Met Clement terug naar 4-3-3

Ivan Leko moest na een titel en een tweede plaats de fakkel bij Club Brugge doorgeven aan Philippe Clement. Tweede Bal analyseerde de wedstrijden van Blauw-Zwart tegen Sporting Lissabon, Waasland-Beveren, Sint-Truiden, KV Oostende en de dubbele confrontatie in de Champions League-voorronde tegen Dinamo Kiev. Ziehier de krijtlijnen van Club Brugge 2.0.
Leestijd: ongeveer 16 minuten

tactiek

Typeploeg Club Brugge

“We moeten zowel 4-3-3 als 3-5-2 kunnen spelen”, liet Clement optekenen eind juni toen Club de eerste oefenwedstrijden afhaspelde. Naar het einde van de voorbereiding toe lijkt 4-3-3 echter de meest geschikte formatie te worden voor Club Brugge.

Waar Leko vorig jaar zonder echte flankaanvallers speelde – Dennis, Diatta en co. speelden als wingbacks in een 3-5-2, lijkt Clement het belangrijk te vinden dat zijn flankaanvallers opnieuw hun kwaliteiten ten volle kunnen benutten: aanvallen!

Met Percy Tau kwam een kwieke flankaanvaller de kern versterken, terwijl Arnaut Danjuma de club verliet voor de Premier League. Ook Wesley trok naar Engeland, zijn vervanger heet David Okereke. Stefano Denswil verhuisde naar de Serie A, Simon Deli is het nieuwe gezicht in het hart van de Brugse defensie. Met Eduard Sobol, Federico Ricca en Odolion Kossounou vond de Brugse scouting nog 3 nieuwe verdedigers. Doelman Simon Mignolet tot slot groeit straks mogelijk uit tot dé zomertransfer.

Spelprincipes

Waar Ivan Leko toch grotendeels vasthield aan bepaalde patronen en principes, valt het bij Clement op dat er per wedstrijd strategische verschillen waar te nemen zijn.

Los van het gameplan, dat iedere week wisselt afhankelijk van de tegenstander, kunnen we uiteraard ook vaste principes benoemen.

 

1. Hoge pressing met flankaanvallers

Een eerste vaststelling is dat Club Brugge de tegenstander altijd hoog probeert vast te zetten. Iets wat het Brugse publiek ongetwijfeld apprecieert. Clement probeert dit steevast op dezelfde manier bij een doeltrap van de tegenstander, met daarbij een hoofdrol voor de explosieve flankaanvallers.

Wanneer de doelman van de tegenstander de bal heeft, kiest diepe spits Okereke (rugnummer 14) meestal één centrale verdediger waar hij dichterbij gaat staan. Daardoor is de keeper geneigd de bal op zijn andere verdediger te spelen die schijnbaar vrij staat. Van zodra deze pass gegeven wordt, schiet de flankaanvaller van Club uit de startblokken om druk te geven op die centrale verdediger. Hierbij snijdt hij de passlijn naar de vrije flankverdediger af om zo de bal in de as te dwingen.

Een tweede aspect binnen deze pressing is de gewaagde rol van Clinton Mata (77). Wanneer de flankaanvaller dreigt uitgespeeld te worden en een moeilijkere bal is onderweg naar de vrije back gaat Mata vaak agressief doorstappen en laat hij dus in die situatie zijn eigen tegenstander (de flankaanvaller) vrij staan om druk te zetten op de back van de tegenpartij.

Okereke (14) kiest positie bij de rechtercentrale verdediger van Kiev. Tau (35) staat tussen de linkercentrale verdediger en de linksback. De doelman trapt lang naar de back, Mata (77) stapt uit

Club voerde deze pressing al succesvol uit met zowel Tau (35) als Dennis (42). Met Diatta (11) werd dit nog niet vaak geprobeerd gezien zijn afwezigheid door de Afrika Cup deze zomer. Afwachten nog in welke mate dit op beide flanken zal worden gebruikt dus.

