Standard Luik – KAA Gent (0-3): Plan Ferrera werkt opnieuw 1 helft

Met 13 op 18 en winst tegen KRC Genk in de halve finale van de beker, timmerde Standard aan de weg terug naar boven. Ook KAA Gent speelde met vertrouwen na knappe zeges tegen Anderlecht & Club Brugge. De heenwedstrijd, één van de eerste matchen van Ferrera, ging gelijk op maar werd in een beslissende plooi gelegd door Dino Arslanagic die rood pakte en zo Gent mee naar de overwinning leidde.   

 

tactiek Gent Standard

Basisopstellingen Standard Luik & KAA Gent

Yannick Ferrera was de heenmatch duidelijk nog niet vergeten en hij koos deels voor dezelfde aanpak als eind september. Toen werd het een 5-3-2, nu was het uitgangspunt een 4-3-3 die in balverlies heel hard leek op de tactiek uit die eerste confrontatie. Hubert stond nog in doel in afwachting van Victor Valdes met voor zich Fioré, Kosanovic, Scholz en Goreux. Yatabaré, Trebel, Enoh, Jr Edmilson, Dossevi en Emond waren de andere namen.

Bij Gent weinig verrassingen met dezelfde namen en hetzelfde spelsysteem als anders. Vanhaezebrouck stuurde volgende 11 spelers de wei in: Sels; Asare, Mitrovic, Nielsen; Deaux, Kums, Dejaegere, Foket; Milicevic, Moses Simon, Depoitre.

Enkel 4-3-3 op papier
In de openingsfase kregen de bezoekers het balbezit cadeau van Standard. Ferrera’s tactiek, deels gestoeld op het voetbal van Atlético Madrid, bestond er opnieuw in zijn ploeg iets over de middenlijn te posteren om van daaruit de bal te proberen recupereren om toe te slaan op de counter met snelle, opportunistische aanvallers. Wanneer het drukzetten niet slaagde of te veel tijd in beslag nam, maakten de Rouches vaak een overtreding om het vloeiende positiespel van de Gentenaars even te onderdrukken.

Standard startte op papier dan wel vanuit een 4-3-3, bij de opbouw van Gent transformeerde dit volledig. Dossevi, eigenlijk rechterflankaanvaller, kwam voorin naast Emond te spelen. Die twee kozen positie tussen Mitrovic en zijn twee collega-centrale verdedigers, Emond stond meestal tussen Mitrovic & Nielsen, terwijl Dossevi postvatte tussen Mitrovic & Asare. Mitrovic kreeg de bal en van zodra hij de bal naar buiten speelde zetten Dossevi & Emond snel druk om Gent tot de lange bal te dwingen. Ondertussen kreeg Jr Edmilson de taak om als linkerflankaanvaller volledig terug te zakken om Foket af te stoppen.

Op het middenveld was de taakinvulling eenvoudig: Yatabaré (op Kums) en Trebel (op Deaux) dekten zo snel als mogelijk door om druk te zetten op de centrale middenvelders van Gent. Wanneer de ‘valse wingers’ in de bal kwamen, werd er doorgedekt door de centrale verdedigers van Standard. Indien Simon of Milicevic te veel naar het middenveld kwam, nam Enoh de taak van zijn verdedigers over. Dit alles lukte uitstekend in het openingskwartier waardoor de bezoekers zich genoodzaakt voelden (te) snel diep te spelen richting Depoitre. Uiteindelijk resulteerde dat in veel duels, het spel dat veel stillag en amper doelgevaar.

Strijdtoneel op één flank
Naarmate de wedstrijd vorderde kwamen er meer openingen en staken beide teams regelmatig de neus aan het venster. Het werd ook al duidelijk dat de match zou beslist worden op één flank, namelijk de rechter van Standard & dus de linkerzijde van Gent. De andere flank zat op slot met Edmilson die makkelijk Foket uit de wedstrijd hield maar zo zelf ook niet aan voetballen kwam.

