam afscheid, Ivan Leko werd de verrassende vervanger. Aan de Kroaat om het heilige vuur in Jan Breydel opnieuw aan te wakkeren. Lange Bal herbekeek de vier officiële wedstrijden van FCB tot zo ver en kwam met deze analyse.

“Welk systeem je ook speelt, het moet altijd de bedoeling zijn dat je de bal in die situaties brengt waarin je diepgang kan vinden. Daarom is het minder belangrijk hoeveel spitsen je op het veld hebt staan. Belangrijker is dat je één speler meer dan de tegenstander in de buurt van de bal hebt, zodat je in balbezit blijft en vervolgens in die ruimte kan aanvallen waar je dat wil. Zonder die extra speler vind je nooit oplossingen.”
Ivan Leko in Sport/Voetbalmagazine

Jaren terug kozen teams steevast om met twee centrale verdedigers te spelen. Eenvoudigweg omdat er bij de tegenstander een omschakeling was naar de intussen alom gekende 4-3-3 formatie en dat bovenstaande argumentatie zo werkelijkheid wordt: namelijk 2 centrale verdedigers tegen 1 spits van de tegenstander, zowel in de opbouwfase als in het verdedigende deel van de match is deze meerderheidssituatie dus erg handig.

De laatste jaren zijn er echter meer en meer teams die ervoor kiezen om met twee spitsen te spelen of toch zeker druk te zetten met twee spitsen (vaak een diepe man gesteund door aanvallende middenvelder), waardoor de meerderheidssituatie achterin automatisch verdwijnt. Tegelijk met deze ontwikkeling, kenden we de revival van de 3-mansdefensie als antwoord hierop.

tactiek Club Brugge

Meest gebruikte basiself van Leko

Ivan Leko bekijkt naar eigen zeggen 5, 6 wedstrijden uit verschillende competities op een vrije dag om bij te leren. Het lijkt dan ook relatief duidelijk dat hij inspiratie op deed voor zijn huidige 3-4-3 in binnen- en buitenland.  In eigen land loodste z’n collega Hein Vanhaezebrouck Gent naar een titel en een knappe CL-campagne met een aanvallende 3-4-3 in balbezit. In het buitenland raakte de Kroaat dan weer ongetwijfeld gecharmeerd door de defensieve organisatie van Chelsea in Contés 3-4-3, gecombineerd met de aanvallende speelstijl van Tottenham ook vaak uitgaand van een driemansdefensie.

 


Opbouw van achteruit

Wanneer mogelijk wil Club Brugge voor een korte, zorgvuldige opbouw van achteruit kiezen. Als het, zoals hierboven reeds aangehaald, speelt tegen een team dat drukzet met één of twee aanvallers heeft het automatisch een mannetje meer achterin. Met ook nog eens de keeper die moet deelnemen aan deze opbouw, wil blauw-zwart deze meerderheid uitspelen om de bal snel vooruit te kunnen spelen tussen de linies.

2. Opbouw back zoeken.png

De tegenstander zet druk met drie aanvallers (witte cirkel). De rechteraanvallen geeft druk op Denswil, hij krijgt voldoende tijd om de vrijlopende De Bock aan te spelen op de buitenkant.

Het gros van de tegenstanders van Club Brugge paste zich intussen reeds aan en probeert met drie aanvallers vanuit een 4-3-3 druk te zetten op de verdedigers van Club. Tegen de minder gerenommeerde tegenstanders als Lokeren wist blauw-zwart daar relatief makkelijk omheen te spelen. Meestal is het namelijk de spits die bij de meest centrale verdediger van Club staat en de flankaanvallers van de tegenstander die de andere verdedigers onder druk proberen zitten. Wanneer deze timing niet perfect zit, hebben de centrale verdedigers echter net de tijd om de bal aan te nemen en door te spelen naar de linkerflank of rechterflank die vaak voldoende ruimte hebben om de bal te krijgen.

 

Wanneer er geen hoge druk is, krijgen de troepen van Leko rustig de tijd om de bal rond te spelen. Omdat de centrale middenvelders Vormer en Nakamba in die situaties meestal weinig tijd krijgen, wachten de verdedigers het moment af om de bal verticaal tussen de linies in te spelen op de flankaanvallers die naar binnenkomen, meestal Refaelov of Dennis. Tegen Lokeren zorgde deze schitterende opbouw tevens voor het 2e  doelpunt. Een kopietje van het trainingsveld in de praktijk gebracht op Daknam.