Wat wel zeker is dat de agressieve variant met de doordekkende back enkel op de zijde van Mata wordt geprobeerd. Op links met Sobol blijft men iets conservatiever. Meestal wordt de hoge pressing dan ook op de Brugse rechterzijde uitgevoerd.

Ook als in het veldspeler de bal wordt teruggespeeld op de doelman, durft Club deze variant gebruiken.

Terugspeelbal naar de keeper: positie van Vanaken & Okereke zijn wat anders, maar Tau (35) en Mata (77) staan in dezelfde positie

 

Puur statistisch gezien haalt Club Brugge een hoog rendement uit de pressing. Met een gemiddelde PPDA (Passes Allowed per Defensive Action) van 7,17 scoort het na KRC Genk het beste in de Belgische Pro League. De PPDA rangschikt de teams volgens het aantal defensieve acties (tackles, duels, intercepties, overtredingen, etc) van een ploeg en zet dit tegenover het aantal passes dat de tegenstander toch nog kan laten aankomen. Er wordt enkel gekeken naar het ‘hoogste 2/3e van het veld’ waardoor balrecuperatie in een laag blok niet in rekening wordt genomen. Met andere woorden, PPDA beantwoordt de vraag hoe goed een team hoog drukzet.

 

2. Medium pressing met Vanaken

Wanneer de tegenstander de bal al hoger op het veld heeft, maakt Club ook soms gebruik van bovenstaande pressingvariant met een flankaanvaller al gebeurt dit minder frequent.

Rond de middenlijn is het meestal Okereke die als eenzame spits jaagt op de twee centrale verdedigers van de tegenstander. Wanneer hij de bal niet kan onderscheppen maar de bal van centrale verdediger 1 naar centrale verdediger 2 kan afdwingen, krijgt hij steevast de steun van Vanaken (20) uit het middenveld.

In de eerste competitiematchen kwam Club in die situaties dan meestal in een soort 4-4-2 ruit met de andere aanvallende middenvelder, Vormer (26), zijwaarts sprintend naar de nummer 10 positie. Of met Rits (25) die ook doordekt in de as en daardoor wel ruimte prijsgeeft tussen de linies bij een eventuele tweede bal.

Vanaken (20) stapt uit op de centrale verdediger. Niet Vormer (25) neemt een hogere centrale positie, wel Rits (26) dekt door in een volgende fase. Daardoor verliest Club het duel om de 2e bal, na de lange bal van de rechtsback van Waasland-Beveren

Tegen Kiev gebeurde het al iets conservatiever met Vormer vaker in een lagere positie. De nummer 10 positie moest dan ingenomen worden door Okereke of Vanaken, waardoor Club dan tijdelijk in een 4-4-1-1 formatie komt te spelen.

Vanaken (20) heeft net druk gezet op de rechtercentrale verdediger en sprint terug om de defensieve middenvelder op te pikken, terwijl Okereke (14) de andere centrale verdediger onder druk zet. Vormer en Rits blijven lager in positie

De cohesie binnen deze manier van drukzetten is echter nog een groot werkpunt. De onderlinge afstanden worden niet altijd goed bewaakt, het kantelen en de timing van de pressing zijn regelmatig nog onvoldoende op elkaar afgestemd wat tot gevaar leidt. Zo ook in de terugmatch tegen Dinamo Kiev een aantal keer, bijvoorbeeld in minuut 75.

Daar jaagt Vanaken door op de linkercentrale verdediger maar staan Vormer en Rits achter hem niet juist opgesteld tov elkaar. De bal gaat daardoor makkelijk tussen de linies en Kiev creëert zo een reuzekans die de 3-1 en virtuele uitschakeling had kunnen betekenen.

Vanaken geeft deze voorwaartse pressing meestal op de linkerkant, hier was het op rechts wat de verwarring veroorzaakt kan hebben.