Standard probeerde vooral te dreigen door snel diepte te zoeken in de rug van de driemansdefensie van Gent. Het waren vooral Goreux, Yatabaré en Dossevi die afwisselend voor infiltraties zorgden op de rechterkant wat tot enkele kleine kansjes leidde. Uiteindelijk was het gevaar nog relatief beperkt, Standard stond centraal op het middenveld immers in koppeltjes door de pressing die ze voerden, waardoor daar ook niemand aanspeelbaar was als het zelf in balbezit kwam. De diepte in met Dossevi, Goreux en Yatabaré was daardoor de enige oplossing.

Goreux in de problemen
Ook de bezoekers creëerden zo goed als al het gevaar op die linkerflank, vooral in de tweede helft.
Dit was vooral te danken aan de uitstekende wisselwerking tussen Simon & Dejaegere. Steeds infiltreerde er één van de twee centraal, terwijl de andere ook hoog maar breed bleef. Op die manier werd Goreux voortdurend in een 1v2 situatie gedwongen en kwam hij dus in de problemen. Tegelijk hielden Depoitre en Milicevic (vaak heel hoog) beide centrale verdedigers bezig. Dit was ook de schets van de 0-1 waarin Simon de actie naar binnen maakte en Goreux met zich meelokte om nadien Dejagere breed (en helemaal vrij) aan te spelen die de assist op Depoitre verzorgde.

In de tweede helft durfden de verdedigers van Gent ook de 3v2 situatie in de opbouw meer uitspelen en indribbelen naar het middenveld om van daaruit de bal voorwaarts te spelen. Ook Mitrovic schoof centraal geregeld in wat in combinatie met meer variatie op de linkerflank & Depoitre die zich beter in de match knokte, ervoor zorgde dat Gent na tien minuten in de tweede helft de match al kon beslissen.

In balverlies liet de veldbezetting van Standard ook toe om makkelijk onder druk gezet te worden. Zowel Dejaegere als Simon gingen hoog storen: één van hen zette druk op de centrale verdediger aan de bal, terwijl zijn ploegmaat snel druk kon zetten op Goreux als die werd aangespeeld. Centraal op het middenveld zaten Yatabaré & Trebel vast bij Kums & Deaux omdat ze zelf dicht bij hen in de buurt gingen staan. Daarom werd er vaak lang gespeeld wat Gent kon oplossen gezien de 3v2-situatie.

Kums maakte nog de 0-2 van op afstand, Dejaegere –opnieuw in de rug van Goreux- zorgde met een kopbal voor de eindstand 0-3.

Eigen aanvalsspel verloochend
Gent gaf opnieuw een masterclass in balbezit met een verzorgde opbouw van achteruit, veel positiewissels en voortdurende infiltraties. Standard paste zich aan en kon in de beginfase de Gentse aanvallen makkelijk afweren. Het blijft echter zoeken naar een ploeg die het Gentse positiespel kan neutraliseren zonder het eigen aanvalsspel te verloochenen.

De beste voorbeelden hiervan waren KV Mechelen in 5-2-3 (1-0 winst in eigen huis), Zulte Waregem (2-2 uit) in 4-3-3 en Charleroi (1-3 uit). De belangrijkste overeenkomsten tussen deze wedstrijden was dat de tegenstanders van Gent durfden spelen met 3 drie aanvallers die snel vooruit druk zetten op de 3 centrale verdedigers en tegelijk snel zorgden voor diepgang bij balverovering. Hoge pressing, Gent dwingen tot een lange bal en achterin 90’ gefocust de strijd aangaan en de duels winnen, bleek tot op heden de enige succesformule om de kampioen te verslaan. Benieuwd wie de volgende ploeg is die met het nodige lef de troepen van Vanhaezebrouck uitdaagt…

Samenvatting Stadion

Meer binnenlands voetbal

 