3. Goal na opbouw.png

Engels vindt Refaelov tussen de linies die meteen kan opendraaien en diepspelen op Dennis die scoort.

Tegenstanders die beter georganiseerd staan, agressiever en met meer explosiviteit voorin hoog druk zetten, bezorgen Club veel meer problemen. Vooral Basaksehir slaagde daar in eigen stadion erg goed in. De 3 Turkse aanvallers zorgen voor veel druk, Club slaagt er zo niet meer in een meerderheidssituatie te creëeren en speelt terug op de doelman. Horvath blonk de voorbije weken echter niet meteen uit in het uitvoetballen en trapte de ballen dan maar vaak ver weg. In die situaties ontbeert het Club Brugge momenteel ook nog aan een sterke, balvaste spits die in staat is om de bal bij te houden en z’n ploegmaats te laten aansluiten.

4. Lange bal.png

Basaksehir zet agressiever en sneller druk voorin met drie mensen. Ook Vormer is niet aanspeelbaar op het middenveld waardoor we voortdurend de lange bal zien terugkomen.

‘Voetbal is een spel van ruimtes. Hoe creëer je die, hoe verover je die, hoe kom je eruit om via een andere ruimte weer aan te vallen? Daar moeten trainers oplossingen voor aanreiken. Weten hoe je moet aanvallen, is zeer belangrijk. Dan praat je over het simultaan bewegen van drie à vier spelers, niet eentje. Omdat een speler die beweegt ruimte maakt voor anderen. Zo creëer je offensief spel.’
Ivan Leko in Sport/Voetbalmagazine

Aanvallen
De grote sterkte van het 3-4-3 systeem dat Leko beoogt is de samenwerking tussen de oprukkende flankspelers en de ‘inside wingers’ (= de flankaanvallers die meer vanuit het centrum en de halfspaces opereren). Dat er nog veel ruimte is voor verbetering, tonen ook de cijfers aan. Slechts 30% (3 van de 10) van de gemaakte goals tot zo ver kwamen voort uit het open veldspel (lees: combinaties, indvidiuele acties) en daar rekenen we dan ook de goal bij van Dennis tegen Eupen hoewel die misschien meer voort kwam uit een omschakeling.

De andere goals kwamen er na een snelle omschakeling (2 goals) of uit spelhervattingen (5 goals!). Efficiëntie is een grote kwaliteit maar het moge duidelijk zijn dat weinig kansen creëren en toch veel scoren eerder zeldzaam is. Als teams het een volledig seizoen volhouden (zoals Leicester City bijvoorbeeld in het kampioenenjaar) kan het succes opleveren maar men mag er zich zeker niet op blindstaren want ook een portie geluk gaat gemoeid bij efficiëntie. Werk aan de winkel dus.

Geen flankwissels
Een eerste grote manco in de voorlopige invulling van de speelwijze is het compleet gebrek aan snelle flankwissels. De grote kwaliteit van oa. Gent in het kampioenenjaar, Chelsea, en andere teams waren de snelle crosspasses van de centrale middenvelders richting de lopende flankspelers op de andere kant. In het geval van Club komen er dus amper bruikbare ballen van Vormer en Nakamba richting de lopende Palacios en De Bock/Touba.

Dit heeft enerzijds te maken met de beperkte aanspeelbaarheid en dito handelingssnelheid van beide centrale middenvelders. Nakamba toont zich in de eerste plaats een meester in de balrecuperatie en minder een meester aan de bal. Vormer moet zijn gekende infiltratievermogen in dit systeem vooral inruilen voor een rol als spelmaker, maar daar liggen de grootste kwaliteiten van de Brugse captain zeker niet. Of ook de mensen op de flank de ideale wapens zijn om aanvallend beslissend te zijn is een terechte vraag.