Vanaken (20) stapt uit, maar de ruimte tussen Rits (26) en Vormer (25) is te groot. Kiev kan bijna scoren uit deze aanval door de as

Ook tegen Sint-Truiden kende Club Brugge een moeilijke start door de vele positiewissels tussen de verdedigers en middenvelders van de bezoekers. Net als Sporting CP ook een aantal goede momenten kende in het uitspelen van de Brugse press.

De bal altijd veroveren, is uiteraard een utopie maar toch kent de Brugse pressing nog een aantal manco’s die verholpen dienen te worden.

 

3. Opbouw van achteruit wanneer mogelijk

KRC Genk stond vorig jaar gekend om zijn voetballende kwaliteiten en combinatiespel, ook in de talrijke Europese wedstrijden. Het is duidelijk dat Clement dat ook bij Club Brugge wil installeren, echter zonder te veel naïviteit tentoon te spreiden. Toen Alejandro Pozuelo verkocht werd kort voor de start van Play-off 1 koos Clement voor een directere aanpak wat uiteindelijk ook goed uitpakte.

Een eenvoudig principe dat Club toepast, is het creëren van een overtal in de laatste linie wanneer het opbouwt. Als de tegenstander drukzet met 1 spits, moeten de 2 centrale verdedigers van Club Brugge de opbouw verzorgen. Wanneer de tegenstander doordrukt met 2 spitsen, wordt de Brugse defensie ondersteund door Rits die als derde speler in de laatste linie komt te spelen.

Uiteraard verschillen de posities en uitvoering hierbij van het gameplan en van de tegenstander.

Sint-Truiden kwam bijvoorbeeld naar Jan Breydel met hetzelfde plan als vorig seizoen, namelijk mandekking op het middenveld. Bij de Kanaries kreeg diepe spits Balongo de taak om de Brugse opbouw te oriënteren naar Deli (17).

Op het middenveld maakte STVV drie koppeltjes met Rits, Vormer en Vanaken. De Brugse middenvelders liepen echter keer op keer ver uit elkaar zorgden zo voor ruimte in de as voor diepe spits Okereke. STVV trapte er steeds opnieuw in en gaf Deli zeeën aan tijd en ruimte om de inzakkende Okereke in te spelen. Wanneer er dan toch werd doorgedekt op de Nigeriaanse spits liep deze slim diep, waarvan de 2-0 uiteindelijk het perfecte voorbeeld was. Eén simpele diepe pass door de as die de topschutter alleen voor doel zette oog in oog met de Truiense doelman.

De 3 Brugse middenvelders bewegen weg uit de as en nemen hun rechtstreekse tegenstander mee. Deli (17) kan makkelijk indribbelen en met links een splijtende pass spelen in de vrije ruimte om zo Okereke (14) alleen voor de bezoekende doelman te zetten. 2-0.

Tegen Dinamo Kiev kreeg Club echter meer druk te verwerken en verliep de opbouw een pak moeizamer. De hogere belangen zorgden ongetwijfeld ook voor minder zin voor risico waardoor Clement en zijn troepen een directere speelstijl moesten hanteren.

In de heenmatch kozen de Oekraïeners bijvoorbeeld voor een 4-4-2 organisatie. Aangezien het met twee spitsen druk zet, laat Club Brugge Rits terugzakken in de laatste linie tussen de centrale verdedigers.

Omdat beide spitsen niet echt agressief een slachtoffer uitkozen, kon Club in de beginfase vaak via Mitrovic (die op zijn goede rechtervoet staat) opbouwen en tussen de linies spelen. Naar het einde van de eerste helft toe, presste Kiev echter agressiever op Mitrovic en in de tweede helft koos het er bewust voor om Deli de opbouw te laten verzorgen. Wegens de beperkte aanspeelbaarheid in de as, en weinig zin voor risico, trapte Deli vaak de lange bal en vocht Club vooral het gevecht voor de tweede bal uit rond spits Okereke.