Genk – Zulte Waregem (2-1): allebei vol voor 3 punten

Met nog 9 speeldagen te gaan, kon KRC Genk de comeback richting PO I inzetten. De defensieve stabiliteit voor nieuwjaar bleef overeind, het Limburgse bestuur investeerde fors om de aanvallende gebreken op te lossen. Essevee stond dan weer op een knappe 5e plaats. Zo veel mogelijk punten pakken om de oprukkende concurrentie achter zich te houden, was de boodschap.

tactiek Genk Waregem

Basisploegen van KRC Genk & SV Zulte Waregem

Peter Maes miste enkel Castagne, Walsh werd rechtsachter. Buyens en De Camargo zaten op de bank, Ünal moest zelfs in de tribune postvatten. Genk startte de match in een 4-3-3 met Bizot; Tshimanga, Kabasele, Dewaest, Walsh; Ndidi, Malinovsky, Pozuelo; Bailey, Buffel, Kebano.

Francky Dury gooide nieuwkomers Dalsgaard en Poletanovic meteen in de ploeg. Ook hij opteerde voor een 4-3-3 met volgende namen: Bossut; Verboom, Diallo, Sami, Dalsgaard; Poletanovic, Lepoint, De Ridder; Kaya, Buyl, Leye.

Infiltrerende Malinovsky & Pozuelo
Genk probeerde verzorgd op te bouwen van achteruit met Bizot die inspeelde op één van zijn centrale verdedigers. De backs Walsh & Tshimanga rukten heel hoog op en maakten zo ruimte voor één van de aanvallende middenvelders Malinovsky & Pozuelo die regelmatig laag de ballen kwamen ophalen. Ook Buffel & Bailey probeerden op het gepaste moment naar binnen te komen om man-meersituaties te creëren.

Essevee probeerde het vast te zetten met twee voorin, De Ridder kwam naast Leye spelen om druk te zetten op de centrale verdedigers van Genk. Omdat de verdediging & het middenveld van de bezoekers in de beginfase iets te ver uit elkaar speelden, konden de Limburgers een aantal keren goed opbouwen. Het werd in die gevallen vooral gevaarlijk met de dieplopende Walsh op rechts, de infiltrerende aanvallende middenvelders Malinovsky & Pozuelo en uiteraard ook met de snelheid van Kebano. Die laatste, aanvallende middenvelder van oorsprong, verraste met vaak schitterend getimede loopacties in de rug van de verdediging van Zulte Waregem.

Bovenstaande patronen zorgden ook voor de eerste grote kans: Kebano die de bal vraagt in de korte diepte in de rug van de Essevee-defensie en Walsh vindt. De rechtsachter brengt de voorzet op de infiltrerende Pozuelo die op de paal trapt. De 1-0 kwam er dan weer na een slechte vrije trap van Kaya waarna Genk Kebano het straatje instuurt. Bossut redt eerst nog knap, maar Ndidi is goed gevolgd om binnen te trappen.

Kaya spelmaker vanaf de vleugel
Halfweg de eerste helft nam SVZW het initiatief over. Het acteerde in balverlies beter als ploeg en veroverde daardoor meer ballen, waardoor het meer balbezit verkreeg. Vooral de pressing vanuit het middenveld was zeer agressief: De Ridder hielp Leye mee de opbouw van de Genkies te verstoren, ook Lepoint ging vaak erg hoog storen wat zorgde voor veel balrecuperatie.

In balbezit zorgde Buyl voor gevaar met individuele acties op de rechterflank. De collectieve acties startten vooral bij het vrijlopen van Kaya. In zijn rol als spelmaker, vanaf de vleugel, trok hij als vanouds geregeld op gepaste moment naar binnen. Als hij wordt vrijgespeeld, het signaal voor Verboom om op te rukken op links, voor De Ridder en Buyl om centraal de doorsteekpassjes te proberen ontvangen. En voor Leye en Lepoint dan weer het ideale moment om hogere voorzetten te proberen binnen knikken. Uiteindelijk is het ook die laatste, wel met de voet, die voor de 1-1 zorgt.