Ook de samenwerking op de flank treft hier echter schuld. Refaelov en Dennis kiezen te vaak positie in de as van het veld waardoor de backs van de tegenstanders niet tot een keuze worden gedwongen. Zij moeten namelijk het slachtoffer worden van hun eigen keuze: doordekken op Refaelov/Dennis of toch maar opvangen van lopende speler? Dit is nog niet het geval, ze kunnen rustig in positie blijven, anticiperen op de crosspass en deze makkelijk onderscheppen als die toch zou komen. Als de inside wingers vanuit de halfspace zouden spelen, zou de tegenstander echter meer voor deze keuze gesteld worden en zouden de crosspasses dus ook meer doel vinden. In onderstaand beeld zie je de centrale positie van Refaelov die de bal niet kan krijgen. Daardoor kan linksback Clichy al anticiperen op een eventuele wisselpass die hij dan zou kunnen onderscheppen.

5. Samenwerking flank.png

Refaelov staat te centraal waardoor die automatisch gedekt wordt door een centrale middenvelder. Dat zorgt ervoor dat linksback Clichy al kan anticiperen op een eventuele crosspass op Palacios aan de buitenkant.

Wachten op kracht/snelheid van Wesley/Diaby
De samenwerking tussen de drie aanvallers voorin is dan weer iets te wisselvallig. Het 3-4-3 systeem leent zich vooral tot intelligente en creatieve voetballers op de korte ruimte in combinatie met, zoals eerder aangegeven, lopende spelers op de buitenkant. Het is geen toeval dat er bij de aanvallers waarmee Gent succes boekte altijd 2 intelligente spelers bij waren (Depoitre en Milicevic), net zoals Chelsea (Pedro en Hazard) en Tottenham (Kane, Alli en Eriksen). Momenteel leken noch Refaelov en Dennis zich echter in dat keurslijf te willen laten steken. In het geval van die laatste misschien maar goed ook.

Belangrijk in de samenwerking voorin is een constante wisselwerking in een driehoek: tussen de spits, de inside winger en de lopende flankspeler. Wanneer bijvoorbeeld Vossen op rechts afhaakt, kan Refaelov centraal in de diepte duiken en Palacios in de hoek. Wanneer op links Vossen bv diep loopt, kan Dennis afhaken tussen de linies en de linkermiddenvelder meters maken langs de lijn. Perbet werd op dat vlak na één match al afgeschreven, Vossen toonde iets meer vooruitgang in het samenspel voorin. Met Refaelov, Vossen en Dennis is er echter te weinig snelheid en kracht in de ploeg. Op dat vlak lijkt de inbreng van Diaby of Wesley als centrale spits alvast een must om de Brugse aanvalsmachine op gang te krijgen. Al is het dan maar weer de vraag of de looplijnen van de coach nog voldoende worden opgevolgd.

6. Alledrie in de bal.png

Drie spelers komen allemaal in de bal op het moment dat Denswil wil inspelen. Daardoor moet Vormer voor diepte zorgen, maar die komt van heel diep geïnfiltreerd en kan onmogelijk op tijd gevaarlijk worden.

‘Aanvallen met 6 spelers, verdedigen met 10 spelers’

 

Verdedigen
Leko houdt van de manier van spelen van Tuchel, Pochettino,etc. en dat weerspiegelt zich in de eerste fase bij balverlies. Hij wil de Clubspelers zo hoog mogelijk druk laten zetten zodat de tegenstander de bal opnieuw verliest en blauw-zwart zo dicht mogelijk bij het doel van de rivaal een nieuwe aanval kan opzetten. Tegen Basaksehir ging dat in de beginfase goed op volgende manier: de inside wingers zetten druk op de centrale verdedigers, met daartussen de spits die ging doorjagen op de keeper als die de bal teruggespeeld kreeg. Daardoor werd door de Turken in de openingsfase vaak de lange bal gehanteerd, al werd die nog regelmatig bijgehouden door Adebayor voorin. Toch oogde de balans op dat vlak erg positief.

7. Hoge pressing.png

Beide inside wingers geven druk op de centrale verdedigers, waardoor Perbet kan doorjagen op de keeper. De Turken zijn verplicht om de lange bal te hanteren.

Het grote probleem voor Club ontstaat echter op het moment wanneer het er niet in slaagt de bal te veroveren na hoge pressing. Vanwege de formatie en de gekozen speelwijze, zakt Club daardoor in een lager blok in 5-4-1 met Dennis en Refaelov als flankmiddenvelders. De vijf verdedigers zorgen er in theorie voor dat de volledige breedte van het veld makkelijk verdedigd zou moeten kunnen worden, zeker door de steun van de vier middenvelders. De praktijk zegt echter iets anders.