In de eerste helft kreeg Mitrovic (15) voldoende tijd om met zijn goede rechter ballen in te spelen op Tau (35) tussen de linies. Nadien richtte Kiev zich meer op Deli

In de terugmatch koos Kiev voor een andere aanpak. Het richtte zich niet meer op Mitrovic maar ging wel uit van een zwakke opbouwende linkerkant bij Club met een focus op Deli en de technisch minderbegaafde Sobol.

Kiev koos voor een pressing met 1 spits en 5 middenvelders daarachter. De spits kreeg steun van de rechterflankaanvaller die op gepaste momenten druk gaf naar binnen toe op centrale verdediger Deli. Het zorgde ervoor dat de Nigeriaan opnieuw op zijn mindere linker kwam en de aanspeelopties beperkt werden. Als Club er toch in sloeg om de vrije Sobol te bereiken, kreeg deze snel druk van de dichtste middenvelder. Ook de rechtsback dekte soms hoog door op Sobol, net zoals Club regelmatig doet met Mata in de hoge pressing. Uit één van deze fases leed blauw-zwart balverlies wat de inleiding was voor de vroege 1-0 van de thuisploeg.

Kiev hanteert een gelijkaardige strategie als Club Brugge en duwt door met de flankaanvaller op Deli (17). Hij moet een lange bal trappen die verloren gaat en de 1-0 inleidt. Als de bal toch bij Sobol komt, zet Kiev agressief druk op de technisch mindere back van blauw-zwart

In eigen competitie krijgen de Bruggelingen deze hoge pressing amper te verduren. Met een PPDA against van 24,19 scoort Club Brugge in de Pro League momenteel het beste. In deze ranking kijken we in welke mate een ploeg hoog wordt opgejaagd op eigen helft wanneer het opbouwt en hoe succesvol dat gebeurt. Met andere woorden: Club krijgt weinig hoge pressing te verduren in de Belgische competitie en verliest de bal daarbij logischerwijs dan ook niet vaak op eigen helft.

 

4. Diepe loopacties in de as

Een vierde principe dat opvalt zijn de vele diepe loopacties in de as van het veld. Spits Okereke toonde zich al erg veelzijdig met zijn snelheid in de diepte, balvastheid en kracht bij het afhaken naar de bal, voetballend vermogen tussen de linies. De Nigeriaanse aanvaller groeit met andere woorden uit tot een groot wapen.

Nog opvallender is echter de diepgang bij Vormer en vooral Vanaken. Wanner de backs lager op het veld in balbezit komen is er bijvoorbeeld een duidelijk patroon zichtbaar.

De flankaanvaller komt langs de flank afhaken om de korte pass te krijgen. Als hij niet gevolgd wordt door de back van de tegenpartij, komt hij vrij te staan en kan hij opendraaien en de aanval verder opzetten. Wanneer er wel wordt doorgeduwd, maakt de aanvallende middenvelder Vormer of Vanaken steevast een loopactie in de rug van de back om daar de bal te ontvangen. Dit zagen we vooral terug in de wedstrijden tegen Sporting CP en Waasland-Beveren.

Back Sobol (2) komt onder druk, Danjuma (47) biedt zich kort aan en neemt z’n tegenstander mee. Vanaken (20) maakt een diepe loopactie en krijgt de bal in de rug van de defensie

Vormer en Vanaken maken vaak ook een diepe loopactie om de bal niet zelf te ontvangen. Wanneer de bal op de andere kant is en ze lopen diep, focust de tegenstander zich automatisch op hen waardoor er ruimte komt op de andere flank. Zo krijgt Club regelmatig de dribbelvaardige Dennis, Diatta of Tau in een 1v1 situatie na een snelle flankwissel.