Bij dat patroon lagen tegelijk ook de mogelijkheden voor Genk: want wanneer Kaya de bal een aantal keer simpel verspeelde, liet Essevee ruimte openliggen voor de omschakeling.

Terwijl Genk voor rust kort trachtte op te bouwen, kozen de bezoekers voor direct spel. Bossut trapte, zeker op rechts, meestal lang op Leye. De kapitein won meerdere duels en probeerde steevast te verlengen om De Ridder en Buyl in de diepte te sturen. Deze aanpak bleek wedstrijdbepalend, want al snel liep Tshimanga op zo’n fase tegen geel aan. Na 35’ mocht hij al gaan douchen met een rood karton. Essevee nam het initiatief volledig over en kon voor rust nog op voorsprong komen maar verzuimde te scoren.

Peter Maes Genk tactiek

Peter Maes herschikte zijn ploeg aan de rust

Na de rode kaart
Maes herschikte de pionnen aan de rust: hij koos voor een soort 4-3-2 in balverlies met Pozuelo die naast, of in balbezit net achter, diepe man Kebano kwam te spelen. Bailey werd eerder al geslachtofferd voor linksback Hamalainen. Malinovsky & Buffel deden het loopwerk op het middenveld in hun rug gesteund door Ndidi.

Zulte Waregem koos in de opbouw niet meer voor de lange bal richting Leye, nu probeerde het voetballend de man-meersituatie uit te buiten. Dit verliep echter iets te wisselvallig en leidde meermaals tot balverlies & tot een te trage balcirculatie. De Genkse middenvelders sloten goed aan bij hun twee aanvallers en konden zo samen de opbouw van de bezoekers goed verstoren. Daardoor was het Genk dat met een man minder verrassend hoog bleef pressen en zo de wedstrijd naar zijn hand zette in het derde deel van de partij.

Omhaal Karelis
Naar het einde van de wedstrijd toe gooiden beide teams de registers open voor een o zo belangrijke 3-punter. Bij Zulte Waregem kwam het gevaar voornamelijk van de infiltrerende De Ridder, Lepoint en de backs. Storm verknoeide meerdere mogelijkheden met een slechte individuele actie. Bij Genk zorgde Kebano samen met de ingevallen Karelis dan weer voor diepgang en druk vooruit, net als Walsh die ondanks de minderheid mee ten aanval trok. Kabasele speelde nog even voor doelman maar zijn handsbal werd niet bestraft met een penalty voor Zulte Waregem. Niet veel later scoorde de kersverse aanwinst Karelis met een omhaal de beslissende 2-1.

Uiteindelijk een heel open partij met twee ploegen die vol voor de overwinning gingen. Een draw had een billijke uitslag geweest, maar het is Genk dat met een overwinning met 10 man een mentale boost krijgt. Zulte Waregem brengt fris voetbal, maar slikt nog te veel doelpunten. De strijd om PO I ligt opnieuw volledig open, de neutrale fans wrijven zich in de handen.

 

Meer Belgisch voetbal

Hier komt samenvatting van Stadion

Leicester City: The Italian Job

“Onze conditie is uitstekend. We moeten lopen: net zoals Forrest Gump. Run, run, run”. Zo verklaarde de Italiaanse coach Claudio Ranieri het succes van zijn Leicester City. Vorig jaar maar nipt in de Premier League gebleven en dit seizoen als leider de kerstperiode in, uniek. De succesformule is wel net iets gecompliceerder dan Ranieri laat blijken.