Van zodra Club wat ingedrukt geraakt, heeft het momenteel eigenlijk maar één optie: allemaal samen laag inzakken en rustig afwachten om de bal te recupereren na een slechte pass van de tegenstander of balverlies na een mislukte dribbel. Als het dat doet, nogal passief en gegroepeerd afwacht, geeft het op dit moment weinig ruimte weg. Wat uiteraard goed is.

Wanneer Club daarentegen vanuit de 5-4-1 probeert om ook effectief agressief druk te gaan zetten, worden de ruimtes te groot, lopen spelers uit positie en anticiperen spelers niet op de situatie waardoor tegenstanders gevaarlijk worden. Dit gebeurt vooral in de as van het veld waar Vormer en/of Nakamba soms het moment volledig verkeerd kiezen om druk te zetten vooruit.

Veeleer gebeurt het echter dat deze wel het juiste moment kiezen om te pressen maar dat de centrale verdedigers niet aansluiten. Ook durft amper één van deze drie centrale mensen uitstappen terwijl dat net het voordeel is van de meerderheidssituatie achterin: anticiperen, pro-actief gaan handelen en problemen voorkomen vooraleer ze ontstaan. En net daarin is Club achteraan nog te onvolwassen. Ook de tegengoal, hieronder afgebeeld, is hiervan het gevolg.

8. Verdedigen.png

Linkeraanvaller Elia krijgt veel ruimte tussen de linies, Mechele stapt niet (of veel te laat) uit op de aanvaller. 

9. Verdedigen.png

Op het moment dat Club Brugge opnieuw compact staat, ontstaat het probleem van druk op de bal door het ontbreken van een echte 10. Daardoor moet Club opnieuw georganiseerd afwachten.

10. Verdedigen.png

Tot tweemaal toe komt een Turkse middenvelder in schietpositie zonder veel druk. De tweede speler die de bal krijgt kan zonder druk van een uitstappende centrale verdediger (hier Engels) op doel trappen en scoren.

Omschakelmomenten

 Wanneer Club erin slaagt de bal te veroveren op de helft van de tegenstander zijn ze wel op z’n gevaarlijkst. 20 à 30% van de goals kwam er al nadat Club de bal hoog recupereerde en snel omschakelde richting het doel van de tegenstander. Vooral Dennis is met zijn snelheid, techniek en loopacties enorm gevaarlijk. Meestal zijn Refaelov of Vormer in deze situaties het doorgeefluik om de Nigeriaan voor doel te zetten, zoals hier tegen Lokeren.

 

11. Goal na omschakeling.png

Balrecuperatie centraal op het middenveld en Vossen wordt ingespeeld. Die kan meteen Dennis lanceren die scoort.

Wanneer Club echter vanuit het lage 5-4-1 blok opereert, kent het moeilijkheden om er uit te komen op de counter. Vooral omdat het dan volledig afhankelijk is van de diepe spits en Vossen/Perbet zijn nu eenmaal niet de aanvallers met pure snelheid of de kracht om de bal bij te houden tegen de betere tegenstanders. 

Besluit
Het mag duidelijk zijn dat Ivan Leko aan een gewaagde maar erg interessante vernieuwing is begonnen bij Club Brugge. Zijn doelstellingen zijn duidelijk: dominant voetbal met een snelle balcirculatie, lopende mensen op de buitenkant en hoge pressing in balverlies. Momenteel lijken z’n spelers echter nog niet de intelligentie te hebben om allemaal mee te zijn in het verhaal waardoor Club z’n wil enkel nog maar kon opdringen tegen de kleinere ploegen.

Tegen de topteams wordt blauw-zwart te vaak teruggedrongen en in die situaties lijkt het systeem, dat dominantie beoogt, vooral reactiviteit teweeg te brengen. Of het leidt tot pressing waardoor de tegenstander makkelijk heen kan voetballen wat tot onvrede leidt op de Brugse tribunes. Het is afwachten hoe de spelers Leko’s betoog de komende weken oppikken en welke transferactiviteiten er nog voor de deur staan. Het systeem en Leko’s verhaal lijken zeker z’n kans te moeten krijgen, wanneer er in september nog geen beterschap is, past hij ongetwijfeld zijn verhaal wat aan zoals bij STVV.

Vrijdag 20.30: SV Zulte Waregem – Club Brugge