Bovenstaande zorgt ervoor dat de typische 1-2tjes tussen Vanaken en de wing back (vorig seizoen in de Brugse 3-5-2) minder aanwezig zijn. Toch zien we deze combinatie in bepaalde wedstrijden nog terugkomen al is het dan minder frequent wanneer Vanaken de bal lager op het veld komt opvragen in de linkerhalfspace.

 

5. Deli is target 1 op spelhervattingen

Op spelhervattingen stuurt Clement steevast dezelfde troepen richting het front:

  • Deli (nr 17 – 1.92m)
  • Mechele (nr 44 – 1.88m) of Mitrovic (nr 15 – 1.87m)
  • Okereke (nr 14 – 1.82m)
  • Vanaken (nr 20 – 1.94m)

Zij worden meestal ondersteund door Dennis (42 – 1.74m) in een minder prominente rol, steeds in de tweede zone.

Vanaken, Deli en Mechele/Mitrovic zijn de meest gezochte targets op spelhervattingen bij Club Brugge. Toch valt het op dat Deli het gevaarlijkste heerschap is en hij wordt dan ook iedere wedstrijd gezocht, uiteraard varieert Club hierin.

Net die focus op Deli, geeft extra ruimte aan Vanaken, Mechele/Mitrovic die allen ook voldoende groot zijn om dreiging te brengen met het hoofd.  In principe trapt Vormer iedere corner, zowel indraaiend als uitdraaiend om zo Vanaken voor doel te houden.

In de cruciale terugwedstrijd tegen Kiev trapte Vormer zijn eerste vier corners allemaal in de richting van Deli tussen het penaltypunt en de tweede zone. De eerste was meteen raak, een ferme knik van de Nigeriaan die voor 1-1 zorgde. Tegen KV Oostende kwamen 3 van de 6 corners net niet/wel aan bij Deli.

Opvallend is dat Deli vaak laat arriveert (zoals de eerste corner tegen KV Oostende), van richting verandert net voor Vormer zijn aanloopt neemt of er een ploegmaat net voor Deli positie kiest om de mandekking moeilijker te maken.

Deli (17) arriveert laat in de box. Voor hem zet een ploegmaat een blok om ruimte te maken

 

Los van deze duidelijke principes heeft Clement uiteraard nog een aantal problemen te verhelpen. We kwamen tot de drie belangrijkste: 

1. Omschakeling naar balbezit

Naast een goed defensief blok met de juiste pressing is een efficiënte omschakeling naar balbezit dé ideale manier om teams pijn te doen in de Champions League (voorronde). De snelle counter loopt echter nog te vaak stroef bij Club Brugge. Dit heeft voornamelijk te maken met de individuele kwaliteiten van de spelers. Als de omschakeling niet gelanceerd wordt door Vanaken is er momenteel nog een te kleine kans op succes.

Dit heeft voornamelijk te maken met het gebrek aan overzicht van de flankaanvallers, met Dennis in een hoofdrol. Waar snelheid en de individuele actie zijn sterktes zijn, is het behouden van overzicht binnen deze situaties net zijn grote zwakte. Vooral in de omschakeling werd dit al een aantal keer pijnlijk duidelijk waardoor Club wenkende kansen onbenut liet.

Tau lijkt meer oog te hebben voor zijn ploegmaats wat de Brugse counterkwaliteit verhoogt. Diatta zou dit ook moeten kunnen maar verkwanselde met een slechte pass een 2v1 situatie in de slotfase in Kiev. Met een portie geluk kon Club in diezelfde fase toch nog de 3-3 scoren. Eerder in de match zorgde Diatta met een versnelling bal aan de voet wel voor een tweede gele kaart van een Oekraïense verdediger.

 

2. Ruimte op middenveld verdedigen

Het grootste werkpunt op korte termijn lijkt het verder ontwikkelen van het defensieve blok. We gaven eerder al aan dat de Brugse pressing nog niet altijd even goed werkt, vooral op het middenveld is dat zichtbaar. Zeker de ruimtes die Rits moet belopen zijn vaak te groot. Vormer sprak al uit dat hij meer vrijheid krijgt van Clement maar dit lijkt consequenties te hebben in balverlies. Vooral in de rug van de aanvallende middenvelders Vormer en Vanaken ligt vaak veel ruimte voor de tegenstander.