Leicester kon zich vorig seizoen in extremis behoeden voor degradatie naar The Championship. Om die lange doodsstrijd een tweede jaar op rij te vermijden moest kwaliteit & organisatie in huis gehaald worden. En daarvoor kwam in juli de Italiaan Ranieri, ex-Chelsea, Valencia, AS Roma,… De nieuwbakken coach stelde 40 punten voorop, het aantal dat in theorie voldoende is voor een verlengd verblijf in The Premier League. Intussen is Leicester de sensatie over het Kanaal met 38 punten en een voorlopige leidersplaats na 18 wedstrijden. In een platte 4-4-2, met een speelstijl gelijkend op Atlético Madrid & Standard Luik, op zoek naar eeuwige roem…

Leicester City opstelling

Basisploeg Leicester City

Stugge organisatie
In balverlies kiezen The Foxes voor een medium blok. De twee spitsen zakken terug tot kop van de cirkel, de rest van de ploeg vat daarachter post in twee lijnen van vier. De onderlinge afstanden tussen de linies (in de lengte) worden beperkt tot 8 à 9 meter. Daardoor is het moeilijk voor de tegenstander om iemand vrij te spelen tussen de linies. Als een speler de bal daar dan toch ontvangt, krijgt die bij zijn eerste balcontact al meteen felle druk van één of meerdere spelers van Leicester te verwerken.

De 2 aanvallers, Jamie Vardy & Shinji Okazaki zetten in principe slechts in beperkte mate druk op de centrale verdedigers van de tegenstander. Het is meestal wachten tot de bal naar een flankverdediger gaat om dan samen druk te zetten met de flankmiddenvelders: Riyad Mahrez & Marc Albrighton. Zij dwingen de tegenstander tot indribbelen (om dan het duel zelf aan te gaan) of tot een lange bal. Die lange ballen worden centraal meestal makkelijk afgeweerd door het krachtige & kopbalsterke duo Robert Huth & Wes Morgan. Het doel is echter vooral om de tegenstander een korte pass centraal te laten spelen en die bal op het middenveld te veroveren om dan snel uit te breken en Vardy of Mahrez in de diepte te sturen.

Er valt ook een enorme bereidwilligheid, om het blok ten allen tijde klein te houden, op te merken. De flankmiddenvelders kijken op geen meter & sprinten indien nodig 5x na elkaar terug tot de eigen achterlijn om lopende spelers op te vangen. Ook de twee aanvallers zakken diep mee terug wanneer de tegenstander voetbalt op de helft van Leicester. In dat geval kiest 1 van hen meestal positie bij de verdedigende middenvelder het dichtst bij de bal, de overgebleven aanvaller (vaak Vardy) blijft dieper.

Barstjes
Dit alles zorgt ervoor dat de ruimte tussen de linies & ook de ruimte in de rug van de eigen (trage) verdediging beperkt blijft, waardoor tegenstanders vaak hun tanden stukbijten op de stugge organisatie van Leicester. Wanneer het ongeduld bij bezoekers begint te groeien, wrijven de troepen van Ranieri zich in de handen om het extra balverlies dat daaruit voortvloeit genadeloos af te straffen. Motor op het middenveld, zeker in balverlies, is N’Golo Kanté. De kleine, explosieve Fransman anticipeert uitstekend en zet druk waar nodig. Bovendien is hij technisch goed onderlegd. Twee jaar geleden speelde hij nog in de Ligue 2, maar een plaatsje in de selectie van Les Bleues op het EK lijkt dichterbij te komen.

De defensie van The Foxes vertoont af en toe echter ook wat barstjes, vooral in de rug van de flankverdedigers liggen kansen. Wanneer tegenstanders hun back hoog durven laten inschuiven en de flankaanvaller naar binnen laten trekken, durft de flankverdediger van Leicester al eens doordekken. Regelmatig doet die dat in al zijn enthousiasme te vroeg (wanneer de pass nog niet is vertrokken), waardoor beweeglijke aanvallers daarvan gebruik kunnen maken om de bal te vragen in de ruimte in de rug van de backs. De statische Huth & Morgan zijn daarenboven nooit happig om die aanvaller te volgen en blijven dan veelal in het midden om het centrum te beschermen. Ook de buitenspelval zullen ze nooit openzetten, wat dus zeker mogelijkheden opent voor snelle pocketspelers.

De voor het overige knappe organisatie zorgt er vanzelfsprekend voor dat de tegenstander weinig ruimte krijgt en dus steeds in de duels moet voetballen. Dat doen de troepen van Ranieri uitstekend, geen enkele andere Engelse ploeg haalde een hoger % geslaagde tackles en intercepties. En dat brengt ons bij het balbezit…

Geen balbezit nodig
Het verhaal “Leicester in balbezit” is eigenlijk een pak bondiger dan in balverlies. Van een korte, verzorgde opbouw van bij doelman Kasper Schmeichel is bij de minste druk geen sprake meer. Er wordt nooit risico achterin genomen met de weinig technische verdedigers in het achterhoofd. Meteen een lange bal richting Vardy of Okazaki, dat is de eenvoudige richtlijn die Ranieri meegeeft.

Leicester City rekent bovenal op de snelle counter. Balverovering betekent zo snel mogelijk diepspelen, in de rug van de verdedigers, richting de aalvlugge Vardy. Met een topsnelheid van 35.4km/u is hij dit seizoen de snelste speler in de Premier League en bezorgt hij menige defensies een verkoudheid.

Indien de diepe bal op Vardy moeilijk te spelen is, wordt Mahrez gezocht. Meestal komt hij tussen de linies om dan zelf de dieptebal te spelen of de actie op te zetten met de bal aan de voet. Niet toevallig verloopt 40% van alle aanvallen van de ploeg via de rechterkant waar de Algerijnse winger speelt.

Op de counter
Balbezit is geen doel op zich voor L’ster, het heeft gemiddeld slechts 43,3% van de tijd de bal in eigen rangen. Er zijn slechts 2 teams die “slechter” doen in de Premier League, Sunderland (19e) & West Brom (13e). Snel & doelgericht diepspelen, is het credo. Dat het aantal geslaagde passes daardoor miniem is, zelfs het slechtste van de hele Premier League, is bijzaak. “En wanneer de diepe bal niet aankomt, moet de tegenstander toch alweer vele meters overbruggen om aan ons doel te komen!” aldus Ranieri.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zijn ploeg het meeste goals maakt op de counter. Op spelhervattingen halen The Foxes er voorlopig te weinig uit. Het zette dan wel al het meest penalty’s om (7 stuks) maar op hoekschoppen & vrije trappen is het nog niet dreigend genoeg. Wanneer linksback Christian Fuchs speelt, heeft Leicester wel nog een extra wapen met zijn verre inworp.

De ploeg kent overigens wel problemen wanneer dat het initiatief hen wordt opgedrongen. Over de hele lijn bekeken misschien te weinig creativiteit & aanvallende automatismen zijn daar de oorzaken voor. Na nieuwjaar is de kans dan ook groot dat verschillende ploegen zelf “op z’n Leicesters” gaan spelen in het King Power Stadium. Opnieuw niet toevallig: de ploeg pakte voorlopig al evenveel punten op verplaatsing als in eigen huis.

De verdedigende automatismen blijven wel steeds overeind. Een belangrijke reden is daarvoor de stabiliteit in het elftal van Ranieri, slechts 14 spelers speelden al meer dan 33% van de totale speeltijd. Een gebrek aan kwalitatieve wisselspelers is daardoor wel een potentieel gevaar voor de komende weken, de nederlaag in Liverpool dit weekend is daar misschien al een voorbode van…

Succesformule

  • Sterke verdedigende organisatie & winnaarsmentaliteit
  • Snelle omschakeling in de diepte met snelle Vardy (15 goals, 3 assists) & creatieve Mahrez (13 goals, 7 assists)
  • Stabiliteit in ploeg, bijna steeds dezelfde 11 die starten: Slechts 14 spelers met >570 gespeelde minuten (+33% van de totale speeltijd)