Vooral wanneer de tegenstander erin slaagt één van beiden uit positie te halen om dan snel de ruimte tussen de linies te benutten, leidt dit geregeld tot gevaar. Ook de teruggetrokken voorzet rond de 16m zorgt voor gevaar aangezien Vormer en Vanaken dan vaak niet tijdig terug zijn om te verdedigen.

Teruggetrokken voorzet van Kiev. Vormer is niet op tijd terug om deze te verdedigen, Verbic mag aannemen rond de box

 

3. Verdedigen korte hoekschop

Een laatste opvallende keuze van Clement is die van de defensieve organisatie van een hoekschop. Wanneer de tegenstander een corner krijgt op rechts en er 1 speler de bal kort vraagt, loopt Club meteen mee met 2 spelers om dit te verhinderen. Meestal zijn dit Dennis (42) en Rits (26). Vormer (25) neemt dan meestal de taak van Rits over aan de eerste paal.

Rits (26) en Dennis (42) verhinderen de korte hoekschop en staan al met 2 spelers klaar om druk te zetten. Hier neemt Vormer (25) de eerste paal niet over van Rits

Wanneer de tegenstander een hoekschop krijgt op links, pakt Club het anders aan. Dan staat Dennis alleen tegen 2 tegenstanders en komt Vormer pas helpen wanneer de bal effectief kort wordt ingespeeld. De Nederlander sprint dan snel om Dennis te hulp te schieten maar de tegenstanders kunnen dan vaak vrij eenvoudig tot een voorzet komen. Ook opvallend is dat Rits, in die situatie aan de 2e paal, dan sprint om een nieuwe positie in te nemen aan de 1e paal.

Op de andere kant wordt de korte hoekschop nooit verhinderd. Hier staat enkel Tau (35) klaar in een 1v2 situatie met de tegenstander. Normaal is dit de rol van de toen al gewisselde (42) Dennis. Vormer (25) komt uitgesprint vanaf de eerste paal maar komt te laat. Rits (26) moet halsoverkop naar de eerste paal lopen

Het feit dat we dit opmerkten in alle wedstrijden van Club toont aan dat dit hier om een bewuste keuze gaat en dus niet op toeval berust. We kennen alvast een aantal coaches die van deze organisatie gretig gebruik zullen proberen maken de komende weken.

 

Conclusie

Het mag duidelijk zijn dat Club Brugge nu al de stempel van haar nieuwe coach Clement draagt. Het nieuwe spelsysteem wordt in balbezit vaak goed uitgevoerd met voldoende doelkansen tot gevolg. Er zijn echter nog kinderziektes zoals hierboven beschreven. Puur kwalitatief lijkt Club met dit team én de individuele kwaliteit van de (nieuwe) spelers topfavoriet voor het kampioenschap. Als het wil meespelen in de Champions League zijn er echter nog werkpunten die snel verholpen zullen moeten worden.

 

Meer Belgisch voetbal…

Buitenlands voetbal

KRC Genk – Anderlecht (1-0): ruimte tussen linies & spelhervattingen

Gisteren zorgden Genk en Anderlecht voor een interessante voetbalavond in een topper aan hoge intensiteit. Beiden houden van hoog druk zetten en zijn de twee teams die gemiddeld het langst de bal in de ploeg houden. Uiteindelijk haalden de Limburgers het met het kleinste verschil dankzij een doelpunt dat viel in het verlengde van een spelhervatting.

tactiek

Startopstellingen van KRC Genk en RSC Anderlecht

 

Philippe Clement koos voor een 4-1-4-1 met Vukovic; Maehle, Dewaest, Lucumi, Nastic; Berge, Heynen, Pozuelo, Trossard, N’Dongala; Samatta.

 

Hein Vanhaezebrouck hield vast aan zijn 3-4-1-2 met Didillon; Sanneh, Milic, Najar; Saelemaekers, Appiah, Trebel, Makarenko; Gerkens; Santini, Dimatta.

 

Genkse pressing

Beide ploegen trachten hun tegenstander zo goed als wekelijks hoog onder druk te zetten, ook zaterdagavond was dit een duidelijk doel van zowel Genk als Anderlecht. De thuisploeg verkoos om zich in balverlies in een 4-1-4-1 te positioneren. Daarbij zette Samatta voornamelijk druk op Sanneh, de meest centrale verdediger van Anderlecht, en moesten flankaanvallers Trossard en N’Dongala het moment kiezen om vooruit druk te zetten op de andere centrale verdedigers.

Cruciaal hierbij was dat Trossard steeds positie koos tussen Najar en Appiah, terwijl N’Dongala hetzelfde deed op de andere kant met een goede uitgangspositie tussen Milic en Saelemaekers. Van zodra deze werden ingespeeld, drukte de flankaanvaller door op de centrale verdediger en trachtte hij deze speler naar binnen te duwen. Op onderstaand voorbeeld voert N’Dongala dit bijvoorbeeld goed uit op Milic die de bal verliest met een slechte pass in de as.

Samatta duwt het spel naar Milic die naar binnen wordt geduwd door N’Dongala. De koppeltjes op het middenveld zijn zichtbaar met een enorm mangeoriënteerde Berge bij Gerkens (rode cirkel)

 

Op het middenveld koos Genk voor een ‘mandekking-lightversie’ waarbij Pozuelo meestal Makarenko onder druk zette en Heynen de schaduw was van Trebel. Het koppeltje Berge-Gerkens was echter het meest opvallend, de Noor volgde Gerkens vaak over grote delen op het terrein wanneer die laatste opnieuw naar ruimtes zocht. Dit plannetje werkte grotendeels: Gerkens kwam slechts aan 22 passes en werd gewisseld, Trebel kwam wel aan 55 passes, Makarenko aan 45.

Van zodra de afstand tussen de Genkspeler en zijn twee tegenstanders echter te groot werd gehouden, waren er mogelijkheden voor Anderlecht. De centrale verdedigers kregen dan namelijk de tijd én de ruimte om de bal tussen de linies in te spelen op één van de aanvallers. Zeker wanneer Gerkens positie koos aan de niet-balkant met Berge in zijn kielzog, kon Santini of Dimata in de bal komen maar hun eerste aannames en passes onder druk van de doordekkende Dewaest en Lucumi waren van een lage kwaliteit.

Voldoende ruimte tussen de linies wanneer Milic en Najar tijd kregen aan de bal (gele ruimte). Berge heeft opnieuw enkel oog voor Gerkens: Santini of Dimata kan tussen de linies vrijkomen maar werden kort gedekt door de Genkse centrale verdedigers

Eén keer slaagde Anderlecht in dit bijna optimaal uit te buiten met de infiltrerende Najar die de bal tussendoor diep speelt op Saelemaekers, hij brengt midden de 2e helft de bal voor doel maar de ingevallen Musona laat de wenkende kans onbenut.

Het spreekt voor zich dat Genk in balbezit poogde om de 1-mansflank van de bezoekers te bespelen, dat probeerde het een aantal keer over rechts waarbij het een 2v1 probeerde te creëren met N’Dongala en de opkomende rechtsback Maehle. De kwaliteit van de voorzetten was vaak echter ondermaats waardoor deze situaties geen goed vervolg kenden.