Voor Leicester lijkt een rol als scherprechter in de titelstrijd ideaal. Uiteindelijk een plaats in de top-4, lijkt een realistische prognose met een vermoeiende periode in het verschiet. Een titel, een echte Italian Job, dat zou simpelweg de verrassing en van de eeuw zijn…

Meer buitenlands voetbal…

Voor Belgisch voetbal…

Standard – Club Brugge (2-0): Rouches makkelijk voorbij twijfelend Club

Standard begon een paar weken terug aan zijn remonte op weg naar PO I, Club Brugge kampt ondanks een reeks overwinningen met nog heel wat twijfel. Ferrera kreeg een volledige week tijd om zijn troepen klaar te stomen voor een uiteindelijk eenvoudige thuiszege.

Standard Luik & Club Brugge

Basisploegen van Standard Luik & Club Brugge

Yannick Ferrera bouwde verder op zijn 4-4-2. Hij miste wel Goreux, Arslanagic en Brüls. Hubert; Milec, Scholz, Teixeira, Van Damme; Trebel, Yattabaré, Legear, Dossevi; Santini & Knockaert, waren de basisspelers.

Michel Preud’homme roteerde verder na de ontnuchtering in Denemarken. Geen Gedoz, Vazquez, Simons en Mechele. Wel een 4-2-3-1 met Bruzzese; Duarte, Denswil, Bolingoli, Meunier; Claudemir, Vormer, Vanaken; Refaelov, Diaby en Vossen.

Van een studieronde was geen sprake op Sclessin, beide ploegen vlogen er vanaf minuut 1 vol in. De eerste 20’ waren gelijkopgaand, nadien nam de thuisploeg de wedstrijd in handen. De Rouches slaagden er vooral in de wedstrijd naar zich toe te trekken dankzij:

1) Druk vooruit op duo Duarte-Denswil
Standard speculeert het grootste deel van het seizoen al op de counter om zo vooral gebruik te maken van de foutjes van de tegenstander. Ook vandaag was dat de tactiek maar de inslag was wel aanvallender: Ferrera besloot Club hoger op te vangen dan de middenlijn (waar het normaal pas druk zet) en snel te pressen op de Brugse centrale verdedigers als die in balbezit kwamen. Ingegeven door het zwakke uitvoetballen achterin bij de bezoekers een logische keuze.

Sinds het vertrek van Ryan en de blessure van Engels, is het verzorgen van de opbouw van achteruit een groot probleem bij Club. Met Vossen heeft het voorin bovendien een garantie op goals, maar hij biedt weinig balvastheid wanneer de verdediging onder druk komt en lang moet spelen.

De druk op Duarte en Denswil werd voorbeeldig uitgevoerd door Knockaert & Santini, zij pressten hevig en brachten Club snel aan het twijfelen. Verontrustend voor Preud’homme want Club Brugge voetbalde daar vorig seizoen vaak wel eenvoudig doorheen. Toen werd bij balbezit de 2v2 situatie achterin (Duarte & Denswil tegen Santini & Knockaert) vaak omgedraaid in een 3v2-situatie door een middenvelder die op het gepaste moment inzakte. Meestal was dit Vormer die rechts naar de buitenkant uitzakte. Van daaruit kon de man-meersituatie worden uitgespeeld om daarna diepgang te zoeken, vaak op de rechterflank met een hoog opgeschoven Meunier. Maar dat kwam er vandaag (en dit seizoen heel vaak op verplaatsing) te weinig uit.

De centrale verdedigers & doelman Bruzzese waren te onrustig aan de bal. Vormer & Claudemir maakten dan weer de loopactie om tussen of naast hun centrale verdedigers te komen amper. En tegelijk was de positie van Meunier & Bolingoli vaak te laag: zij werden dan toch ingespeeld maar kregen uiteraard meteen druk van de flankmiddenvelders van Standard. Ook het vrijlopen van Diaby tussen de linies oogde soms onnatuurlijk en vooral weinig efficiënt.