Ruimte tussen de linies

Het grootste gevaar stichtte Genk wanneer het genie Pozuelo tussen de linies kon vrij krijgen. Dit deed het door, anders dan in de hierboven vermelde 2v1 situatie te creëren op de flank, de backs net wat lager te positioneren. De twee Anderlechtflanken Saelemaekers en Appiah anticipeerden hier vooral op door zich hoger in het veld te posteren om sneller druk te kunnen uitoefenen als Maehle en Nastic toch de bal zouden krijgen, Pozuelo maakte hier echter een aantal keer uitstekend gebruik van om in de halfspace in de rug van Makarenko weg te lopen. Zo creëerde hij tot driemaal toe gevaar in de eerste helft vrijkomen gevolgd door een individuele actie of gevaarlijke steekpass.

De Anderlecht wingbacks storen hoog door, Pozuelo profiteert door weg te lopen tussen de linies in de halfspace om van daaruit de actie te starten

Anderlecht kwam moeilijker aan kansen vooral omdat beide spitsen niet goed in de match zaten en Gerkens moeite had met loskomen van zijn waakhond Berge. De jonge Saelemaekers zorgde uiteindelijk misschien nog voor het meeste gevaar met dribbels en infiltraties naar binnen met en zonder bal. Hij won 9 van zijn 10 aanvallende 1v1 acties maar na het inspelen, verkwanselde de Anderlechtaanval te vaak zijn werk.

Anderlecht leider in PPDA-ranking

Paars-wit daarentegen was dus minder dreigend aan de bal, zonder bal zette het wel agressief druk naar voor. Wanneer de flankmiddenvelders uit positie werden gehaald, was het kwetsbaar maar in de eerste fase van de Genkse opbouw zette het wel steeds alles vast. Ook de omschakeling naar balverlies liep relatief goed. Liefst 62% van hun balrecuperaties haalden de spelers van Anderlecht in het verste 2/3e van het terrein ten opzichte van 51% bij KRC Genk. Paars-wit is niet toevallig leider in de PPDA-ranking (Passes Per Defensive Action), een klassement dat de teams rangschikt in de mate van succesvol drukzetten hoog op het veld.

Anderlecht zette met beide spitsen meteen de toevoer naar de Genkse centrale verdedigers af wanneer Vukovic de bal had. Gerkens bewaakte het middenveld en Saelemakers en Appiah dekten agressief door op de flank. Het zorgde daarentegen wel voor een 3v3 voorin bij Genk. Samatta zorgde in de beginfase vaak nog voor goed balbezit na de lange bal van de Genkse doelman maar in de tweede helft gaven de Limburgers de bal steevast te makkelijk weg na dom balverlies of een slechte lange bal waardoor Anderlecht iets meer grip op de match kreeg.

Anderlecht zet alles hoog vast in 3-4-1-2 waardoor Genk lang moet. Het gaat het gevecht in de achterhoede aan in een gedurfde 3v3

 

Beide teams misten een aantal opgelegde kansen en uiteindelijk bleek efficiëntie op de spelhervattingen opnieuw bepalend. De wissels brachten niet veel zoden aan de dijk. Vanhaezebrouck probeerde nog met Bakkali en Musona te spelen achter de diepe spits om zo meer technisch vermogen tussen de linies vrij te krijgen. Het resulteerde in één goede schietkans van Bakkali. Clement paste echter snel aan en bracht met Seck extra power op het middenveld en met Aidoo een 5e verdediger om het centrum hermetisch te sluiten.

 

Het werd uiteindelijk een nipte Genkse zege in een wedstrijd die eigenlijk geen verliezer verdiende. De xG zegt veel: 1,57 voor Genk & 1,61 voor Anderlecht. Qua doelrijpe kansen was er dus amper een verschil waarneembaar. Met zowel Genk, Anderlecht als Club Brugge die een relatief goede start kenden, lijkt het één van de leukere titelgevechten van de laatste jaren te worden. Zeker als je daar ook nog de kwaliteiten van Standard en Gent kan bijrekenen. We volgen het alleszins op de voet, stay tuned!