2) 2v1 situaties op de linkerflank
Een andere manier om tegen Club tot diepgang te komen is door op de Brugse rechterflank een 2v1 te creëren. En zo Diaby (geen flankaanvaller) & Meunier (verdedigend positiespel matig) in de problemen te brengen. Dat deed Standard vooral in de beginfase voortreffelijk met een oprukkende Van Damme & Legear. Die eerste kwam vaak vrij omdat Diaby te laat terugverdedigde, Legear probeerde dan weer regelmatig in de rug van Meunier te duiken.

3) 1v1 op rechterflank
En de laatste belangrijkste kansen kon Standard versieren door Dossevi in een 1v1 te isoleren met Bolingoli. Die situaties leidden tot heel wat kansen en ook tot de rode kaart van Bolingoli wat uiteraard een kantelpunt in de match was.

Uitcomplex
Club Brugge verzamelde in balbezit een ruime onvoldoende. In de eigen opbouw zorgde het, zoals eerder aangegeven, niet voor een man-meersituatie. Voorin deed het dat vaak wel goed op de linkerflank met een wisselwerking tussen Vanaken & Refaelov. Eén van beiden speelde steeds van op links (meestal Refaelov, op het eerste kwartier na) de andere kwam helpen en zorgde voor diepgang. Daardoor sprokkelde Club ook wat hoekschoppen bij elkaar in de beginfase. Geen van beide is echter een echte flankaanvaller, en tot voorzetten voor Vossen kwam het dan ook nauwelijks. Voor het overige toonde Club vooral een gebrek aan diepgang (de infiltraties van Vormer ten spijt) & samenwerking in de zone van de waarheid, waardoor het amper goede kansen bij elkaar kon voetballen.

Blauw-zwart koos in balverlies, in tegenstelling tot in thuiswedstrijden, niet voor hoge druk. Geen snelle pressing dus op de centrale verdedigers van Standard door Vanaken & Vossen. Die laatste kreeg namelijk duidelijk de instructies om zich te positioneren bij Scholz om de opbouw van de Rouches zo over Teixeira te laten verlopen. Standard heeft echter minder nood aan een verzorgde opbouw dan Club. Het heeft met Knockaert, Dossevi en Legear snelheid voorin. En nog belangrijker: onder druk kan vaak lang gespeeld worden op Santini als aanspeelpunt.

Hete adem van Trebel-Yattabaré

Club Brugge opbouw

In de tweede helft (11v10) geen man-meersituatie meer voor Club. Overal koppeltjes gevormd, snel druk op de bal en veel balverlies tot gevolg in de opbouw bij Club Brugge

Alles bij elkaar opgesteld stond het aan de rust nog steeds 0-0. Na de koffie schakelde Standard een versnelling hoger met op vijf minuten tijd een onterecht afgekeurde goal van Knockaert, een rode kaart voor Bolingoli en de 1-0 van Van Damme.

Preud’homme moest in een kolkende sfeer zijn troepen herschikken en schakelde om naar een 4-4-1 opstelling. De fauw werd linksachter, Vazquez & Dierckx bevolkten de flank. Nu Club geen man-meersituatie meer had op het middenveld werd het uitvoetballen echt rampzalig: een 3v2 creëren werd bijna onmogelijk want het duo Vormer-Claudemir voelde voortdurend de hete adem van Trebel & Yattabaré. De 2-0, niet toevallig van Dossevi, besliste de wedstrijd, opnieuw niet toevallig, na slecht uitverdedigen achterin bij de bezoekers.

Standard ontwikkelt zich uitstekend de laatste weken en klopt op de deur van PO I, waar het zeker nog een rol van betekenis kan spelen. Club daarentegen moet zich na de Europese uitschakeling nu richten op een vaste basiself met duidelijke automatismen. Ook het ‘uitcomplex’ moet snel worden aangepakt.

 

Samenvatting via Stadion

Meer analyses over de Belgische competitie